De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

vrijdag 30 mei 2014 00:00

40 jaar De Sleutel: een terugblik met voormalig boegbeeld Johan Maertens

Gegroeid vanuit ideeën van anti-psychiatrie en opnieuw geïntegreerd in ggz

40 jaar logo zonder slagzin1974-2014: De Sleutel kent een bewogen geschiedenis. We laten Johan Maertens - als medestichter en gewezen algemeen directeur van het netwerk De Sleutel - getuigen over deze periode. Als psycholoog-psychotherapeut zat Johan al in de woelige jaren 70 mee in de cockpit van de organisatie. Later werd hij echt de sturende kracht van ons netwerk dat naast hulpverlening en preventie gaandeweg ook inzette op de tewerkstelling van drugsverslaafden. Na 34 jaar engagement binnen De Sleutel begon Johan Maertens aan een nieuw hoofdstuk: in dienst van het Internationaal netwerk van de Broeders van Liefde. Hij gaf in 2007 de fakkel van algemeen directeur door aan Damien Versele.

We hebben een afspraak om 8u ’s morgens in Damme. Het wordt een geanimeerd 2 uur durend gesprek, in sneltreinvaart,… Een terugblik op 40 jaar geschiedenis.

De overname door de Broeders van Liefde

We beginnen het verhaal met een anekdote. “Als jonge tiener in de jaren ’60 raakte ik tijdens een les aardrijkskunde begeesterd door een broeder die kwam vertellen over projecten in Afrika. Over wat de broeders daar realiseerden. Toen ik ’s avonds thuis kwam, zat diezelfde broeder bij ons thuis aan tafel met mijn ouders. Ik ben er niet gaan bijzitten maar verdween stilletjes naar mijn kamer. Een vriend uit mijn klas kreeg later ook bezoek. Hij is uiteindelijk ingetreden bij de Broeders van Liefde… Hij studeerde er samen met Broeder Stockman,” vertelt Johan Maertens.

”En dan zit ik daar plots toch - in 1991 - met Broeder Stockman, toen Provinciale Overste, aan tafel rond de eventuele overname als gevolg van onze financiële perikelen. Broeder Stockman zei toen gelukkig: ‘We kennen De Sleutel. We volgen jullie al een tijdje. Drugsverslaafden staan als doelgroep recent expliciet in onze missie. Dus jullie werking interesseert ons ten zeerste”.

“Daar waar ik in 1965 nog aan de broeders ontsnapt ben, zette ik uiteindelijk zelf de stap. Tot op vandaag werk ik nog steeds met veel plezier samen met de generale overste”.

Johan : “De Sleutel is als model los van de psychiatrie gegroeid en re-integreerde later opnieuw met die psychiatrie die zelf op dat moment aan het vernieuwen was. Dat laatste kaderde in de evolutie van de afbouw van psychiatrische bedden, naar ambulante begeleiding, begeleid wonen… Het is toch mooi dat we zo van twee kanten gegroeid zijn en uiteindelijk toch mooi geïntegreerd geraakt zijn”. De cirkel is rond.

 
Vertel eens hoe De Sleutel is ontstaan?

Johan Maertens:  We liepen in 1973 stage met drie studenten orthopedagogiek in het JAC te Gent. We hadden een jaarwerk rond drugs gemaakt. We hadden ook proefprojecten in Amsterdam bezocht,…. En tijdens onze stage werden toen de eerste druggebruikers aangemeld. Het waren er maar een vijftal, maar het ging wel om een zware problematiek. Niemand in het JAC wist eigenlijk hoe daarmee om te gaan.  Dat gaf meteen gigantisch veel problemen. En wij mochten daarmee aan de slag. Ik herinner me een dakloze verslaafde. Eén van ons had hem onderdak gegeven in zijn studentenkamer. Toen hij na de les ’s avonds terug thuis kwam, was zijn kot leeg... Dat was onze eerste kennismaking met drugsverslaafden.

