De Sleutel Logo

VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



VAAR MEE voor het GOEDE DOEL!
Ga naar het inschrijvingsformulier



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

dinsdag 06 juni 2017 00:00

Crisishulpverlening versterken door netwerking en mobiel aanbod

Drugproblemen worden nog steeds veel te laat gedetecteerd. Vroeg interveniëren is nochtans heel belangrijk. Hoe langer men drugs gebruikt, hoe groter immers de neurologische schade. Langdurig druggebruik hypothekeert zelfs een mogelijke behandeling. Cijfers leren ons dat druggebruik bijna altijd begon op een leeftijd tussen de 13 en 17 jaar oud. Het is dan ook goed dat de hulpverlening van kinderen en jongeren verder versterkt wordt. Het is ook goed dat men dankzij een nieuw mobiel aanbod vroeger toegang heeft tot de context van de jongere die zich in een crisis bevindt. Een gesprek met Tine Notredame (netwerkcoördinator) en dr Eric Schoentjens (netwerkpsychiater) van RADAR.

HERVORMING GGZ VOOR KINDEREN EN JONGEREN CREËERT KANSEN VOOR VERSLAVINGSZORG

Radar logo BOLrood BaselineHoe is RADAR ontstaan?
dr Eric Schoentjes:
In 2015 gaven de verschillende overheden groen licht voor een grondige hervorming van de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren en hun context. Als basis hiervoor werd een gids uitgewerkt, als het ware een model voor de GGZ-hulp aan kinderen en jongeren met principes en operationalisering naar een concrete hulpverlening.

Tine Notredame: Belangrijk is dat de uitwerking van deze GGZ-hervorming voor kinderen en jongeren meteen op provinciaal niveau werd getild. RADAR, de naam die het netwerk kreeg in Oost-Vlaanderen, is trouwens geen afkorting. Wat we binnen ons netwerk trachten te doen is zowel de GGZ-partners alsook andere jeugdhulpaanbieders op de radar zetten en verbinden met elkaar. Door samenwerking proberen we cliënten op onze radar te krijgen en daar te houden indien wenselijk.

 notredame en schoentjens Dr. Eric Schoentjes (netwerkpsychiater) en Tine Notredame (netwerkcoördinator)  

Schoentjes: Een analyse leerde dat de organisatie van de GGZ voor kinderen en jongeren beter kon. Het aanbod moest beter. Vanuit het beleid wou men alle actoren samenzetten om over het aanbod voor -18 jarigen na te denken. In de schoot van PopovGGZ Oost-Vlaanderen bestond reeds een overlegplatform voor Geestelijke Gezondheidszorg dat zich specifiek richtte op kinderen en jongeren. Toen de overheid een oproep lanceerde om werk te maken van die hervorming was het logisch dat er verder zou gewerkt worden op reeds bestaande overlegplatformen voor kinderen en jongeren. Met die oproep wou de overheid aanmoedigen om nog veel meer in netwerken te gaan investeren. In een eerste fase werd er een algemeen samenwerkingsmodel ontwikkeld. Naast de kernactoren van de geestelijke gezondheidszorg werden ook belendende sectoren zoals onderwijs, welzijn, Kind en Gezin, politie, jeugdrechtbank, nauw betrokken. In een tweede fase werden de meer concrete programma’s ontwikkeld.

Er was in Vlaanderen al langer nood aan een betere organisatie van de hulp binnen GGZ aan kinderen en jongeren. De realisatie van de Gids naar een nieuw geestelijke gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren” (1) was een belangrijke stap.
Schoentjes: Inderdaad. Die gids gebaseerd op studies en goede praktijken, is het resultaat van ruim overleg met de sector zelf, volksgezondheid, de gemeenschappen. Het is een basisdocument gebaseerd op studies. Er werd nagedacht over het model, de componenten en structuur van het aanbod. Uiteindelijk gaven de federale en regionale ministers van Volksgezondheid op 30 maart 2015 in de Interministriële Conferentie Volksgezondheid hun goedkeuring over de Gids (zie www.psy0-18.be). De overheid heeft de sector dan via diverse oproepen gemobiliseerd om de hervorming verder te operationaliseren.

  

Het nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren focust prioritair op kinderen en jongeren met (een kans op het ontwikkelen van) psychische problemen of stoornissen van 0 tot 18 jaar en hun context.

