De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



Welke paden volgen de cliënten van De Sleutel? Een verhaal van vallen en opstaan

De dienst Wetenschappelijk Onderzoek van De Sleutel volgt niet enkel op wie de cliënten zijn die zich bij ons aanmelden en een begeleiding volgen. Het pad dat zij gaan, nadat ze eenmaal aanklopten voor hulp, is even belangrijk. Er melden zich immers meer personen aan voor een begeleiding dan er werkelijk een begeleiding starten. Voor een goede afstemming van het zorgaanbod op de noden van cliënten, is het bijzonder belangrijk daar vat op te krijgen.

Onder invloed van nieuwe begrippen en een herstructurering in de geestelijke gezondheidszorg, werd destijds de verdere begeleiding ook in de drughulpverlening opgedeeld in modules. Aanmelding werd toen tegelijk beschreven als module en als een "hoofd"- zorgfunctie, waarbij een aantal zorgactiviteiten horen die leiden tot een bepaald doel. Andere "hoofd"-zorgfuncties zijn ondermeer indicatiestelling, verzorging, begeleiding, behandeling, ... Op basis van dit begrippenkader werd de werking van de afdelingen in De Sleutel volledig beschreven in termen van modules. Parallel met de systematische uitbouw van het informaticanetwerk - een geïntegreerd systeem voor cliëntenopvolging - en dit kader voor het beschrijven van de begeleidingspraktijk, groeide het inzicht in de gevolgde paden van cliënten.

 

veerle_raeswebVoor een goede afstemming van het zorgaanbod op de noden van cliënten, is het belangrijk ook vat te krijgen op het pad dat zij volgen.

 

 

Lage behandelingstrouw is een gekend gegeven in de drughulpverlening. Vanuit eerdere studies houden we al enkele jaren de 100-80-60-40 regel als streefwaarden aan voor doorstroom en outcome van cliënten die een begeleiding starten in de ambulante centra. Concreet betekent dit dat we kunnen verwachten dat er van 100 cliënten die zich aanmelden, 80 zijn die effectief ingaan op de uitnodiging voor een eerste gesprek, 60 die de module oriëntatie doorlopen en 40 die ingaan op de voorgestelde begeleiding.

In wat volgt, gaan we die paden na van de cliënten. We doen dit afzonderlijk voor de ambulante en voor de residentiële afdelingen en de sociale werkplaats.

De ambulante zorg

De eerste stappen in een begeleidingstraject

Een cliënt die zich aanmeldt in een ambulant centrum, wordt in principe uitgenodigd voor een eerste gesprek. Bij dit eerste gesprek is er ruimte voor wederzijdse kennismaking en vindt een ruwe screening plaats, die bepalend is voor het verder te doorlopen begeleidingstraject. Cliënten die voor een eerste verkennend gesprek op consult komen, krijgen in ruim 80% van de gevallen een afspraak voor verdere oriëntatie. De cliënt wordt daarna uitgenodigd voor verdere indicatiestelling. Dit is de "hoofd"-zorgfunctie van de module oriëntatie, waarvoor de centrale zorgactiviteiten duidelijk beschreven zijn. Echter, niet iedereen gaat in op die uitnodiging. In de loop van de jaren blijken enkel 70 op 100 cliënten dit uiteindelijk ook te doen. We zien wel een stijging van dit percentage naar 76% in 2007. De oriëntatie behelst doorgaans ongeveer 2 tot 4 consulten waarin ondermeer een sociaal dossier wordt opgemaakt, de EuropASI wordt afgenomen én de cliënt kan gezien worden door de arts. Met andere woorden in de oriëntatie wordt het totaalplaatje gemaakt van de cliënt en zijn hulpvraag. De oriëntatie wordt dan afgerond met een adviesgesprek waarbij aan de cliënt een voorstel voor verdere begeleiding wordt gedaan. Dat voorstel kan een verdere ambulante individuele begeleiding zijn, de participatie aan motiverende groepssessies, een residentiële begeleiding of een verwijzing naar een ander hulpverleningscentrum binnen of buiten De Sleutel.

40 van die 70 oriëntaties eindigen met een afspraak voor verdere begeleiding in het dagcentrum waar de cliënt zijn of haar hulpvraag stelde. Deze verhouding is in de voorbije jaren vrij stabiel gebleven. Het spreekt vanzelf dat dit voorstel samenhangt met de ernst van de problematiek enerzijds en de mogelijkheden of beperkingen van de cliënt naar engagement in tijd anderzijds. Hoe dan ook, als de cliënt op dit voorstel ingaat, start een tweede fase in zijn begeleidingstraject.

