De Sleutel Logo

Iedereen chronisch?

Binnen ons netwerk helpen wij jonge en volwassen personen die af en toe iets gebruiken of gebruikt hebben en die hetzij zich zelf zorgen beginnen te maken of waarover anderen zich zorgen beginnen te maken. Ook personen wiens gebruik schade berokkent of heeft berokkend kloppen bij ons aan, net als personen waarvoor de afhankelijkheidscriteria volgens DSM IV (1) van toepassing zijn. 

Een vraag die wij ons dan stellen is of het chronische karakter van verslaving ook zichtbaar is bij de personen die zich bij De Sleutel aanmelden met een hulpvraag?

Kenmerkend voor een chronische ziekte is dat ze minstens 6 maanden duurt. In De Sleutel maken we al jaren gebruik van de EuropASI om de personen met een hulpvraag verder te kunnen oriënteren naar de meest aangepaste vorm van begeleiding, behandeling en/of zorg op dat moment. Naast het concretiseren van het middelengebruik als gebruik van tenminste 3 dagen in de week of 2 opeenvolgende dagen (bv weekend) heel veel, waardoor de normale activiteiten worden bemoeilijkt, worden in dit instrument ook afrondingsrichtlijnen meegegeven om de duur in jaren van misbruik op die manier na te gaan. Ook hier geldt zes maanden of meer middelenmisbruik als een criterium om de duur in jaren te tellen.

Ongeacht de aard van het middel, blijkt uit de eigen registratiegegevens van 2009-2010 (n=1041) dat enkel voor 1,3% van de cliënten met een hulpvraag, deze definitie van chronische ziekte niet van toepassing is. Met andere woorden, voor 98,7% van de hulpvragers geldt dat er sprake is van een chronisch gegeven. Bij het beperken van deze informatie tot illegale middelen alleen, zien we dat iedereen die in behandeling komt voor problemen met illegale drugs, beantwoordt aan het criterium voor chronische ziekte. Dit is eigenlijk ook volledig in overeenstemming met de opdracht en met de RIZIV-erkenningscriteria voor het ten laste nemen van personen met een verslaving.

Het chronische karakter van verslaving vinden we ook terug in het aandeel eerste hulpvragen ten opzichte van latere hulpvragen. Meer dan de helft van de hulpvragen in De Sleutel zijn latere vragen. Dit wil zeggen dat er voor 52% al één of meerdere behandelingen voor het verslavingsprobleem zijn voorafgegaan.

Een andere invalshoek bij de zoektocht naar dat chronische in de populatie die in De Sleutel voor een behandeling komt aankloppen, is kijken naar eerdere behandelingen van dezelfde cliënten binnen het geheel van De Sleutel. Op basis van de gegevens van 2010, werd nagegaan - voor alle cliënten die in dat jaar minstens één contactdag of opnamedag gehad hebben in één van de centra van De Sleutel - wélk aandeel daarvan al gekend was in de voorafgaande jaren. Als we terugkijken in de tijd, blijkt dat 21% van wie in 2010 minstens één keer langs kwam in één van onze centra al 5 jaar of langer in de verslavingszorg circuleert. 25% circuleert al 4 jaar of meer, 30% 3 jaar of meer en 40% 2 jaar of meer.

Binnen die context is het ook relevant na te gaan hoelang personen die middelen misbruiken, gemiddeld wachten vooraleer ze beroep doen op hulpverlening. In een eerdere studie (1998-2004) bleek dat het gemiddelde aantal jaren misbruik voorafgaand aan een hulpvraag varieerde naargelang het middel tussen de 3 jaar en de 7 jaar. Ook was dat gemiddelde overheen de jaren met één jaar opgeschoven. De conclusie was gebaseerd op het aantal door de cliënt opgegeven jaren gebruik tussen de beginleeftijd van intensief gebruik en het moment van het interview.

Een andere benadering is enkel voor de eerste hulpvragen, de leeftijd van het eerste misbruik (inclusief alcohol > 5 glazen) af te zetten tegenover de leeftijd waarop die eerste hulpvraag wordt gesteld voor een verslavingsprobleem. Uit grafiek 1 kan men duidelijk zien dat ongeacht de aard van het middel, het eerste misbruik zich concentreert tussen 13 en 19 jaar, terwijl de eerste hulpvragen zich pas aandienen vanaf de leeftijd van 19 jaar. Voorts kan men ook zien dat het aandeel personen dat nà zijn 25ste nog intensief begint te gebruiken gestaag afneemt om tot 0 te worden herleid (een enkele uitzondering niet te na gesproken) eenmaal de 30 jaar gepasseerd (grafiek 1). 

