De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

vrijdag 21 mei 2021 15:33

“Laat ons het traject-denken nog beter maatschappelijk uitdragen”

Het voelt onwennig om 2 artsen met een lange staat van dienst in deze coronatijden zonder dankmoment te moeten uitzwaaien. Dr Ludo Vanmarsnille en dr Annemie Vrijders hebben samen ruim 50 jaar op de teller in De Sleutel. We zijn heel dankbaar als organisatie voor hun jarenlange inzet en willen met dit interview hun expertise en wijsheid delen met onze lezers.

“Het woord van de arts in De Sleutel is niet zo bepalend als in een ziekenhuis”, zo begint Ludo wat off the record. Tijdens het gesprek met hem en Annemie wordt nochtans duidelijk dat de medische component in het multidisciplinair werk van de afdelingen binnen De Sleutel van groot belang is. Tussen de lijnen van hun verhaal onthou ik dat je door de combinatie van die medische en psychosociale focus kan voorkomen dat er tunnelzicht in de behandeling binnensluipt, of dat diagnoses zoals klierkoorts of hepatitis C te lang onder de radar blijven als een patiënt lusteloos lijkt of niet uit de zetel geraakt. De toon is gezet voor een geanimeerd gesprek..

Ludo en Annemie zijn gestart als huisarts en zaten al samen in de aula in 1973 tijdens hun eerste kandidatuur geneeskunde aan de UGent.

Annemie: Het ambitieuze motief waarmee ik in 1973 voor de studie geneeskunde koos, ontleende ik aan een passage uit het eerste boek van Virginia Woolf “De uitreis”. Daarin zegt Mr. Dalloway: “Mocht ik enerzijds niet hebben bereikt wat ik van plan was en wie bereikt dat wel? Dan kan ik anderzijds wel met recht zeggen dat ik mijn ideaal nooit heb verloochend. Mijn ideaal was “medische zorg toegankelijk maken voor iedereen voor wie die toegang moeilijk was, meestal om sociale redenen”. Dat zat al in mijn hoofd toen ik 16 jaar was. Aanvankelijk ging ik werken in een Centrum voor Geboorteregeling en Seksuele Opvoeding. Anticonceptie voor tieners was toen lang nog niet evident. Ik was al huisarts, had al lesgegeven in een verpleegsterschool in Leuven. De behandeling van mensen met een drugsverslaving stond nog in de kinderschoenen. In 1993 erkende het RIZIV de eerste centra. Project Lama in Brussel en Dagcentrum Antwerpen gingen uit de startblokken. Ik solliciteerde er omdat ik deze doelgroep wou helpen. Op mijn eerste werkdag in april 1993 werd ik in het dagcentrum ontvangen door dr. Jan Bleys die daar toen als psychiater werkte. Hij introduceerde mij en gaf me een patiëntenlijstje met de gevleugelde woorden: “Hier heb je een lijstje met 20 heroïneverslaafden. Stel ze in op methadon en ziet dat ge geen doden hebt. Ge zijt dokter, zoek het maar uit.” Een paar maanden later behandelden we in ons ambulant centrum reeds 90 heroïneverslaafden. De rest is geschiedenis. In het begin was er amper een duidelijk wettelijk kader hiervoor. Ik maakte in Antwerpen snel kennis met Annemie Delooze. Niet veel later werd er een extra centrum opgestart in Mechelen. De 2 Annemiekes trokken er naartoe. Eerst in De Speeckvest, dan in de F. de Merodestraat.

