De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



dinsdag 22 september 2009 00:00

Preventiestrategieën in Europa: een interview met Gregor Burkhart

Wanneer is preventie effectief? Hoe voorkom je problemen bij kwetsbare groepen? Welke soorten geïndiceerde preventie bestaan er? Welke strategieën zien we in Europa?

burkhartpasfoto_web Gregor Burkhart is dokter en leidt al 15 jaar het preventieteam van het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction in Lissabon. Een interview met een autoriteit met een uitstekende kijk op hoe er in de Europese Unie aan preventie wordt gedaan.

Het  EMCDDA staat voor European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction. Dit  gerenommeerde instituut, met haar zetel in Lissabon, bestudeert in opdracht van de Europese Unie wat voor drugs gebruikt worden, hoe, waar en waarom. Het instituut monitort ook de responsen in Europa op de drugproblemen: het beleid, de behandeling en de preventie. Hierna kan u een interview lezen met Gregor Burkhart die al 15 jaar het preventieteam op het EMCDDA leidt.  Zodoende heeft Dr Burkhart een uitstekende kijk op hoe er in de Europese Unie aan preventie wordt gedaan.

Het EMCDDA classificeert preventie in vier groepen. Het begint met environmental strategies die gericht zijn op de samenleving. Het gaat om economische of culturele aspecten: de invloed van de wet of de omgeving op de keuze om al dan niet een drug te gebruiken.

In de volgende drie soorten preventie richt je je op de doelgroepen zelf. Universele preventie is voor grote groepen, bijvoorbeeld alle leerlingen van een school. Je maakt daarvoor geen indeling in grote of kleine risico’s, maar gaat ervan uit dat iedereen in die groep ongeveer hetzelfde risico loopt.

Dat wordt anders in selectieve preventie: hier staan risicogroepen centraal. De reden van dat hogere risico ligt meestal bij sociale uitsluiting.  Jonge delinquenten, leerlingen met schoolproblemen, schoolafhakers, kinderen in sociaal en economisch kwetsbare gezinnen bijvoorbeeld. Ook jongeren uit kansarme buurten, en soms ook uit etnische minderheden lopen meer risico op het ontwikkelen van problemen met drugs.

Tenslotte komt de geïndiceerde preventie.  Deze vorm van preventie richt zich op enkelingen die een individueel risico lopen of waarbij zich extra snel problemen kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld sommige jongeren met ADHD, met gedragsstoornissen, of sensatiezoekers. De reden van het individuele verhoogde risico is overigens voor een goed deel neurobiologisch bepaald. Een typisch voorbeeld is de jongere uit een goed gezin in een goede buurt die toch aan de drugs raakt omdat hij kampt met een innerlijk probleem.

Een interview met dr Gregor BURKHART

P R E V E N T I E S T R A T E G I E E N   I N    E U R O P A

Johan Jongbloet (*): Geeft u eens een voorbeeld van een environmental strategy? 

Gregor Burkhart: Het duidelijkst is de prijs van alcohol of sigaretten. Maar ook het klimaat van tolerantie en perceptie van cannabis. Het is erg belangrijk om in Europa vergelijkingen te kunnen maken van maatregelen inzake minimumleeftijd, toegelaten reclame, marketing strategieën... Ze hebben een enorme impact want poly-druggebruik begint met jonge mensen die tabak, alcohol en cannabis binnen een bepaalde culturele context gebruiken: die middelen hangen samen en vormen echt een initiatie op druggebruik. Ingrepen die de context of omgeving veranderen zijn erg effectief op het alcohol- en cannabisgedrag van jongeren.

Wat vindt u zo interessant aan de indeling in universele, selectieve en geïndiceerde preventie?

De indeling die we voorheen gebruikten (primaire, secundaire en tertiaire preventie[1]) liep steeds weer stuk op het onderscheid tussen niet-gebruik, gebruik en misbruik. Met deze nieuwe indeling vertrekken we vanuit een duidelijk onderscheid in risico’s. Universele preventie betekent een laag, gelijkaardig risico voor iedereen, selectieve preventie is een risico voor een sociale groep, geïndiceerde preventie is een individueel risico gebaseerd op welbepaalde indicaties.

Welke verschillen ziet u binnen de EU in strategieën op school?