En toen is de werking in Mendonk kunnen starten?

mendonk de sleutel web

Johan Maertens: Klopt. Onder impuls van toenmalig JAC-coördinator Piet Verbeke werd het initiatief genomen om er een boerderij te huren en te starten met een aparte werking op maat van verslaafden. Dit gebeurde in afspraak met het Academisch Ziekenhuis te Gent. In hun opname-afdeling hadden ze reeds ervaren dat deze populatie veel problemen opleverde. Zo probeerden sommigen medicatie bij andere patiënten af te troggelen om er een handeltje mee op te zetten. In Mendonk is zo vzw Jongerenbegeleidingscentrum De Sleutel opgestart. Aanvankelijk was dat niet alleen met de bedoeling om drugsverslaafden te behandelen. We wilden alle jongeren, die in de problemen waren geraakt, een opvang bieden. Van in het begin gold sterk het groepsprincipe. Bewoners en begeleiders - studenten en vrijwilligers – deden alle activiteiten samen: ontbijt klaarmaken, de koe melken. Iedereen deed mee met de groep. Er bestond een beperkte structuur; we hadden een verantwoordelijke voor de keuken,  voor akkerbouw, voor de dieren, Alles volgens een democratisch model (Maxwell Jones), waarbij iedereen evenveel in de pap te brokken had.

Het was echt pionierswerk, met een revolutionair kantje?
Johan Maertens: De TG-werking is ontstaan vanuit de anti-psychiatrische beweging, die zich liet inspireren door mensen als  Laing, Cooper, Sasz, en Basaglia. Dichter bij ons was de Nederlandse psychiater Foudraine een inspirator met zijn boek “Wie is van hout”. In onze raad van bestuur  vonden we die tijdsgeest terug bij Steven De Batseleer en in het Brusselse bij Karel Ringoot. De opstart was een groot avontuur. We hebben eerst nog de boerderij moeten verbouwen, samen met de bouworde. In 1975 haalden we een erkenning voor 10 bedden, dan voor 15 bedden… We kregen een  Vlaams Fonds-erkenning (*) om te werken met volwassen niet-werkende mentaal gehandicapten… Dat werd gelukkig wat breed bekeken. De echte RIZIV-erkenning om te werken met drugverslaafden kwam er pas in de jaren 80 voor het crisiscentrum. En wat die revolutionaire tijdsgeest betreft, dat was inderdaad een hele omwenteling t.o.v. de psychiatrie. We werkten met een nieuwe doelgroep waar men niet bekend mee was. In Italië werden heel wat psychiatrische centra gesloten. Daar zijn ze wel voor een stuk moeten op terugkomen. In Amerika zat men plots met een hoop Vietnam-veteranen die aan de heroïne of aan de weed zaten…

johan maertens web Johan Maertens: "Men geeft de strijd op door te kiezen voor legalisering"

Waarin kenmerkte die nieuwe aanpak zich dan?
Johan Maertens: We benaderden de cliënt voor het eerst op een andere manier. Het samen leren: begeleider en cliënt bepalen samen waar het naartoe moet, we zetten er ons niet langer boven. Na een paar jaar evolueerde onze TG-populatie naar een zwaardere problematiek met ernstiger stoornissen en meer en meer drugs en alcohol.  Om hier beter te leren mee omgaan zijn we met onze begeleiders gaan meedraaien in een  TG van het Daytop-type in Rotterdam “De Essenlaan”  Dat model had een steviger structuur en organisatie  en was beter afgestemd op de doelgroep van deze mensen met een verslavingsprobleem.
Uiteindelijk distilleerden we uit de twee modellen de client-centered therapie om het diepere psychodynamische werk te doen en de encountergroep om met het hier en nu om te gaan en de spanning te ontladen. Het groepsaspect bleef belangrijk naast individuele begeleiding en naast zelfhulp: het waren de bewoners die het dagelijkse leven echt in handen hadden..  
Typisch aan de TG is dat het begeleidersteam vooral superviseert. Er werd enkel bijgestuurd als de waarden en de normen in huis dreigden te vervagen. Dat was een continue dynamiek. Soms moet je op een bepaald moment echt bijsturen tot het opnieuw wit-zwart staat. Dan loopt dat weer een tijd goed. De boodschap is om als team zo proactief mogelijk in te spelen op die golfbewegingen in de TG.   

Dergelijke langduriger programma’s komen hier en daar onder druk te staan. Terecht?

