De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



Evoluties van het cliëntenprofiel in De Sleutel (2011-2017)

Van alle cliënten die zich tot De Sleutel wenden met een vraag naar behandeling worden een aantal gegevens verzameld. Het voornaamste doel hiervan is het aanbieden van een aangepaste behandeling, op maat van het profiel en de hulpvraag van de cliënt. Daarnaast worden een beperkt aantal cliëntgegevens bijgehouden om te voldoen aan de TDI-verplichtingen. Hier zijn hoofdzakelijk epidemiologische doeleinden aan de orde. In volgend artikel schetsen we – aan de hand van de TDI - het profiel van de cliënt in De Sleutel, anno 2017. Daarbij stellen we scherp op relevante verschillen tussen de types centra waartoe de cliënt zich wendt, én evoluties doorheen de tijd (2011-2017).


TDI

De Treatment Demand Indicator (kortweg TDI) is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd worden bij een eerste face-to-face contact in het kader van een nieuwe behandeling. In 2017 werden in De Sleutel bij 2270 cliënten TDI-gegevens verzameld. Dit is een lichte stijging in vergelijking met 2016, maar een daling van 10% ten opzichte van 2011. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan het CIC en de ambulante centra, die echter instaan voor 84% van de gegevens. Het CIC maakt 12% uit, de TG’s 3% en het RKJ ruim 1%.

evolutie aantal tdi registraties

Geslacht, leeftijd en nationaliteit

Vijf op zes cliënten (of 84%) die zich in 2017 tot De Sleutel richten met een vraag naar behandeling zijn mannen. Deze verdeling naar geslacht is vrij stabiel in de periode 2011-2017 (steeds tussen 83% en 86%). Tussen de centra van de Sleutel is er echter een duidelijk verschil: het CIC en de TG’s hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijke’ populatie (telkens 92%) dan de ambulante centra en het jongerenprogramma RKJ (resp. 83% en 88%).

Precies een derde van de cliënten (33%) is jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd van de cliënt in De Sleutel stijgt traag, maar gestaag: van gemiddeld 27 jaar in 2011 over 28 jaar in 2013 naar 29 jaar in 2016 en 2017. Het RKJ heeft per definitie de jongste cliënten in behandeling (gemiddeld 16 jaar), terwijl de cliënt in het CIC en de TG’s gemiddeld iets ouder is (respectievelijk 32 en 31 jaar).

Van alle cliënten in 2017 heeft 94% de Belgische nationaliteit. Van de niet-Belgen draagt 3% een EU-nationaliteit en 3% de nationaliteit van een land buiten de Europese Unie. In de periode 2011-2017 merken we een geleidelijke afname van het aandeel niet-Europeanen. In de ambulante centra is het aandeel niet-Belgen iets hoger (7%) dan in het CIC (4%), de TG’s en het RKJ (telkens 3%).

Doorverwijzende instantie en behandelverleden

Anno 2017 komt een derde van de cliënten (34%) op eigen initiatief, terwijl 10% door familie of vrienden werd verwezen. De justitiële verwijzingen zijn met 29% zeer talrijk in De Sleutel. Doorverwijzingen door andere zorgverleners scoren lager: 7% vanuit de drughulpverlening, 6% uit welzijnsvoorzieningen, 4% vanwege ziekenhuizen en 3% door huisartsen.

In vergelijking met 2011 noteren we een beperkt aantal verschuivingen: het aandeel cliënten dat op eigen initiatief komt, is gestegen (van 29% naar 34%) ten ‘nadele’ van de justitiële verwijzingen (van 34% naar 29%).

Tussen de centra van de Sleutel is er een opvallend verschil: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel omvangrijker in het crisiscentrum en de TG’s (resp. 38% en 26%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (8% in CIC en 3% in de TG’s versus 33% in de dagcentra en 21% in het RKJ).

evolutie aandeel nieuwe versus gekende

Op basis van de TDI-registratie kunnen we het onderscheid maken tussen nieuwe cliënten en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest. Anno 2017 is 46% van de cliënten in De Sleutel nieuw; dit betekent dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest voor problemen in verband met druggebruik. Het aandeel nieuwe cliënten is in de periode 2011-2017 toegenomen van 41% naar 46%. De overige 54% zijn zogenaamd gekende cliënten.

Andermaal zijn er grote verschillen tussen de centra. De ambulante centra en het RKJ bereiken voor circa de helft (resp. 52% en 48%) nieuwe cliënten terwijl in het CIC en de TG’s veeleer ‘gekende’ cliënten in behandeling komen (met resp. ‘slechts' 11% en 0% nieuwe cliënten). Dit betekent dat er weinig of geen eerste behandelingen voorkomen in deze centra.

Opleidingsniveau en arbeidssituatie

De helft van de cliëntenpopulatie in De Sleutel (50%) behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl nauwelijks 7% hoger onderwijs heeft afgewerkt. Dit betekent dat de helft van de cliënten het secundair onderwijs niet met succes heeft afgerond. Er zijn weinig verschillen tussen de centra met betrekking tot het opleidingsniveau, en het opleidingsniveau van de cliënten is nauwelijks gestegen in de periode 2011-2017.

