De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



Het gebruik van meetinstrumenten in de verslavingszorg : het is meer dan alleen maar afnemen!

Zoals de schrijnwerker beschikt over zaag, hamer en meetlat voor het uitoefenen van zijn beroep, zo ook hebben praktijkwerkers in de verslavingszorg instrumenten ter beschikking. Het al dan niet gebruiken van die instrumenten maakt wel eens het verschil tussen een vriendschappelijke babbel en een doelgericht begeleidend gesprek tussen hulpverlener en cliënt.

In de ambulante centra loopt sinds het begin van dit jaar een onderzoeksproject, aangestuurd vanuit de dienst WO en gecoached door Prof. Dr. J. De Maeseneer (Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidzorg, UGent) en Prof. Dr. E. Broekaert (Vakgroep Orthopedagogiek, UGent). De bedoeling van het project bestaat erin om in een door toeval bepaald, maar gecontroleerd opzet (afgekort RCT = randomized controlled trial), evidentie aan te tonen vóór het gebruiken van meetinstrumenten in de begeleidende gespreksvoering met cliënten. Met instrumenten bedoelen we niet enkel diagnostische tests. Het gaat om álle instrumenten of hulpmiddelen, die kunnen helpen bij het structureren van de begeleiding en bij het voeren van meer doelgerichte begeleidende gesprekken. Het kan gaan van gestructureerde of half gestructureerde interviews, over door de cliënt zelf in te vullen vragenlijsten, (huis)werkbladen, evolutiestaten, ... tot een vaste structuur van agenda per begeleidend gesprek.

RCT wil zeggen dat cliënten door toeval aan de onderzoeksgroep dan wel aan de controlegroep worden toegewezen. Hiervoor wordt gewerkt met een systeem van gesloten briefomslagen. Van zodra een cliënt in aanmerking komt om deel uit te maken van één van beide groepen wordt zijn code op de briefomslag geschreven. Pas daarna wordt de omslag geopend. Op die manier heeft elke cliënt evenveel kans om in de onderzoeksgroep dan wel in de controlegroep te zitten.

In het begin van elke begeleiding wordt aan elke cliënt toestemming gevraagd om zijn anonieme gegevens te mogen gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek, alsook om hem/haar nog te contacteren nà de begeleiding. Aan cliënten in de onderzoeksgroep wordt daarenboven toestemming gevraagd tot participatie in het project, waarbij hij/zij in de loop van de verdere begeleiding een aantal meetinstrumenten zal voorgelegd krijgen. Wanneer een cliënt liever niet participeert aan het onderzoek, wordt zijn wens gerespecteerd. Weigeren is nochtans zeldzaam. De meeste cliënten participeren graag aan een onderzoek. Ze voelen zich erkend in hun mogelijkheden ergens positief aan bij te dragen.

De instrumenten waarvoor we gekozen hebben, liggen in het verlengde van recent heroplevende inzichten in de kracht van positieve bekrachtiging en van een meer oplossingsgerichte benadering. Het zijn de PREDI - een psychosociaal en op capaciteiten georiënteerd diagnostisch systeem- en de RCQ - een vragenlijst die, per middel dat gebruikt wordt, peilt naar de veranderingsbereidheid in middelengebruik. We hopen dat beide instrumenten kunnen helpen in het aan de oppervlakte brengen van de sterke kanten van cliënten. Ze bieden een positief georiënteerd raamkader waarrond de begeleidende gesprekken verder gevoerd kunnen worden. Na een vrij volledige inschatting van de problemen in de oriëntatiesessies, ondermeer op basis van de EuropASI, moet er terug vooruit worden gekeken in de individuele begeleiding. Waar wil de cliënt naartoe met zijn leven (veranderingswens) en waar bevinden zich mogelijkheden, welke zijn de kansen? Kunnen de sterke kanten van een cliënt in één leefgebied worden aangewend om een positieve ervaring op te doen in een ander leefgebied, dat nu als problematisch wordt beleefd én waar de cliënt een veranderingswens heeft?

In het feedback formulier dat werd ontwikkeld om de informatie uit de EuropASI aan de cliënt terug te koppelen, werd vroeger al voorzien in de mogelijkheid positieve punten in te vullen ter voorbereiding van het begeleidingsplan. De criteria en waarderingsvragen per leefgebied uit de PREDI, kunnen helpen om die positieve elementen uit het feedback formulier aan te vullen en/of te concretiseren. Voor een beter zicht op de motivatie tot verandering van gebruiksgedrag, peilt de RCQ naar de fase van veranderingsbereidheid voor elk middel. De praktijk leert immers dat cliënten soms wel veranderingsbereid zijn voor het ene middel, maar daarom (nog) niet voor een ander middel. In de RCQ wordt daarnaast ook gevraagd naar het aantal dagen recent gebruik van elk middel en de gemiddelde hoeveelheid per keer. Door het herhaald stellen van deze vragen aan de cliënt op verschillende tijdstippen in de begeleiding, kan de evolutie in zijn denken én handelen ten aanzien van elk middel zichtbaar worden gemaakt. Elke verandering in positieve richting –hoe klein ook- kan dan worden uitvergroot door de begeleider en als trigger worden gebruikt voor verdere stappen.