annemie web

Dr Annemie Vrijders

Ludo: Bij mij lag het iets anders. Ik begon ook als huisarts maar startte deze studie meer uit een soort idealisme. Na een tiental jaar besloot ik me op de sociale geneeskunde in al zijn facetten te gaan focussen. En dus ook op personen met verslaving. Ik was op dat moment reeds aan het werk voor volksgezondheid in het Brugse. Ik hield me bezig met arbeidsongevallen bij overheidspersoneel, met toezicht op kinderen van de schippersschool, aanwervingsonderzoeken voor chauffeurs, piloten in opleiding… En eind 1993 reageerde ik op een vacature in het net opgestarte dagcentrum in Brugge. Men zocht er een arts om de methadonverstrekking regulier te maken. Het ging om een beperkt aantal uren en ik werkte onder een vrijwilligersstatuut. Voor mij was het vooral uit nieuwsgierigheid, eigenlijk was ik op vlak van verslaving nog een complete leek. Anticiperend op het feit dat ik drie pubers had, wou ik zicht krijgen op wat er in de wereld omging. Als arts was ik toen ook al heel actief in het buitenland. Ik trok regelmatig op missie veelal naar Afrikaanse landen, in opdracht van Artsen zonder Grenzen, de Verenigde Naties, … Die projecten kon ik vlot combineren met mijn werk bij volksgezondheid. Dat was één van de redenen waarom ik gestopt ben als huisarts. Vrij snel na mijn start in het dagcentrum te Brugge maakte ik de overstap naar het CIC. Ik was ook net overgestapt naar de universiteit wat ik combineerde met het Tropisch Instituut. Mijn nieuwsgierigheid evolueerde snel naar echt engagement. Uiteindelijk werkte ik 20 jaar voor het CIC, af toe voor dagcentrum Gent en ook even in TGG dubbeldiagnose. In het begin moest ik me natuurlijk flink bijscholen. We hebben samen nog opleiding gevolgd bij Trimbos in Nederland (Annemie knikt instemmend). Gaandeweg ben ik in mijn job gegroeid. Uiteindelijk heb ik in Nederland als één van de eerste Belgen een officiële erkenning als specialist in de verslavingsgeneeskunde gehaald. Toen dacht ik heel even om in Nederland te blijven, maar dat is er dan niet van gekomen. Ik heb heel veel geleerd in De Sleutel. Psychiatrie was voor mij een nagenoeg onbekend vakgebied. Niet alleen door zelfstudie maar vooral ook door de confrontatie met de mensen en de vele ziektebeelden die we tegenkwamen.

Is jullie blik op de patiënt geëvolueerd in die jaren?
Annemie
: Neen. Je wordt natuurlijk meer ervaren. Ik heb altijd veel aandacht besteed aan het levensverhaal van de cliënt. Ik gaf vertrouwen en daardoor vertrouwden ze mij. Maar ik was streng en rechtlijnig op de regels, zeker rond methadonverstrekking. Maar het bleef een hele uitdaging. De klinische beelden van “de verslaafde” evolueerden ook heel snel. Daar bovenop had je dan de dubbel diagnose. Ik voelde me als arts sterk gewaardeerd in het multidisciplinair team, ook al hield ik me niet aan het puur medische. Die ruime blik dank ik aan de therapie-opleiding “medische synthese” die ik in de jaren 1980 volgde ik aan de universiteit van Rotterdam. Psychosynthese is de voorloper van wat later Mindfulness is geworden. Ik drong op klinische vergaderingen vaak hard aan op psychosociale begeleiding van de mensen. Dat ik breder keek dan het louter medische en hiermee op het terrein kwam van psychologen en maatschappelijk werkers lag soms gevoelig. Maar gaandeweg werd mijn bijdrage vanuit die holistische visie wel geapprecieerd. Er was wederzijds respect. Als ik terugblik op de vele patiënten die ik opvolgde – sommige 27 jaar lang - wil ik benadrukken dat ze bijna allemaal ten goede geëvolueerd zijn. Niet dat ze 100 % clean zijn. Maar ze zijn gegroeid en allemaal sociaal geïntegreerd. Niemand is in de goot blijven liggen. Mijn boodschap is dan ook: volg de mensen goed op, 5 jaar, desnoods 20 jaar, en ze zullen verbeteren.

ludo web

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dr Ludo Vanmarsnille

Ludo: Vermits ik er als totale leek ben ingestapt, zag ik de cliënt in het begin eerder als een crimineel. Maar al snel dacht ik niet meer in termen van “eigen schuld, dikke bult”, en evolueerde dat naar het inschatten van de kansarmoede op vele domeinen, niet alleen financieel, maar evenzeer opvoeding, familiale situatie, … En dat rechtlijnige herken ik wel. In het CIC zag ik de cliënten niet zo langdurig, maar ik zag sommigen terugkeren, soms 5 of 10 jaar later. Tijdens de consultaties merkte ik hoe belangrijk die vertrouwensband is. Cliënten weten dat die rechtlijnigheid eigenlijk in hun eigen belang was.
Nochtans haken cliënten soms af op die vrij rigide regels. “Maar als ze dan later terugkeren, vertellen ze dat het in die andere instelling niet gelukt is, vaak omdat de regels er te vrij waren. Ze beseffen dat ze dat kader nodig hebben”. Ludo wijst op het belang om als team op één lijn te zitten. Die gezamenlijke visie vindt hij belangrijk voor de medewerkers én de cliënten die zo beter de manier van werken begrijpen. “De visie maakt ook onze positie in de sector duidelijk. Verwijzers weten dan wat ze bij ons mogen verwachten”, zo stelt Ludo.

