De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Genotmiddelengebruik bij jongeren daalt: interview met Patrick Lambrecht (VUB)

'Zonder enthousiast te reageren zien we een duidelijke daling in het gebruik van tabak, alcohol en cannabis. Goed nieuws is ook dat de startleeftijd van gebruik niet verder daalt. We zijn volgens mij goed begonnen. Maar we zijn nog lang niet waar we moeten zijn. Cannabisgebruik in Vlaanderen situeert zich nog altijd zeer hoog. Zorgwekkend is ook dat 2 % van onze leerlingen uit het secundair onderwijs een verhoogd risico loopt op cannabisgerelateerde problemen. In de praktijk wil dit zeggen dat 8500 jongeren misschien het advies zouden moeten krijgen om zich meer gericht te laten diagnosticeren en indien nodig verder te laten helpen.'

'Aan het woord is Patrick Lambrecht, onderzoeker bij de Vrije Universiteit Brussel (VUB), die in Vlaanderen de ESPAD-bevraging heeft georganiseerd. We laten hem ons wegwijs maken in de cijferstroom die we tegenwoordig rond genotsmiddelen te verwerken krijgen.

Kader van het ESPAD-onderzoek

Recent werden de cijfers bekendgemaakt van het vierjaarlijkse European School Survey on Alcohol and Other Drugs (ESPAD). Het was reeds voor de vierde keer dat dergelijk onderzoek bij 15- en 16 jarigen werd uitgevoerd. De eerste twee enquêtes gebeurden respectievelijk in 1995 en 1999. Bij elke nieuwe editie sloten er meer Europese landen aan bij het onderzoek.

Vanaf de derde versie in 2003 nam ook België deel, zodat Vlaanderen nu voor het eerst over trendgegevens beschikt die internationaal vergeleken kunnen worden en het verhoogde risico op cannabisgerelateerde problemen bij jongeren kan ingeschat worden.

ESPAD is in de jaren '90 ontstaan vanuit de vaststelling dat de data rond genotmiddelengebruik eigenlijk te weinig vergelijkbaar waren. De basis werd gelegd in Zweden onder impuls van de Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN), dat nu ook de coördinatie op zich neemt, dit in samenwerking met de Pompidou Group (Raad van Europa) en het EWDD (Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving).

Vandaag is het plaatje zo goed als compleet. Bij deze laatste editie werden 100.000 vijftien- en zestienjarigen uit 35 Europese landen bevraagd. Enkel Spanje en Wit-Rusland en kleine lidstaten zoals Luxemburg en Monaco doen nog niet mee. Omdat de recentste bevraging niet in het Franstalig landsgedeelte werd georganiseerd moest het onderzoek ook worden bijgestuurd. Uiteindelijk werden in Vlaanderen 1.889 jongeren geboren in 1991 bevraagd. De bevraging in Vlaanderen gebeurde in klasverband in 149 (van de 275 geselecteerde) scholen en werd mogelijk gemaakt dankzij de steun van de Vlaamse Gemeenschap en is uitgevoerd door de Vrije Universiteit Brussel.

Parallel met het ESPAD-onderzoek werd voor Vlaanderen een representatief staal van 7.736 leerlingen uit het volledig reguliere secundair onderwijs bevraagd (VLASPAD) zodat niet alleen van de Vlaamse vijftien- en zestienjarigen, maar van de gehele vroege en middenadolescentie (12 à 18 jaar) een beeld kan worden opgemaakt.

Interview met Patrick Lambrecht (VUB)

G E N O T M I D D E L E N G E B R U I K   B I J   J O N G E R E N   D A A L T

Wat is het belang van dit ESPAD-onderzoek?

