De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

woensdag 27 augustus 2014 00:00

Terugblik van binnenuit: hoe is de verslavingszorg geëvolueerd?

We grijpen deze 40ste verjaardag graag aan om enkele mensen met een lange staat van dienst aan het woord te laten. Ze vertellen ons hoe ze de evolutie van de voorbije jaren binnen hun eigen werk aan den lijve meegemaakt hebben. Wie meeleest merkt meteen dat er op heel wat domeinen grote verschillen zijn tussen de verslavingszorg van vroeger en nu.

 

wim aertsen webEngagement hulpverleners nu anders ingevuld

"Toen ik destijds bij De Sleutel begon als psychiatrisch verpleegkundige, was het team in de TG in Mendonk bezig met het optarten van een kleine aparte "crisiskamer”. Nieuwe bewoners, vaak nog onder invloed, kregen er hun eerste screening. Overdag kregen ze therapie. ’s Nachts bleef je als begeleider bij hen op de kamer slapen. In de beginjaren was het TG-gedachtengoed ‘de bijbel’. De waarden respect, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en vriendschap stonden centraal, ook voor de staf. Door je levensstijl als hulpverlener was je een rolmodel, 24 u per dag. “Wat je vraagt van de cliënt moet je zelf ook uitdragen”. Zo hielden we zelf in team ook wekelijkse confrontatiegroepen waarin we elkaar op een erg directe en emotionele wijze aanspraken op gedrag en houding. Voor mij ging dat soms té ver. Wel was er een sterke onderlinge verbondenheid. Nu zijn er geen emo-groepen meer maar worden bij uitzondering intervisies georganiseerd. De dag van vandaag is er een even grote solidariteit en empathie van hulpverleners. We kunnen nu wel werken binnen een duidelijker professioneel kader qua aanpak, houding, wetenschappelijke kennis en logistiek. De ingrijpende intieme sfeer binnen de stafteams van de beginjaren heeft plaatsgemaakt voor een meer gereserveerde ingehouden houding. Ik kijk er soms wel met heimwee naar terug. Maar, het opgebrand-zijn door het te vergaande persoonlijke engagement is verdwenen.

In de beginperiode stond het team ook meer open voor andere majeure problematieken, los van het verslavingsprobleem (automutilatie, psychosen,…). Met soms acute toestanden tot gevolg. We experimenteerden daarmee en gingen mee in het verhaal van onze cliënt. Nu is alles beter gekaderd en omschreven in protocols en criteria. Tot in de jaren ’90 stond onze crisisafdeling hoofdzakelijk in functie van de eigen TG-werking. Vandaag zijn alle interne afdelingen gelijkwaardig en werken we veel meer samen met onze partners in regionale zorgnetwerken. In de geschiedenis hebben we ook vaak moeten meesurfen met wat op beleidsniveau werd beslist. Denk aan de komst van de MSOC’s, de prioriteit voor meer ambulante thuiszorg (art 107) het werken met justitiecliënten… Vandaag merken we op onze werkvloer dat ook de lokale politiek invloed heeft. In Antwerpen zien we nu meer instroom van gebruikers die administratief of politioneel tegen de lamp zijn gelopen. Hun GAS-boete wordt mogelijks kwijtgescholden, op voorwaarde dat ze bij ons in een oriëntatietraject volgen. Dat heeft invloed op onze instroom en werking".

 

Wim Aertssen, voormalig afdelingshoofd (DCG, CIC), individueel therapeut DCA, in dienst sinds 1979

 

annemievrijders webDruggebruik al lang meer dan grootstedelijk probleem

“Toen ik in 1993 In Dagcentrum Antwerpen begon te werken was dat in één van de eerste dagcentra voor ambulante hulpverlening aan drugverslaafden met een erkenning van het RIZIV.
We behandelden toen hoofdzakelijk heroïneverslaafden met substitutiebehandeling in combinatie met psychosociale begeleiding. Het betrof personen met een lange voorgeschiedenis van heroïneverslaving zonder hulpverlening, vaak een tiental jaren. De fysieke verslaving was bij deze mensen groot. Ook het percentage intraveneuze gebruikers en seropositieven voor hepatitis B en voornamelijk hepatitis C was hoog. Ons behandeldoel was in eerste instantie stabilisatie en sociale integratie. Dat werd ook vaak bereikt want mensen gaan toch al gauw hun heroïnegebruik minderen als ze niet meer om de paar uur een toediening nodig hebben om niet ziek te zijn. Het behandelteam in ons ambulante centrum maakte een evaluatie van de verschillende levensdomeinen van de cliënt en een behandelplan in onderling overleg met die cliënt. Een gestructureerd aanbod met behandelcontract was en is daarin zeker ook belangrijk.

