De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Het cliëntenprofiel anno 2019

Het coronavirus onderstreept dag in, dag uit het belang van epidemiologisch onderzoek. Epidemiologen verzamelen en bestuderen immers gegevens over het vóórkomen en de verspreiding van een ziekte of stoornis binnen de bevolking. Ook omtrent verslaving worden gegevens verzameld voor epidemiologische doeleinden, met name om zicht te krijgen op de vraag naar hulp of behandeling (de zogenaamde ‘treatment demand’) binnen een populatie. Deze Treatment Demand Indicator – kortweg TDI – maakt al jaren deel uit van de gegevensset die de Sleutel bijhoudt in het zorgdossier. Dergelijk zorgdossier is er voor élke cliënt die aanklopt bij De Sleutel met een vraag naar behandeling. Het voornaamste doel hiervan is het aanbieden van een aangepaste behandeling of zorg, op maat van de cliënt en zijn/haar hulpvraag. Tegelijk biedt het ons de mogelijkheid om een algemeen beeld te schetsen van de cliënt in De Sleutel. In onderstaand artikel gaan we – aan de hand van de TDI - dieper in op dit cliëntenprofiel anno 2019, en stellen we scherp op relevante verschillen tussen de types centra én evoluties doorheen de tijd (2011-2019).

TDI

De Treatment Demand Indicator is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd worden bij een eerste face-to-face contact in het kader van een nieuwe behandeling. In 2019 werden in De Sleutel bij 1936 cliënten TDI-gegevens verzameld. Dit is een daling van ruim 20% in vergelijking met 2011. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de ambulante centra en het CIC, die instaan voor respectievelijk 86% en 10% van de gegevens. De TG’s en het RKJ vertegenwoordigen telkens 2% van de TDI-gegevens.

evolutie profiel

 Geslacht, leeftijd en nationaliteit

Vijf op zes cliënten (of 83%) die zich in 2019 tot De Sleutel richten met een vraag naar behandeling zijn mannen. Deze verdeling naar geslacht is vrij stabiel in de periode 2011-2019 (steeds tussen 83% en 86%). Tussen de centra van de Sleutel is er echter een duidelijk verschil: het CIC en de TG’s hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijke’ populatie (resp. 93% en 92%) dan de ambulante centra en het jongerenprogramma RKJ (resp. 82% en 71%).

Bijna een derde van de cliënten (31%) is jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd van de cliënt in De Sleutel stijgt traag, maar gestaag: van gemiddeld 27 jaar in 2011 over 29 jaar in 2016 naar ruim 30 jaar in 2019. Het RKJ heeft per definitie de jongste cliënten in behandeling (gemiddeld 16 jaar), terwijl de cliënt in het CIC en de TG’s gemiddeld iets ouder is (respectievelijk 33 en 32 jaar).

Van alle cliënten in 2019 heeft 94% de Belgische nationaliteit. Van de niet-Belgen draagt 2% een EU-nationaliteit en 4% de nationaliteit van een land buiten de Europese Unie. In de periode 2011-2019 merken we een lichte afname van het aandeel niet-Europeanen. In de ambulante centra is het aandeel niet-Belgen iets hoger (6%), terwijl het in de andere centra om 3 à 5% gaat.

Doorverwijzende instantie en behandelverleden

Anno 2019 komt ruim een derde van de cliënten (36%) op eigen initiatief, terwijl 10% door familie of vrienden wordt verwezen. De justitiële verwijzingen zijn met 29% zeer talrijk in De Sleutel. Doorverwijzingen door andere zorgverleners scoren lager: 8% vanuit de drughulpverlening, 6% uit welzijnsvoorzieningen, 4% vanwege ziekenhuizen en 3% door huisartsen.

In vergelijking met 2011 noteren we een aantal verschuivingen: het aandeel cliënten dat op eigen initiatief komt, is gestegen (van 29% naar 36%) ten ‘nadele’ van de justitiële verwijzingen (van 34% naar 29%).

Tussen de centra van de Sleutel zijn er opvallende verschillen: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel omvangrijker in het crisiscentrum en de TG’s (resp. 25% en 60%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (10% in CIC en 9% in de TG’s versus 31% in de dagcentra en 28% in het RKJ).

Op basis van de TDI-registratie kunnen we het onderscheid maken tussen nieuwe cliënten en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest. Anno 2019 is 44% van de cliënten in De Sleutel nieuw; dit betekent dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest voor problemen in verband met druggebruik. Het aandeel nieuwe cliënten is in de periode 2011-2017 toegenomen van 41% naar 46%, om vervolgens relatief stabiel te blijven.