grafiek 1 iedereen chronisch

Deze informatie kon nog verfijnd worden naargelang de aard van het middel. Zo blijkt de duur in jaren tussen de leeftijd van eerste misbruik en de leeftijd waarop een eerste hulpvraag wordt gesteld heel wat groter voor cannabis of stimulantia dan voor cocaïne en opiaten. Voor opiaten stellen we vast dat al meer dan 10% van degenen die het beginnen misbruiken (vanaf 14 jaar) al binnen het jaar hulp komt zoeken voor problemen met dat gebruik. Na 1 jaar heeft al bijna 40% van de opiaatmisbruikers hulp gezocht. Na 6 jaar misbruik zocht al 70% hulp (grafiek 2). Voor cannabis duurt het echter ruim 7 jaar vooraleer de helft van de misbruikers de stap naar de hulpverlening hebben gezet. De grafiek 2 illustreert dat minder dan 10% binnen de eerste twee jaar na het eerste cannabismisbruik (vanaf 10 jaar) hulp heeft gezocht.

grafiek2

We vinden dat chronische karakter van verslaving dus wel degelijk terug in de cijfers van De Sleutel.

Wat betekent het aanvaarden van het chronische karakter van verslaving voor onze dagelijkse praktijk?

Niet iedereen die voor het eerst komt aankloppen bij de verslavingszorg is in dat laatste stadium, maar ook de hulpvraag van diegenen die nog niet in dat stadium zijn, moet voldoende ernstig genomen worden. We weten immers vanuit medische hoek hoé hersenprocessen worden verstoord door middelengebruik en hoe op die manier een verslavend middel op een bepaald ogenblik de controle over het gedrag gaat overnemen. De “keuze” om meer (middelen) te gebruiken, is daarom misschien minder persoonlijk dan op het eerste zicht kan lijken.

Het uitstelgedrag om naar de hulpverlening te stappen illustreert de ‘snelheid of traagheid’ waarmee last van het misbruik van een middel wordt ervaren. Aangenomen kan worden dat de lastervaring bij opiaten en cocaïne groter/sneller is of komt dan voor stimulerende middelen of voor cannabis. Het voornaamste middel van eerste hulpvragen wordt ook vaker geassocieerd met cannabis (36%) en slechts in mindere mate met opiaten (8%). Bij beginnend gebruik/misbruik is dat biologische gegeven nog niet zo ver gevorderd. Er is nog geen lijden, waardoor de persoon die experimenteert met verslavende middelen helemaal niet gemotiveerd is om het gebruiksgedrag te veranderen. Als hulpverleners bevinden wij ons precies in dat spanningsveld. Wanneer het biologische gegeven nog niet zover gevorderd is, is de veranderbaarheid groter, maar de motivatie om te veranderen is er niet, bij gebrek aan probleemervaring. Wachten tot het lijden groter is, is echter geen optie. Immers, het beperkt steeds meer onze mogelijkheden om verandering te realiseren. Vandaar de nood om, als de cliënt de stap naar de hulpverlening zet, (al dan niet onder druk) die hulpvraag ook altijd ernstig te nemen.

Chronische ziekte gaat ook gepaard met ernstige problemen op meerdere leefgebieden.

 Een verminderd uithoudingsvermogen, cognitief functioneren, mobiliteit en/of beperkingen en veranderingen in het dagelijkse leven drukken zich uit op meerdere leefgebieden. In de EuropASI wordt het functioneren of disfunctioneren op een leefgebied weergegeven via een ernstscore: van personen met een ernstscore >= 4 zeggen we dat het functioneren op dat leefgebied is aangetast. Op basis van alle cliënten die in 2009 een ambulante individuele begeleiding in De Sleutel volgden, werden groepen samengesteld naargelang het aantal aangetaste leefgebieden (illustratie boven). We stellen vast dat 38% naast drugs nog 3 of meer andere aangetaste leefgebieden heeft. 35% heeft naast drugs nog 1 of 2 andere aangetaste leefgebieden en bij 13% blijven de problemen nog beperkt tot het drugmisbruik.

gradaties leefgebieden iedereen chronisch

Elk van de zones refereert ook naar een andere gradatie van zorg. De afgenomen EuropASI’s beschrijven dan ook enkel de populatie aan de rechterzijde van de figuur.
gradaties zorg

Als we spreken over meerdere leefgebieden, komen we in de buurt van het tweede kernelement van onze visie op verslaving en aldus op de behandeling van verslaving: het bio-psychosociaal model. In De Sleutel nemen we de EuropASI af, maar werken we daarom ook binnen het bio-psycho-sociaal model?

Veerle Raes (juni 2011)

(1) DSM-IV is het classificatiesysteem dat in de hulpverlening gebruikt wordt om vast te stellen of er sprake is van een psychiatrische stoornis. In de  DSM-IV zijn 11 verschillende persoonlijkheidsstoornissen opgenomen.
  

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input
Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

April
  • 24
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van De Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

Mei
  • 21
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van De Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

Juni
  • 19
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van de Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526.. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

  • Volledige agenda