De Sleutel Logo

Nieuwe cijfers middelengebruik hoopgevend: Brugse scholieren overschatten echter vaak druggebruik

In opdracht van de Stad Brugge voerden we in het afgelopen schooljaar 2009-2010 een onderzoek uit naar het gebruik van legale en illegale middelen bij schoolgaande jongeren te Brugge. Na eerdere bevragingen in 1994, 1997, 1999 en 2005 zijn we hiermee bij een 5de bevraging beland. Dit terugkerend initiatief vanwege het Brugse stadsbestuur is uniek in Vlaanderen. Hierna vindt u de voornaamste krachtlijnen evenals het integrale rapport.

 

 Hoe zijn we te werk gegaan ?

Behalve de tweede en derde graad van het secundair onderwijs namen we deze keer ook de leerlingen uit de eerste graad op in het onderzoek. De bereidheid tot medewerking van de Brugse scholen was uitzonderlijk hoog (94%), zodat we een representatieve en betrouwbare steekproef konden samenstellen. De steekproef omvat 1.500 leerlingen die een individuele, anonieme en schriftelijke vragenlijst invulden. Het invullen van de vragenlijst gebeurde onder begeleiding van een getrainde enquêteur en nam één lesuur in beslag. Alle afnames vonden plaats in november 2009.

schoolonderzoek_1web

Wat zijn de voornaamste cijfers ?

Om zich een adequaat beeld te vormen van het middelengebruik bij jongeren, focussen we voornamelijk op het recente gebruik of het gebruik tijdens de laatste maand (zie grafiek). In tweede instantie nemen we ook het ooit-gebruik onder de loep.

Bij de 12- tot 18-jarige scholieren in Brugge stellen we vast dat het gebruik van alcoholische dranken het meest verspreid is.

Tijdens de laatste maand dronk twee op drie (65%) alcohol, en was één op vier (25%) ook eens dronken. Daarnaast rookte ruim één op vier (27%) gedurende de afgelopen maand sigaretten, en slikte één op twintig jongeren (5%) slaap- of kalmeringsmiddelen. Binnen het gebruik van illegale middelen domineert het gebruik van cannabis: 12% gebruikte cannabis, terwijl minder dan 1% van de jongeren ook XTC en amfetamines gebruikte tijdens de laatste maand.

Indien we kijken naar het ooit-gebruik, liggen de percentages uiteraard hoger. Zes op zeven jongeren (86%) heeft ooit in zijn/haar leven alcohol gedronken en bijna de helft (48%) was ook al eens dronken. Daarna volgt het gebruik van sigaretten: bijna de helft (48%) heeft ooit sigaretten gerookt. Eén op vier (25%) heeft al eens cannabis geprobeerd, terwijl amfetamines en XTC 4% scoren. Tot slot stellen we vast dat een vijfde ooit slaap- of kalmeringsmiddelen gebruikte.

Uit de vergelijking van het recente gebruik en het ooit-gebruik kunnen we afleiden dat het gebruik van illegale middelen veel meer van voorbijgaande aard is. Bij veel jongeren beperkt het zich tot experimenteren. Bij de legale middelen zet het gebruik zich daarentegen vaker door naar het recente verleden.

Tussen de 4 meest gebruikte middelen - sigaretten, alcoholische dranken, slaap- of kalmeringsmiddelen en cannabis - is er een duidelijke samenhang. Leerlingen die één van deze middelen gebruikt hebben in de afgelopen maand, hebben ook meer kans om een ander middel recent gebruikt te hebben. Hetzelfde geldt voor ooit-gebruik: leerlingen die één van deze middelen ooit gebruikten, hebben ook meer kans om een ander middel te hebben gebruikt.

 

grafiek 1 defgrafiek 1: Middelengebruik bij 12- à 18-jarigen (%) (Brugge, 2009)

 Naar boven

Is het middelengebruik gedaald of gestegen ?