Johan Maertens: Zeker niet, maar we mogen daar niet voor plooien. Het is ook wetenschappelijk niet correct. De voorbije decennia hebben onderzoeksinstituten vooral korte therapieën bestudeerd die gedragstherapeutisch werkten, waarvan de variabelen in het proces beperkter waren. Via dergelijk onderzoek kan je vlot aantonen wat heeft gewerkt en waardoor. Maar het is niet correct om daaruit te besluiten om enkel  te investeren in korte in plaats van langdurige programma’s alleen omwille van de kostprijs. Prof. Kooyman en Prof  Brouckaert hebben de verdienste gehad om heel wat onderzoek naar TG’s te doen. Het klopt natuurlijk dat het bijzonder moeilijk is om daarrond onderzoek te voeren: dergelijk complex psychodynamisch proces in groep, over één gans jaar, met zoveel invloeden, opvolgen… Maar men vergeet één ding: het type cliënt/persoonlijkheid dat je in zo’n model bereikt, kan je nooit in een kortdurend behandelingsprogramma met resultaat behandelen.
We weten dat er resultaat is vanaf 3 maanden TG-behandeling. Mocht men de processen ten gronde naast elkaar leggen, dan zou men zien dat de TG een totaal ander model is met een andere populatie, niet noodzakelijk wat diagnose betreft, maar wel wat de resterende maatschappelijke kansen betreft. Het werkt, het werkt grondig en het werkt op de lange termijn.

In Nederland dreigt men wel om de kraan dicht te draaien?
Johan Maertens: Onder druk van commerciële aanbieders: ze maken de verslaafde en zijn omgeving wijs dat ze een model hebben waar het probleem binnen de paar maanden opgelost is. Het is logisch dat men gaat voor de korte pijn, ook al is de kostprijs hoog. Meestal brengen ze de cliënten over naar een ander land op een luxueuse afgelegen plek, waar ze niet zo makkelijk weg kunnen. Het gaat om een oppervlakkig TG-model, maar met wat meer individuele luxe. Ik zeg het u: na twee à drie maanden staan die cliënten nergens.  Als die trend zich doorzet, dan dreigen de echte TG-modellen te verdwijnen en zal het de maatschappij nog meer kosten. Ik ben er zeker van dat je voor onze doelgroep, met mensen die worstelen met trauma’s vaak teruggaand tot de kindertijd - denk aan incest – en ernstige persoonlijkheidsstoornissen een therapie niet rond krijgt op een paar maanden. Sommigen hebben levenslang steun en begeleiding nodig.

Hulpverlening

Hoe komt het dat we als De Sleutel snel tot een netwerk uitgegroeid zijn?
Johan Maertens:  Omdat we voortdurend ingespeeld hebben op nieuwe noden die we ontdekten bij het analyseren van de redenen van afhaken en mislukken. Reeds in ’77 openden we daarom ons introductiehuis in Gent-centrum. Aanvankelijk gebeurde die intro meteen in de startploeg van de TG. Dat bracht echter te veel problemen en onveiligheid binnen in de gemeenschap. We hebben dat toen naar een centrum in Gent ondergebracht, zodat we ook beter bereikbaar werden. Daar bereidden we nieuwe cliënten dan zo’n 2 à 3 weken voor op de TG-opname. Zo kon die overgang vlotter verlopen. We verminderden daardoor ook de uitval. Tegelijk merkten we dat er een groep cliënten was die niet door die introductie geraakten omdat ze er niet in slaagden om fysiek te ontwennen. Als gevolg hiervan beslisten we om een aantal bedden af te zonderen als aparte crisisunit, om te ontwennen. En zo is het CIC ontstaan. Ons tussenhuis is eenzelfde verhaal. Dat is ontstaan omdat we te veel cliënten verloren bij overgang van de TG naar hun re-integratie. Kort nadat ze op eigen benen stonden, stelden we vast dat relatief veel cliënten een terugval kenden. En niet veel later zetten we de stap naar de steden, eerst in Antwerpen, dan Gent en Brugge om er de dagcentra op te richten. Dat is eigenlijk gegroeid vanuit het probleem dat we in het CIC en de TG’s te veel minderjarigen aangemeld kregen. Veelal was die problematiek niet zwaar genoeg voor een jaar therapie in een TG. Het zou ook niet goed geweest zijn hen te mengen met zware gebruikers. Later hebben we dan in snel tempo dagcentra opgericht ook in Mechelen (84) en Brussel. Dat was niet meer vanuit de druk van jongeren, maar omdat we snel gezien hadden dat we met dit model een andere populatie konden helpen. Het was toen al een uitdaging binnen ons netwerk om goed op elkaar afgesteld te blijven qua visie en om die doorstroom te realiseren.  

