De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

maandag 09 maart 2015 00:00

Gesprek met Helena Martens, voorzitter Unie Nederlandstalige jeugdmagistraten, legt pijnpunten bloot bij aanpak drugproblemen minderjarigen

Twee derden van de aanmeldingen voor een opname van jongeren bij De Sleutel verloopt via de jeugdrechter. We gaan in gesprek met Helena Martens, familie- en jeugdrechter en voorzitter van de Unie van Nederlandstalige jeugdmagistraten. We willen het met haar hebben over de samenwerking tussen de drughulpverlening en de jeugdrechters. Hoe ervaart zij de doorverwijzingen, welke drempels of problemen ziet zij en hoe kijkt ze naar de hervormingen, ook binnen integrale jeugdzorg?

OOK HET RKJ, OPNAMECENTRUM VOOR JONGEREN MET VERSLAVING, PLEIT VOOR STOK ACHTER DE DEUR

Eén van de doelstellingen uit het strategisch plan van De Sleutel stelt dat we de drughulpverlening voor minderjarigen en jongvolwassenen beter bereikbaar zullen maken. We willen niet alleen méér jongeren bereiken, maar ook willen we vroeger interveniëren in hun verslavingsloopbaan. Om dit te realiseren moeten drempels worden weggewerkt en samenwerkingen onder de loupe genomen.

Het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma (RKJ) van De Sleutel te Eeklo is één van de twee opname-units in Vlaanderen voor minderjarigen die kampen met een drugproblematiek. Het RKJ, dat vanaf de zesde staatshervorming onder de bevoegdheid van het Vlaamse Agentschap Zorg en Gezondheid valt, beschikt over 12 bedden. De belangrijkste stakeholders van deze setting zijn de jeugdrechters. Twee derde van de aanmeldingen verloopt via de jeugdrechtbank.

Bij de voorbereiding op het gesprek met jeugdrechter Helena Martens nemen we ons voor om blijvende pijnpunten bij het aanpakken van drugproblemen bij minderjarigen mee te nemen in het gesprek. We weten intussen dat wat werkt bij volwassenen niet meteen aanslaat bij jongeren, dat er nood is aan een aparte crisisopvang voor minderjarigen met een drugprobleem,…  Ook hopen we te horen waarom  jongeren vaak al te ver in hun gebruik zitten, vooraleer ze naar ons verwezen worden. Helena Martens blijkt zich goed voorbereid te hebben op het gesprek met Joris Cracco, afdelingshoofd RKJ.

martens web   
Helena Martens, familie- en jeugdrechter, ondervoorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, Afdeling Gent en voorzitter van de Unie van Nederlandstalige jeugdmagistraten.

HET VERHAAL VAN ANN


“Het verhaal van Ann in jullie feestnummer van eind 2014 legt belangrijke verschillen bloot,” zo steekt jeugdrechter Helena Martens van wal.

"Ann is blijkbaar een intussen sterke dame die kiest voor een residentiële behandeling in De Sleutel omwille van de dreiging van een verdere detentie en ondanks het feit dat ze zich niet happig voelde om naar De Sleutel te gaan. En met succes. Ik weet niet hoe groot de positieve motivatie is die gevraagd wordt van meerderjarigen, maar naar mijn gevoel is die motivatievereiste bij minderjarigen wel heel doorslaggevend en is een gebrek aan hulpvraag bijna een exclusiecriterium. Ik betreur dat. Ik vind dat wanneer - om welke reden ook gerechtelijke (lees gedwongen) jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld - de beslissing bij de jeugdrechter moet liggen. Niet bij de voorziening, laat staan bij de jongere. Nochtans, tot op de dag van vandaag kan een jeugdrechter zijn beslissing tot gedwongen hulpverlening nog steeds niet hard maken, omdat artikel 37, §2, 10° van de Wet op de Jeugdbescherming nog steeds niet van kracht is. Daar wordt specifiek de mogelijkheid voor de jeugdrechter voorzien om de jongere onder gerechtelijke maatregel residentieel te plaatsen in een dienst deskundig op het gebied van alcohol- of drugverslaving(1)", aldus rechter Martens.  Maar dit blijft dode letter.

