De Sleutel Logo

Het profiel van de cliënt in De Sleutel anno 2016

Van alle cliënten die zich tot De Sleutel wenden met een vraag naar behandeling worden een aantal gegevens bijgehouden. Dit gebeurt in eerste instantie met het oog op het aanbieden van een aangepaste behandeling, op maat van het profiel en de hulpvraag van de cliënt. Daarnaast worden bepaalde cliëntgegevens verzameld om te voldoen aan de TDI-verplichtingen. Hier zijn vooral epidemiologische doeleinden van belang. In onderstaand artikel gaan we – aan de hand van de TDI – dieper in op het profiel van de cliënt in De Sleutel, anno 2016. Daarbij staan we stil bij relevante verschillen tussen de types centra waartoe de cliënt zich wendt, én evoluties doorheen de tijd (2011-2016).

TDI

De TDI of Treatment Demand Indicator is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd wordt naar aanleiding van een eerste face-to-face contact van een nieuwe behandeling. In 2016 verzamelde De Sleutel TDI-gegevens bij 2181 cliënten. Dit is een daling van 13% ten opzichte van 2011. Deze daling is voornamelijk toe te schrijven aan de ambulante centra en het CIC, die respectievelijk instaan voor 84% en 12% van de gegevens. De 2 TG’s samen maken 3% uit en het RKJ ruim 1%.  

evolutie tdi

Geslacht, leeftijd en nationaliteit

Zes op zeven cliënten (of 86%) die zich in 2016 tot De Sleutel richten met een vraag naar behandeling zijn mannen. Deze verdeling naar geslacht is vrij stabiel in de periode 2011-2016 (steeds tussen 83% en 86%). Tussen de centra van De Sleutel is er echter een duidelijk verschil: het CIC en de TG’s hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijke’ populatie (resp. 89% en 92%) dan de ambulante centra (84%). Ruim een derde van de cliënten (35%) is jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd van de cliënt in De Sleutel stijgt gestaag: van gemiddeld 27 jaar in 2011 over 28 jaar in 2013 naar 29 jaar in 2016. In het CIC en de TG’s is de cliënt in behandeling gemiddeld iets ouder (nl. 30 jaar), terwijl het RKJ per definitie de jongste cliënten heeft (gemiddeld 16 jaar). Van alle cliënten in 2016 heeft 95% de Belgische nationaliteit. Van de niet-Belgen draagt 2% een EU-nationaliteit en 3% de nationaliteit van een land buiten de Europese Unie. In de periode 2011-2016 merken we een geleidelijke afname van het aandeel niet-Europeanen. Niet-Belgen zijn in het CIC en de TG’s (telkens 1%) en het RKJ (3%) nog minder sterk vertegenwoordigd dan ambulant (6%).

Doorverwijzende instantie en behandelverleden

Anno 2016 komt een derde van de cliënten (33%) op eigen initiatief, terwijl 12% door familie of vrienden werd verwezen. De justitiële verwijzingen zijn met 30% zeer talrijk in De Sleutel. Doorverwijzingen door andere zorgverleners scoren lager: 7% vanuit de drughulpverlening, 4% vanwege ziekenhuizen, 4% uit welzijnsvoorzieningen en 3% door huisartsen. In vergelijking met 2011 noteren we een beperkt aantal verschuivingen: het aandeel justitiële verwijzingen is gedaald (van 34% naar 30%) ten ‘voordele’ van het aandeel cliënten dat op eigen initiatief komt (van 29% naar 33%). Tussen de centra van de Sleutel is er een opvallend verschil: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel omvangrijker in het crisiscentrum en de TG’s (resp. 33% en 47%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (9% in CIC en 2% in de TG’s versus 34 à 35% in de dagcentra en het RKJ).

evolutie nieuwe gekende

Belangrijk en relevant is het onderscheid tussen nieuwe cliënten (cliënten met een eerste behandeling) en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest. Anno 2016 zijn ruim 4 op 10 cliënten in De Sleutel (nl. 44%) nieuwe cliënten; dit betekent dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest voor problemen in verband met druggebruik. Het aandeel nieuwe cliënten is in de periode 2011-2016 geleidelijk toegenomen van 41% naar 44%. De overige 56% zijn zogenaamd gekende cliënten. Ook hier zijn er grote verschillen tussen de centra onderling. De ambulante centra en het RKJ bereiken voor de helft of meer (resp. 50% en 61%) nieuwe cliënten terwijl in de TG’s en het CIC veeleer ‘gekende’ cliënten in behandeling komen (met respectievelijk ‘slechts' 2% en 9% nieuwe cliënten). Dit betekent dat er weinig of geen eerste behandelingen voorkomen in deze centra.

