De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Remoralisatie, geloven dat het nog anders kan


Verslaving is een chronische problematiek en tegelijk een complexe problematiek.  Een chronische problematiek houdt in dat je er niet zomaar van af geraakt, dat de impact van de ziekte gedurende langere periodes (soms in mindere, meestal in meerdere mate) voelbaar is en dat herstel ook een langdurig proces is. Het is een proces van vallen en opstaan: het verloopt niet in één rechtlijnige beweging, maar gaat vele keren op en af. Wie houdt dit vol en hoe?


Een complexe problematiek betekent dat op de duur allerhande situaties ermee verweven raken, soms in een oorzakelijk verband, soms als gevolg van de verslaving. Met andere woorden er is ook véél werk aan de winkel. Is het verwonderlijk dat iemand dan de hoop verliest, denkt met mij zal het toch niet lukken, dit komt nooit meer goed…? Aan de horizon ziet de cliënt slechts donkere wolken, hij vraagt zich af waar de weg ligt naar een betere toekomst. En als hij de weg vindt, kan hij hem dan gaan? Want de weg is grillig en zo lang. De cliënt zijn zelfbeeld is  -  begrijpelijk, maar onterecht- vernauwd tot een eenzijdig “het gaat niet, ik kan het niet”. Hij is ontredderd, gedemoraliseerd.
De moed kwijt geraken kan niet alleen gebeuren bij het begin van de therapie, maar ook tijdens de inspanning om te herstellen. Denk bijvoorbeeld aan een situatie van terugval, wanneer iemand zijn eigen doel omtrent toekomstig druggebruik niet kan waarmaken  en terug drugs gebruikt op een wijze die hij niet wou.  Het druggebruik wordt dan gevolgd door een groot schuldgevoel. Vooral wanneer de regel om geen drugs te gebruiken in essentie een afspraak met zichzelf is geworden en er van vrijblijvendheid geen sprake is, kunnen de emotionele reacties héél intens zijn. Er wordt dan vaak geredeneerd  in ‘alles of niets’ termen… wat erop neerkomt dat men denkt volledig gefaald te hebben. Het zelfvertrouwen daalt, alles lijkt verloren en men laat zich gaan.  Deze negatieve gevoelens kunnen iemand overspoelen, ze overheersen alles, men kijkt niet meer naar de positieve kanten die er wel nog zijn. De cliënt zal de mislukking toeschrijven  aan een persoonlijk falen: anderen kunnen het wel, maar ik niet.

Was alle moeite voor niets?
Terugvallen is pijnlijk. De verslaafde is teleurgesteld, zijn omgeving is teleurgesteld, de hulpverlener is teleurgesteld.  Was alle moeite dan voor niets?  
De impact van de chronische ziekte is niet te onderschatten. Altijd zijn er consequenties voor het dagdagelijkse leven.  Naast de impact tijdens het hier-en-nu, zijn er ook verstrekkende gevolgen voor de toekomst, zoals bijvoorbeeld aanvaarding dat de goesting om onder invloed te zijn nooit echt helemaal zal overgaan. Hier moet altijd rekening mee gehouden worden. De continuïteit van zorg is dan heel belangrijk.
Remoralisatie is frisse lucht binnenbrengen. Geloven dat het toch nog anders kan. Licht laten schijnen op wat de cliënt wel bereikt heeft en belangrijk vindt, waar hij voor gegaan is.
Wat zijn concrete handvaten om hoop te geven, om te tonen dat gij als hulpverlener gelooft dat verandering er wel zal komen? We willen het hier hebben over een (1) goede therapeutische relatie aangaan, over (2) motiverende gespreksvoering toepassen, over (3) empoweren en onderzoeken wat wel goed gaat en wat de mogelijkheden zijn en we hebben aandacht voor (4) de inbreng van het perspectief van de waarden of zingeving.

IMG 1347 bron flouartistiek foto: www.flouartistiek.be

1.    De therapeutische alliantie
Het is al vaak geschreven: de mogelijkheden van de therapeut worden in de eerste plaats bepaald door de kwaliteit van de therapeutische alliantie die hij kan aangaan. Wat houdt dit specifiek in tijdens de remoralisatiefase?
De cliënt komt dan niet zozeer hulp zoeken omdat hij een probleem heeft, maar wel omdat hij gedemoraliseerd is en geen uitweg meer ziet, hij “ziet het niet meer zitten”. De hulpverlener staat dan naast de cliënt en geeft prioritair ondersteuning. Hij heeft aandacht voor de emoties die de cliënt ervaart, hij wil het subjectief welbevinden verbeteren.  Hier wil de behandelaar in de eerste plaats wat perspectief aangeven, hoop zaaien en motivatie laten groeien.  Positieve waardering tonen voor wat de cliënt brengt en doet. Aandacht schenken aan wat de cliënt belangrijk vindt. Hiervoor moet hij vertrouwen krijgen en moet hij een goede therapeutische relatie opbouwen. Het is belangrijk dat de cliënt ervaart dat de therapeut positief  staat tegenover hem.
Dit kan de therapeut enkel weten door feedback te vragen aan de cliënt. Hulpverlener en cliënt kunnen afstemmen door op een frequente basis te praten over de werkwijze en doelen van de behandeling, over de relationele aspecten tussen hen en over vermindering van lijden. De cliënt participeert in het waarom, het hoe en het doel van de therapie.
Biologische en psychosociale stabiliteit bereiken is hier eveneens van belang.  We krikken de cliënt op en dan kan hij verder. De hulpverlener geeft hoop maar biedt eventueel ook hulp voor actuele en concrete situaties.