Jeugdrechter Martens: Hetzelfde geldt voor de opgelegde maatregel om een jongere toe te vertrouwen aan een psychiatrische voorziening. Wij botsen voortdurend op de vraag vanuit de voorziening: ‘Wil je geholpen worden?’. Als een jongere van zichzelf vindt dat hij of zij geen probleem heeft, dan staan wij vandaag quasi machteloos. Dit is geen verwijt naar De Sleutel toe, maar wel een vingerwijzing naar de wetgever. Ik krijg het niet uitgelegd aan ouders die geconfronteerd worden met een kind met een verslavingsproblematiek dat ik hun zoon of dochter niet gedwongen kan laten opnemen in het RKJ van De Sleutel. Moeten we ons - bij gebrek aan verdere uitvoering van deze wet op de jeugdbescherming - tegenover elkaar niet herpositioneren? Ik denk dat we een gedwongen maatregel, zelfs zonder hulpvraag, een kans op slagen moeten geven. Welke jongere wil graag zijn leefwereldje opgeven? De drempel is denk ik nog veel te hoog. Die jongere wil gewoon verder zijn ding doen.

Helena Martens wijst erop dat de slagkracht van de jeugdrechter veel kleiner is dan die van een correctionele rechter. Als een meerderjarige de (probatie)voorwaarden om mee te werken aan een hulpverleningsprogramma (van welke aard ook) aan zijn laars lapt, gaat het richting gevangenis. En dat weet de betrokkene ook. 

Hangjongeren2aweb

Martens: “Het is misschien niet de beste motivatie om aan een programma te beginnen, maar toch. Een minderjarige daarentegen die niet meewerkt aan een hulpverleningsprogramma weet dat er geen onmiddellijke plaats beschikbaar is in een gemeenschapsinstelling (2) en speelt dat vaak uit. Het is mijns inziens een combinatie van wetgevende factoren en opnamecriteria die ervoor zorgt dat de toekomst van deze kwetsbare zelfdestructieve jongeren niet minstens de kàns krijgen om gered te worden, zelfs tegen hun wil in”.

Joris Cracco (afdelingshoofd RKJ): Uw verhaal is heel herkenbaar. We vragen inderdaad een minimum aan motivatie bij jongeren. Als je met iemand moet werken die geen hulpvraag stelt, dan moet je als alternatief een gesloten voorziening hebben. We hebben in het verleden gedurende een korte periode opnameplicht gehad: de meeste van die jongeren liepen binnen de week weg. Vandaag hebben we nauwelijks weglopers. Maar ik ben het met u eens: we zouden moeten kunnen jongeren tegen hun wil in opnemen, of minstens zouden er gesloten opvangplaatsen moeten zijn waar therapeutisch gewerkt wordt met jongeren met een drug- of een dubbeldiagnoseproblematiek. We hebben echter niet de middelen om dat waar te maken. We geloven in het motiveren van jongeren met de stok achter de deur en in die zin zien wij de samenwerking met justitie als noodzakelijk. We hebben mekaar nodig. Het gedrag van jongeren moet duidelijk begrensd worden vanuit justitie. En als hulpverlening bieden wij een alternatief. We kunnen beter aan die motivatie werken als er een start kan gemaakt worden. Maar ik besef dat het voor jeugdrechters soms moeilijk is als gevolg van het beperkt aantal plaatsen. Wij botsen op hetzelfde. Ik vind het ook altijd verschrikkelijk als wij iemand uit onze groepswerking moeten zetten en afronden. We weten dat we dan vaak de jeugdrechter in de problemen brengen. Soms is er echter geen andere oplossing, omdat het hier in huis onleefbaar geworden is. Als er één iemand constant de boel op stelten zet in een leefgroep van 12 jongeren en een time out niets uitgehaald heeft… Bepaalde jongeren weten dat er geen plaats is en doen gewoon verder, en vanuit de hulpverlening kunnen we dan alleen maar vaststellen dat we er geen vat op hebben. Maar als we er op tijd bij zijn, slagen we er wel in…  Het is anders als we de hulpverlening sneller kunnen opstarten in het verslavingstraject van de jongere….”