Zowel de EuropASI, de PREDI als de RCQ, lenen zich uitstekend voor het toepassen van alvast één specifieke techniek in de motivationele gespreksvoering: het geven van feedback. Al deze meetinstrumenten bevatten immers waarderingsvragen in de verschillende leefgebieden en op het vlak van motivatie. Door deze waarderingsvragen bij herhaling te stellen op die leefgebieden waar de cliënt een veranderingswens heeft, kan zeer gemakkelijk elke vooruitgang aanschouwelijk worden gemaakt. Het is te verwachten dat dit motiveert en het vertrouwen doet toenemen in de mogelijkheid tot verandering. Dit geldt eveneens voor alle vragen naar aantal dagen van iets in de EuropASI. Het vaststellen van een vermindering van aantal dagen met problemen, een vermindering van lastervaring, een toename van positieve ervaringen en een meer bewuste beleving van sterktes, zijn allemaal observaties die positief bekrachtigen en helpen zelfs de kleinste verandering in de verf te zetten.

Omdat dit onderzoek een interventiestudie is, werd een draaiboek uitgewerkt voor het in de praktijk omzetten van de onderzoeksgebonden sessies of sessieonderdelen. Er zijn 5 soorten sessies beschreven: de introductiesessie met afname van de RCQ, een feedbacksessie op de RCQ, het PREDI-interview, een feedbacksessie op de PREDI, de afrondingssessie. Voor de introductiesessie, RCQ-afname en het PREDI-interview werd een voorbeeld DVD gemaakt. De andere sessies kwamen aan bod in de opleiding zonder beeldmateriaal. Voor de tussenliggende sessies werden eenvoudige hulpmiddelen ontwikkeld, die gebruikt kunnen worden voor het in beeld brengen van verandering. Alle participerende begeleiders kregen een opleiding in de eigen afdeling.

Het onderzoek kan echter maar slagen dank zij de medewerking van velen. In alle ambulante afdelingen werken individuele begeleiders mee aan het project. Hoewel het werken met de in het onderzoek opgenomen instrumenten in principe niet méér tijd vergt van de begeleiders, vraagt het wél een andere manier van werken én enige alertheid in het opvolgen van een specifiek handelingsprotocol of draaiboek. Er is dan ook continue follow-up van de opleiding en training nodig. De dienst WO voorziet in permanente opvolging, in feedback en ondersteuning van de begeleiders op individueel niveau of in het ganse team. De tijd hiervoor is wel beperkt: om de vijf weken komt de onderzoeker één dag naar elke afdeling. Daarnaast blijft er natuurlijk wel telefonische en/of email permanentie.

Op dit ogenblik werden 100 cliënten betrokken in het onderzoek: 50 in de onderzoeksgroep en 50 in de controlegroep. Van die 50 in de onderzoeksgroep zijn er echter maar 30 bruikbaar voor het experiment. De overige 20 zijn als volgt verdeeld: 5 weigerden deelname, 4 cliënten kwamen niet meer terug en aan de 11 andere cliënten werd (nog) geen toestemming gevraagd.

Met dit onderzoek willen we ondermeer twee doelstellingen verwezenlijken:

-we willen algemeen het gebruiken van meetinstrumenten in de begeleidingspraktijk aanmoedigen

-we willen op een wetenschappelijk gecontroleerde wijze aantonen wat een goede, betere of beste praktijk is op de werkvloer

Het onderzoeksproject loopt tot wanneer de - bruikbare - onderzoeksgroep voldoende groot is. Dat duurt wellicht nog tot eind 2008. De eerste resultaten verwachten we pas in 2009, maar er is goede hoop om met de praktijk van het gebruiken van instrumenten verder te gaan.

Veerle Raes, Wetenschappelijk Onderzoek

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Juli
  • 31
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 
    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 31/7; 14/8; 28/8; 11/9; 25/9; 9/10; 23/10; 6/11; 20/11; 4/12; 18/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info







September
  • 8
    10:00 Zee-zeildag 2019

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2019 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Meer nieuws volgt!

  • Volledige agenda