Drugverslaving was toen ook een grootstedelijk probleem. Naarmate er meer centra kwamen werd de “gap” tussen start druggebruik en begin van de hulpverlening kleiner. De mate van fysieke verslaving en percentage van besmetting door infecties verminderden hierdoor wel wat. Het cliëntprofiel veranderde dus. Tegelijk werd harddruggebruik een fenomeen van niet enkel de grootstad maar ook van kleinere steden. Het druggebruik verspreidde zich tot in de provinciesteden en gemeenten. Zo vroeg de stad Mechelen in 1994 ook om een centrum voor behandeling van drugverslaafden en werd in 1997 “Dagcentrum Mechelen” erkend.

Ook het soort drugs dat gebruikt wordt, verandert tot op heden. Gebruik van heroïne, cocaïne, amfetamines, cannabis, nicotine en alcoholgebruik kenden we al in de jaren 70. Daarna kwamen er 10-tallen designerdrugs, GHB, ketamine,... bij. Als arts kreeg je dan ook te maken met de specifieke toxiciteit van die verschillende producten en de specifieke lichamelijke verslaving. Omdat we vertrouwd waren met de sterkere fysieke verslaving door heroïnegebruik hadden we daar in de jaren ‘90 niet zo veel aandacht voor. Maar al deze drugs geven in zekere mate lichamelijke verslaving. Ook opmerkelijk was dat veel cliënten last kregen van de drang naar hun middel eens ze stoppogingen ondernamen. Het heeft tot de DSM V geduurd om dit kenmerk van verslaving op te nemen in de criteria. Jammer genoeg heeft de toenemende kennis over de neurobiologie en de kliniek van verslaving niet geleid tot meer medicamenteuze behandelmogelijkheden.In dagcentrum Mechelen hebben we dan ook andere hulpmiddelen in de praktijk gebracht, denk aan de methodiek van Contingency Management. Parallel met de begeleiding bieden we gedurende 12 weken een systeem van strikte monitoring van het abstinent zijn met een waardebon als incentive. Deze bijkomende methodiek passen we toe voor jongeren die meestal op vraag van hun omgeving naar ons centrum komen en zelf (nog) niet zoveel last van hun druggebruik ervaren. Daarnaast heeft Dagcentrum Mechelen ook steeds “onderdak gegeven “ aan de zelfhulpgroep voor ouders en andere familieleden van problematische druggebruikers. Zij worden vaak ernstig belast door de problemen van hun druggebruikend kind. Hun nood en de steun die zij zelf bieden zijn zeer belangrijk en een vaste waarde in ons centrum. Wij houden er ook aan hen te informeren over onze werking en hen te betrekken bij een behandeltraject.

Een ander knelpunt blijft de stigmatisering van onze cliënten met repressie door justitie en bemoeilijking van hun toegang tot werk, hulpverlening, geestelijke gezondheidszorg als gevolg. Het is een kwalijke zaak dat toenemende knowhow over aanpak van de problematiek hier niet heeft kunnen aan verhelpen”.

 

Dr Annemie Vrijders, arts dagcentrum Mechelen (in dienst bij De Sleutel sinds april 1993)

 

Lees ook "Vandaag zijn we echt een professionele werkplaats geworden” : een terugblik met Weerwerk-coördinator Mario Polfliet

