De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



Verslaafd of niet?

Hoe merk je dat je afhankelijk geworden bent van drugs? Mislukken je pogingen om je gebruik te verminderen? Voel je je slecht als je niet gebruikt hebt? Bekijk onze FAQ of doe de test.

donderdag 05 september 2019 12:18

Dr. Hendrik Peuskens: "Bij vrouwen is een traumatische ervaring heel vaak de weg naar verslaving"

Vinden vrouwen minder vlot de weg naar de drughulpverlening? De cijfers zijn wat dat betreft duidelijk, zo leert ons een blik op het cliëntenprofiel 2018. Of kan het zijn dat minder vrouwen bij de hulpverlening aankloppen of vroeger afhaken omdat onze zorg niet vrouwvriendelijk genoeg is? Dr. Hendrik Peuskens (46) pleit in elk geval voor een meer genderspecifieke lezing van de programma’s in de verslavingszorg. Het komt bij vrouwen immers veel vaker voor dat ze in een verslaving belanden nadat ze traumatische ervaringen hebben opgelopen tijdens hun jeugd. En dat vraagt een specifieke aanpak. Een gesprek.

Klopt het cliché dat vrouwen eerder naar medicijnen grijpen en minder experimenteren met illegale middelen?
Dr. Peuskens: De gezondheidsenquête over middelengebruik in Vlaanderen toont dat het gebruik van tranquillizers of slaaptabletten bij vrouwen inderdaad hoger ligt. De bevraging leert dat 9% van de mannen deze middelen gebruikt (de voorbije 14 dagen). Bij vrouwen blijkt dit bijna 17% te zijn. Het alcoholgebruik ligt bij vrouwen lager dan bij mannen. En het gebruik van illegale drugs is bij vrouwen ook lager. Zo is het “ooit gebruik” van cannabis 10% bij vrouwen en 17% bij mannen. Vrouwen blijven wat achter op mannen, behalve bij medicatie. Maar het verschil wordt kleiner. .

drpeuskenswebWie is dr. Hendrik Peuskens?

-Psychiater - diensthoofd team verslavingszorg in de Psychiatrische Kliniek Alexianen Tienen
-Werkzaam in het MSOC Vlaams-Brabant. 
-Actief in het zorgprogramma verslaving van UPC KU Leuven en het zorgprogramma levertransplantatie in UZ Leuven.
-Secretaris van de
Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie en lid van de raad van bestuur van VAD.


Klopt volgens de literatuur krijgen vrouwen dan wel sneller grotere problemen?
Peuskens:
Dat is de fameuze telescoping-hypothese die lang opgang heeft gemaakt. Nu wordt dit ook wel soms in twijfel getrokken. Er zijn biologische verklaringen. Vrouwen breken alcohol minder goed af, hebben minder lichaamsvolume,… Maar er is ook een sociale component. Het paste vroeger niet dat een vrouw alcohol dronk. Ze moesten voor de kinderen zorgen. Vrouwen dronken vroeger meer stiekem. Een drinkende vrouw was gestigmatiseerd. Vandaag zien we dat vrouwen langer studeren, meer deelnemen aan het openbaar leven. Er is ook minder stigma over in het openbaar alcohol drinken. De sociale controle is een stuk weggevallen. Vrouwen worden vandaag makkelijker blootgesteld aan gebruik. Stigma als protectieve factor is weggevallen. Omgekeerd werkt stigma echter ook belastend. Doordat het verborgen blijft komt het later naar boven, als de weg naar verslaving reeds verder gevorderd is. En dan schijnt het probleem plots veel sneller te evolueren.

Het genderverschil verkleint, hoe komt dit?
Peuskens: Vrouwen halen mannen inderdaad in. Dat heeft o.m. te maken met de emancipatie en de jarenlange strijd voor gelijke rechten. Wat alcohol betreft zien we een opmerkelijke trend bij hoog opgeleide vrouwen. Wie lang studeert, tot het kader behoort op de arbeidsvloer, krijgt systematisch op latere leeftijd kinderen. Ze beginnen m.a.w. ook later aan de “gezondheidsoefening” die een zwangerschap eigenlijk is. De cijfers bevestigen dat vrouwen in deze categorie meer alcohol drinken. We zien dat succesvolle vrouwen meer de stijl van mannen overnemen in het omgaan met producten en ook meer in middelengebruik en -misbruik terechtkomen. Over illegale middelen ken ik geen cijfers. Volgens de literatuur zijn peer pressure en sensation seeking bij mannen de belangrijkste aanleiding om naar middelen te grijpen. Dit ligt bij vrouwen helemaal anders. Ze maken vaak kennis met illegale drugs via hun vaste partner. Of zij doen, veel vaker dan mannen, aan zelfmedicatie om psychische moeilijkheden te hanteren. Medicatie wordt vaak opgestart op voorschrift van een dokter, maar de vlotte beschikbaarheid van dergelijke middelen, desnoods via het illegale circuit, leidt tot zelfmedicatie.

dr peuskens webDr.  Hendrik Peuskens: “Vrouwen zijn geen light versie van mannen. Een genderspecifieke lezing van de programma’s is dan ook noodzakelijk.”