Annemie vindt het belangrijk dat een cliënt een goede ervaring opdoet in de hulpverlening. Zo zorg je ervoor dat die persoon bij herval zeker terugkomt. Later in het gesprek vertelt ze een anekdote. Een cliënt was gaan tanken in een pompstation dat hij destijds gewapend had overvallen. “Ik ben daarnet zonder te betalen weggereden. Wellicht is dat op camera vastgelegd”. Annemie vraagt: “Wat ga je nu doen?” Ze ging langdurig in gesprek met die cliënt. “Ik liet de keuze : Ga je daarvoor een paar maanden in de gevangenis zitten, of ga je gans je leven op de vlucht blijven?”
Ludo: Het komt erop neer dat je cliënten ondersteunt waardoor ze zelf hun eigen keuze kunnen laten. Want vaak kunnen ze dat nog niet zelfstandig.

Tunnelzicht voorkomen

Annemie: Ambulante behandeling moet een combinatie zijn van verschillende methodieken: motivationeel en gedragsmatig werken in combinatie met een Community Reïnforcement Approach (CRA) gekoppeld aan een juiste timing. Dat moet echt goed zitten. Probleem is dat psychologen vaak één “school” volgen (vb systeemtherapeut zijn). Tunnelzicht... Van 2006 tot 2010 pionierde De Sleutel met Contingency Management. Die CM-beloningsmethodiek is in het ambulante de meest effectieve methodiek, maar moet op het juiste motivationele moment starten: als de cliënt klaar is voor de actiefase. Dit vraagt veel discipline van een team. Je moet iedereen mee hebben. Het is zoals mayonaise maken. Alle ingrediënten moeten er zijn, op het juiste moment met de juiste timing en juiste hoeveelheid.

Het productgebruik is gedurende jullie loopbaan fel veranderd. Is het vandaag moeilijker?
Annemie:
In het begin zagen we vooral gebruik van cannabis, heroïne, cocaïne, alcohol, tabak. En amfetamine was er ook al. Dat is vrij snel geëvolueerd naar toename van verschillende soorten drugs: ketamine, XTC, methamfetamine, ghb, NSD. De nieuwe synthetische drugs zijn soms minder fysiek verslavend maar zijn vaak toxischer. De ontwenning is gevaarlijker voor GHB, benzodiazepinen,... Vandaar de nood aan detox in aan residentiële setting. Dat klinkt contra-intuïtief, maar het is zo. Je gaat bijna niet dood van het ontwennen van heroïne. Van ontwennen van alcohol, ghb of benzo’s kan dat wel. Heroïneverslaving kan je makkelijk ambulant behandelen met substitutiemiddelen, het kan wel soms 20 jaar duren. Er is echt een paradigmashift nodig: de sterkste verslaving, die aan heroïne, kan je ambulant behandelen, de minder verslavende maar meest toxische moet residentieel, toch voor de detox. Ook merk ik dat dubbel diagnose patiënten nog vaak tussen 2 stoelen belanden. Terwijl de wetenschap al lang zegt dat er een parallelle behandeling moet zijn voor de psychiatrische aandoening en de drugverslaving. Niet het een na het ander, zoals vaak wordt gedacht. En er is ook echt nood aan traject-denken in het behandelmodel. Er moet een naadloos en aanklampend behandeltraject zijn voor elke cliënt dat vaak zal starten op een spoedopname of bij de ouders, school, justitie. Daar zijn we in De Sleutel al heel hard mee bezig. En dat is goed. Je moet focussen op samenwerking en samenwerkingsakkoorden maken in alle regio’s.
Ludo: Ik kan dan alleen beamen.