ingeEvolutie van heroïne- naar cannabisverslaafd

In de beginjaren hadden we in ons ambulant centrum voornamelijk te maken met heroïneverslaafden. De cliënt kwam toen in de meeste gevallen op eigen houtje bij ons terecht. Er bestond nog geen cliëntenoverlegplatform, verwijzingen gebeurden hoogst uitzonderlijk. Het profiel van de cliënt is gekanteld na de oprichting van de MSOC’s. Nu kampt nog hooguit een derde van de cliënten van De Sleutel met een opiaatverslaving. Cannabis is met voorsprong het belangrijkste product geworden. Vandaag is een drugcentrum geen eiland meer. We zijn veel beter op elkaar afgestemd. Het besef is gegroeid dat het probleem van een cliënt niet door één centrum moet of kan opgelost worden. Samenwerkingen zijn nodig afhankelijk van de behoeftes van de cliënt, ook buiten de drughulpverlening. Het gaat dan ook vaker om meer gecompliceerde begeleidingen. Misschien wel doordat we vandaag verhoudingsgewijs veel meer cliënten binnenkrijgen na doorverwijzing, niet alleen via justitie (drugbehandelingskamer, jeugdparket, proefzorg), maar ook via  meer recent ontstane samenwerking: meer minderjarigen dankzij nauwere banden met bijzondere jeugdzorg, meer mensen met een mentale beperking via samenwerking met de VAPH-sector (1),… Dit heeft geleid tot specialisatie binnen ons team. Zo hebben we een aantal mensen die zich toeleggen op minderjarigen en outreachwerk, anderen die bedreven zijn in het begeleiden van mensen met comorbiditeit.
Een nieuwe uitdaging met impact op de behandeling vandaag is dan weer dat we veel meer dan vroeger een combinatie zien van een alcoholverslaving met een drugverslaving.


Inge Drappier (Psycholoog/gedragstherapeut, in dienst sinds 1992, afdelingshoofd Dagcentrum Gent) 

 

(1) VAPH:Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

 

rik verstrepen10Ander soort relatie met cliënt

Als we kijken naar het behandelingsmodel dan is de verslavingszorg sinds 1974 serieus geëvolueerd. Aanvankelijk werkten we vanuit het moraliserend model. Stoppen was een kwestie van karakter tonen: “Je moet maar zorgen dat je niet verslaafd geraakt”. Wie wou stoppen met gebruiken, moest op de tanden bijten... De hulpverlener stond toen nog in een volledig andere relatie met de cliënt: we werkten eerder sturend, bijna betuttelend. Vroeger was het niet ongewoon dat er bij het begin van een behandeling een methadonafbouwprogramma van maximum 1 maand werd opgestart. Dat gebeurde zonder inspraak.
Vandaag is er een gans andere relatie en is er echt sprake van een gelijkwaardige dialoog tussen cliënt en hulpverlener. Een behandeling wordt afgesproken in 100% overleg. De cliënt kent zichzelf en wij houden rekening met wat deze zelf aangeeft als mogelijk. We weten nu ook dat verslaving een chronisch probleem is en bekijken die ziekte vandaag vanuit het neuro-biologische model. Dit houdt in dat er een reeks factoren een rol spelen: de omgeving, het product, het individu. We houden ook rekening met een genetische factor. Als arts geven we de cliënt niet de boodschap: eens verslaafd altijd verslaafd. Clienten kunnen genezen, kunnen naar een stabiele situatie evolueren. Maar we zeggen er steeds bij dat men voorzichtig moet zijn: er blijft immers een kwetsbaarheid. Als gevolg van een verslaving gaan iemands hersenen immers anders functioneren.
Puur medisch is er ook veel veranderd omdat er een veel grotere diversiteit aan producten beschikbaar is vandaag. Vroeger had je de opiaten, cocaïne, speed, de benzo’s. Met de komst van nieuwe drugs als ghb, ketamine, mephedrome krijgen we te maken met een ander soort diagnostiek, met impact op de behandeling. We merken verder dat de drempel voor gebruik nog steeds lager wordt. We zien nog altijd de startleeftijd dalen. Recent zag ik in CIC een jongen die reeds op zijn 8 jaar een eerste maal cannabis gebruikte.


Rik Verstrepen (arts o.m. in CIC en dagcentrum Gent, in dienst sinds 1991)

 