Bijna één op drie cliënten in behandeling (31%) is regulier tewerkgesteld, terwijl eenzelfde aandeel (30%) werkloos is. In vergelijking met voorgaande jaren is het aandeel tewerkgestelden onder de cliënten licht gestegen, terwijl het omgekeerde geldt voor de groep van werklozen. In de dagcentra (35%) is het aandeel tewerkgestelden hoger dan in het CIC (16%) en de TG’s (3%). Bijna één op zes (16%) is student. Deze groep blijft stabiel over de laatste 7 jaar. Het RKJ scoort hier uiteraard het hoogst (91%) terwijl het aantal studenten in het CIC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 2% en 0%.

Voornaamste drug en spuitgedrag

Naast bovenstaande socio-demografische variabelen gaat de TDI uiteraard ook in op een aantal druggerelateerde kenmerken; met name het voornaamste product dat aan de basis ligt van de vraag naar behandeling en het spuitgedrag zijn cruciale gegevens.

evolitie productgroep

Met betrekking tot het voornaamste product stellen we vast dat cannabis met 44% de koploper vormt binnen de populatie van De Sleutel. Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek steeg het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen tot 2013 om daarna stabiel te blijven. De productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne) is als het ware in vrije val. In 2011 vormde opiaten nog de tweede voornaamste productgroep met 23%. Inmiddels is opiaten weggezakt naar de 4de plaats met ‘amper’ 10%. Zowel cocaïne als stimulantia (resp. 24% en 15% in 2017) zijn sinds 2014 belangrijker geworden dan de groep van opiaten. Vanaf 2014 wint cocaïne zeer sterk terrein, terwijl stimulantia over zijn hoogtepunt is.

Behalve deze algemene evoluties stellen we vast dat de profielen sterk uiteenlopen naargelang het type centrum. De ambulante centra worden gekenmerkt door een sterk vertegenwoordigd ‘cannabiscliënteel’ (48% in 2017), terwijl de andere productgroepen op respectabele afstand volgen (23% cocaïne, 14% stimulantia en 8% opiaten). Bij het RKJ is het belang van cannabis als belangrijkste product nog groter (76%), terwijl cocaïne 12% uitmaakt in het RKJ. Het CIC-plaatje wijkt hier zeer sterk van af: cocaïne is anno 2017 de absolute koploper geworden met 33%, terwijl  opiaten zeer snel terrein verliest (van 54% in 2011 naar 24% in 2017). Stimulantia (13%) en cannabis (17%) volgen op afstand maar de ‘kloof’ met opiaten wordt zienderogen kleiner. Ook in de TG’s is opiaten niet langer de belangrijkste productgroep (21%), want inmiddels bijgehaald door stimulantia (36%) en cocaïne (25%). Het aandeel ‘cannabiscliënteel’ blijft met 6% zeer laag in de TG’s. 

De gemiddelde leeftijd van de krimpende opiaatgroep is in de periode 2011-2017 gestegen met 5 jaar tot gemiddeld 36 jaar. Voor de andere productgroepen merken we een beperktere stijging, nl. telkens met 2 jaar (cocaïne en stimulantia: gemiddeld 32 jaar en cannabis: 25 jaar). De ‘cannabiscliënten’ zijn vaker cliënten die voor het eerst in behandeling komen (64% nieuwe cliënten), terwijl dit voor de andere productgroepen niet geldt (41% voor cocaïne, 33% voor stimulantia en slechts 8% voor opiaten).

Een zevende (15%) van de cliënten in 2017 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan bijna een derde dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (5% recente spuiters). Het aandeel injecteerders is in de periode 2011-2017 gaandeweg gedaald (van 24% in 2011 tot 15% in 2017). Het dalend belang van opiaten hangt hier ongetwijfeld mee samen. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de types centra. Binnen de ambulante centra is het aantal spuiters (11% ooit en 3% recent) veel kleiner, terwijl het CIC met 37% ooit- en 16% recente injecteerders veel hoger scoort. In de TG’s heeft 47% van de cliënten ooit gespoten terwijl het RKJ met 6% ooit-spuiters het laagst scoort.

Geert Lombaert

(november 2018)

 

 

 

 

 

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input
Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Maart
  • 18
    09:30 Studiedag over 'Stigma als struikelblok op weg naar herstel'

    Deze studiedag vindt plaats te Leuven en wordt georganiseerd door de stuurgroep vrouwenwerking van de vier Vlaamse Therapeutische Gemeenschappen; nl. De Kiem, De Sleutel, De Spiegel, Katarsis en VAD, dit in samenwerking met het Provinciehuis van Leuven.  De studiedag handelt over vrouwen en verschillende vormen van afhankelijkheid.

    De volgende sprekers hebben voorlopig bevestigd: Allie Weerman, prof. Piet Bracke, Brenda Froyen, Dr. Hendrik Peuskens

    Meer info volgt.

  • Volledige agenda