Andermaal zijn er grote verschillen tussen de centra. De ambulante centra en het RKJ bereiken voor circa de helft (resp. 49% en 46%) nieuwe cliënten terwijl in het CIC en de TG’s veeleer ‘gekende’ cliënten in behandeling komen (met resp. ‘slechts' 10% en 6% nieuwe cliënten). Dit betekent dat er weinig of geen eerste behandelingen voorkomen in deze centra.

evolutie clienten

 

Opleidingsniveau en arbeidssituatie

Quasi de helft van de cliëntenpopulatie in De Sleutel (48%) behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl nauwelijks 8% hoger onderwijs heeft afgerond. Dit betekent dat de helft van de cliënten het secundair onderwijs niet met succes heeft afgewerkt. Er zijn weinig verschillen tussen de centra met betrekking tot het opleidingsniveau, en het opleidingsniveau van de cliënten is nauwelijks gestegen in de periode 2011-2019.

Ruim één op drie cliënten in behandeling (35%) is regulier tewerkgesteld, terwijl 27% werkloos is en 19% arbeidsongeschikt. In vergelijking met voorgaande jaren is het aandeel tewerkgestelden onder de cliënten licht gestegen, terwijl het omgekeerde geldt voor de groep van werklozen. In de dagcentra (39%) is het aandeel tewerkgestelden hoger dan in het CIC (13%) en de TG’s (6%). Eén op zeven (15%) is student. Deze groep blijft relatief stabiel sinds 2011. Het RKJ scoort hier uiteraard het hoogst (97%) terwijl het aantal studenten in het CIC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 3% en 0%.

Voornaamste drug en spuitgedrag

Naast bovenstaande socio-demografische variabelen gaat de TDI uiteraard ook in op een aantal druggerelateerde kenmerken; met name het voornaamste product dat aan de basis ligt van de vraag naar behandeling en het spuitgedrag vormen essentiële gegevens.

productevolutie

Met betrekking tot het voornaamste product stellen we vast dat cannabis met 44% de koploper vormt binnen de populatie van De Sleutel. Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek steeg het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen tot 2013 om daarna stabiel te blijven. Binnen de cliëntenpopulatie is de productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne) ‘in vrije val’. In 2011 vormden opiaten nog de tweede voornaamste productgroep met 23%. Inmiddels zijn opiaten weggezakt naar de 4de plaats met ‘amper’ 8%. Zowel cocaïne als stimulantia (resp. 28% en 14% in 2019) zijn vanaf 2014 belangrijker geworden dan de groep van opiaten. Sinds 2014 wint cocaïne zeer sterk terrein, terwijl stimulantia over hun hoogtepunt zijn.

Behalve deze algemene evoluties stellen we vast dat de productprofielen sterk uiteenlopen naargelang het type centrum. De ambulante centra worden gekenmerkt door een sterk vertegenwoordigd ‘cannabiscliënteel’ (47% in 2019), terwijl de andere productgroepen op respectabele afstand volgen (27% cocaïne, 14% stimulantia en 6% opiaten). Bij het RKJ is het belang van cannabis als belangrijkste product nog groter (87%). Het CIC-plaatje wijkt hier zeer sterk van af: cocaïne blijft anno 2019 de absolute koploper met 38%, terwijl opiaten wegzakken (van 54% in 2011 naar 20% in 2019). Stimulantia (13%) en cannabis (19%) volgen op korte afstand van de opiaten. Ook in de TG’s verliezen opiaten verder terrein (22%), en zijn stimulantia (25%) en cocaïne (28%) belangrijker als productgroep. Het aandeel ‘cannabiscliënteel’ blijft met 6% zeer laag in de TG’s.

De gemiddelde leeftijd van de slinkende opiaatgroep is in de periode 2011-2019 gestegen met 7 jaar tot gemiddeld 38 jaar. Voor de andere productgroepen merken we een beperktere stijging, nl. met 2 à 3 jaar (cocaïne: gemiddeld 32 jaar, stimulantia: 33 jaar en cannabis: 26 jaar). De ‘cannabiscliënten’ zijn vaker cliënten die voor het eerst in behandeling komen (58% nieuwe cliënten), terwijl dit voor de andere productgroepen niet het geval is (42% voor cocaïne, 30% voor stimulantia en slechts 6% voor opiaten).

Een achtste (13%) van de cliënten in 2019 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan 35% dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (4% recente spuiters). Het aandeel spuiters is in de periode 2011-2019 geleidelijk gedaald (van 24% in 2011 tot 13% in 2019). Het afnemend belang van opiaten hangt hier ongetwijfeld mee samen. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de types centra. Binnen de ambulante centra is het aantal injecteerders (10% ooit en 3% recent) veel kleiner, terwijl het CIC met 28% ooit- en 14% recente injecteerders veel hoger scoort. In de TG’s heeft 48% van de cliënten ooit gespoten terwijl het RKJ met 3% ooit-spuiters het laagst scoort.

Geert Lombaert

(mei 2020)

 

Aanverwante info

Bedoeling van de Treatment Demand Indicator

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.