Een belangrijk voorbeeld van universele preventie is het lessenpakket op school met een gestandaardiseerd protocol, zoals Unplugged. De inhoud en vorm van het programma maken deel uit van een design. Elk deel van de les is als het ware ingevuld, al zijn ze niet helemaal afgestemd op de lokale situatie. Daarvoor heeft de leerkracht ruimte om bij te sturen. De leraar hoeft enkel te weten wat de componenten van het programma zijn en welke sessies hij moet geven. Daarvoor krijgt hij een korte, maar kwalitatief hoogstaande, gefocuste en intensieve training. Omdat elke leraar verschillende klassen per jaar kan bereiken, geeft dat het voordeel dat het programma onmiddellijk op grote schaal wordt verspreid. Spanje is hierin de trendsetter. Ook België, Nederland en Duitsland hebben dergelijke programma’s en sommige nieuwe lidstaten beginnen hiermee te experimenteren. Frankrijk heeft ze op haar beurt dan weer helemaal niet. Hoewel de interesse voor zulke gestandaardiseerde interventies gestaag groeit, is het opvallend dat die programma’s niet de meest gebruikte zijn in Europa.

We vinden er vooral geïmproviseerde ad hoc programma’s. Scholen bepalen voor wat preventie betreft dan zelf wat ze doen en wanneer ze dat doen. Het grote probleem is echter dat het bij de overgrote meerderheid van die zelf ontworpen programma’s voornamelijk draait rond het geven van informatie over illegale drugs en dit is niet zonder risico. Het gevaar schuilt erin dat je de interesse opwekt van die jongeren die voordien helemaal geen interesse toonden voor illegale drugs. Dat is bijvoorbeeld precies wat de Big American Cannabis Campaign aanrichtte. De evaluatie toonde aan dat de intentie om drugs te gebruiken precies bij die leerlingen die voordien geen interesse voor drugs toonden, verhoogde. Dat komt voor als je alleen informatie verspreidt, zonder andere componenten eraan vast te haken.

Hoe doen de EU-lidstaten het met selectieve preventie?

Individuen uit de kwetsbare doelgroepen hebben vaak minder kansen en middelen. Selectieve preventie wil deze jongeren een grotere veerkracht aanleren door te werken aan de condities die aan de grondslag liggen van die grotere kwetsbaarheid.  Selectieve preventie focust dus niet op drugs of alcohol zelf. Kort gezegd gaat het hier over empowerment en er zijn verschillende interessante voorbeelden in Europa.  België, Hongarije, Roemenië en Spanje onderscheiden zich wat betreft preventie bij etnische minderheden. In Duitsland loopt een gestandaardiseerd trainingsprogramma voor jonge overtreders dat nu is verspreid over tien lidstaten. Het mooie is de structuur van dit programma, want het zit ingebed in het justitieel apparaat. Stay in school in Ierland bijvoorbeeld focust op buurten waar veel jongeren met school stoppen en aan de drugs raken. Slechts enkele lidstaten hebben interventies in achtergestelde buurten.  Selectieve preventie verscherpt immers het spanningsveld tussen  interventie versus  stigmatisering. In Portugal gaan ze heel ver en maken ze kaarten waarop probleemwijken ingekleurd worden. Het voordeel is dat de hele gemeenschap van straathoekwerkers, hulpverleners en ordediensten inspraak heeft over het risiconiveau; niet alleen het  oordeel van experts telt dus. Groot-Brittannië investeert acht miljoen pond per jaar in drugpreventie voor kwetsbare buurten die ze in kaart brengen en ook Frankrijk classificeert zones d’éducation prioritaires en zorgt voor specifieke interventies in die kwetsbare wijken. Ik geloof dat het echter België was dat verklaarde dat die interventies onmogelijk kunnen vanwege de stigmatisering die ze in de hand werken. Stigmatisering is echter een vervelend argument.  Het is niet tastbaar: er zijn niet veel publicaties waarin stigma's gemeten worden.

En wat gebeurt er aan geïndiceerde preventie?