Patrick Lambrecht: Dankzij dit onderzoek hebben we een Europees instrument waarmee we in eerste instantie kunnen vergelijken over de landen heen: hoe situeert zich het genotmiddelengebruik? Tegelijk legt het onderzoek trends in de tijd bloot. Bovenal wil ESPAD echter data aanleveren op Europees niveau die als ruggengraat moeten dienen voor het preventiewerk. De gegevens van ESPAD worden daarom zowel internationaal (bv bij het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugverslaving, EWDD), nationaal als regionaal gebruikt.

Qua methodiek is het belangrijk dat ESPAD centraal wordt gestuurd. De procedure is net als de vragenlijst gestandaardiseerd. Zo is er bijvoorbeeld een gedetailleerd protocol over de manier waarop in klasverband wordt bevraagd. Het onderzoek verloopt volledig anoniem en wordt op een gelijkaardige manier uitgevoerd in alle landen.  Op die manier kan men foutenmarges maximaal uitsluiten.  Bovenop het bewaken van de representativiteit van de doelgroep (geslacht, leeftijd, onderwijsnet, regio...) waren er zelfs afspraken over tijdstip van bevragen (niet vlak na Nieuwjaar of de grote vakantie). Dergelijke standaardprocedure is noodzakelijk wil men gegevens op een goede manier kunnen vergelijken. Bovendien werden alle gegevens in een centrale database door ESPAD zelf verwerkt. De verwerking ervan is dus voor alle landen op dezelfde manier gebeurd.

Het ESPAD-onderzoek probeert het beleid te ondersteunen en gaat na of vooropgestelde doelstellingen bereikt worden. Vlaanderen heeft in navolging van de WGO (WereldGezondheidsOrganisatie) in 2006 concrete gezondheidsdoelstellingen geformuleerd met betrekking tot tabak, alcohol en illegale drugs. Tegen 2015 wil men in Vlaanderen het genotmiddelengebruik met 25% doen dalen. De meest recente ESPAD-bevraging (2007) geldt dus als nulmeting voor het evalueren van die doelstellingen, vandaar ook de noodzaak om alle leerjaren van het secundair onderwijs te bevragen.

Dat brengt ons bij het parallel georganiseerde Vlaamse Schoolonderzoeksproject over alcohol en andere drugs, kortweg VLASPAD.

Het VLASPAD had als doel een zo perfect mogelijk representatief staal te trekken uit het secundair onderwijs. Mede dankzij een betere afstemming en een samenwerkingsprotocol met andere organisaties die schoolbevragingen doen, haalden we trouwens een veel betere respons op schoolniveau. Het is wel jammer dat we uit de laatste ESPAD-versie enkel Vlaamse cijfers kunnen halen. Maar dit is een gevolg van de financiering van het onderzoek. Gelukkig heeft ESPAD de resultaten van de vorige bevraging uit 2003 hertaald naar Vlaanderen waardoor we voor deze regio wel vergelijkbare gegevens hebben in het internationale rapport en trends kunnen aanduiden.

Vlaspad heeft als bedoeling ook die trends op te volgen na verloop van tijd en een beter beeld te geven van het secundair onderwijs als geheel. Dit biedt ook voordelen inzake het bereiken van een betere representativiteit.

Wat moeten we nu onthouden uit dit onderzoek? Laat ons beginnen met tabak.

Het VLASPAD-onderzoek wijst uit dat 11,6 % van de -16 jarigen minstens éénmaal gerookt heeft tijdens de voorbije maand. Op Europees vlak stellen we – wat betreft die  laatste 30 dagen - in hoofdzaak een algemeen dalende trend vast, op een aantal landen na. Bij ons zien we bij de 15-16 jarigen een daling van 32 % in 2003 naar 23 % in 2007. Daarmee scoren we onder het Europees gemiddelde van 29%. Interessant is ook dat er geen verschil meer bestaat in het rookgedrag tussen jongens en meisjes, zowel Europees als bij ons. Vroeger was dit wel zo. Verder is de daling belangrijk van het aantal Vlaamse jongeren dat vóór hun 14de levensjaar is beginnen roken. Dat aantal is bijna gehalveerd van 9% naar 5%. Dit is dus mooi.  Ook in de ons omringende landen zien we eenzelfde tendens.  Gemiddeld meldde 7% van de Europese leerlingen op hun dertiende jaar of jonger gestart te zijn met het dagelijks roken van sigaretten, tegenover 5% van de Vlaamse leeftijdsgenoten. De kans is dus groot dat de leeftijd waarop men begint te roken naar boven aan het opschuiven is. De overheid slaagt dus in haar opzet om via allerhande maatregelen het rookgedrag uit te stellen. Jongeren blijken hier dus gevoelig voor.      

