Het respectboek voor de zorg

Hoe ga je respectvol om met de cliënt? Drie verpleegkundigen werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg schreven er een boek over.

Geen pasklare antwoorden noch alomvattende waarheden in dit boek, zo drukken de schrijvers ons bij wijze van introductie op het hart. Gelukkig maar, want in ‘Het Respectboek voor de Zorg’ staat de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener centraal, en meer bepaald de manier waarop deze relatie telkens opnieuw gevormd/gemaakt moet worden. De insteek waaruit het boek vertrekt is die van de onmacht, die heen en weer slingert in de tussenruimte tussen ‘hij die het niet meer weet’ en ‘hij die het weten in petto zou moeten hebben’.

Wanneer hulpverleners de ontmoeting met een hulpvrager daadwerkelijk aangaan dan staan ze soms perplex tegenover het lijden van de ander. Getuige zijn van het relaas van een leven waar zoveel mis lijkt te gaan, dat telkens opnieuw ineen lijkt te storten, heeft onvermijdelijk zo zijn effecten bij de aanhoorder. Men wordt willens nillens getoucheerd als mens, misschien geraakt in de eigen geschiedenis en in de eigen verantwoordelijkheidszin. Wat moet ik hiermee beginnen?

respectboek
Hoewel je als hulpverlener de keuze maakt om aan de slag te gaan met mensen die lijden en hoopt een rol van betekenis te kunnen spelen in hun herstel of zorg, blijft de vraag hoe je deze opdracht een - ook voor de cliënt - zinvolle invulling kan geven. Om het met de woorden van Loncke, Raemdonck en Capoen te zeggen, hoe blijft men in een hulpverleningsrelatie bij het ‘goed’ van de hulpvrager, in plaats van af te dwalen naar wegen die ons, hulpverleners, soelaas en comfort moeten bieden in de confrontatie met zoveel onmacht.

Relatiestatus: het is ingewikkeld

Verondersteld worden te weten wat je moet doen terwijl onmacht ons net in ons blootje zet, maakt een hulpverlener onzeker, angstig en het kan aan het zelfbeeld knagen. Een kat in het nauw maakt rare sprongen en ook een hulpverlener kan zich in dit geval wel eens dierlijk gedragen, dixit de auteurs. Dit dierlijke lijkt vooral terug te gaan op het zich bedienen van onbewuste en ondoordachte automatismen. Ter verklaring van deze vreemde kuren van de mens nemen de auteurs een bedenkelijke zijsprong naar de evolutionaire psychologie. Dat een mens zich niet comfortabel voelt bij de dreiging van onmacht, het niet weten, een passieve positie of een krenkende onzekerheid hoeft mijns inziens niet per se gestaafd te worden aan de hand vaneen analogie met een kudde vluchtende paarden. Het had het opzet van het boek meer gesierd, mochten de auteurs hun pleidooi voor het niet-weten zelf kracht hebben bijgezet door niet alles van een verklaring te moeten voorzien. Onbewuste automatismen dus…

Zo kan een hulpverlener die geraakt wordt door onmacht, onbewust afstand nemen van de hulpvrager, diens verhaal emotioneel afblokken en hem alleen achterlaten met zijn gevoelens en doelen. Een kenmerkend voorbeeld hiervan is het holle herstelsyndroom waarbij een cliënt zo snel mogelijk terug het leven wordt ingestuurd met een budgetbeheer dat opgestart is, een versneld toegewezen studio in de stad, een intakegesprek bij een overbevraagde ambulante setting voor gesprekstherapie, een afspraak bij GTB (*) en een fikse ‘Yes, you can!’. Op papier kunnen hier aardig wat taken afgevinkt worden, maar een echte ontmoeting tussen hulpvrager en hulpverlener heeft hier wellicht onvoldoende plaatsgevonden. De ontspoorde trein staat dan als het ware terug op de rails, maar er werd nauwelijks de moeite genomen om uit te zoeken wat er vooraf fout gelopen is in het onderliggende mechanisme. In dit voorbeeld maskeren alle nobele initiatieven een terughoudendheidom de ontmoeting écht aan te gaan en is er zeker geen sprake van een afstemming op de particuliere zorgbehoeften van een cliënt. Er wordt een stap achteruit gezet..

Wellicht kunnen we een aantal andere mogelijke scenario’s zelf aanvullen:

            of de hulpverlener neemt ovet het vanuit compassie en vanuit een onvrede om niets te kunnen betekenen ; behandelt vooral zichzelf en laat de hulpvrager verweesd achter met geen enkel spoor van agency, inspraak, regie, eigenaarschap of verantwoordelijkheid;

            of de hulpverlener bevriest, hult zich in een passieve meegaandheid en gaat intussen bij zichzelf op zoek naar een persoonlijke verklaring voor ‘zoveel onkunde’;

            of de hulpverlener overtuigt er zichzelf van dat hij zich zeker niet in de luren zal laten leggen door een dergelijk appellerend gejammer en verschuilt zich achter de massieve regels, waar ìedereen zich overigens aan te houden heeft.