 

 

 

 

Hoe verklaart u het hoge aantal vrouwen die voor producten kiest als zelfmedicatie?
Peuskens: Waarom is dat zo? Hebben vrouwen meer te maken met een depressie? Meer angstklachten? Ja dat is zo. Vrouwen neigen ertoe om dergelijke klachten meer aan te geven dan mannen. Ze gaan daarvoor vaker langs bij hulpverleners dan mannen. Een belangrijke factor bij vrouwen met middelengerelateerde problemen blijkt de aanwezigheid van belastende ervaringen in de jeugd te zijn. Bij vrouwen met verslavingsproblematiek zijn patiënten met een trauma in de voorgeschiedenis oververtegenwoordigd, terwijl dit bij mannen met verslaving veel minder opvallend is. Die gegevens over belastende ervaringen in de jeugdjaren zijn indrukwekkend. Uitgebreide onderzoeken met bevraging van duizenden personen tonen aan dat 10-tallen procenten van de bevraagde mensen belangrijke traumatische ervaringen in hun kindertijd hebben gehad . De invloed van deze adverse childhood events (getuige van geweld zijn, slachtoffer van geweld zijn, echtscheiding, zelfmoord in de omgeving,…) blijft een onderschat fenomeen, zeker bij vrouwen (1). Vrouwen reageren daarop met internaliserende klachten. Het gevolg is dat deze vrouwen vaker automedicatie nemen en dat maakt dan weer dat het risico veel hoger is om in middelengebruik te belanden. Binnen het spectrum van die belastende jeugdervaringen zie je dat jonge vrouwen bijna dubbel zo vaak slachtoffer zijn van seksueel misbruik.

Initiatie druggebruik via intieme partner

Doordat hier een groot taboe over bestaat, lopen ze een groot risico voor een chronische traumatische evolutie, geraken ze in de knoop met zichzelf en zijn ze op zichzelf aangewezen als het over taboegevoelige en gestigmatiseerde problemen gaat. Mensen met deze achtergrond, ook wanneer zij in een verslaving terecht komen, vragen een heel andere benadering in vergelijking met de sensation seekers.
Cijfers tonen verder dat vrouwen, ook na hun jeugd, meer slachtoffer zijn van geweld in intieme kring, er is meer seksueel misbruik. We moeten dat dus zeer ernstig nemen. Bovendien moet je weten dat de weg naar verslaving bij vrouwen ingeslagen wordt na initiatie door de gebruikende, intieme partner (2).Vrouwen die we in de verslavingszorg ontmoeten zijn dus vaker slachtoffer van moeilijkheden in hun primaire steungroep. Dat is helemaal anders bij doorsnee mannen. Een belangrijke groep mannen met trauma zullen eerder met acting out reageren, komen minder vaak in zorg terecht maar belanden vaker in criminaliteit. De mannen die we in verslavingszorg tegenkomen, hebben minder vaak een trauma voorgeschiedenis dan vrouwen.
In de kliniek waar ik diensthoofd bent, is alcohol bij 80% van de patiënten het hoofdprobleem. Problemen met medicijnen en illegale middelen zien we veel minder (beide 10%). We werken dus met een ander publiek dan De Sleutel. Maar we weten allemaal dat de verslaving maar een toegangspoort is. De zorg stopt niet bij de verslaving per se. We werken ook rond stemming, rond levensstijl,… en als vrouwen in verslaving terechtkomen, dan moet er aan aandacht zijn voor trauma. Het is een kwestie van alert zijn, een kwestie van rekening te houden met de co-morbiditeit die in belangrijke mate verwijst naar die trauma-achtergrond. Het traumastuk is echter moeilijk bespreekbaar. In gemengde groepen zullen vrouwen niet over hun seksuele trauma’s spreken. Ze zullen dit niet doen bij mannen die intimiderend zijn, bij jongeren die anders over seks praten. In damesgroepen zien we significante verschillen in de klachten rond angst of depressie die dan plots wel naar boven komen.

Is er te weinig aandacht voor het aspect trauma?
Peuskens: De impact van jeugdtrauma gaat verder dan wat we zien bij posttraumatische stressstoornis. Bij dit laatste is er vaak een bewuste en welomlijnde episode met traumatisch ervaren gebeurtenissen die klachten van stress, angst en depressie veroorzaken. Jeugdtrauma daarentegen blijkt vaak over chronische blootstelling te gaan. Patiënten zijn zelf niet steeds ten volle bewust van de impact van die fenomenen. In een aantal gevallen leidt dit tot een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling en dus een persoonlijkheidsstoornis. Mensen die klinisch met cliënten met verslaving werken, komen die trauma’s tegen. Het is in de behandeling van belang om een blijvende psychische ontregeling (vb schichtigheid, angstigheid, depressieve neigingen), maar evengoed een ontregeling via stresshormonen - cortisone en adrenaline - te herkennen als gevolg van een chronisch jeugdtrauma. Een groep onderzoekers en clinici die in de ontwikkeling van versie V van de DSM (3) pleitten voor het opnemen van developmental trauma disorder deed een poging om dit belang te onderlijnen, maar uiteindelijk werd deze term niet als aparte diagnose erkend.Door die traumatische jeugdervaringen niet expliciet te erkennen, missen we inderdaad een stuk aandacht voor trauma, zowel inhoudelijk in de therapie als in de organisatie van de zorg. Dat besef moet er meer zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de gevolgen van trauma op lange termijn erg onderschat worden. Vaak worden problemen nog te veel op de persoon zelf afgewenteld. Men beseft niet dat het trauma vaak al zo lang meegaat en dat het diffuus geworden is.