Van fichebak naar elektronisch patiëntendossier

informaticus webWie veertig jaar terugkijkt en een evolutie in kaart wil brengen, moet ook de informatica hierin meenemen. “Midden jaren ’90 werden standaard cliëntgegevens ook binnen De Sleutel nog bijgehouden in fichebakken. Als zo’n fichebak dan eens omgekieperd geraakte, hadden we een groot probleem. Zoals iedereen wilden we wel vooruit. Automatiseren met de bedoeling om efficiënter te werken: in termen van tijdwinst maar ook het overal beschikbaar en raadpleegbaar maken van data. Bij zo’n switch moesten we er wel rekening mee houden dat hulpverleners niet bekend staan als getalenteerde computergebruikers. Ze zijn er ook niet voor opgeleid. Binnen een netwerk is het dan ook de kunst om één goede lijn aan te houden, een evenwicht te vinden tussen heel vooruitstrevende begeleiders (die zelf programma’s in mekaar willen steken) en hulpverleners die bang zijn voor nieuwigheden.
De pc deed zijn intrede in De Sleutel eind jaren ‘80 en stond op de dienst boekhouding (gecentraliseerd voor alle afdelingen). Toen ik in 1996 - na 13 jaar werk als nachtverpleegkundige - de overstap maakte naar overdag werken, was er 1 computer beschikbaar binnen het CIC. De sociale dienst kon op die manier maandelijks gegevens digitaal aanleveren aan de boekhouding. Bedoeling was de facturatie naar de cliënten vereenvoudigen. Het was de tijd van de diskettes. De IT’ers uit die tijd waren veelal selfmade mensen, gegroeid vanuit een passie voor computersystemen. Bij mij was dat niet anders. Vanuit mijn positie zag ik snel de nood aan een uniforme cliëntenregistratietool. Ik ben nog begonnen met het inbrengen van één van die cliëntenfichebakken. En hieruit is onze DUX ontstaan, de moeder van alle databases die gebruikt worden in De Sleutel. Tegelijk merkten we dat de kwaliteitsopvolging nog ambachtelijk gebeurde. Het was logisch dat we daar de koppeling maakten en samenwerkten met onze mensen van Wetenschappelijk Onderzoek.
Als ik terugblik op mijn eerste jaren binnen IT, herinner ik me ook het enthousiasme waarmee Johan Maertens ons stimuleerde om nieuwe zaken uit te proberen. En het blijft ook leuk. Afdelingen zien ons mini IT-team meestal graag komen met de nieuwste snufjes, de recentste hardware.
In de loop der jaren was er continu vraag naar automatisatie en/of digitalisatie van papieren opslagsystemen. Denk aan het digitaliseren van de EuropASI (het gestandaardiseerd screeningsinstrument dat sinds 1998 binnen De Sleutel wordt gebruikt), het facturatiesysteem, het lanceren van de digitale klussenbox, het uurregistratiesysteem voor de doelgroepmedewerkers van de werkplaats, het methadonuitgiftesysteem,…. En omdat we een netwerk zijn, moet ook altijd energie gestoken worden in het uniformiseren van alle soorten databases over de afdelingen heen.
Vandaag zijn we – zoals zovelen - volop bezig met de uitbouw van een elektronisch patiëntendossier. Ons bestaande digitale registratiesysteem DUX, is daar de onderbouw of het fundament. Al die koppelingen maken, is een mooie uitdaging”.


Lieve Coudeville (stafmedewerker IT-cliëntzorg, in dienst sinds 1983)

 

 

robrecht 002webVan straathoekwerk naar outreach

De therapeutische gemeenschap (TG) zat tijdens onze pioniersjaren vrij geïsoleerd in het hulpverleningslandschap. Tijdens deze voorbije 40 jaar konden we een enorme stap zetten met de oprichting van ambulante centra. Het bleek immers moeilijk om de verslaafde te bereiken. Tegelijk was het niet evident om een vervolgbehandeling aansluitend op het TG-programma aan te bieden.

Na onderzoek bleek dat er quasi geen niet-residentiële behandeling voor drugverslaafden aanwezig was in de grootsteden. Dat was een ontbrekende schakel en moesten we aanpakken. In Antwerpen was de drugproblematiek meest acuut. Na wat schuchtere pogingen in Berchem en in Wilrijk kozen we resoluut voor een locatie hartje centrum. In de Antwerpse stationswijk, waar het Dagcentrum nu nog altijd gevestigd is. Ook op inhoudelijk vlak was het een experiment: ik stond voor de uitdaging om een aangepaste behandelmethodiek te ontwikkelen (midden jaren 80). Zo zijn we toen, als één van de eersten in Vlaanderen begonnen met straathoekwerk. Eén van de doelgroepen waren verslaafde prostituees uit de buurt. Later bleek het héél moeilijk om binnen één centrum de combinatie te realiseren van schadebeperkend werken (harmreduction) en veranderingsgericht werken. Maar de huidige outreachmethodiek ligt volledig in de lijn van onze eerste bedoeling: de barrières slechten tussen hulpverlening en hulpzoekende.

Robrecht Keymeulen (Psycholoog, in dienst sinds 1979, o.m. oud-afdelingshoofd dagcentrum Antwerpen)

 

Link naar info over 40 jaar De Sleutel40 jaar logo zonder slagzin

Het risico op verslaving aan zware pijnstillers wordt onderschat

Volg ons op Facebook

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.