Uit een vorige analyse overheen de jaren is gebleken dat in absolute cijfers het aantal aanmeldingen - na een terugval tussen 2000 en 2002 - gevoelig gestegen is vanaf 2003 in De Sleutel. Ook het aantal eerste gesprekken, dat afzonderlijk geregistreerd wordt vanaf 2003, is fors toegenomen tussen 2003 en 2005. Hetzelfde geldt voor het aantal nieuw gestarte oriëntaties. In figuur 1 illustreren we de evolutie van het aantal aanmeldingen, afspraken voor een eerste gesprek en effectieve eerste gesprekken tussen 2004 en 2007. Figuur 2 stelt de doorstroom naar een vervolgtraject via oriëntatie voor.

 Figuur 1Grafiek_1_paden

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 2 Grafiek_2_paden

 

De verdere begeleiding en behandelingstrouw in de ambulante zorg

Elk jaar tellen we in de dagcentra van De Sleutel een kleine 1000 lopende oude en/of nieuw opgestarte begeleidingen. Het aandeel van nieuw opgestarte begeleidingen is hierin met 70% het grootst. Ook in die verhouding stellen we een zekere stabiliteit vast overheen de jaren. De meeste begeleidingen in de dagcentra zijn individueel van aard (55 tot 60 % van de begeleidingen). Daarnaast is er ook een aanbod van begeleiding in groep. Deze laatste werkvorm neemt 30 tot 35 % in van het totale aantal begeleidingen.

Cliënten zijn natuurlijk zeer verschillend en voor de ene loopt het veranderingsproces dat ingezet wordt vanuit de begeleiding al wat vlotter dan voor de andere. Ook deze informatie wordt opgevolgd in cijfers. Zo kunnen we vaststellen dat het aandeel ambulante begeleidingen dat met succes wordt afgerond schommelt tussen de 55 en 60%. We spreken van een succesvolle afronding, wanneer de doelstellingen werden bereikt en/of wanneer de cliënt en de hulpverlener het eens zijn dat de begeleiding kan worden afgerond. In sommige gevallen is daarna een meer intensieve (residentiële) begeleiding de overeengekomen optie, in andere gevallen heeft de cliënt voldoende vaardigheden onder de knie om zelf zijn problemen met drugs aan te pakken. Heel vaak is het kunnen terugvallen op een ondersteunende omgeving hierin cruciaal.

De residentiële zorg

Voor de residentiële zorg maken we een onderscheid tussen het crisisinterventiecentrum (CIC) en de hulpverlening in het kader van een langer durend residentieel groepsprogramma. Voor deze laatste werkvorm kan de bespreking nog worden opgesplitst tussen de therapeutische gemeenschappen en het specifieke aanbod naar jongeren toe in het residentieel kortdurend jongerenprogramma (RKJ).

Het crisisinterventiecentrum (CIC)

Voor de meeste cliënten verloopt de instroom in de therapeutische gemeenschappen via het crisisinterventiecentrum. Dat hangt samen met de eigen zorgfunctie van het CIC. Cliënten komen er heel vaak terecht in een acute crisissituatie en zoeken er een veilige drugvrije omgeving om te stabiliseren of lichamelijk te ontwennen van drugs of om een gericht advies te krijgen over mogelijkheden voor verandering in hun afhankelijkheid van drugs en de levensstijl die daarmee samenhangt.