 

tuin cic web

 

 

 

 

 

 

 

 

dr Ludo Vanmarsnille: “Het doet plezier om te zien hoe mensen zich herpakt hebben in het leven. Recent sprak een medewerker van Weerwerk me aan terwijl hij tuinonderhoud deed in het CIC om te zeggen: “Dr Ludo, ken je me nog…”


Als je terugblikt op die lange carrière: wat waren goede herinneringen of moeilijke periodes of beslissingen?
Ludo:
Ik kan tientallen voorbeelden geven van succeservaringen…. Een oud-cliënt met partner, en kinderen in de koets die mij op straat aanspreken. Mensen die in het CIC het tuinonderhoud doen die zeggen: “Dr Ludo, ken je me nog…” Het doet plezier om te zien hoe mensen zich herpakt hebben in het leven. Maar er zijn pijnlijke herinneringen, bijvoorbeeld met een ervaringsdeskundige die uiteindelijk is afgegleden tot en met suïcide. Ook al had die persoon als groepswerker jaren heel goed gewerkt. Hij was ook heel sterk met de cliënten. Die blijvende kwetsbaarheid… Dat is me altijd bijgebleven. Net als het afscheid van één van onze oudste cliënten zo’n 15 jaar geleden aan de kist in het ziekenhuis. Die persoon was rond zijn 58-ste gestorven na een zoveelste ontwenningspoging en opname. Ik had hem verschillende malen als patiënt gezien. Het waren altijd goede gesprekken en na het programma vertrok hij altijd vol goede moed naar huis. Jammer genoeg leefde hij totaal geïsoleerd. Dat je op het einde van je leven niemand meer overhoudt, heeft me zwaar aangegrepen.
Annemie: Ik herinner me zwangere heroïneverslaafde vrouwen waar het fout mee gelopen is. Maar even goed een modelmoeder waarbij de gynaecologe me achteraf liet weten dat zij versteld stond omdat die vrouw het zo goed gedaan had.

annemie en ludo web

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

dr Annemie Vrijders: “Contingency Management is ambulant de meest effectieve methodiek, maar moet op het juiste moment worden aangeboden en vraagt veel discipline van het team”

Ludo: Maar er waren ook ethisch-therapeutische zaken waar De Sleutel als organisatie mee worstelde. Zo herinner ik mij het lange gevecht achter de schermen rond methadon in het residentiële. Destijds kon een cliënt pas doorverwezen worden naar een langdurig programma als ze methadonvrij waren. Vaak ging het om chronisch zieke personen die deze medicatie nochtans nog jarenlang nodig hebben. Ze kregen dus niet de kans om het TG-programma te starten. Afbouw was het adagio en die nadruk werd te lang gelegd. In Nederland was men al veel langer overtuigd van de noodzaak van langdurige vervangmedicatie zoals buprenorfine. Een snelle afbouw was vaak ten nadele van de cliënt. Het waren meestal die personen die met herval te maken hadden.
Annemie: Vanuit het ambulante keken we daar anders naar. Vooral omdat we op medische congressen hoorden dat substitutie vaak levenslang nodig blijft. We waren dan ook vragende partij toen onze visieteksten herschreven werden. Vroeger was de therapeutische doelstelling drugvrije re-integratie. Gaandeweg is dat geëvolueerd naar psychosociale re-integratie en drugvrij als het kan.
Ludo: Dat is een goede samenvatting van de weg die we op 20 jaar hebben afgelegd.

Regulering

Annemie: Druggebruik moet ook gereguleerd worden zoals tabak en alcoholgebruik gereguleerd is en gedepenaliseerd. Criminaliseren van de druggebruiker werkt contraproductief. De sociale integratie is een absoluut noodzakelijke voorwaarde voor blijvend herstel. Justitie blokkeert te vaak die integratie door een strafblad, penale boetes, met stigma, armoede, uitzichtloosheid tot gevolg. En sociale tewerkstelling is ook een zeer belangrijke schakel. Geef ze desnoods een werkstraf: ook dat kan een belangrijke ervaring zijn. Zet ze aan het werk bij Natuurpunt, en ze leven weer op.
Ludo: Dat is het belangrijkste van heel het verhaal. De overheid moet veel meer focussen op die sociale re-integratie. Mensen kansen geven om te werken. Diegenen die werk vinden, houden het ook het langste vol. Ik zag al te veel voorbeelden van mensen met een mooi hulpverleningstraject. Maar als ze na drie maanden op eigen benen, geen werk hebben, zijn ze jammer genoeg vaak een vogel voor de kat… Daarin investeren kost geld, maar het zal veel effectiever zijn. Dat is de zelfwaarde van de mensen. Nu is er te veel aandacht voor het justitiële.
Annemie: Het is ook goed dat mensen nu met een ziekte-uitkering toch deeltijds aan de slag kunnen. Dat is een belangrijke hefboom om te re-integreren. Ik ken zo iemand die met één dag per week werk is begonnen en nu een bloeiende schilderszaak uitbaat.