MSOC'S

Johan Maertens: Aan het helpen ontwikkelen van een model voor onze ambulante drugcentra heb ik minder goede herinneringen. Begin jaren ‘90 mochten we op vraag van toenmalig minister van volksgezondheid (De Galan)  de werking van zo’n dagcentrum per provincie helpen uittekenen. Er kwamen via het veiligheidsplan immers heel wat middelen vrij om te injecteren in de drughulpverlening met als bedoeling de criminaliteit, ook veroorzaakt door heroïneverslaafden, te helpen aanpakken. Uiteindelijk werden - op basis van ons plan - de medisch sociaal opvangcentra opgericht in de provinciehoofdsteden, de MSOC’s. Dat deze MSOC’s vroeger erkend en gesubsidieerd waren dan onze dagcentra, was een serieuze klap. Het was ook een clash in de visies: via motivatie werken aan ontwenning en re-integratie tegenover  verslaafden verzorgen, desnoods met vervangmiddelen. Daar zijn dan de methadonprogramma’s uit gegroeid, waar wij ons aanvankelijk van distantieerden. Niet van de methadon als ontwenningsmiddel, daar hebben we in Vlaanderen als eerste zelfs een experiment mee gedaan. Maar De Sleutel heeft zich lang verzet tegen het gebruik louter voor onderhoud en instandhouding. Terecht denk ik. Ik blijf het jammer vinden dat men toen die ambulante centra niet gestart is vanuit streven naar ontwenning, ook al is dat niet altijd haalbaar. Ondertussen zijn die twee visies al lang naar elkaar toegegroeid. Ook de MSOC’s zijn vandaag bezig met ontwennen en heroriënteren waar mogelijk.

Waar bent u het meest fier over?
Johan Maertens: Dat we een model ontwikkeld hebben dat nog altijd iets in zich heeft van die anti-psychiatrische beweging. We hebben dat democratiseren van het ganse proces binnen de structuur van ons netwerk kunnen uitbouwen. Elke unit is tamelijk autonoom, werkt vanuit eenzelfde visie, maar voert een eigen beleid, zeker inhoudelijk naar behandelingspropgramma’s. Maar al die units bepalen samen het beleid van De Sleutel als geheel. Dat is ook de sterkte van de structuur van ons netwerk. Dankzij hiërarchische lagen, die democratisch goed op elkaar afgesteld zijn, krijg je een ketting die normverlies bewaakt.