In het huidige onderzoek hanteerden we dezelfde methodiek en vragenlijst als in 2005. Dit impliceert dat we de cijfers - voor de leerlingen in de 2de  en 3de graad - kunnen vergelijken om aldus evoluties in gebruik op het spoor te komen. We focussen daarbij op het recent gebruik van de voornaamste producten: alcohol, sigaretten, cannabis en slaap- of kalmeringsmiddelen.

Zoals blijkt uit onderstaande grafiek moet de vraag naar evolutie in recent middelengebruik genuanceerd beantwoord worden. Voor de leerlingen in de 2de graad is over het algemeen een duidelijke daling van het middelengebruik merkbaar. Het recent gebruik van zowel alcohol en sigaretten als cannabis is gevoelig gedaald bij de leerlingen in de 2de graad. Voor cannabis zien we bijvoorbeeld een daling van 17% in 2005 naar 10% recent gebruik in 2009. Enkel voor slaap- of kalmeringsmiddelen is geen daling van het recent gebruik merkbaar.

Het beeld voor de leerlingen in de 3de graad is echter fundamenteel anders. Het gebruik van alcohol, sigaretten en slaap- of kalmeringsmiddelen is status-quo gebleven. Opvallend is de stijging van het aandeel jongeren in de 3de graad dat recent cannabis heeft gebruikt: van 15% in 2005 naar 22% in 2009. In tegenstelling tot 2005 is aldus -anno 2009- een duidelijke kloof ontstaan tussen de leerlingen in de 2de en 3de graad met betrekking tot het recent cannabisgebruik.

Deze grafieken en cijfers illustreren dat het cruciaal is om de precieze leeftijdsgroep steeds goed voor ogen te houden bij het interpreteren en vergelijken van cijfers.

 grafiek 2 definitief                                         grafiek 2: Evolutie recent gebruik: 2005 versus 2009 (Brugge)

 

Naar Boven 

 

Wanneer starten jongeren met gebruik ?

In het onderzoek werd ook gepeild naar de beginleeftijden of leeftijden waarop jongeren voor het eerst een product gebruiken. Specifieke aandacht gaat hierbij naar de 'vroege starters' per product. 'Vroege starters' zijn jongeren die aangeven dat ze 13 jaar of jonger waren toen ze het voor het eerst het product in kwestie gebruikten.

In vergelijking met 2005 is het aandeel vroege starters zowel voor alcohol als sigaretten met meer dan 10% gedaald. Ook voor cannabis is er een duidelijke daling: gaande van 8% vroege starters in 2005 naar 4% in 2009. Enkel voor slaap- en kalmeringsmiddelen merken we dat de beginleeftijd niet gewijzigd is.

 

evolutie_startersEvolutie vroege starters (%, Brugge)

 

Opvallend is dat er ook in de 3de graad een significante daling is van het aantal vroege starters. Bovenstaande cijfers over het recent gebruik bij deze leeftijdsgroep nuanceren dat het uitstellen van de beginleeftijd niet perse leidt tot afstel.

Het opschuiven van de beginleeftijd is hoe dan ook hoopgevend en wijst erop dat de inspanningen op dit vlak vruchten afwerpen.

Welke factoren dragen bij tot gebruik ?

Het middelengebruik bij jongeren is geen geïsoleerd gegeven, maar een gedragspatroon dat samenhangt met kenmerken uit de leefwereld van jongeren. Daarom concentreert het onderzoek zich niet louter op een beschrijving van het middelengebruik bij jongeren, maar proberen we dit middelengebruik ook te verklaren. Zowel het gebruik van legale middelen (sigaretten, alcohol, slaap- of kalmeringsmiddelen), als illegale middelen (cannabis) proberen we aldus te verklaren. Door het uitvoeren van een specifieke statistische analyse komen we de essentiële factoren uit de leefwereld van jongeren op het spoor die de kans op gebruik doen toenemen of afnemen. We spreken respectievelijk van risico- en protectieve factoren. In onderstaande piramide geven we de meest doorslaggevende factoren weer.