En wat zijn de resultaten bij alcohol?

Vlaanderen scoort hoog, maar er is een dalende trend. Met 70% alcoholgebruik in de voorbije maand situeren onze 15-16 jarigen zich echter in de subtop. We zien trouwens een nivellering tussen de geslachten als we gaan kijken naar alcoholgebruik tijdens de laatste 30 dagen. Niet minder dan 72 % van de 15 à 16 jarige jongens dronk de voorbije maand alcohol t.o.v. 68 % van de meisjes. Dat wijst op een inhaalbeweging bij de meisjes. Jongeren drinken nog steeds bij voorkeur bier en daar scoort Vlaanderen relatief hoog. Bij gebruik van wijn situeert Vlaanderen zich in de middengroep en is de daling meer uitgesproken. Alcopopgebruik stijgt in de vroege adolescentie,  maar daalt nadien opnieuw. Bij het drinken van alcopops en wijn zien we nauwelijks een genderverschil. Het drinken van sterke drank verschilt wel tussen jongens en meisjes.

Als we kijken naar de hoeveelheid die men drinkt bij de laatste gelegenheid, komt Vlaanderen uit in de middengroep. Opvallend is toch dat het alcoholconsumptiepatroon bij de Scandinavische landen vrij laag uitvalt, in vergelijking met Vlaanderen. Daar wordt dus minder gedronken. Als je echter kijkt naar de hoeveelheid die men drinkt, dan krijg je een omgekeerd beeld. Ze drinken eerder piekgericht, wellicht omdat ze minder de gelegenheid krijgen. Bij ons wordt meer met mate gedronken maar het gebeurt wel frequenter. Vanuit gezondheidsperspectief zijn beide schadelijk. Regelmatig een paar glazen drinken op zeer jonge leeftijd is zeker niet aan te raden. Het wordt een gewoonte en men raakt afhankelijk. En dan hebben we het nog niet over het effect op de hersenen die nog volop in ontwikkeling zijn. De boodschap die onderlijnd moet worden is dat jongeren beter niet drinken. En die preventieboodschap komt niet goed aan. 95 % van de -18 jarigen gebruikte ooit alcohol. Dat daalt niet.

Goed nieuws voor ons is dat stevig dronken zijn tijdens de laatste maand in Vlaanderen minder voorkomt dan in de buurlanden Duitsland (22%) en UK (33%) of Scandinavië (ongeveer 20%). Vlaanderen situeert zich met 10% in de staartgroep. Sterke dronkenschap neemt vooral toe tijdens de middenadolescentie, met meer jongens dan meisjes die stevige dronkenschap rapporteren in de laatste maand. Vlaanderen heeft in vergelijking met de Europese landen ook minder alcoholgerelateerde problemen. Die zijn er wel, maar we scoren niet boven het Europees gemiddelde.

En hoe zit het met cannabis?

Cannabis is wijd verspreid en is ook de meest gebruikte illegale drug in Europa. Het cannabisgebruik is hoger in West-Europa dan in de Oost-Europese landen. Vlaanderen (24%) scoort boven het Europees gemiddelde (19%), maar situeert zich in de middengroep als het gaat over jongeren die ooit eens cannabis gebruikt hebben.