JONGEREN MET DRUGPROBLEMEN VROEGER AANMELDEN


Martens:
Maar wat als de jongere al te ver zit…

Cracco: Dat is ook onze frustratie. Aanmeldingen bij ons gebeuren heel laat.

Martens: Ik vrees dat dit voorlopig niet zal verbeteren. De drempels lijken met de integrale jeugdhulp (3) nog hoger geworden. Zo vraag ik me soms af of hulpzoekende ouders voldoende op de hoogte zijn van de mogelijkheden van de brede instap.  Zijn bv. huisartsen -  die vaak de eersten zijn die geconsulteerd worden door ouders - voldoende geïnformeerd over de vernieuwde werking van het hulpverleningslandschap voor jongeren?

Cracco: In het RKJ stijgt het aantal aanmeldingen, omdat we vóór de toegangspoort zitten. Maar omdat de meeste van onze jongeren reeds gekend zijn bij  jeugdrechter of parket is er toch reeds een serieuze druk. Als jongeren het risico willen nemen om het RKJ-programma te stoppen, dan waarschuwen we ze dat de jeugdrechter daar niet tevreden zal mee zijn. Ze weten dus dat wij de jeugdrechter informeren, maar meer niet. Om therapeutische redenen kunnen wij een jongere die beslist om weg te gaan, niet tegenhouden. 

Martens: Soms zou ik willen dat jullie dat wèl doen… dat niet alleen wij in die rol van gendarme zitten. Als er sprake is van een gerechtelijke maatregel, dan moeten jullie het ook zo benoemen naar de jongere toe.  Dan kan je eigenlijk niet zeggen: de keuze is aan u. Het komt er op aan samen te zeggen aan de jongere dat er geen keuze is.  De maatregel staat op papier: dat is het, en niet anders. Dát is gedeelde hulpverlening.

Cracco: Dan moeten wij als back-up een beroep kunnen doen op een gesloten opvangmogelijkheid.

Martens: Die back-up is er in eerste instantie in de persoon van de jeugdrechter. Als het echt zo stroef begint te lopen, vraag dan een afspraak met de jeugdrechter.  Op die manier kan de rechter samen met u aan de jongere zeggen: je hebt geen keuze.

Cracco: Kun je dat ook waarmaken?

fayepynaert desleutel 15© Faye Pynaert

 

 

Martens: De afspraak uiteraard wel, het resultaat van de waarschuwing soms wel, soms niet. Dat is heel casuïstisch. .toch nog de keuze hebben om het programma niet verder te doen, dan kan ik me daar niet achter zetten.

Cracco: Ik volg dat. We werken in 2 realiteiten die onvoldoende met elkaar geconnecteerd zijn. We hebben tal van middelen om jongeren opnieuw gemotiveerd te krijgen. En in een groot aantal gevallen lukt dat ook. Maar onze mogelijkheden zijn beperkt en de problematiek complex. Soms moet je prioriteit geven aan de veiligheid en de leefbaarheid van de groep of gaat het om zware psychiatrische problemen zoals suïcidedreiging, zelfverminking,… Als iemand op het dak staat en dreigt met springen… Een team kan zoiets niet aan. Daarvoor is een gesloten therapeutische opvang nodig.

Martens: En dan zitten we bij artikel 37, §2, 11° van de Wet op de Jeugdbescherming: de gerechtelijke maatregel van residentiële opname in een (open of gesloten) jeugdpsychiatrische  dienst wat tot op heden ook nog niet van kracht is (4).

Cracco: Maar mocht zo’n gesloten alternatief bestaan, dan zouden er meer jongeren te overtuigen zijn om het toch op vrijwillige basis te proberen. Als de stok achter de deur er is, en hij wordt gebruikt, dat is hij ook efficiënter.