Amper centen voor preventie

Johan Maertens: Een van de drama’s in de geschiedenis is dat al het geld in ons land te lang uitsluitend naar de acute drugsproblematiek ging. Voor preventie was er  jaren geen geld. Het was schrijnend om te zien dat er zo weinig gebeurde, terwijl we jongeren zagen wegglijden in drugs. We gaven zelf wel al langer informatievoordrachten en uiteindelijk zijn we in ’92 effectief begonnen met preventiewerk, mede dankzij de steun van 5 Gentse Rotary clubs. Onze slogan was “Drugs Praat erover” en had als doel om het thema bespreekbaar te maken. Het was een boodschap aan de ouders om er thuis met hun kinderen over te praten. Om drugs uit de taboesfeer halen. Dat is steeds de teneur van onze boodschap geweest. Daaruit zijn dan de preventieprogramma’s rond sociale vaardigheden gegroeid.
Omdat we weinig  middelen vonden voor preventie zijn we ook internationaal op zoek gegaan. We zijn op Europees vlak gaan netwerken en zo hebben we toch middelen gevonden om te doen wat we moesten doen. Denk aan Prevnet. We zijn ook een tijdje middelen gaan werven op straat waardoor we onze preventie konden betalen. Met een mooi resultaat tot gevolg, mede wellicht dankzij het brede draagvlak in veel verschillende lagen van de bevolking.
Zelf ben ik in 2004 bewust actief geworden binnen Rotary met de bedoeling om vandaaruit drugpreventie op de agenda te zetten.  En dat heeft gewerkt. In 2013 brachten we met 35 clubs 85000 euro samen om aan drugpreventie te besteden. Ik ben nog altijd actief, ook internationaal. Wereldwijd werken 20 Rotary districten rond drugpreventie. Als serviceclub zijn we vooral intermediair. We helpen organisaties die behoefte hebben aan preventie en zorgen voor middelen. De voorwaarde is dat de programma’s evidenced based werken. Een goed voorbeeld van bij ons is het JEP-project, een samenwerking tussen de Brugse Rotary Clubs en De Sleutel. Het is uniek omdat we ons hier toespitsen op jeugdbewegingen. Concreet helpen we de jeugdleiding met het ontwikkelen van een drugsbeleid. Daar is het opmerkelijk dat dit nu ook doorstroomt naar de nationale leiding. Men is nu ook op dat niveau met drugsbeleid bezig. En zo konden we nog mooie verwezenlijkingen doen, meestal door partners samen te brengen: denk aan  het High Five-project in Kortrijk op maat van lagere scholen, aan het Reccer-project in Gent, gericht op kwetsbare groepen, aan het spel Explosive Chickens. We merken dat die zaken eenmaal beschikbaar ook vlot verspreid geraken naar andere regio’s.  

Tewerkstelling

De Sleutel is tevens snel gestart met sociale werkplaatsen. Waren we ook daar pionier?   
Johan Maertens:  We waren eigenlijk al langer met werk bezig. Voor een groot deel van de cliënten in onze ambulante centra was aan een job geraken de opdracht, maar we moesten eerst hun werkattitudes aanleren of goedkrijgen: op tijd komen, niet gebruiken, op tijd gaan slapen de avond voordien,…  Op een bepaald moment werd ons duidelijk dat er via het Europees Sociaal Fonds (ESF) middelen beschikbaar waren. Het moest gericht zijn op de tewerkstellingsproblematiek en we moesten ook eigen middelen investeren. Op zo’n ESF-voorstellingsronde werd me duidelijk dat we een project konden indienen, de deadline was 2 dagen! Wonder boven wonder werd ons project goedgekeurd. We werden erkend en kregen subsidies voor drie afdelingen. Daaruit is dan de trajectbegeleiding gegroeid.
Rond die periode kregen we ook het nieuws binnen dat er subsidies vrijkwamen voor sociale werkplaatsen. Ook daar dienden we snel te beslissen. Ons dossier werd goedgekeurd en een maand later hadden we onze eerste erkenning als sociale werkplaats. In tegenstelling tot de klassieke sociale economie zagen we zo’n werkplaats als een trainingswerkplaats om de mensen te laten doorstromen naar het gewone arbeidscircuit. Toen al. En zo zijn we snel gegroeid met afdelingen in Mechelen, Antwerpen, Brugge…

Is de blijvende zoektocht naar structurele middelen een rode draad in de voorbije 40 jaar?
MMI betoging webJohan Maertens:  Wie zich laat drijven door vernieuwing, betaalt daarvoor de prijs. Anderen wachten tot het pad geëffend is? Wij hebben zelf voortdurend vernieuwd. En dat heeft te veel gekost. Maar maatschappelijk bekeken, zou ik dezelfde keuzes maken. Ons werk had een meerwaarde, ook voor  andere partners. En we hebben het geluk gehad dat onze visie en ons engagement voor de doelgroep van mensen met een verslaving ook door de Broeders van Liefde werd gedeeld. De Sleutel zit nu in een sterke structuur waardoor de gezondheid van de eigen instellingen beter bewaakt wordt. Maar de broeders kiezen er tegelijk voor om ook nog vernieuwend te blijven. Als je dat niet doet, ben je niet goed bezig. 