Die preventiestrategieën leren aan hoe je beter met jezelf kunt omgaan. Met je vaardigheden, je tekortkomingen, je situatie. Er zijn weinig voorbeelden van, maar ze blijken vaak erg effectief te zijn. Zo is er een interessante publicatie van Patricia Conrod over een interventie bij sensation seekers in Engeland die drinken omdat ze geloven dat alcohol hun onzekerheid vermindert of hen een beter gevoel geeft. Van elke twee jongeren uit die groep die de interventie kregen was er eentje bij wie het werkte, dus dat is een erg hoge slaagkans. Een Nederlands programma Coping Power, focust op kinderen die duidelijke gedragsproblemen hebben. Het programma betrekt leerlingen, onderwijzers en ouders in verschillende intensieve training sessies. De evaluatie is nog niet afgerond maar het lijkt erop dat ook dit een grote impact heeft. Coping Power heeft een evenknie in Galicië. Tot slot zijn er ook programma’s voor jongeren die in het ziekenhuis terecht komen omdat ze te veel gedronken hadden. Ze komen in contact met een preventiewerker die met hen korte motivationele interviews doet.

Geïndiceerde preventie leert mensen hoe ze met hun kwetsbare condities moeten omgaan. De jongere of zijn ouders moeten aanvaarden dat hij bijvoorbeeld snel opgewonden is: ze moeten strategieën van impulscontrole aanleren en inoefenen. Net als bij alle preventie, gaat het hier al snel helemaal niet meer over drugs.

Wat is de meest effectieve preventie?

De strategieën vullen elkaar aan. Voor iemand met een verhoogd risico is er niets zo effectief als een interventie die binnen de geïndiceerde preventie kadert. Een training voor jongeren uit risicogroepen moet de vaardigheden versterken in het omgaan met uitdagingen die een rol spelen in hún leven en niet in zaken die niet aan de orde zijn in hun leefomgeving. Als we het hebben over effectiviteit, dan is het duidelijk dat geïndiceerde preventie hoger scoort, maar dat is ook logisch. Als het risiconiveau hoog is en de interventie is min of meer effectief, dan kun je statistisch een grote risicovermindering aantonen. In universele preventie daarentegen is het algemene risiconiveau veel lager en dan moet je dus een heel grote groep bereiken om iets van vermindering aan te tonen. Voor preventie van tabak en alcohol, zijn environmental strategies effectiever dan peer to peer communicatie. Als je de normen en het culturele klimaat rond een fenomeen verandert is dat veel effectiever dan directe communicatie omdat jongeren hun gedrag toch aan de anderen spiegelen.

Wat is uw advies voor de verdere uitbouw van selectieve en geïndiceerde preventie?

Allereerst is het belangrijk om selectieve en geïndiceerde preventie niet te verwarren met schadebeperking. Het inwisselen van naalden voor druggebruikers is bijvoorbeeld schadebeperking.  Bij de doelgroep die we met selectieve en geïndiceerde preventie trachten te bereiken, kunnen we echter veel fundamentelere resultaten boeken. Als we weten dat sociale factoren aan de grondslag liggen van het gedrag, waaronder dus ook druggebruik, dan moeten we daaraan werken. Weerstand, veerkracht en mondigheid verhogen is dan belangrijker dan informeren over drugs. Iedereen weet toch dat kinderen algemeen genomen meer weten over drugs dan volwassenen? We kunnen ten hoogste wat mythes corrigeren, maar meestal zijn dat zelfs culturele mythes. Ze geloven bijvoorbeeld dat iedereen drugs gebruikt, wat niet het geval is. Vooral meisjes geloven dat iedereen druggebruik accepteert, wat uiteraard niet zo is. Ze geloven ook dat er een veel groter percentage mensen drugs gebruikt dan dat het geval is. Dit soort misvattingen kun je corrigeren met strategieën die werken aan sociale normen of normative belief. Je wijst dan op de discrepantie tussen perceptie en  werkelijkheid en toont aan wat de meerderheid écht doet.

Op de portaalsite http://www.eddra.eu/ kun je geëvalueerde programma’s in allerlei maten en gewichten vinden. Bij selectieve preventie zien we dat het belangrijk is om niet te focussen op het druggebruik zelf, maar om dat gebruik te zien als één van de vele indicatoren die een probleem aangeven. Het echte probleem ligt echter onder de oppervlakte en heeft te maken met hoe mensen opgroeien, met hun sociale vaardigheden en hun toekomstverwachtingen. De meest effectieve programma’s focussen dus op andere factoren dan drugs: het beter doen op school, in school blijven, hoe jezelf waarmaken in het leven of in de (probleem)buurt, etc. Dat zijn essentiële factoren die helpen om het gebruik van drank en andere drugs te controleren en het afglijden naar delinquentie te voorkomen.