Helena Martens maakt dan de vergelijking met volwassenen. “Ik zeg niet dat het een goede  motivatie is om aan een programma te beginnen, maar als een dertiger weet dat hij geen keuze heeft: het is dat of zijn kinderen nooit meer zien, of in de gevangenis,….” Joris Cracco wijst erop dat de invloed van drugs zo krachtig is dat men zonder externe motivering vaak niet aan een therapie begint. Bij volwassenen is dat de druk van partner, kinderen,… Het feit dat ze in de goot of in de gevangenis zitten. “Bij minderjarigen speelt dat veel minder. Zij hebben een dak boven hun hoofd, er wordt voor hen gezorgd, ze staan op of gaan uit wanneer ze willen. Kortom de nadelen van het gebruik weegt zelden op tegen de voordelen.”

Valt de oprichting van een gesloten opvang te verwachten in het kader van de zesde staatshervorming?

Martens: Ik kan daar heel weinig over zeggen. Van overheidswege horen wij heel weinig. Ik ben nochtans voorzitter van de unie van Nederlandstalige jeugdmagistraten. Er is wel een werkgroep, maar daar worden we tot nu toe niet echt actief in betrokken, tot onze spijt. Het staat ook heel summier verwoord in het regeerakkoord. We nemen ons wel voor een actieve vragende rol te mogen spelen in de voorafgaande besprekingen.

Het lijkt er met de hervorming van integrale jeugdhulp niet eenvoudiger op te worden?

Martens: Het is een heel log systeem als je voorbij de toegangspoort moet. Het is niet evident om jongeren op korte termijn ergens geplaatst te krijgen, ook al zijn er bedden vrij. De overstap tussen de actieve crisishulpverlening en de naadloze aansluiting die decretaal voorzien is via de gemandateerde voorzieningen loopt niet steeds zoals het hoort.  Ik merk een constante botsing tussen de hulpverlening en de gerechtelijke hulpverlening. Als jeugdrechter (lees ook: sociale dienst) hebben we bijzonder weinig te zeggen. Ook het RKJ weigert soms jongeren op te nemen.


GEBREK AAN CRISISOPVANG VOOR JONGEREN


Cracco
: Dat ligt voornamelijk aan het ontbreken van middelen om minderjarigen met een drugproblematiek in crisis goed op te vangen. We zijn nooit zeker welke drugs ze genomen hebben. Een opname bij ons moet dus goed medisch opgevolgd worden.

Martens: En in jullie Crisisinterventiecentrum te Wondelgem?

Cracco: Dat is geen alternatief. Als je een jong meisje tussen oudere heroïnegebruikers plaatst, weet je wat het resultaat zal zijn… Ik vraag me ook telkens af hoe het komt dat een jongere met drugproblemen vaak zo laat wordt doorverwezen. En hoe het komt dat de vraag dan telkens zo acuut is. Dat is geen verwijt aan de jeugdrechters.

Martens: Om mensen de weg naar de hulpverlening te helpen vinden moet de buitengerechtelijke jeugdzorg aanklampender gaan werken. En inderdaad de moeilijkste dossiers worden op een acuut moment naar ons doorverwezen. Echter, zolang wij geen opname als gedwongen maatregel bij jullie kunnen forceren staan we even ver als de vrijwillige hulpverlening… Doorverwijzing naar de jeugdrechter gebeurt veelal met als argument ‘gesloten opname is noodzakelijk vooraleer er een behandeling mogelijk is’.

Cracco: Ik zie vooral een nood aan meer samenwerking op dat vlak. Het is ook niet eenvoudig… Eerst moet men het drugprobleem leren zien. Daarna komt het erop aan om de ernst van dat druggebruik in te schatten. Niet elke gebruiker is immers verslaafd. Wij kunnen helpen om een goede inschatting te maken. We willen onze expertise vroeger ter beschikking stellen om daar waar al kan ingegrepen worden, vroeger in te grijpen. We mogen niet wachten tot het zo ernstig wordt…

Martens: … en het hoeft niet allemaal via de rechter. 

voeten

Bij jongeren wegen de nadelen van gebruik veel minder door in vergelijking met volwassenen (foto www.flouartistiek.be)

Welke drempels zijn er om dit te realiseren?