Opmerkelijk: er werd ook bewust geïnvesteerd in onderbouwd wetenschappelijk onderzoek.
Johan Maertens: We voelden snel die noodzaak om op basis van meetbare resultaten te kunnen evalueren, discussiëren, conclusies te trekken. Er waren weinig andere mogelijkheden. Toen samenwerking met universiteiten niet lukte, hebben we zelf mensen vrijgemaakt voor het organiseren van de registratie en verwerken van de gegevens. Ook al was het beter aangewezen dat daar een apart instituut voor werd opgericht. Dankzij die wetenschappelijke onderbouw konden we als Directie afdelingen benaderen vanuit cijfers van die afdeling. Onze dossiers waren dankzij die dienst ook steeds goed onderbouwd. Voor ons lijkt dat evident. Maar dat is eigenlijk grote meerwaarde.

Waaraan houdt u de beste herinneringen?
Johan Maertens: Aan de werkambiance. Dan denk ik vooral aan de vergaderingen met directie en de afdelingen. Vaak zaten we serieus onder druk, moesten we moeilijke beslissingen nemen. Toch slaagden we erin om tussendoor te gieren en te lachen. Daar keek ik echt naar uit, ik vond dat heel ontspannend. We gingen er hard tegen aan, en dat was dan een manier om te ontladen. Zeker als je met onze problematiek werkt. Ik blik met plezier terug op de grote openheid en de vele, diepgaande discussies.

Wat waren de moeilijkste momenten?
Johan Maertens: Dat er wel elke dag opnieuw een personeelsprobleem op ons bord kwam…   Bijvoorbeeld omdat het ging over goed menende mensen die we zelf  op een bepaalde plaats in de hiërarchie ingezet hadden, maar die voor die functie niet bleken te voldoen.  Dat aanpakken, motiveren, er de tijd voor nemen. Dat is ingrijpend. Verder denk ik aan ons mislukt bouwproject in de jaren 90. Concreet was het de bedoeling om aan de Ham in Gent een nieuwbouw te zetten zowel voor onze Crisiswerking als voor onze Therapeutische gemeenschap. Maar als gevolg van een RIZIV-moratorium kon dat plan niet uitgevoerd worden. Dat werd bijna het failliet van De Sleutel. Uiteindelijk hebben we dan een oplossing gevonden en moesten we gaan lenen voor de aankoop van het gebouw in Merelbeke. We kregen die lening enkel op voorwaarde dat er een aantal mensen persoonlijk borg gingen staan. Dat is verregaand. Maar zo hebben we De Sleutel kunnen redden. En kregen we onze erkenning. Een aantal jaren later hebben we dan de overname door de Broeders van Liefde kunnen realiseren. En zoals ik zei, gelukkig was het een principiële overname puur vanuit visie, engagement.

Merkt u beterschap rond de problematiek van drugs in de gevangenissen?
Johan Maertens:  Niet veel. De gevangenissen kweken nog steeds nieuwe drugsverslaafden, zo’n 300 per jaar. Ik vind al 20 jaar dat men dringend werk moet maken van drugsvrije afdelingen en behandeling in gevangenissen. Gedetineerden kunnen er zich dan op vrijwillige basis laten helpen. De nieuwe  minister van volksgezondheid moet daar werk van maken met zijn collega van justitie. Enkel zo kan je ervoor zorgen dat mensen niet leren gebruiken in de gevangenis en er verslaafd uitkomen.

Mogen we stellen dat u De Sleutel ook internationaal enigszins op de kaart heeft gezet?
Johan Maertens: Eigenlijk is dat engagement begonnen na een oproep voor peterschapsprojecten binnen de Broeders van Liefde, waarmee ze ondersteuning zochten rond geestelijke gezondheidszorg in de buitenlandse vestigingen. We hebben dit een periode kunnen waarmaken dankzij de grote wervingsacties die we voor een beperkt deel aanwendden  voor projecten in het buitenland. Voor landen waar men vaak amper een drugsbeleid kende en waar dus ook geen budget voor preventie of behandeling was. Eigenlijk konden we met die 10 % in lokale munt ter plaatse bijna evenveel realiseren als bij ons met de 90 %. Morning meeting bisBedoeling was om de binnen De Sleutel opgebouwde knowhow rond onze drie pijlers te dissemineren. Dat hebben we gedaan via projecten in Rusland, in Indonesië, in Roemenië,…