Voor de geïndiceerde preventie geldt hetzelfde. We brengen het destructieve patroon van het overmatig druggebruik in verband met wat je anders nog wil bereiken in je leven:  je kunt niet iemand worden als je ieder weekend je brein kapot maakt door helemaal plat te gaan.  Ik denk dat dit sleutelaspecten zijn voor goede preventiecampagnes. Er ligt echter nog steeds te veel nadruk op de informatiecomponent rond druggebruik terwijl dit noch aanlokkelijk, noch nuttig en zelfs gevaarlijk kan zijn voor de doelgroep van de goedbedoelde preventie.

Wat vindt u van het EU-Dap Unplugged programma voor de eerste graad van de middelbare school?

Unplugged heeft het grote voordeel van wat we noemen het gestandaardiseerde protocol: met relatief weinig training weet je hoe je het programma moet toepassen. Tegelijk leer je wat de essentiële componenten zijn zodat je één en ander kunt aanpassen aan de specifieke situatie in de klas. De bijdrage van Unplugged is dat het gebaseerd is op een stevig concept en vooral: geëvalueerd. We kennen het effect van het toepassen ervan in de klas en als dat positief is, wat het geval is voor Unplugged, zou ik overheden aanraden om zo’n programma toe te passen in plaats van ad hoc uitgewerkte programma's.

Het mooiste zou zijn als Unplugged op een grotere schaal werd toegepast, en geëvalueerd zou worden op een groter aantal leerlingen. Dan kan de onderzoeksmethodiek verder verfijnd worden om de studie nog sterker te maken. De evaluatie van Unplugged brengt enkele zwakke punten aan het licht. Zo heeft het minder effect op meisjes en het algemeen effect verdwijnt na verloop van tijd. De samenstelling van de EU-Dap groep schept de gelegenheid om verder onderzoek te doen en zo voortdurend te verbeteren. Andere gelijkaardige programma’s in het verleden werden eveneens getest en uitgevoerd maar daarna niet meer geëvalueerd. Het is belangrijk dat implementatie blijft samengaan met onderzoek, en dan vooral in verschillende lidstaten. Het mag geen commercieel product zijn dat wordt verkocht zonder de effecten te controleren. Daarnaast is het geweldig dat het een crosscultureel programma is. Europeanen hebben immers de misvatting dat alles wat van één cultuur naar een andere cultuur gaat, niet werkt. We gebruiken geen Amerikaanse concepten in onze programma’s, want die lijken toch zo verschrikkelijk verschillend. EU-Dap toont echter wel effectiviteit in verschillende culturele settings. Daarom is het interessant verder te onderzoeken wat het dan precies anders maakt. Die kans mogen we niet laten liggen. Het is immers de eerste keer dat we kunnen aantonen dat een concept zowel werkt in Griekenland als in België, Italië of Polen. De culturele verschillen spelen dus niet zo’n grote rol. Het is van belang om de werking op het terrein te blijven verbeteren.

Interview: Johan Jongbloet (september 2009)

(*)Johan Jongbloet is een jonge onderzoeker die voor het departement Sociaal Agogisch Werk van de Hogeschool Gent het EMCDDA bezocht en een interview met Dr Burkhart had.

[1] Primair: voor mensen zonder problemen (bijvoorbeeld een mediacampagne). Secundair: voor mensen bij wie het probleem latent aanwezig is (bijvoorbeeld schadebeperking). Tertiair: voor mensen die behandeling voor het probleem krijgen of kregen (bijvoorbeeld hervalpreventie)

 

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Juli
  • 31
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 
    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 31/7; 14/8; 28/8; 11/9; 25/9; 9/10; 23/10; 6/11; 20/11; 4/12; 18/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info







September
  • 8
    10:00 Zee-zeildag 2019

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2019 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

Oktober
  • 7
    00:00 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Meer nieuws volgt!

  • Volledige agenda