Cracco: Als RKJ zijn wij relatief klein. We kunnen niet met alle consulenten van de OCJ’s (5) en de Jeugdrechtbank, constant in contact te zijn. Dat gebeurt veelal op casusniveau. In die samenwerking moeten we blijven investeren, ook al voorziet de overheid strikt gezien geen middelen voor expertiseoverdracht. We kennen mekaar ook nog onvoldoende. Soms bekijkt de overheid onze werking door de bril van de drughulpverlening voor volwassenen. We hebben echter een uitzonderlijk profiel dat de vergelijking met volwassenen niet doorstaat. Pubers hebben veel toezicht nodig, daar moet je heel anders motivationeel mee werken, je moet onderwijs aanbieden, het werken met de context is belangrijk. Ook de nazorg mag niet onderschat worden. Veel van ons werk gaat compleet verloren door een gebrek aan nazorg. De jeugdhulpverlening snapt niet altijd wat drughulpverlening is en de drughulpverlening snapt niet altijd wat werken met minderjarigen inhoudt.  Het gesprek komt weer op een punt waarmee het begon, de zesde staatshervorming. Er is goede hoop. Alles komt in beweging. Het RKJ komt onder het agentschap Zorg en Gezondheid.

Cracco: Ik hoop dat men oor zal hebben naar onze vraag om ons buiten die toegangspoort te houden. En ook dat we door die overgang de mogelijkheid krijgen om op een soepeler manier onze werking te realiseren. Nu werkt het stilaan demotiverend. Soms moet het te snel gaan en kunnen we het niet goed opvolgen.  Jongeren in crisis belanden soms nog op straat…. Dat is niet ok.

Martens: Misschien komt door de hervorming de droom van een naadloze wisselwerking tussen jeugdinstellingen, drughulpverlening en psychiatrie wel iets dichterbij en zijn deze voorzieningen bereid om zich anders ter positioneren wanneer een gerechtelijke maatregel een behandeling oplegt.

Laten we hopen.

Paul De Neve (maart 2015)

(1)  artikel 37, §2, 10° WJB voorziet  deze mogelijkheid in geval uit een omstandig medisch verslag blijkt dat de fysieke of psychische integriteit van de betrokkene niet op een andere wijze kan worden beschermd
(2) De jeugdrechter kan een jongere die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd of in een heel moeilijke leefsituatie verkeert, plaatsen in een gemeenschapsinstelling (bv De Zande Beernem/Ruiselede). In een open campus is dat mogelijk vanaf 12 jaar, een plaatsing in een gesloten campus is mogelijk vanaf 14 jaar.
(3) Lees meer over het nieuwe decreet (in voege sinds maart 2014) in het De Sleutelmagazine 36, “Plaats vinden in Integrale Jeugdhulp” 
(4) Er zijn wel een aantal FOR-K-bedden en K-bedden voorzien via Protocollen maar die staan veelal niet open voor jongeren met een verslavingsproblematiek
(5) OCJ : Ondersteuningscentra Jeugdzorg

 

Aanverwante info: 

Justitie en drughulpverlening werken steeds beter samen: een actueel overzicht van de projecten waaraan De Sleutel participeert
Tags op thema Justitie
Van dwang naar eigen keuze
Middelengebruik bij jongeren binnen Jeugdzorg 
link naar ons aanbod voor minderjarigen het RKJ te Eeklo

 

 

 

Cannabis werkt ook fysiek verslavend

Volg ons op Facebook

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Januari
  • 29
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 
    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 29/1, 12/2, 26/2, 11/3, 25/3, 8/4, 22/4, 6/5, 20/5, 3/6, 17/6, 1/7, 15/7, 29/7, 12/7, 26/7, 9/9, 23/9, 7/10, 21/10, 4/11, 18/11, 2/12, 16/12, 30/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info







September
  • 13
    10:00 Zee-zeildag 2020

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2020 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • Volledige agenda