Welke tips geeft u als arts aan ouders die denken dat hun zoon of dochter aan het experimenteren is met drugs?
Annemie
: Gooi het kind niet met het badwater weg. Veroordeel niet maar blijf het onderscheid maken tussen goed en niet goed. Vaak zit ook hier het legaal/illegaal-denken in de weg. Jouw sigaret of glas wijn is even schadelijk als de joint van je kind. Deel ervaringen, stop samen, blijf steunen. Maar blijf ook consequent, liefdevol maar ook standvastig. Herleid je kind niet tot zijn gedrag maar help je kind zich te gedragen naar wie hij werkelijk is. Het is belangrijk dat ouders vandaag systematisch bij de behandeling worden betrokken. Het schept vertrouwen, als ze gezien hebben waar en wat we doen.
Ludo: Ik vind het belangrijk om als ouder in gesprek te blijven, niet beschuldigend te zijn. Kwaadheid heeft een omgekeerd effect. Dat geldt naar verslaving maar evengoed naar prestaties op school… Het is niet altijd gemakkelijk. Te meer omdat we weten dat heel veel van die ouders vaak zelf ook met zo’n moeilijke situaties opgegroeid zijn. Niet iedereen kan die gesprekken aan.
Wat vindt u vandaag de grootste uitdaging voor de verslavingssector?
Ludo : Ik kom terug op die nazorg. Een begeleidingstraject naar werk is minstens even belangrijk als het afronden van een behandelingsfase. Dat gaat veel geld kosten.
Annemie: In die zin is het artikel 107 en de vermaatschappelijking van de zorg een godsgeschenk: we moeten komen tot betere samenwerking met psychiatrie, tussen sociale actoren. Voor mij zijn de opkomst van de designerdrugs en ook de vele conflicten in de wereld dé belangrijkste uitdagingen. Wie de reeks rond de drugtrafiek op Canvas bekeek, weet dat alle oorlogen met drugsgeld gefinancierd worden: van de opiumoorlog die Groot Brittannië voerde tegen China tot de Taliban en IS.
Waar ga je jouw vrije tijd straks mee vullen?
Annemie:
ik werk nog één dag per week bij Kind & Gezin. Ik kan me niet voorstellen geen arts meer te zijn. Ik studeer nog veel te graag. Ik heb ook nog een droom: ooit wil ik met de Broeders van Liefde mee gaan naar Rwanda. Destijds liep ik mijn stage in Butare. En verder blijf ik sociaal actief. Ik help als vrijwilliger in de wijk een buurderij-afhaalpunt opstarten. Verder ben ik actief in de Gecoro, de Gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Ordening.
Ludo: Ik ben bij de universiteit op pensioen moeten gaan, maar werk nog voor het Tropisch instituut en een beetje als arbeidsgeneesheer voor Dovo. En ik blijf met een klein groepje actief in Liberia waar we met vrijwilligers een schooltje en een gezondheidspost hebben helpen opstarten. Destijds was ik er op missie. Lokale artsen zijn er nu voldoende. Maar er zijn amper middelen. We zamelen geld in om te kunnen investeren in een ECG of echo. En ik heb 8 kleinkinderen en een kleine puppy. Tijd tekort.
En wat wensen jullie De Sleutel toe?
Annemie:
Dat de organisatie erin slaagt om dat netwerk uit te bouwen in de verschillende zorgregio’s, dat er blijvend wordt ingezet op visieontwikkeling, en dat medewerkers lang in dienst mogen blijven. Op die manier zorg je voor continuïteit in je behandeling.
Ludo: Het is belangrijk om ervaring op te bouwen. Op die manier leer je dezelfde taal van onze cliënten, leer je wat er bij hen leeft, kan je inschatten hoe ze zich gedragen. Op die manier kan je er beter mee omgaan. Zoiets kan je niet meteen verwachten van een starter. Ik heb te veel herval gezien. We werken heel goed tot en met Therapeutische Gemeenschap en tussenhuis en dan stopt het. Er is te weinig aandacht en geld voor het traject na de behandeling. De successrate kan omhoog als we als maatschappij daar meer in investeren. In de vorm van arbeid of vrijwilligerswerk. Dat is belangrijk voor onze cliënten.
Annemie: Het traject-denken zit al in het gedachtegoed van De Sleutel, maar dit moet maatschappelijk nog beter uitgedragen worden.
Ludo: Eigenlijk hebben we niets nieuws gezegd. Nu hebben we het wel eens extra benadrukt.

Paul De Neve

 

Drugpreventie bij kinderen werkt

Volg ons op Facebook