 

Het specifieke aanbod voor kinderen en jongeren werd hierna stapsgewijze uitgewerkt in verschillende programma’s?
Notredame: Ja. De netwerken kregen de opdracht om mobiele (crisis)zorg te organiseren. Om die opdracht te realiseren dienden de netwerken per opdracht een template in te dienen waarin beschreven staat hoe we binnen ons netwerk deze opdracht wensen vorm te geven. In Oost-Vlaanderen gebeurde dit toch wel aan een hoog tempo. In maart 2015 was er de gids. In juli volgde de vraag om een netwerk te vormen. In september dienden we het voorstel voor het programma “Crisis” in. Intussen werd ook samengezeten in een intersectorale werkgroep om alles vorm te geven. Vandaag zijn ook de templates van Care en Crosslink goedgekeurd en zijn ook deze van start gegaan. Het is allemaal volop in ontwikkeling.

Laten we hier focussen op crisis.

Schoentjes : Het programma “Crisis” heeft als doel hulp te bieden bij crisissituaties waarbij snelle hulp geboden dient te worden voor een kind of jongere (0 – 18 jaar) met een plots (verergerd) psychisch/psychiatrisch probleem. Concreet richt het aanbod zich dus tot elk kind of elke jongere in zo'n crisissituatie in de provincie Oost-Vlaanderen.
Notredame: In de praktijk kan iedereen die zich zorgen maakt over een kind of jongere in zo’n crisissituatie contact nemen.

Hoe wordt dit in de praktijk georganiseerd?
Notredame: Het programma “Crisis” wordt verzorgd door alle centra geestelijke gezondheidszorg, alle reguliere kinder- en jeugdpsychiatrische diensten en de diensten voor bijzondere doelgroepen (vb middelenafhankelijkheid, verstandelijke beperking, justitieel statuut). In dit programma participeren zowel ambulante als residentiële hulpverleningscentra, aangevuld met het crisismeldpunt en het crisisnetwerk integrale jeugdhulp.
Schoentjes: Het is ook goed om te onderstrepen dat de Vlaamse overheid ervoor gekozen heeft (met de gids) om de drughulpverlening af te stemmen met en te integreren in de geestelijke gezondheidszorg. Zeker bij kinderen en jongeren is de afstemming van die hulpverleningsvormen op elkaar belangrijk. Je moet hiervoor geen 2 afzonderlijke instanties hebben. Medewerkers uit de crisiszorg, uit de ambulante GGZ en uit de residentiële zorg werken op aanklampende wijze samen. Zo proberen we de integratie te voorzien van jongeren die kampen met verslavingsproblematiek binnen de bredere sector van de GGZ.

Wanneer spreken we over crisis?
Schoentjes: Zoals gezegd richt crisis zich tot situaties waarbij snelle hulp geboden dient te worden voor een kind of jongere met een plots (verergerd) psychisch/psychiatrisch probleem. Het gaat dus om ondersteuning op korte termijn bij psychische problemen waarbij we het mobiele aanbod gebruiken, met een verbindende functie naar het bestaande crisisaanbod dat we op die manier nog beter op elkaar willen afstemmen. 
Notredame: We gaan aan de slag met gezinnen met zo'n kinderen waarbij het evenwicht zoek en waarbij er snel gehandeld dient te worden.

DUO'S GAAN OP PAD

Hoe is dat mobiele aanbod voor de groep van 0 tot 18 jaar tot stand gekomen?

Notredame: Met alle partners samen zijn we gekomen tot een systeem waarbij we per regio dagelijks een mobiele crisisinterventie kan geboekt worden. Het is een werkwijze  om afspraken te plannen zonder dat men goedkeuring moet krijgen van andere partners of de netwerkpsychiater. Er wordt vertrouwd op de inschatting die gemaakt wordt door de partner die de aanmelding kreeg. In Oost-Vlaanderen zijn er 13 partners contacteerbaar in crisissituaties. Lokale CGG die bijvoorbeeld hun eigen aanbod hebben inzake suïcide, de K-diensten met hun gespecialiseerd residentieel aanbod, 4 provinciale partners met een specifiek aanbod (zoals De Sleutel, Fioretti, De Branding) en ook crisismeldpunt integrale jeugdhulp.
Ongeveer een zestigtal personen is hierbij betrokken. In de praktijk sturen we hulpverleners van verschillende partners (ambulant, residentieel, gespecialiseerd) in duo’s op pad tijdens die mobiele interventies. Die samenwerking, die ontmoeting alleen al is leerrijk. Vanuit die verschillende brillen probeert men samen naar oplossingen zoeken vanuit hun eigen expertise voor deze specifieke casus. Ze kunnen ook beroep doen op andere partners binnen het programma crisis om hen te ondersteunen alsook op de netwerkpsychiater Dr. Eric Schoentjes. (lees ook de bijdrage medewerker vertelt vanuit de praktijk)