Het ESPAD-onderzoek uit 2003 wees uit dat 31 % van de 15-16 jarige Vlaamse jongeren 'ooit' cannabis gebruikt had. Dat dit nu gedaald is tot 24 % is  dus een hoopgevende tendens. Geslacht speelt bij cannabisgebruik wel nog een rol. Jongens gebruiken nog meer cannabis. Met die 24 % behoort Vlaanderen nog altijd tot de subtop in Europa. De Scandinavische landen scoren opnieuw laag. Er zijn dus duidelijk culturele verschillen.

Ook wanneer men kijkt naar wie de voorbije maand cannabis heeft gebruikt,  situeert Vlaanderen zich met 12% in de subtop van Europa, duidelijk boven het Europees gemiddelde (7%).

Van alle Vlaamse leerlingen (secundair onderwijs) gebruikte 20% ooit cannabis en 16% deed dit tijdens het laatste jaar. Nagenoeg één op zeven Vlaamse leerlingen van het secundair onderwijs heeft het voorbije jaar minstens één keer cannabis gebruikt. Bij jongens is dit één op vijf tegenover één op negen bij meisjes. In de meeste landen, maar niet in alle, zijn er meer jongens dan meisjes die in de laatste dertig dagen cannabis hebben gebruikt.

De startleeftijd vertoont in de periode 2003-2007 nauwelijks enige verandering. De meesten starten rond hun 14 à 15 jaar. Mogelijks is dit een trendbreuk : jongeren zullen wellicht niet alsmaar jonger met cannabis blijven beginnen.

Is een hoera-stemming dan op zijn plaats?

Zeker niet. Naar Europese normen zitten we in Vlaanderen met een hoog cannabisgebruik. Zeer hoog zelfs. Weet je dat in Vlaanderen bijna 50 % van de 17 à 18 jarigen ooit cannabis heeft gebruikt? We moeten hier echter voorzichtig mee omgaan, anders krijgt men een fout beeld van onze jongeren. 

Voor het eerst werden ook cannabisgerelateerde problemen opgenomen in ESPAD?

Omdat de stijging heel groot werd voor een aantal landen ging men daar ook speciaal focussen op problematisch georiënteerde groepen. Niet elk cannabisgebruik is trouwens problematisch gebruik. Uiteindelijk werd de CAST  (Cannabis Abuse Screening Test) als instrument in 17 landen gebruikt. Ook in alle ons omringende landen. Ik vond het resultaat meteen zorgwekkend.  Niet minder dan 1,6% van  de 15-16 jarigen en 2 % van de totale populatie voor secundair onderwijs loopt een verhoogd risico op cannabisgerelateerde problemen. Dit is trouwens een globaal fenomeen voor Europa.  De CAST meet op 6 items (vb heb je geheugenproblemen ; zie ook  in kader) en beoogt enkel een screening. Het is dus geen diagnose. Het meet geen afhankelijkheid, verslaving of misbruik. Het gaat dus enkel over het in kaart brengen van een verhoogd risico. Maar op basis van dit instrument zou deze groep wel kunnen geadviseerd worden om naar de hulpverlening te gaan. Al was het maar voor een meer gerichte diagnose. In reële cijfers gaat het toch om een indrukwekkend grote groep. Voor het secundair onderwijs betekent dit 8500 jongeren. Als daar 10% als afhankelijk wordt gediagnosticeerd dan komen we op 850 jongeren die binnen de drughulpverlening terecht komen. Deze cijfers bevestigen de stijgende trend van jongeren in de drughulpverlening.

JONGENS MEER RISICOVOL

Het is pas de eerste maal dat we dit meten. Dus we kunnen nog geen trend aanduiden. Maar ik ga ervan uit dat dit stijgt, vooral bij de jongeren die frequent - tijdens de laatste maand  - of dagelijks cannabis gebruiken. Deze frequent gebruikende groep valt met de CAST in de gaten te houden. Zeker de jongens. Zij lopen immers 3 tot 7 maal meer kans op verhoogd risico dan meisjes.  En dit geslachtsverschil wordt ook bevestigd in de hulpverlening. Gelukkig blijkt het gebruik te dalen, dus misschien evolueert straks ook het problematische gebruik wel in dalende lijn. 

