De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



Evoluties in het profiel van de cliënt in De Sleutel (2011-2014)

Van alle cliënten die zich tot De Sleutel wenden met een vraag naar behandeling worden een aantal gegevens verzameld. Het voornaamste doel hiervan is het aanbieden van een aangepaste behandeling, op maat van het profiel en de hulpvraag van de cliënt. Daarnaast worden bepaalde cliëntgegevens bijgehouden om te voldoen aan de TDI-verplichtingen. Hier zijn hoofdzakelijk epidemiologische doeleinden aan de orde. In volgend artikel schetsen we – aan de hand van de TDI - het profiel van de cliënt in De Sleutel, anno 2014. Daarbij stellen we scherp op relevante verschillen tussen de types centra waartoe de cliënt zich wendt, én evoluties doorheen de tijd (2011-2014).

TDI

De Treatment Demand Indicator (kortweg TDI) is een minimum-set van gestandaardiseerde gegevens die bevraagd worden bij een eerste face-to-face contact in het kader van een nieuwe behandeling. In 2014 werden in De Sleutel bij 2265 cliënten TDI-gegevens verzameld. Dit is een daling ten opzichte van 2013. Deze daling is volledig toe te schrijven aan de ambulante centra, die echter instaan voor bijna 82% van de gegevens. Het CIC maakt 14% uit, de 2 TG’s samen  3% en het RKJ 2%.

evolutie tdi registraties

(klik op de afbeelding om te vergroten)

Geslacht, leeftijd en nationaliteit Vijf op zes cliënten (of 84%) die zich in 2014 tot De Sleutel richten met een vraag naar behandeling zijn mannen. Deze verdeling naar geslacht is vrij stabiel in de periode 2011-2014 (steeds tussen 83% en 85%). Tussen de centra van de Sleutel is er echter een duidelijk verschil: het CIC en de TG’s hebben een nog meer uitgesproken ‘mannelijke’ populatie (resp. 88% en 93%) dan de ambulante centra en het jongerenprogramma RKJ (resp. 83% en 84%). Ruim een derde van de cliënten (38%) is jonger dan 25 jaar. De gemiddelde leeftijd van de cliënt in De Sleutel stijgt traag, maar gestaag: van gemiddeld 27 jaar in 2011 naar 28 jaar in 2014. Het RKJ heeft per definitie de jongste cliënten in behandeling (gemiddeld 16 jaar), terwijl de cliënt in het CIC en de TG’s gemiddeld iets ouder is (nl. 29 jaar). Van alle cliënten in 2014 heeft 93% de Belgische nationaliteit. Van de niet-Belgen draagt 2% een EU-nationaliteit en 4% de nationaliteit van een land buiten de Europese Unie. In de periode 2011-2014 merken we geen enkele verschuiving op dit vlak. In de ambulante centra is het aandeel niet-Belgen iets hoger (8%) dan in de TG’s (5%), het CIC en het RKJ (telkens 3%).

Doorverwijzende instantie en behandelverleden

Anno 2014 komt een derde van de cliënten (33%) op eigen initiatief, terwijl 8% door familie of vrienden werd verwezen. De justitiële verwijzingen zijn met 30% zeer talrijk in De Sleutel. Doorverwijzingen door andere zorgverleners scoren lager: 12% vanuit de drughulpverlening, 8% vanwege ziekenhuizen, 7% uit welzijnsvoorzieningen en 3% door huisartsen. In vergelijking met 2011 noteren we een beperkt aantal verschuivingen: het aandeel cliënten dat op eigen initiatief komt, is gestegen (van 29% naar 33%) ten ‘nadele’ van de justitiële verwijzingen (van 34% naar 30%). Tussen de centra van de Sleutel is er een opvallend verschil: het aandeel verwijzingen vanuit de drughulpverlening is veel omvangrijker in het crisiscentrum en de TG’s (resp. 39% en 53%), terwijl het omgekeerde geldt voor de verwijzingen door justitie (8% in CIC en 2% in TG’s versus 35% in de dagcentra en 24% in het RKJ).

evolutie nieuwe versus gekende clienten

(klik op de afbeelding om te vergroten)

Op basis van de TDI-registratie kunnen we het onderscheid maken tussen nieuwe cliënten (cliënten met een eerste behandeling) en cliënten die reeds eerder in behandeling zijn geweest. Anno 2014 zijn ruim 4 op 10 cliënten in De Sleutel (nl. 44%) nieuwe cliënten; dit betekent dat ze nog niet eerder in behandeling zijn geweest (binnen of buiten De Sleutel) voor problemen in verband met druggebruik. Het aandeel nieuwe cliënten is in de periode 2011-2014 toegenomen van 41% naar 44%. De overige 56% zijn zogenaamd gekende cliënten, waarvan 37% reeds in De Sleutel behandeld werd en 19% in een ander centrum. Andermaal zijn er grote verschillen tussen de centra. De ambulante centra en het RKJ bereiken voor de helft (resp. 51% en 50%) nieuwe cliënten terwijl in de TG’s en het CIC veeleer ‘gekende’ cliënten in behandeling komen (met resp. ‘slechts' 0% en 11% nieuwe cliënten). Dit betekent dat er weinig of geen eerste behandelingen voorkomen in deze centra.