Vond de hulpvrager in crisis te weinig de weg?
Notredame: Het  mobiel crisisaanbod binnen GGZ bestond voorheen eigenlijk niet voor kinderen en jongeren, Behoudens het pilootproject C². Sinds art 107 (gelijkaardige hervorming volwassen hulpverlening GGZ in netwerken Het Pakt en ADS) bestaat het wel binnen hulpverlening voor volwassenen. Er was wel een ambulant aanbod interventie, bijvoorbeeld binnen het UZ Gent. De overheid gaf de instructie om een mobiel crisisaanbod te organiseren omdat we nog veel meer informatie krijgen waar we mee aan de slag kunnen gaan tijdens een mobiele interventie. De meerwaarde van deze werkvorm wordt ook reeds ervaren bij de mobiele crisisteams binnen art 107.  

Is de leemte nu opgevuld?

Schoentjes: Er was al een beperkte traditie inzake outreachend werken. De overheid was ervan overtuigd dat het een meerwaarde zou zijn mochten we dit ook kunnen in geval van crisis. Dat was ook de reden waarom er extra middelen kwamen voor mobiele werking. Door outreachend te werken integreer je de GGZ in de normale leefwereld van de jongere en zijn gezin Voor de patiënt is het een meerwaarde dat ze kunnen beroep doen op een instantie dicht in de buurt. Toch is het soms wat schrikken voor hen, er komen 2 wildvreemde mensen over de vloer die ze maar 2 maal zullen zien, waar ze heel moeilijke dingen mee bespreken om ze daarna verder  toe te wijzen naar zorg,

MINST INGRIJPENDE HULP INSCHAKELEN

Vanuit welke visie wordt gewerkt?

Notredame: We zoeken een oplossing voor de jongeren waarbij we de minst ingrijpende hulp kunnen inschakelen. Als netwerk wil RADAR de verbinding faciliteren tussen GGZ-actoren en de andere partners die binnen het landschap jeugdhulp aanbieden. Het komt erop aan om zo intersectoraal mogelijk aan de slag te gaan. Door het netwerk worden we gemotiveerd en gestuurd in de richting van samenwerking. Dit wordt ervaren als een grote meerwaarde.
Schoentjes: Niet alleen samenwerken met de de verslavingszorg , we zitten nu ook samen met de sectoren gehandicaptenzorg, jeugdzorg, onderwijs. Allemaal met het zelfde doel: samenwerken om een goede zorg voor jongeren mogelijk te maken.
Notredame: Door elkaars diensten te leren kennen en samen tijd door te brengen komt men tot een betere kennis van de mogelijkheden van de andere partners en komt men veelal  op die manier tot een betere afstemming.

Wat is de rol van netwerkpsychiater en de coördinator?
Schoentjens:
 Elk op onze manier hebben we een verbindende en ondersteunde rol. Voor mij is dat bereikbaar zijn met mijn klinische expertise als kinderpsychiater en ter beschikking staan bij vragen van partners uit het netwerk. Als netwerkpsychiater heb ik de kans om deel te nemen aan veel overlegmomenten over gans de provincie. Het is mijn rol de verbinding tussen de parters te maken, niet alleen op klinisch gebied.
Notredame: We trachten zelf zoveel mogelijk de verbinding tussen partners, organisaties en medewerkers GGZ en Integrale Jeugdhulp (IJH) te faciliteren. 
Schoentjes:  Elk op onze manier hebben we een verbindende en ondersteunde rol.
Notredame: We trachten samen met de medewerkers kaders en handvaten uit te werken. Vanuit de vragen die komen van de medewerkers, gaan we aan de slag in werkgroepjes. Ik probeer de signalen die we opvangen op beleidsoverleggen te brengen. We proberen op verschillende niveaus aan de slag te gaan met de zaken waarmee we in de praktijk geconfronteerd worden.

