woensdag 26 augustus 2020 13:16

Omgaan met autoriteit in een therapeutische gemeenschap: hoe pakt TGG dit aan?

De Therapeutische Gemeenschap Gent (TGG) is een langdurig, residentieel behandelprogramma voor volwassen mannen met een dubbeldiagnose. Het zelfhulpconcept staat centraal waarbij de groep van lotgenoten de ‘methode’ is waarmee verandering ingezet en begeleid wordt. Essentieel aan dit concept is dat elkeen, binnen die drugvrije gemeenschap, een rol heeft binnen een bepaalde structuur. Die manier van werken is bijzonder. Zelfhulp, hulp aanvaarden en hulp bieden zijn fundamenteel in deze methodiek.

Met andere woorden: het model is gebaseerd op systematische feedback van de medebewoners aan elkaar. De bewoners zijn rolmodellen voor elkaar en de groep motiveert elkaar tot individuele verandering en houdt elkaar op het goede spoor. In het samenleven worden aanknopingspunten gezocht en gebruikt om de ontwikkeling te stimuleren.

Om deze complexe vorm van samenleven te doen werken, zijn er duidelijke regels en afspraken nodig. Bijgevolg is er nood aan een kader waaruit het mandaat of de autoriteit voortvloeit om deze regels te doen gelden. We botsen hierbij steeds vaker op een spanningsveld tussen macht en gelijkwaardigheid, tussen controle houden en verantwoordelijkheid/vertrouwen geven, tussen straf en herstel. In onze zoektocht naar een nieuwe verhouding tussen deze tegengestelden vonden we inspiratie bij Haim Omer en zijn werk rond Nieuwe Autoriteit (1).
Dit gaf de aanzet om onze orthopedagogische houding in vraag te stellen, uit te dagen en nieuwe dingen uit te proberen. Ons proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen is nog volop aan de gang. Zo hebben we moeten vaststellen dat niet alles uit ‘Nieuwe Autoriteit’ ook toepasbaar is op volwassenen en/of binnen een therapeutische gemeenschap. De vertaling van de theorie naar een toepasbare praktijk die voldoende rekening houdt met de belasting voor staf en bewoners was echter de grootste uitdaging.

feedbackDe belangrijkste pijler van ons nieuw herstelbeleid en onze nieuwe orthopedagogische grondhouding (*) is positieve feedback. Recente studies (2) tonen immers aan dat we meer leren uit horen wat we al goed doen (en dus meer mogen laten zien) dan de focus leggen op wat we niet goed doen. Wanneer bijgevolg de volgende leerstap (zone van naaste ontwikkeling) wordt benoemd, worden mensen uitgedaagd om verder te groeien en hun leerpunten aan te pakken. Deze pijler maken we concreet in formele momenten door expliciet te vragen naar positieve feedback, door elkaar ‘een pluim’ te geven, door successen naar voren te halen maar ook op informele momenten, benoemen en naar voor halen wanneer je iets goed ziet lopen. De momenten waarop iets goed loopt, worden consequent aangehaald gedurende het programma en binnen onze tools/opdrachten van het herstelbeleid.Het blijft een zoektocht in het positieve benoemen en verwachtingsvol zijn. Hierin sturen we onszelf en de groep blijvend bij.

De grootste verandering echter is de inzet op herstel in plaats van straf wanneer er iets verkeerd loopt. In ‘Nieuwe Autoriteit’ spreken ze van insluiten in de groep: “Ondanks jouw gedrag blijf je deel van ons en blijf je waardevol als persoon” in plaats van uitsluiten: “We wijzen niet enkel je gedrag af maar ook jou als persoon”. De autonomie wordt terug gegeven aan de persoon en bijgevolg wordt hij zelf verantwoordelijk (indien nodig met ondersteuning) voor het herstel naar de groep. Hiervoor is reflectie nodig. Enerzijds om tot inzicht te komen in het waarom, wanneer en wat er verkeerd liep. Anderzijds voor de bewustwording van welke vaardigheid er kan worden ingezet om op een constructieve manier je doel te bereiken. In TGG moedigen we ook een herstelgebaar aan om de relatie met de ander te herstellen. Dit staat meestal en idealiter in verband met het gestelde gedrag. Soms is er geen directe link tussen het gestelde gedrag en de concrete herstelactie, dan doe je iets positiefs voor de groep of voor een persoon, om de verbinding te herstellen.