Wat kunnen hulpverleners beter doen?
Peuskens: Vrouwen zijn geen light versie van mannen. Ik pleit sterk voor een genderspecifieke lezing van de programma’s.We moeten erover waken dat we getraumatiseerde mensen, binnen de verslavingszorg dus relatief veel vrouwen, niet te kil of te scherp benaderen. Ze vragen een andere zorg dan mensen bij wie verslaving ontstaan is zonder dat er een duidelijk aanwijsbaar onderliggend probleem is (‘primaire verslaving’ zo u wil ). In het zelfonderzoek dat bv. gevraagd wordt in een 12-stappen begeleiding (zoals bij de AA) wordt erg ingezet op besef van eigen fouten en tekortkomingen. Dit vraagt allicht een andere aanzet wanneer iemand een middelenverslaving ontwikkelde uit een uit de hand gelopen plezierige bezigheid, dan wanneer trauma en zelfmedicatie speelden.

Meer trauma-achtergrond bij vrouwen

huisstijl sleutel webPeuskens: Vrouwen met verslaving hebben statistisch veel meer deze trauma-achtergrond. Daar moet extra aandacht voor zijn. Vroegere interacties met hulpverleners verliepen vaak al problematisch. Vele hulpvragers haken af of voelen zich niet begrepen omdat ze zich beschuldigend aangesproken voelen. Ze moeten voelen dat ze recht van spreken hebben. Als hulpverlener kan je je afvragen of je soms niet te onverbiddelijk of te vastgebeten bij bepaalde interpretaties blijft, wanneer je reageert op iemand die voor de zoveelste maal een afspraak niet blijkt na te komen? Of je nu louter cognitieve gedragstherapie hanteert of het 12-stappen model, als je niet oppast schiet je tekort in de erkenning van vroeg trauma. Soms is het mislopen van het therapeutisch engagement of zelfs een moreel kritische beoordeling van herval, voldoende om mensen te her-traumatiseren.
Om dit te helpen voorkomen kunnen de principes rond ‘Trauma informed care’ (4) een hulpmiddel zijn. Het is een set van aanbevelingen om als organisatie na te gaan of je als hulpverlener genoeg kansen biedt om hierover te spreken, of je de symptomen voldoende (h)erkent, of je voldoende rekening houdt met de alledaagse impact die trauma heeft, … Wat is fysiek en psychisch veilig? Zijn er genoeg vrouwen in een team,…Mogen mensen in elkaars slaapkamer zomaar binnenlopen? Voor sommigen zal op dezelfde gang slapen een reden zijn om weg te gaan. Hoe ga je daarmee om? Hoe spreek je over veiligheid? Als een belangrijke groep patiënten seksueel trauma in hun voorgeschiedenis heeft, laat de zorgorganisatie toe om mannen en vrouwen afzonderlijk therapiesessies te volgen, afzonderlijk te sporten? Hoe alert ben je bij fysieke controles als je weet dat een belangrijk percentage van de populatie in behandeling seksueel getraumatiseerd is?
Allerlei organisatorische en inhoudelijke aspecten kan je in vraag te stellen vanuit het trauma-perspectief. Daarbij is het belangrijk te bedenken dat je antwoorden niet met het team alleen kan uitdenken: de inbreng van de cliënt zelf is even belangrijk hierbij. Ga uit van de kracht van de mensen en leer hun die kracht terugvinden. Dat gebeurt automatisch als je herstelgericht denkt en de cliënt een belangrijke stem geeft. Het is dus ook een pleidooi om nog meer te werken via gedeelde besluitvorming waarbij zowel de hulpverlener als de cliënt hun besluiten aan mekaar toetsen.

 

Paul De Neve (september 2019) 

 

  1. 4 of meer adverse childhoodevents meemaken in een leven komt bij vrouwen 15 % keer voor, bij mannen 9%.
  2. World Drug Report 2018, United Nations publication, Sales No. E.18.XI.9
  3. DSM V, voluit Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: standaardwerk voor mensen uit de verslavingszorg van de American Psychiatric Association (APA).
  4. Samhsa’s Concept of Trauma and Guidance for Trauma-Informed Approach, 2014

Stigma staat herstel in de weg

Volg ons op Facebook

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Klik hier voor meer info 

  • Volledige agenda