Opleidingsniveau en arbeidssituatie

Meer dan de helft van de cliëntenpopulatie in De Sleutel (54%) behaalde niet meer dan een diploma lager onderwijs, terwijl nauwelijks 5% hoger onderwijs heeft afgewerkt. Dit betekent dat een meerderheid van de cliënten het secundair onderwijs niet met succes heeft afgerond. Er zijn weinig verschillen tussen de centra met betrekking tot het opleidingsniveau, en het opleidingsniveau van de cliënten is nauwelijks gestegen in de periode 2011-2014. Precies een kwart van de cliënten in behandeling is tewerkgesteld, terwijl bijna een derde (31%) werkloos is. In vergelijking met 2011 is het aandeel tewerkgestelden onder de cliënten gedaald met 3%, terwijl het omgekeerde geldt voor de groep van werklozen. In de dagcentra (29%) is het aantal tewerkgestelden hoger dan in het CIC (7%) en de TG’s (0%). Eén op zes (17%) is student. Deze groep blijft stabiel over de laatste 4 jaar. Het RKJ scoort hier uiteraard het hoogst (100%) terwijl het aantal studenten in het CIC en de TG’s beperkt is tot respectievelijk 3% en 4%.

Voornaamste drug en spuitgedrag

Naast bovenstaande socio-demografische variabelen gaat de TDI uiteraard ook in op een aantal druggerelateerde kenmerken; met name het voornaamste product dat aan de basis ligt van de vraag naar behandeling en het spuitgedrag zijn cruciale gegevens.

evolutie voornaamste productgroep

(klik op de afbeelding om te vergroten)

Met betrekking tot het voornaamste product stellen we vast dat cannabis met 45% de koploper vormt binnen de populatie van De Sleutel. Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek stijgt het aandeel cannabisgerelateerde hulpvragen van jaar tot jaar. Het omgekeerde geldt voor de productgroep van opiaten (voornamelijk heroïne). In 2011 vormde opiaten nog de tweede voornaamste productgroep met 23%. Inmiddels is opiaten weggezakt naar de 4de plaats met ‘amper’ 14%. Zowel cocaïne als stimulantia (resp. 19% en 16% in 2014) hebben in de loop der jaren aan belang gewonnen enen hebben qua belangrijkheid de groep van opiaten in 2014 bijgebeend. Behalve deze algemene evoluties stellen we vast dat de profielen sterk uiteenlopen naargelang het type centrum. De ambulante centra worden gekenmerkt door een sterk vertegenwoordigd en licht groeiend ‘cannabiscliënteel’ (50% in 2014), terwijl de andere productgroepen op respectabele afstand volgen (19% cocaïne, 16% stimulantia en 10% opiaten). Bij het RKJ is het belang van cannabis als belangrijkste product nog groter (84%), terwijl stimulantia de overige 16% uitmaken in het RKJ. Het CIC-plaatje wijkt hier zeer sterk van af: opiaten vormt met 37% de absolute koploper. Cocaïne (19%), stimulantia (20%) en cannabis (16%) volgen op afstand maar de ‘kloof’ met opiaten wordt zienderogen kleiner door de scherpe daling van opiaten als voornaamste productgroep (van 54% in 2011 naar 37% in 2014). Ook in de TG’s vormt opiaten nog steeds de belangrijkste productgroep (37%), al wordt het verschil met cocaïne (31%) steeds kleiner.

De gemiddelde leeftijd van de krimpende opiaatgroep is in de periode 2011-2014 gestegen met 2 jaar tot gemiddeld 33 jaar. Voor de andere productgroepen merken we een beperktere stijging, nl. telkens met 1 jaar (cocaïne: gemiddeld 31 jaar, stimulantia: 30 jaar en cannabis: 25 jaar). De leeftijd waarop men het voornaamste product is beginnen gebruiken volgt deze evolutie echter niet. Enkel voor opiaten is er een stijging van de startleeftijd met gemiddeld 1 jaar, terwijl de startleeftijden voor de andere producten ongewijzigd zijn gebleven. Dit impliceert dat er steeds meer tijd verstrijkt tussen het eerste gebruik en de start van een behandeling: anno 2014 duurt het gebruik gemiddeld een jaar langer vooraleer men in behandeling komt. Voor cannabis duurt het gemiddeld 9 jaar, terwijl dit voor de andere producten om 11 à 12 jaar gaat.

Een vijfde (21%) van de cliënten in 2014 heeft ooit drugs geïnjecteerd, waarvan bijna een derde dit ook in de afgelopen 30 dagen heeft gedaan (6% recente spuiters). Het aandeel injecteerders is in de periode 2011-2014 gaandeweg gedaald (van 24% in 2011 tot 21% in 2014). Het dalend belang van opiaten hangt hier ongetwijfeld mee samen. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de types centra. Binnen de ambulante centra is het aantal spuiters (15% ooit en 4% recent) veel kleiner, terwijl het CIC met 49% ooit- en 23% recente spuiters veel hoger scoort. In de TG’s heeft 56% van de cliënten ooit gespoten terwijl het RKJ met 0% ooit-spuiters het laagst scoort.

Geert Lombaert (september 2015)

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Juli
  • 31
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 
    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 31/7; 14/8; 28/8; 11/9; 25/9; 9/10; 23/10; 6/11; 20/11; 4/12; 18/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info







September
  • 8
    10:00 Zee-zeildag 2019

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2019 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Meer nieuws volgt!

  • Volledige agenda