Schema: Voornaamste risico- en protectieve factoren naar belangrijkheidschema factoren onderzoek

 

 

 

 

 

 

De voornaamste risico-factor voor legale èn illegale middelen kunnen we samenvatten onder de noemer 'normerende invloed'. Onder de term 'normerende invloed' begrijpen we enerzijds het gebruik door vrienden en ouders (het zogenaamde voorbeeldgedrag), en anderzijds de mate waarin ouders en vrienden goed- of afkeurend reageren ten aanzien van middelengebruik. We stellen vast dat het gebruik van middelen bij 12- à 18-jarige jongeren zeer sterk samenhangt met de mate waarin vrienden en ouders middelen gebruiken, en goed- of afkeurend reageren op gebruik. Dit betekent niet dat de jongere door zijn ouders en vrienden aangezet wordt om te gebruiken, maar dat de jongere zich schijnbaar conformeert aan het gedrag of het veronderstelde gedrag in zijn directe omgeving.

Ook de product-kenmerken zijn goede voorspellers voor het gebruik van diverse middelen. Enerzijds stijgt het risico op gebruik naarmate de jongere meent dat hij/zij gemakkelijk het betreffende product kan bekomen en er dus vlotter toegang toe heeft. Anderzijds daalt het gebruik van diverse middelen, naarmate de jongere meent dat het gebruik ervan lichamelijke of andere schade veroorzaakt.

Naarmate jongeren meer participeren aan uitgaansactiviteiten (fuif, café, dancing, jeugdhuis, optreden), stijgt het risico op gebruik van sigaretten, alcohol en cannabis. Enkel met betrekking tot het gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen vormt het ‘uitgaan’ geen risico-factor. Participatie aan buitenshuis activiteiten die eerder cultureel van aard zijn (film, toneel) vormt geen risico-factor.

De mate waarin een jongere probleemgedrag stelt, hangt voornamelijk samen met het gebruik van sigaretten, cannabis en overmatig alcoholgebruik. Met betrekking tot het gebruik van slaap- of kalmeringsmiddelen is deze factor minder cruciaal.

Uit de analyse blijkt duidelijk dat tal van andere factoren niets of nauwelijks iets toevoegen aan de verklaring van het middelengebruik. Met name blijken factoren die verwijzen naar de traditionele risico-groepen (zoals bepaalde onderwijsvormen, onderwijsnetten, gebroken gezinnen, ...) niet doorslaggevend te zijn. Indien men rekening houdt met de elementen in de piramide, stelt men vast dat het geen enkel verschil uitmaakt of de jongere uit een gebroken gezin komt of niet, in het vrij of gemeenschapsonderwijs zit, in het ASO of het BSO. Nochtans worden precies deze factoren gemakkelijk en clichématig naar voren geschoven in discussies over middelengebruik.

Naar Boven

Welke 'sociale norm' hanteren jongeren ?

Bovenstaande top-4 van risico-factoren stemt grotendeels overeen met de factoren die in het vorige onderzoek naar voren kwamen. Ook in 2005 vonden we de 'normerende invloed' bovenaan het lijstje terug. Het is echter onzeker of deze invloed berust op de realiteit dan wel op de perceptie ervan. Omwille van die vaststelling peilden we in 2009 expliciet naar de perceptie die leeft bij jongeren, en voegden we volgende vraag toe in de vragenlijst.

Hoeveel Brugse jongeren (op 10) die in het 6de jaar van het middelbaar onderwijs zitten, hebben volgens jou in de afgelopen 30 dagen:

-         minstens één sigaret gerookt ?

-         minstens één keer alcopops of pre-mix drankjes gedronken ?

-         minstens één keer bier gedronken  ?

-         minstens één keer dronken geweest ?

-         minstens één keer slaap- of kalmeringsmiddelen gebruikt ?

-         minstens één keer cannabis gebruikt ?