Opleidingsniveau en arbeidssituatie

Meer dan de helft van de cliëntenpopulatie in De Sleutel (54%) behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl nauwelijks 7% hoger onderwijs heeft afgerond. Dit betekent dat een meerderheid van de cliënten het secundair onderwijs niet met succes heeft afgewerkt. Er zijn nauwelijks verschillen tussen de centra met betrekking tot het opleidingsniveau, en het opleidingsniveau van de cliënten is weinig gestegen in de periode 2011-2016.

Drie op tien (30%) van de personen in behandeling is regulier tewerkgesteld, terwijl eenzelfde aandeel (30%) werkloos is. In vergelijking met voorgaande jaren is het aandeel tewerkgestelden onder de cliënten licht gestegen in 2016, terwijl het omgekeerde geldt voor de groep van werklozen. In de dagcentra (34%) is het aantal tewerkgestelden hoger dan in het CIC (15%) en de TG’s (2%). Eén op zes (17%) is student. Deze groep blijft stabiel over de laatste 6 jaren. Het RKJ scoort hier uiteraard het hoogst (97%) terwijl het aantal studenten in het CIC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 2% en 0%.

Voornaamste drug en spuitgedrag

Naast bovenstaande socio-demografische variabelen gaat de TDI uiteraard ook in op een aantal druggerelateerde kenmerken; met name het voornaamste product dat aan de basis ligt van de vraag naar behandeling en het spuitgedrag zijn cruciale gegevens.

Met betrekking tot het voornaamste product stellen we vast dat cannabis met 45% de koploper vormt binnen de populatie van De Sleutel. Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek steeg het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen tot 2013 om daarna stabiel te blijven. Een totaal andere evolutie geldt voor de productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne). In 2011 vormden opiaten nog de tweede voornaamste productgroep met 23%. Inmiddels zijn opiaten weggezakt naar de 4de plaats en gestabiliseerd op ‘amper’ 12%. Zowel cocaïne als stimulantia (resp. 23% en 13% in 2016) zijn vanaf 2014 belangrijker dan de groep van opiaten. Sinds 2014 merken we dat cocaïne zeer sterk aan terrein wint terwijl stimulantia over hun hoogtepunt zijn.
productgroep
Naargelang het type centrum tekenen we echter zeer uiteenlopende productprofielen op. De ambulante centra worden gekenmerkt door een sterk vertegenwoordigd ‘cannabiscliënteel’ (50% in 2016), terwijl de andere productgroepen op grote afstand volgen (23% cocaïne, 12% stimulantia en 9% opiaten). Bij het RKJ is het belang van cannabis als belangrijkste product nog groter (81%), terwijl stimulantia goed zijn voor 10%. Het CIC-plaatje is afwijkend: opiaten dalen weliswaar sterk in belang, maar vormen met 32% nog steeds de koploper, terwijl cocaïne (29% in 2016) sterk groeit en op de voet volgt. Stimulantia (17%) en cannabis (slechts 14%) volgen op respectabele afstand. Ook in de TG’s is het belang van opiaten (26%) sterk gedaald, en zijn cocaïne (25%) en stimulantia (30%) ongeveer even belangrijk geworden.

De gemiddelde leeftijd van de slinkende opiaatgroep is in de periode 2011-2016 gestegen met 5 jaar tot gemiddeld 36 jaar. Voor de andere productgroepen merken we een beperktere stijging, nl. telkens met 2 jaar (cocaïne en stimulantia: gemiddeld 32 jaar en cannabis: 26 jaar). De ‘cannabis-cliënten’ zijn vaker cliënten die voor het eerst in behandeling komen (61% nieuwe cliënten), terwijl dit voor de andere productgroepen niet het geval is (45% voor cocaïne, 27% voor stimulantia en 13% voor opiaten).