Was dat de kiem van het vervolg van uw loopbaan bij de Broeders van Liefde?
Johan Maertens:  Ik kreeg op een vroege ochtend tijdens een Directiecomité telefoon van de generale overste. Broeder Stockman die me vraagt om hun internationaal fundraising netwerk te helpen uitbouwen… We hebben dat meteen besproken. Op dat moment was mijn afscheid van De Sleutel eigenlijk al voorbereid. Aanvankelijk wou ik rond mijn 55ste de fakkel doorgeven aan iemand jonger om de zaak verder te trekken. Ik vond dat noodzakelijk: als je wil blijven vernieuwen heb je ook een dynamisch team nodig. Ik wou me oorspronkelijk als psychotherapeut op mijn privépraktijk terugtrekken: terug naar de basis na al die jaren management en netwerking.

Wat doe u vandaag?
Johan Maertens:  Ik werk als psychotherapeut - samen o.m. met mijn echtgenote Magda - in ons Centrum voor Persoons- en Relatietraining te Damme. Ik ben ook nog steeds actief binnen de vereniging voor bonding-psychotherapie die ik mee heb opgericht destijds. En ik blijf internationaal en lokaal actief binnen Rotary ten voordele van drugspreventie. Sedert 2007 heb ik voor de broeders een belangrijk deel van de wereld afgereisd om een netwerk van vrienden te organiseren. Het was de bedoeling om op lange termijn middelen te vinden om de toekomst van de internationale projecten veilig te stellen. Maar met de crisis die we gekend hebben was dat niet gemakkelijk. Dankzij de sterkte van het netwerk van de broeders, en het maken van synergieën met ondernemers, slaagden we er in om commerciële partners geïnteresseerd te krijgen in onze projecten. Door die connecties vinden we investeerders voor de bouw van zonnecentrales. 50 % van de winst gaat naar de  projecten. Ons plan is om de komende 10 jaar via de bouw van dergelijk centrales structurele inkomsten te genereren waardoor de Broeders de komende 20 jaar meer middelen hebben voor hun internationale projecten.

40 jaar logo zonder slagzinHoe kijkt u de toekomst tegemoet. Gaat het de goede kant uit met de verslavingszorg?
Johan Maertens:   Verslaving is niet meer weg te denken in onze maatschappij. Het thema staat hoog op de agenda. Denk aan wat we zien vandaag in Colorado, Urugay, Washington. Men geeft de strijd op door te kiezen voor legalisatie. Dat is een grote fout: door een bepaald segment te legaliseren wordt de overheid de dealer en gaat de maffia zich met al zijn middelen focussen op een ander segment dat wel nog verboden is. Men denkt dat ze de kraan dichtdraaien, maar eigenlijk zetten ze de kraan nog verder open. De maffia zal zich niet melden bij de VDAB. Ze zullen zich focussen op andere nog gevaarlijker drugs. Blijkbaar is men zich daar niet bewust van. Een reden te meer om volop en massaal in te zetten op preventie. Het voorbeeld van tabak toont dat deze aanpak werkt. Men is erin geslaagd om het gebruik van tabak serieus terug te dringen. Ook bij drugs moeten we dit doen.
De centra voor drughulpverlening zien hoe langer hoe meer cannabisverslaafden. Cannabis is vandaag het belangrijkste product waarvoor mensen geholpen moeten worden. Het lijkt onschuldig, maar men kan er op eigen houtje niet mee stoppen. We zien bv dat hun kortetermijngeheugen niet meer werkt. Dat ziet er niet goed uit.
Inzetten op preventie via training van sociale vaardigheden blijft van heel groot belang. We moeten onze kinderen leren gelukkig zijn, door acties die ze zelf ondernemen. Ook volwassenen kunnen dat hoe langer hoe minder. We leven in een gestresseerde samenleving, ik vind dat één van dé uitwassen van ons westerse maatschappij. We moeten leren om te ontspannen en plezier te maken, ook zonder producten. Het is niet voor niets dat mindfulness nu ook aan het pieken is. Ik pleit er dan ook voor om te blijven werken via de scholen, van in een zo pril mogelijk stadium, van in de kleuterklas en vooral de ouders erbij betrekken.

Paul De Neve

(juni 2014)

 

*  Vandaag omgevormd tot  VAPH of Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Het risico op verslaving aan zware pijnstillers wordt onderschat

Volg ons op Facebook

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.