2.    Motiverende gespreksvoering.
Ook onze gekende en  klassieke motiverende gespreksvoering is een wijze om iemand te remoraliseren. Want de motiverende gesprekstechniek heeft als doel dat de druggebruiker zichzelf weer de moeite waard gaat vinden. De motiverende gesprekstechniek is eerder van non-directieve aard. De hulpverlener luistert en reageert op selectieve en op actieve wijze. Wanneer de cliënt iets in positieve zin zegt – iets wat duidt op eigenwaarde, competentie, kennis of bezorgdheid - zal de hulpverlener dit positief bekrachtigen. Wanneer de cliënt negatieve boodschappen brengt, dan worden deze door de hulpverlener genegeerd. Het is de bedoeling om via exclusieve aandacht voor positieve inhoud, de frequentie van deze positieve uitspraken te doen toenemen waardoor deze positieve elementen terug een centrale plaats innemen in de ervaring van de cliënt.
De therapeut geeft zowel op verbale als op non-verbale wijze de boodschap dat hij de cliënt respecteert, hem echt wil begrijpen en nodigt hem uit om verder te praten. Hij ontlokt zelfmotiverende uitspraken. Hierdoor gaat de cliënt zichzelf anders, positiever beginnen zien. Zijn gevoel van zelfwaarde stijgt. Door zich beter in zijn vel te voelen, krijgt hij de psychologische ruimte om verder op onderzoek te gaan naar wat zijn actuele situatie is en welke alternatieve wegen hij kan bewandelen.

3.    Empowerment: op betrokken wijze de eigen krachten van de cliënt onderzoeken.
Deze manier van werken is iets directiever van aard, niet alleen rechtstreeks gericht op luisteren, maar ook nadrukkelijk gericht op ontdekken waar de hulpbronnen van de cliënt liggen. In plaats van de nadruk te leggen op wat vandaag niet gaat, wordt veeleer bekeken hoe de cliënt  tijdens zijn beste periodes is. Welke dingen doet hij dan? Wat heeft hij vroeger geïnvesteerd om zijn doelen te bereiken? Hoe heeft hij stand kunnen houden tijdens moeilijke momenten? Welke inzichten heeft de cliënt gehad om tot actie te komen? Welke vaardigheden gebruikte hij toen, welke middelen kon hij uit zijn netwerk putten? Wellicht heeft dat netwerk een aanvullend beeld over de cliënt en zijn situatie. Hoe zien anderen dat de inspanningen van de cliënt resultaat hebben opgebracht, hoe merken ze dat, wat zeggen ze erover? Met andere woorden: aan de hand  van deze gerichte vragen tracht de hulpverlener het zelfbeeld van de cliënt te veranderen, door zijn persoonlijke krachten en mogelijkheden op de voorgrond te plaatsen.

4.    Het perspectief van de waarden: wat geeft betekenis aan het leven?

DSC 0864

Chronisch ziek zijn betekent dat het leven in de toekomst anders zal zijn dan het leven voor je afhankelijk was van drugs. Chronisch ziek zijn houdt in dat er beperkingen zullen blijven, maar ook dat er nieuwe mogelijkheden kunnen opduiken. Enerzijds moet de cliënt leren leven met zijn beperking en anderzijds open blijven kijken naar de mogelijkheden van groei die er toch nog zijn. Voor hulpverleners is het dikwijls moeilijk om deze boodschap te geven. Toch is het zinvol om dit thema aan te kaarten. Confrontatie met verlies is op korte termijn lastig, maar op lange termijn biedt het een nieuw perspectief.  Een voorbeeld is dat het voor een ex-verslaafde risicovoller is om op café te gaan, terwijl dit voor niet-verslaafden anders ligt, net omdat zij nooit verslaafd waren.  Maar dit opent wel perspectieven om andere manieren te ontdekken om aan vrije tijdsbesteding te doen en zo nieuwe dingen te ontdekken die de cliënt wel leuk en zinvol vindt.  
Aanvaarding balanceert dus tussen ziekte-inzicht en sterke hoop. Het is een heel belangrijke uitdaging voor ons om die hoop aan te brengen. Wat is echte hoop (t.o.v. valse hoop, die een ontkenning is, want een minimalisatie van de problemen)?  De hulpverlener moet de cliënt het vertrouwen geven dat hij het probleem aan kan. De hulpverlener stimuleert positieve verwachtingen.  De verwachtingen moeten echter realistisch blijven: accepteren dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden tot verandering is even essentieel.

Ter afsluiting
Remoraliseren is één van de 4 ‘R’ en, interventies die elke cliënt met een chronische ziekte op een bepaald moment nodig heeft. De andere interventies zijn remediatie, rehabilitatie en recovery. Remoraliseren is belangrijk omdat zonder deze focus de andere interventies niet aanslaan en zinloos zijn. In die zin is het een primaire interventie, een noodzakelijke voorwaarde om andere dingen te kunnen doen. Voor sommige cliënten is ze ook een voldoende voorwaarde om tot verandering te komen, éénmaal ze het terug  “zien zitten”, kunnen ze op eigen kracht verder.
Maar in andere behandeltrajecten moet er meer gebeuren. In een andere bijdrage gaan we in op de volgende “R”: de Remediatie.

Robrecht Keymeulen, mei 2013.

 

Lees hier meer over onze Visie op verslaving

aanverwante informatie Vernieuwde visie op verslaving gedragen na intense studiedag

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.