Jaarlijks krijgt het crisiscentrum 1200 aanmeldingen te verwerken, waarvan ongeveer de helft uiteindelijk resulteert in een opname. 62% tot 63% van de aanmeldingen eindigden respectievelijk in 2006 en 2007 in een afspraak voor een opnamegesprek. Deze gesprekken leidden tot 35%, respectievelijk 45% nieuwe opnames. Eenmaal de cliënt is opgenomen in het CIC, doorloopt hij of zij één of meerdere van de volgende modules: bed bad brood (BBB), basisgroep, oriëntatiegroep. De begeleiding in het crisiscentrum is in de eerste plaats groepsgebonden. Enkel binnen BBB is er wat meer ruimte voor individuele tijd. Verhoudingsgewijs leidt bijna 60% van de opnames naar basisgroep, 30% naar BBB en een kleine 10% naar de oriëntatiegroep. Ongeveer één op vier opnames worden binnen eenzelfde opnameperiode in het CIC geheroriënteerd naar een andere groep. In 2006 en 2007 bekeken we dit op het niveau van unieke cliënten. Daaruit bleek dat drievierde van de cliënten begeleid wordt in de basisgroep en één vijfde in de oriëntatiegroep. De oriëntatiegroep is expliciet gericht op de voorbereiding van een veranderingsgerichte behandeling. In 2006 was dat voor 6% een ambulante begeleiding, voor 11% de therapeutische gemeenschap en voor 4% het kortdurend jongeren programma. 12% wordt extern verwezen en 4% kan naar huis terug. Echter, iets minder dan de helft haakt voortijdig af in het CIC. In 2007 was dit aandeel een weinig verminderd naar 45%. Het aandeel verwijzingen naar de therapeutische gemeenschap is in 2007 wel toegenomen tot 15%.

Anders dan in de andere afdelingen, heeft het CIC veel meer te maken met tweede en derde aanmeldingen en/of opnames. Zo stelden we voor 2006 en 2007 vast dat enkel 40% van de nieuwe opnames in het lopende jaar, échte allereerste opnames zijn, met andere woorden van cliënten die nog niet gekend zijn in het netwerk van De Sleutel.

De therapeutische gemeenschappen (TG)

Het programma in de therapeutische gemeenschappen kent een gefaseerd verloop. Om van de ene fase naar de andere door te groeien - we spreken dan over faseren - dienen telkens een aantal inzichten en vaardigheden te zijn bereikt. Ook in de TG is behandelingstrouw een cruciaal gegeven, dat we op de voet willen kunnen volgen. Vaak wordt hier de 100-30 regel als streefcijfer gehanteerd. Dit betekent, dat we verwachten dat van de 100 starters er 30 het volledige TG programma zullen doorlopen. Naarmate men langer in de TG verblijft, neemt de kans op afhaken immers toe. We vinden dit terug in het aantal cliënten dat faseert resp. afhaakt bij elke overgang van de ene fase naar de andere fase. In 2004 bereikte 1 op 10 starters het einddoel, in 2005 steeg dit aandeel naar 23%. Voor 2006 en 2007 werd dit nog niet op individueel niveau bekeken, maar op 95 TG-opnames in 2006 en 96 in 2007, werden er binnen hetzelfde werkjaar respectievelijk 11 en 5 afgerond naar het tussenhuis. Daarnaast was het aandeel nog lopende opnames op het einde van het jaar 28% in 2006 en 40% in 2007. Hoewel dit aan de ene kant zou kunnen wijzen op een goede behandelingstrouw van cliënten in het programma, stellen we aan de andere kant een daling van het gemiddelde aantal opnamedagen vast naar 159 dagen in 2006, ten opzichte van gemiddeld ruim 200 opnamedagen in 2004 en 2005.

Het residentieel kortdurend jongerenprogramma (RKJ)

In het RKJ wordt, net zoals in de ambulante afdelingen, een opname steeds voorafgegaan door een aanmelding. Tussen 2004 en 2007 zagen we het aantal aanmeldingen globaal stijgen, zij het met een dieptepunt in 2006, met enkel 62 aanmeldingen. In figuur 3 wordt weergegeven hoe het aantal aanmeldingen in absolute aantallen, na een gestage daling ineens fors toenam tussen 2006 en 2007. Naar analogie steeg ook het aantal opnamegesprekken.

Figuur 3 Grafiek_3_paden

 

 

Deze toename vertaalde zich echter niet ingrijpend in het aantal effectieve opnames. De verhouding effectieve opnames ten opzichte van het aantal aanmeldingen is namelijk fel gedaald tussen 2004 en 2007. In 2004 eindigde 43% van de aanmeldingen in een opname, in 2005 56%, in 2006 45% en in 2007 36%. Met andere woorden, er moet steeds meer geïnvesteerd worden in de instroom voor een gelijk aantal opnames. Mogelijk hangt die ontwikkeling samen met het openstellen van het RKJ, ook voor jongeren die niet via justitie instromen.

 Veerle Raes

 

 

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

September
  • 25
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 
    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 25/9; 9/10; 23/10; 6/11; 20/11; 4/12; 18/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info







Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Klik hier voor meer info 

  • Volledige agenda