In elk geval moeten we al deze resultaten genuanceerd bekijken. Ik wil dan ook niet te enthousiast  reageren op de duidelijke daling die we merken in het gebruik van tabak, alcohol en cannabis. Ook al daalt de startleeftijd niet verder. Ik zou eerder het signaal willen geven dat we goed begonnen zijn maar dat we nog lang niet zijn waar we moeten zijn.

Is de daling te wijten aan preventiewerk?

In de vragenlijst peilen we eigenlijk niet specifiek naar preventie-activiteiten. We hebben niet gevraagd of ze werken met Leefsleutels of Unplugged. Op vraag van de overheid hebben we wel gevraagd in welke mate jongeren zich informeren over alcohol, tabak en illegale drugs en in welke mate ze in dit kader hulp zoeken. Maar dit is natuurlijk relatief. Heel wat jongeren moeten bijvoorbeeld op zoek naar informatie over drugs bijvoorbeeld voor een schoolwerk. Deze cijfers zijn dan ook voorzichtig te interpreteren.

We wilden vooral weten hoe het genotmiddelengebruik bij jongeren zich in Vlaanderen situeert. We hebben wel proberen meten wat de impact van preventie-activiteiten op gedrag kan zijn. Maar dit is vrij moeilijk. Je kijkt immers gewoon naar de variatie tussen scholen en beleidsinstrumenten. Scoort een school die een gezondheids- of drugsbeleid voert, anders dan een school die dit niet doet. Die analyses zijn nog bezig. Maar verwacht daar niet zo veel van.  De impact van onderwijs op gedrag van jongeren is volgens mij niet groot. De impact van preventie zal dan ook niet groot zijn.

Wat kunnen onze beleidsmakers uit dit onderzoek leren?

In 2006 engageerde Minister Vervotte zich in navolging van de WGO om duidelijke gezondheidsdoelstellingen te realiseren. Om de beoogde daling van gebruik te realiseren zijn er tijdens de Gezondheidsconferentie aansluitend preventie-activiteiten geformuleerd.

Om de impact op gedrag te kunnen meten moet er echter een nulmeting zijn.  Probleem was dat er eigenlijk geen 100% bruikbare cijfers beschikbaar waren. Dat is nodig als het beleid - eenmaal de preventie-activiteiten lopen - het effect wil kunnen meten. Sinds 2006 bestaat er duidelijkheid over wat men wil bereiken. Dit is een vrij goed punt. Zo werd duidelijk een  gezondheidsdoelstelling vastgelegd zowel voor het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs. Concreet wil men tegen 2015 het percentage rokers van 15 jaar en jonger doen dalen naar 11 % (komt van 14,2%). Tegen 2015 hoopt de overheid dat het aantal personen van 15 en jonger dat meer dan één keer per maand drinkt niet hoger is dan 20% (komt van 26,6%). Bij cannabis en andere illegale drugs, streeft men er dan weer naar om het ooit gebruik bij personen van 17 en jonger te doen dalen met 5 procentpunten (van 19 naar 14%).       

Op basis van de cijfers van 2003 betwijfelde ik of we die doelstellingen zouden halen. Nu denk ik dat de kans reëel is. Een aantal trends laten dit vermoeden: het uitstellen van tabakgebruik, het niet gebruiken van tabak. Dat zijn indicaties van een beleid dat gevoerd wordt, dat misschien wel een effect kan hebben. Maar ik ben voorzichtig. We zijn er nog niet. Er zijn nu preventieacties naar voor geschoven. Ik hoop dat die nog meer impact gaan hebben op het gedrag van jongeren. Ik hoop ook dat men nu zal proberen een onderscheid te maken tussen cannabisgebruik en een verhoogd risico op cannabisgerelateerde problemen.