De ingewikkelde hulpverlener

Niets dan begrip uiteraard voor de hulpverleners die zich zo proberen te verweren tegen de onmacht en zich telkens opnieuw met de beste intenties in het mijnenveld van de geestelijke gezondheidszorg wagen. Maar net hier willen de auteurs ons te hulp schieten en ze doen dat aan de hand van een mooie metafoor: hulpverleners die reageren doen dat vanuit hun eigen wikkels, namelijk hun eigen geschiedenis, ervaringen, gevoeligheden, waarden en normen. Zo kan een hulpverlener zich in het contact met een hulpvrager tonen als een ingewikkeld persoon. Ingewikkeld kunnen we hier niet enkel opvatten als complex en gelaagd maar evenzeer als verankerd in de eigen leefwereld en het eigen verhaal; in de eigen wikkels gedrapeerd.

De voorgestelde remedie voor deze ingewikkelde positie is een gestaag proces van introspectie en bewustwording van deze eigen gevoeligheden en blinde vlekken, namelijk ont-wikkeling, teneinde deze wikkels van zich af te kunnen schudden.

Maar wat is dan het ideale resultaat van zo’n ont-wikkeling, een lege hulpverlener? Staat u mij toe alvast een bedenking te counteren: het betreft hier geenszins een hulpverlener - als passief recipiënt - die alles aanneemt, zichzelf en zijn eigenheid wegcijfert en geen grenzen of kritische bedenkingen kan aangeven.

Het resultaat is een ‘vol-ledige’ hulpverlener die zich ten volle bewust is van zijn eigen wikkels, die zijn eigen gevoeligheden en eigen-aardigheden bijgevolg in rekening kan brengen en ze uit de mentale tussenruimte kan houden. Deze tussenruimte - waar de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener zich afspeelt - blijft dus leeg en kan ten volle aangewend worden voor het verhaal en de onmacht van de hulpvrager.

Concreet vertaalt dit zich in een exploratieve houding van de ontwikkelde hulpverlener waarbij het verhaal van de hulpvrager de ruimte krijgt die het toekomt. Daarbij worden de getuigenissen van de hulpvrager niet afgewogen aan of begrepen uit de eigen beleving van de hulpverlener, en worden stiltes, commentaar en kritiek niet beschouwd als een persoonlijke aanval maar kunnen die binnen de context en het narratief gekaderd worden.

RESPECT

De leidraad om tot zo’n afgestemde, dynamische en waardevolle verhouding te komen, schetsen de auteurs in hun RESPECT-model, een acroniem dat een aantal attitudes bundelt waar een ont-wikkelde hulpverlener naar streeft in zijn praxis. De twee voornaamste pijlers en voorwaarden van zo’n waardevolle band zijn Redelijkheid en Echtheid. Ter illustratie: de attitude Redelijkheid omvat een dubbele verantwoordelijkheid aan de kant van de hulpverlener. Enerzijds is er de verantwoordelijkheid dat men zijn ‘rede’ verder vormt, door zijn expertise verder uit te bouwen via opleidingen en intervisies. Anderzijds is er de verantwoordelijkheid dat die kennis op een redelijke, afgestemde manier ingezet wordt in het werk met mensen. Met andere woorden, het hart warm en het hoofd koel kunnen houden.

Het diepgaand bespreken van de resterende attitudes die deel uitmaken van het RESPECT-model valt uiteraard buiten het bestek van dit korte artikel. Verder komen nog volgende attitudes zoals Samen op pad, Positieve Uitzonderingen, Empathie, Contactbevorderend werken & Teamgebeuren.

Laat het duidelijk zijn dat - voor de auteurs - het kundig omgaan met onmacht begint bij de hulpverlener, met een zelfonderzoek dat eigenlijk nooit af is. In een tweede beweging kunnen we ons dan als ‘vol-ledige’ hulpverleners positioneren, en onze attitudes uitdragen in de band met cliënten en collega’s, ook in een team dus. In tijden waarin cijfers, statistieken & protocollen stilaan de bovenhand krijgen, ook in de zorg, wil dit boek de focus terug leggen waar die in de eerste plaats behoort te zijn,op de relatie. Een kundige omgang met onmacht gaat dus niet zozeer over de antwoorden die een hulpverlener kan geven, maar eerder over de vragen die hij zichzelf durft te stellen.

Het respectboek voor de zorg, Krachtig omgaan met onmacht, Pieter Loncke Thomas Raemdonck Geert Capoen, 190 blz LannooCampus, € 25,99

Olaf Mylle

(*) GTB staat voor Gespecialiseerde Traject Begeleiding

Latest from Paul De Neve

back to top