We stellen vast dat de groep hier verantwoordelijk mee omspringt. De bewoners helpen elkaar vooruit door vragen te stellen en feedback te geven op wat de bewoner in kwestie brengt en voorstelt. Hierdoor neemt de motivatie tot verandering toe, het is namelijk best confronterend om te horen wat het effect is van jouw gedrag op de ander. Vroeger stelden we vast dat consequenties, opgelegd door de bewonersstructuur of staf, weerstand kon oproepen bij de bewoner. Nu laten we de persoon in kwestie zelf een voorstel doen tot herstel, bijgevolg volgt hij dit nauwgezetter op en voert hij dit uit met meer intrinsieke motivatie. Door in te zetten op herstel komt het belang van verbinding met de groep sterker naar voor. We vormen immers een netwerk tussen staf en bewoners waarin iedereen zijn stem kan laten horen en we samen een standpunt proberen in te nemen. Hierdoor gaat het niet meer over de mening van een individu maar over de mening van ons (staf en bewoners) als groep.

gesprek in cirkel web Door de bewoner zelf een voorstel tot herstel te laten formuleren, zorg je ervoor dat dit nauwgezetter uitgevoerd wordt met meer intrinsieke motivatie.

 

We merken dat de “relatiegebaren” waarvan Haim Omer spreekt in Nieuwe Autoriteit minder passend zijn binnen een volwassen setting. De relatie ouder/opvoeder met het kind is niet gelijk. Het gaat uit van het principe van onvoorwaardelijke liefde van de ouder op basis waarvan de ouders bijna onuitputtelijk kansen geven aan hun kroost. Het is een ongelijke relatie waarbij geven en ontvangen niet in balans hoeft te zijn. Hier kan een relatiegebaar passend zijn. De relaties die bewoners met elkaar aangaan is er één van gelijkwaardigheid. Een relatiegebaar zonder meer kan daarbij een andere bewoner 'in de schuld' zetten. Een ander verschil tussen kinderen en volwassenen toont zich bij het vormen van een netwerk. Het is bij een volwassen doelpubliek minder vanzelfsprekend om de ouders te betrekken bij het vormen van een netwerk waaruit de autoriteit kan voortvloeien. De bewoners zijn namelijk zelf volwassen en verantwoordelijk. Dit neemt natuurlijk niet weg dat ouders wél worden betrokken bij de behandeling om de effecten te vergroten en om hen als ouders te ondersteunen.

Het proces van weggaan van straf richting herstel ging gepaard met ongemakken als onzekerheid en angst voor controleverlies. Binnen een TG vinden we discipline belangrijk. Hiervoor heb je duidelijke regels nodig. Ook voorspelbaarheid in wat zal volgen als de regels niet gevolgd worden, is belangrijk. Om onze nieuwe consequenties ook voorspelbaar te maken hebben we heel wat creatieve bijsturing moeten doen. Een straf is eenvoudiger toe te passen en leent zich meer tot generalisering dan herstel. Het geeft ook een gevoel van controle, “er is gereageerd”. Het vraagt meer observaties, onderzoek, reflectie en overleg om te komen tot waarom iets verkeerd liep, hoe je in de toekomst je doel op een positieve manier kan bereiken en hoe je kan komen tot herstel. Het vraagt ook om dialoog met de bewoner waarbij je een stuk autonomie terug moet geven. Hij denkt mee na, doet zelf voorstellen en stuurt bij. Hierdoor is het leereffect van herstel veel groter dan van straf. Het is zinvoller, staat in relatie tot wat er gebeurde, zet in op verbinding met de groep en vergroot het zelfwaardegevoel van de bewoner. Straffen daarentegen werkt op basis van het machtsprincipe en lokt gedrag uit op basis van angst of onderdanigheid. Straf “werkt” enkel als opvoedingsinstrument bij kinderen als het aan een aantal voorwaarden voldoet. Vanaf de puberteit zijn er aanwijzingen dat straf contraproductief begint te werken en de relatie ondermijnt. Inzetten op herstel komt echter niet in conflict met het handhaven van discipline. Het benoemen en begrenzen van sociaal ongewenst gedrag door de regels consequent toe te passen blijft een basis orthopedagogische taak. Daarnaast is straf als consequentie van bepaald gedrag niet helemaal weg te denken uit TG, er blijven namelijk uitsluitingsregels van kracht. (Bvb: bij gebruik van drugs of een agressie-incident). Haim Omer gaf ons met zijn inzichten rond Nieuwe Autoriteit al een heel stuk richting in onze zoektocht naar een nieuwe orthopedagogische houding. We beschouwen dit proces als iets continu en laten ons verder door anderen inspireren.

Bert Vandervelden (augustus 2020) 

(*) Nieuwe orthopedagogische grondhouding om het samenleven in groep te doen werken, regels en afspraken op te volgen en bij te sturen. Weg van straffen en sanctioneren.

Aanverwante info

Mag ik mijn autoriteit terug of zoek ik een nieuwe?
Nieuwe autoriteit in RKJ

 

(1) H. Omer, Nieuwe autoriteit, samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Hogrefe&MoleMann. 2011. Amsterdam.
(2) Dunlap G. et al (2009) Dunlap G. , Sailor W., Horner R.H., Sugai G. (2009) Overview and History of Positive Behavior Support. In: Sailor W., Dunlap G., Sugai G., Horner R. (eds) Handbook of Positive Behavior Support. Issues in Clinical Child Psychology. Springer, Boston, MA  

Latest from Paul De Neve

back to top