CANNABIS ONTRADEN

We moeten ook rekening houden met de  beeldvorming. Ik pleit ervoor om cannabis te ontraden voor kinderen en jongeren. Tegelijk mogen we het gebruik niet overproblematiseren. Een 16 à 17-jarige die eenmaal een joint rookt op een popfestival... Ik begrijp dat die jongere dan 'So what' zegt. Op voorwaarde dat er geen andere problemen ontstaan, bijvoorbeeld op het vlak van gezondheid, juridisch of sociaal. Het wordt echter helemaal anders - zoals de CAST aangeeft - als jongeren uit onvrede gaan gebruiken. Naar die problematisch georiënteerde gebruikers moeten preventiewerkers zich in het bijzonder richten. We vinden hierin ook bevestiging van eerdere onderzoeken naar motieven van gebruik (met ook grote verschillen naargelang leeftijd). Ik vind dat de overheid daar moet naar blijven kijken.  De problematisch gebruikers zijn -  en ook de CAST bevestigt dit - een kleine maar toch wel heel belangrijke groep, zeker voor preventie en hulpverlening.

U streeft ernaar om alle onderzoeken op eenzelfde lijn te krijgen.

Er is reeds een samenwerkingsprotocol tussen de drie grote Vlaamse actoren rond schoolsurveys. Dus ja, ik trek daar mee de kar... We realiseren momenteel een zeer goede samenwerking. We zien ook resultaten. Al zie ik het graag nog uitbreiden.

In het verleden was elk te veel op een eigen manier bezig waardoor er geen goede vergelijking mogelijk was.

Klopt. We moeten hiervoor terugkeren naar de gezondheidsconferentie. Er waren heel veel data beschikbaar, er werd gewerkt in heel veel verschillende kleine regio’s. Stedelijk onderzoek, onderzoek in drie provincies,...Sommige instrumenten waren gebaseerd op eenzelfde bevraging. Internationale partners gebruikten andere instrumenten, ... Het resultaat is dat er uiteindelijk geen vergelijkingsbasis was. Daarom zijn we nu de drie voornaamste onderzoeken in Vlaanderen naast elkaar aan het leggen. We bekijken welke variabelen er gemeenschappelijk zijn of hoe we ze kunnen gemeenschappelijk maken. Door eenvoudige ingrepen wordt het dan mogelijk om wel cijfers te vergelijken over gebruik tijdens de laatste maand, het laatste jaar en ooit.  Vooral naar leeftijd toe hadden we een probleem. En voor middelengebruik is dit natuurlijk een heel kritische factor. Het gedrag van jongeren evolueert immers heel snel tussen hun 16 en 17 jaar. Het is niet voor niets dat de gemiddelde leeftijd bij de ESPAD-bevraging strikt werd vastgelegd op 15,8 jaar. Een half jaar later meten kan grote wijzigingen tot gevolg hebben, tot 5 % hoger gebruik voor bepaalde producten.

Hoe komt het toch dat regelmatig foute cijfers rond gebruik gelanceerd worden?

Het thema drugs ligt al heel gevoelig. En toch worden in de pers te vaak appels met peren vergeleken. Ik begrijp ook niet altijd met welke resultaten men naar buiten komt en wie bepaalde onderzoeken financiert. Jammer genoeg bekijken de media dit niet altijd even kritisch. Hoe ontstaan cijfers? Voorzichtigheid is geboden. Cijfers zijn manipuleerbaar, bruikbaar, contextgevoelig. Ik pleit dan ook om hier heel genuanceerd mee om te gaan. In feite moeten we als onderzoekers op bepaalde mistoestanden samen reageren. De overheid vraagt me soms wat ik van zo'n studies vind. Die foute cijfers komen in de krant, daarover wordt gedebatteerd in het parlement... Maar ze worden achteraf nooit rechtgezet.

 

Opgetekend door Geert Lombaert en Paul De Neve

mei 2009 

Lees het volledige rapport op espad.org

 

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.