Een zesde (17%) van de cliënten in 2016 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan een vijfde dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (3% recente spuiters). Het aandeel spuiters is in de periode 2011-2016 gaandeweg gedaald (van 24% in 2011 tot 17% in 2016). Het afnemend belang van opiaten hangt hier ongetwijfeld mee samen. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de types centra. Binnen de ambulante centra is het aantal injecteerders (13% ooit en 2% recent) veel kleiner, terwijl het CIC met 40% ooit- en 15% recente spuiters veel hoger scoort. In de TG’s heeft 54% van de cliënten ooit gespoten terwijl het RKJ met 10% ooit-spuiters het laagst scoort.

Geert Lombaert (september 2017)

Aanverwante artikels

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

November
  • 24
    09:30 VAD-studiedag

    VAD-studiedag 24 november 2017 waar ook dr Frederick Van Der Sypt, verbonden aan De Sleutel, als spreker zijn medewerking verleent.  In zijn lezing geeft hij een overzicht van het gebruik en misbruik van psychoactieve medicatie in Vlaanderen. Hij geeft verder een antwoord op vragen als: ‘Is medicatiemisbruik verschillend van ander middelenmisbruik?, ‘Wat is de verantwoordelijkheid van de voorschrijver?’ en ‘Wat zijn therapeutische aandachtspunten?’. Vanuit zijn praktijkervaring zal Dr. Van Der Sypt eveneens de kansen en bedreigingen voor de toekomst toelichten.


    Wanneer: 24/11/2017 Onthaal met koffie vanaf 9u, Start 9.30u – einde 15.30u

    Locatie: Vlaams Parlement

    Programma

    9.40-10.25u Middelengebruik bij mensen met een Lichte Verstandelijke Beperking (LVB)
    Joanneke van der Nagel,psychiater enhoofd kenniscentrum LVB en verslaving vanTactus

    10.40-11.10u Gendersensitieve preventie en behandeling voor alcohol- en druggebruikers
    Julie Schamp, wetenschappelijk medewerker vakgroep orthopedagogiek Universiteit Gent

    11.40-12.30u De (on)zin van angstaanjagende boodschappen in de gezondheidspromotie
    Prof. Dr. Gerjo Kok, Professor of AppliedPsychology, Universiteit Maastricht

    12.30-13.20u Lunch

    13.20-14.00u Psychoactieve medicatie: zegen en vloek
    Dr. Frederick Van Der Sypt, verslavingsarts De Sleutel en Forensisch Psychiatrisch Centrum Gent: In deze lezing geeft

    14.00-14.15u Woordje van de minister

    14.30-15.00u Gebruik van psychoactieve medicatie bij studenten
    Dr. Maura Sisk, huisarts en studentenarts KULeuven

    15.00-15.30u Samen op weg naar minder psychofarmaca voor bewoners van het woonzorgcentrum (WZC)
    Laurine Peeters,klinisch psycholoog en projectmedewerkerproject psychofarmacain WZC Leiehome
    Prof. dr. Mirko Petrovic, hoogleraar geriatrie Universiteit Gent, lid van de stuurgroep project psychofarmaca in WZC Leiehome

    Prijs: VAD-leden 52 euro/niet-leden 68 euro/studenten 36 euro (inclusief deelnemersmap, koffie en broodjeslunch).

    Inschrijven: voor 10 november 2017.

    Klik hier voor het volledige programma en om in te schrijven

  • 29
    19:30 Opioïde pijnstillers: wat als de verslaving toeslaat?

    Op woensdag 29 november organiseert De Sleutel - in samenwerking met Indivior - een lezing over het thema “Opioïde pijnstillers: wat als de verslaving toeslaat?”. Als sprekers nodigen we Prof Cathy Matheï (Free Clinic) en Prof Auriacombe (Fr) uit.
    Dr Anne Van Duyse (medisch directeur De Sleutel) is gastvrouw.

    Waar? Lezingzaal van het Museum Dr. Guislain, Jozef Guislainstraat 43 te 9000 Gent

    Wanneer? Op woensdag 29 november , aanvang 19u30
    (vooraf kan de tijdelijke tentoonstelling in museum Dr. Guislain bezocht worden)

    Doelpubliek? artsen en psychiaters

    Het definitieve programma wordt binnenkort bekendgemaakt. Hou de website in de gaten

    Accreditering werd aangevraagd

    Ruime parkeergelegenheid, vlot bereikbaar met openbaar vervoer

    Lees meer

Januari