-         minstens één keer XTC gebruikt ?

Met deze vraag gaan we op zoek naar de 'sociale norm' die jongeren eventueel hanteren en willen we de hypothese toetsen of jongeren de prevalentiecijfers van 18-jarigen overschatten. Klopt het met andere woorden dat jongeren ervan overtuigd zijn dat middelengebruik méér voorkomt dan in werkelijkheid het geval is ?

Zoals blijkt uit onderstaande figuur is het antwoord op deze vraag ondubbelzinnig 'ja'. Voor elk van de producten is er een kloof tussen het werkelijk aantal recente gebruikers en de doorsnee-perceptie bij jongeren. De gemiddelde inschatting ligt telkens 15 à 30% hoger. Voor sigaretten geldt bijvoorbeeld dat de jongeren ervan overtuigd zijn dat 7,5 op 10 (of 75%) van de zesdejaars recent minstens één keer gerookt hebben. Het werkelijke prevalentiecijfer voor zesdejaars ligt met 45% gevoelig lager. Voor cannabis is er een overschatting met 15% (22% in werkelijkheid versus een inschatting van 37%).

 

grafiek 3   definitiefgrafiek 3: Recent middelengebruik zesdejaars:
werkelijkheid versus inschatting (in %) (Brugge, 2009)

 

Deze overschatting komt voor bij elke leeftijdsgroep. Dit impliceert dat ook de leerlingen in de eerste graad van het secundair onderwijs het middelengebruik bij zesdejaars duidelijk te hoog inschatten.

Tot slot geldt dat er een samenhang is tussen de 'sociale norm' die men hanteert en het eigen gebruik. Bijvoorbeeld: jongeren die het rookgedrag hoger inschatten, blijken zelf ook vaker te hebben gerookt in de afgelopen maand. Niettegenstaande de 'sociale norm' bij 'gebruikers' steeds hoger ligt dan bij 'niet-gebruikers', vallen ook de niet-gebruikers ten prooi aan de systematische neiging tot overschatting.

Een volledig overzicht van de resultaten kan u lezen in onderstaand rapport.

Geert Lombaert, Brugge 18 juni 2010

De Sleutel, Dienst Wetenschappelijk Onderzoek

Naar boven 

Ga hier naar het persbericht van 18 juni 2010 (Voorstelling resultaten 5de bevraging over middelengebruik bij de Brugse scholieren tussen 12 en 18 jaar )

 

Enkele sfeerbeelden van de voorstelling van het rapport

 

schoolbevraging_18_juni_2010_009_webGeert Lombaert, dienst wetenschappelijk onderzoek, presenteert de onderzoeksresultaten

schoolbevraging_18_juni_2010_011_webBurgemeester Patrick Moenaert formuleert aansluitend adviezen en suggesties voor het lokaal drugpreventiebeleid 2011-2013

 

 

schoolbevraging_18_juni_2010_016webDe voorstelling van het rapport aan de pers

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input
Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

April
  • 24
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van De Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

Mei
  • 21
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van De Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

Juni
  • 19
    14:00 Kennismakingsbezoek RKJ

    De minderjarigenwerking van de Sleutel in Eeklo, biedt verschillende modules aan voor jongeren met een verslavingsprobleem.  Eén van deze modules voorziet de mogelijkheid om het residentieel programma van het RKJ Eeklo te leren kennen via een bezoek. Wie zich inschrijft krijgt een rondleiding door een ervaringsdeskundige en een medewerker.

    Wanneer? van 14 tot 16 u 

    Waar? RKJ Zuidmoerstraat 165, 9900 Eeklo

    Voor wie? Dit aanbod richt zich tot jongeren samen met hun begeleiders (jeugdzorg, school, CLB,...)

    Inschrijven via tel: verplichte reservatie via 09/3772526.. Het aantal plaatsen is beperkt!
    Uw inschrijving is pas definitief nadat wij per mail een bevestiging hebben gestuurd

    meer info

  • Volledige agenda