De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Risico- en protectieve factoren in verband met middelengebruik

In de provincies West- en Oost-Vlaanderen en de Nederlandse provincie Zeeland werden ruim 3.000 14- tot 18-jarige jongeren bevraagd omtrent hun middelengebruik. Dit onderzoek geeft niet alleen een goed beeld van het middelengebruik bij jongeren, maar brengt voornamelijk in kaart wat de risico- en beschermende factoren zijn. Op 14 november 2005 presenteerden we de resultaten van het onderzoek, en formuleerden we aanbevelingen voor preventie.
In het kader van een grensoverschrijdend project peilden we naar het gebruik van legale en illegale middelen bij 14- tot 18-jarige jongeren. Een anonieme en schriftelijke vragenlijst werd ingevuld door 3.300 leerlingen die deel uitmaakten van een toevallige steekproef in het secundair onderwijs in Zeeland, West- of Oost-Vlaanderen. Zowel de medewerking van de scholen als van de leerlingen was uitzonderlijk hoog. Dit is een garantie voor de betrouwbaarheid en kwaliteit van de resultaten.

Wat zijn de voornaamste cijfers ? Bij de 14- tot 18-jarige scholieren stellen we vast dat het gebruik van alcohol het meest verspreid is. Bijna iedere jonger (94%) heeft ooit alcohol gedronken. Bijna 2 op 3 (64%) was ook al eens dronken. Meer dan de helft (58%) heeft ooit sigaretten gerookt en bijna één op drie (32%) heeft al eens cannabis geprobeerd. Voor XTC gaat het om 7% die het middel ooit gebruikte en voor amfetamines om 5%. Indien we echter kijken naar het recente gebruik of het gebruik tijdens de laatste maand, verandert het plaatje grondig. Voor de illegale middelen stellen we vast dat het gebruik veel meer van voorbijgaande aard is, en bij veel jongeren beperkt is tot experimenteren. Bij de legale middelen zet het gebruik zich als het ware vaker door. Tijdens de laatste maand dronk vier of vijf (81%) alcohol, bijna één op drie (30%) was ook eens dronken, en eveneens één op drie (32%) rookte sigaretten. Voor cannabis gaat het om 13%, terwijl 1% van de jongeren ook XTC en amfetamines gebruikte tijdens de laatste maand.
Deze cijfers liggen in de lijn van cijfers uit eerder onderzoek. Met betrekking tot het middelengebruik door 14- tot 18-jarige jongeren doen zich met andere woorden geen spectaculaire ontwikkelingen voor.

Specifiek aan dit grensoverschrijdend onderzoek is dat er voor het eerst ook gegevens werden verzameld over het zogenaamde drugtoerisme bij jongeren. Zowel voor het aankopen van sigaretten, alcohol als cannabis is 3 tot 4% van de jongeren al meerdere keren de Belgisch-Nederlandse grens overgegaan. Vanuit Zeeland komt men iets vaker naar Vlaanderen voor het aankopen van alcoholische dranken, terwijl het omgekeerde het geval is voor cannabis.

Het onderzoek concentreert zich echter niet louter op een beschrijving van het middelengebruik bij jongeren, maar probeert dit middelengebruik ook te verklaren. Door de specifieke, statistische analyse zijn we erin geslaagd om een aantal duidelijke risico- en protectieve factoren bloot te leggen. Dit zijn factoren uit de leefwereld van jongeren die de kans op gebruik van legale en illegale middelen doen toenemen of afnemen. Het gaat daarbij niet om de traditionele risico-groepen zoals bepaalde onderwijsvormen, onderwijsnetten, gebroken gezinnen, … Indien je rekening houdt met andere kenmerken maakt het zelfs geen enkel verschil uit of de jongere uit een gebroken gezin komt of niet, in het vrij of gemeenschapsonderwijs zit, in het ASO of het BSO.

Welke factoren zijn dan wel doorslaggevend ?
De voornaamste risico-factor (voor legale èn illegale middelen) is het gebruik door vrienden en ouders (het voorbeeldgedrag). De afkeuring vanwege de ouders en vrienden werkt daarentegen beschermend. Dit betekent niet dat de jongere door zijn ouders en vrienden aangezet wordt om te gebruiken, maar dat de jongere het gedrag gaat vertonen van zijn vrienden en ouders (of het gedrag dat hij veronderstelt dat de vrienden en ouders vertonen).
Daarnaast komen ook nog andere factoren aan het licht. Zo is er bijvoorbeeld een cruciaal verband tussen uitgaan en middelengebruik. Jongeren die meer uitgaan, lopen meer risico om sigaretten, alcohol, en cannabis te gebruiken. Ook het zelfbeeld van de jongere speelt een belangrijke rol.

Algemeen geldt dat de factoren die het sterkst samenhangen met middelengebruik verwijzen naar kenmerken waarop je kan inspelen via het preventiewerk. Dit biedt hoopvolle perspectieven en kansen voor het uitbouwen van preventieprojecten of -programma's.
Het is daarbij aan te bevelen om dit grensoverschrijdend aan te pakken. Het onderzoek toont immers duidelijk aan dat er geen fundamenteel verschil is tussen de provincies, tussen steden en kleinere gemeenten, tussen gemeenten aan de grens en gemeenten verder af van de grens.

Dit onderzoek heeft een duidelijke brug geslagen naar het preventiewerk. Over zowel het onderzoek als de aanbevelingen naar preventie kan u hier meer lezen.

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.