Hoe ziet de toekomst er uit en hoe zit het met de financiering?
Notredame: De 3 programma’s en trajectcoördinatie zijn nu in volle ontwikkeling. Waar we ons nu vooral willen op focussen is de afstemming met specifieke partners (binnen IJH) en afstemming met de netwerken art 107. En qua financiering van de programma’s: deze is verzekerd tot eind 2018.
Schoentjes: Dit loopt via de eigen financiering van de samenwerkende partners die door de overheid werden aangemoedigd om die middelen verstandig samen te gaan inzetten, waar nodig. Om dat proces te bespoedigen heeft de minister van volksgezondheid daar een budget aan toegevoegd. 
Notredame: Ons werk zal eind 2018 zeker niet rond zijn. Het gaat om een grote hervorming van een ganse sector waarbij we specifieke functies dienen te ontwikkelen en een netwerk mogen opbouwen met deze verschillende partners. Maar wat we ontwikkeld hebben is zeker niet verloren. Het is bovendien een realiteit dat een netwerk niet uit zichtzelf ontstaat en ook niet blijft draaien op zichzelf. Schoentjens: Naar de toekomst toe willen we extra inspanningen doen om de gebruikers van de gespecialiseerde zorg ook te betrekken in de organisatie daarvan. Kinderen, jongeren en ouders die geïnteresseerd zijn om ideeën door te geven of deel te nemen aan overleg kunnen steeds contact nemen met Crosslink.
Notredame: Een belangrijke uitdaging voor crisis bestaat erin om onze visie op crisis af te stemmen met de crisisnetwerken integrale jeugdhulp. Deze moeten zo goed mogelijk op elkaar afgestemd worden om op die manier een krachtige en duurzame verbinding te creëren tussen programma crisis RADAR en crisisnetwerk IJH. Wij gaan hier en nu aan de slag met situatie die zich aandient ; andere acuut dysfunctioneren van de minderjarige die binnen de aantal dagen hulp nodig heeft . Door met elkaar samen te werken, leren we elkaars realiteit kennen evenals de mogelijkheden en beperkingen van elke partner.

Paul De Neve (juni 2017)

 

Aanverwante info

Medewerker mobiele crisiszorg aan het woord: Wat mag je na een hulpvraag verwachten? 
Wrap Around zet extra in op middelenverslaving bij minderjarigen in Oost-Vlaanderen 

(1) Het echte startsein voor de hervorming van de GGZ werd gegeven op de interministeriële conferentie volksgezondheid in april 2010. Mijlpaal 2 uit de gemeenschappelijke verklaring toen was het ontwikkelen van een plan voor de geestelijke gezondheid van kinderen en jongeren

  

Betrokken partners

Regio Gent-Eeklo: bereikbaar tussen 9u & 17u
partnership bestaande uit: Crisisteam CAW Oost-Vlaanderen (24u/24u), CGG Eclips te Gent, RCGG Gent, Eeklo en Deinze, UZ Gent, PC Caritas - De Kaap te Melle, PC Gent-Sleidinge, PC Dr. Guislain – Fioretti te Gent, Drughulpverlening: Dagcentrum De Sleutel te Gent en RKJ De Sleutel te Eeklo en PC Caritas - De Branding te Melle

Regio Waas-Dender: bereikbaar tussen 9u & 17u
partnership bestaande uit: Crisisteam CAW Oost-Vlaanderen (24u/24u), CGG De 3 Stromen te Dendermonde en Wetteren, CGG Waas & Dender, AZ Nikolaas te Sint-Niklaas, PC Gent-Sleidinge, PC Dr. Guislain – Fioretti te Gent, Drughulpverlening: Dagcentrum De Sleutel te Gent en RKJ De Sleutel te Eeklo en PC Caritas - De Branding te Melle

Regio Aalst-Oudenaarde; bereikbaar tussen 9u & 17u
partnership bestaande uit: Crisisteam CAW Oost-Vlaanderen (24u/24u), CGG ZO-VL, Crisisteam CAW O-VL te Gent, UZ Gent, PC Caritas - De Kaap te Melle, PC Gent-Sleidinge, PC Dr. Guislain – Fioretti te Gent, Drughulpverlening: Dagcentrum De Sleutel te Gent en RKJ De Sleutel te Eeklo, PC Caritas - De Branding te Melle

Klik hier voor overzicht met contactgegevens

 

Link naar website netwerk RADAR, onderdeel van PopovGGZ, overlegplatform Geestelijke Gezondheidszorg Oost-Vlaanderen vzw

 

Cliënten geven bij een opname best hun persoonlijke gsm in bewaring

Volg ons op Facebook

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

September
  • 10
    10:00 Zee-zeildag 2017

    Op zondag 10 september kan u opnieuw deelnemen aan de Zee-zeildag ten voordele van De Sleutel.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • Volledige agenda