De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Professionals

Hier vind je info op maat van wie beroepshalve met het thema drugs bezig is. Welke drugspreventie is effectief?  Maak kennis met ons aanbod voor leerkrachten en preventiediensten. Wat is evidence based hulp verlenen? Bekijk ons overzicht van goede praktijken en bruikbare meetinstrumenten.

maandag 25 november 2013 10:11

Wérken met de participatieladder in de begeleiding van mensen met een verslaving

De participatieladder biedt een referentiekader dat het belang en de relevantie van het samengaan van werk- , welzijns- en zorgpartners onderstreept. De doelstelling van het werken met de participatieladder is om mensen op maat van ieders individuele competenties te laten participeren in de maatschappij. Het is een instrument om iemands actuele participatieniveau vast te leggen en  tegelijk het niveau voor de toekomst te bepalen. 

 

De meer politieke bijklank van het oorspronkelijk begrip uit de late jaren 60 is niet meer. Het verwees toen meer naar burgerparticipatie in het beleid. De aandacht voor maatschappelijke participatie verschoof later naar specifieke groepen van mensen: jongeren, patiënten, mensen met een functiebeperking … Met die verschuiving kreeg het begrip een veel bredere betekenis. Het verwijst naar iemands deelname aan het maatschappelijke leven in de brede betekenis van het woord.

Wat betekent dit nu en hoe gaat men daar in de praktijk mee om?

Drie componenten

De participatieladder introduceert een manier van denken of kijken naar mensen die kan helpen om personen te positioneren op het vlak van hun maatschappelijke integratie. Binnen de context van de sociale economie ligt de focus van die maatschappelijke integratie heel sterk op arbeidsparticipatie. Het al dan niet hebben van werk en/of welk soort werk vormt dan ook de belangrijkste indicator om iemand op die ladder te positioneren en daar een aanbod op te enten.

Een tabel ter verduidelijking:

schema participatieladder

We herkennen hier drie componenten: het hebben van werk, de aansluiting op activiteiten én het hebben van een beschermende of ondersteunende omgeving.

In de praktijk

De vraag die we ons dan stellen is hoe personen die aankloppen bij de sociale werkplaatsen nu op die participatieladder worden gepositioneerd? In Nederland vonden we hiervoor een beslisboom die daarin kan helpen.

stroomschema

Het nadeel van deze beslisboom is dat abstractie wordt gemaakt van functionele karakteristieken die deelname aan de arbeidsmarkt en/of aan sociaal culturele activiteiten in de weg staan.  Om het best passende antwoord te kunnen geven op iemands actuele deelname is het dus belangrijk om die positiebepaling juist te kunnen duiden. Daartoe mogen we niet alleen kijken naar het hebben van werk al dan niet contractueel, de aansluiting op activiteiten buitenshuis en de beschermingsgraad daarvoor.

We moeten eigenlijk nog verder kijken, met name naar:
• De mate waarin een persoon kan deelnemen aan het maatschappelijke levenparticipatieladder

• De mate waarin een persoon dat ook daadwerkelijk doet

• De mate waarin hij/zij daar steun bij nodig heeft en

• De mate waarin hij/zij daar al dan niet steun bij  krijgt. 

 

Een handige tool om zicht te krijgen op dàt geheel is het “internationaal classificatiesysteem voor functioneren, beperkingen en gezondheid” (ICF), dat in 2001 ontwikkeld en gepubliceerd werd vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit systeem is precies ontwikkeld om revalidatie- en (arbeids)re-integratie -initiatieven te helpen holistische oplossingen te ontwikkelen voor complexe problemen.

Het Internationaal Classificatiesysteem voor Functioneren (ICF)

Het ICF is een model dat zowel  medische, functionele, sociale als omgevingsfactoren integreert.

gezondheidstoestand

Anders dan bij de internationale classificatie van “ziektes”(ICD) – waar de DSM in de geestelijke gezondheidszorg een afgeleide van is – ligt de focus van het ICF op het werkelijke functioneren van een persoon, op datgene wat iemand effectief kan, al dan niet met hulp(middelen), wat dan verwijst naar ondersteuning en naar persoonlijke en externe factoren.

Het gebruik van het ICF als instrument werd al voor verschillende doelgroepen en sectoren uitgewerkt, waaruit dan telkens een “ICF-coreset” ontstaat.  Ook in de sociale economie werd binnen de context van arbeidscompetentie-ontwikkeling voor werkzoekenden met een arbeidshandicap en nood aan een zorg/empowerment traject of personen in arbeidsrehabilitatie een specifieke coreset uitgewerkt. Deze  bestaat uit een selectie van functies, activiteiten en participatie, omgevings- en persoonlijke factoren, die voor het bepalen van een participatieniveau relevant zijn. Hoewel er voor elke categorie van het ICF een beknopte omschrijving is, vraagt werken met het ICF wel enige training (1).

In de verslavingszorg

Specifiek voor de verslavingszorg werd in de MATE (2) (Meten van Addicties voor Triage en Evaluatie), evenals in de MATE-Y (Youth – Jongeren) op basis van die ICF een aparte module (MATE-ICN) uitgewerkt die activiteiten en participatie meet, zorg en ondersteuning én externe factoren die van invloed zijn op het herstelproces.

De MATE bestaat uit 10 modules, waarvan 8 zijn opgebouwd als interview en twee zelfrapporteringsvragenlijsten zijn. Eén van de acht interview-modules is gebaseerd op ICF, waarin eerst de activiteiten en participatie van de voorbije 30 dagen op zeven voor het maatschappelijke leven relevante domeinen worden overlopen.

Bij elk van die domeinen, soms ook sub-domeinen, wordt dan telkens nagegaan of de persoon hier ondersteuning bij krijgt en hoeveel en door wie/ welke (maatschappelijke) voorziening. Tenslotte wordt  gekeken naar externe factoren in de laatste 30 dagen die een positieve of een negatieve invloed kunnen hebben op het herstelproces. Die externe factoren – met positieve of negatieve invloed – kunnen aanwezig zijn bij partner, familie, vrienden, kennissen, buren, collega’s, …, maar ze kunnen ook gevonden worden in de maatschappelijke attitudes van de betrokkene, of in de invloed van diensten, systemen en beleid, in casu juridische voorzieningen of in andere omstandigheden of factoren.

mate

Anders dan in het ICF waar zowel de uitvoering van activiteiten en participatie als het vermogen om dat te doen worden gescoord, wordt in de MATE enkel de uitvoering beoordeeld. Dat betekent bijvoorbeeld dat als iemand niet zelfstandig huishoudelijke taken kan uitvoeren, maar  wel met de hulp van anderen én die anderen zijn er voor die persoon, dan wordt ‘geen beperkingen’ gescoord op het vlak van huishoudelijke taken. De hulp van anderen wordt dan aangeduid onder externe factoren met een positieve invloed.

Het voordeel van zo’n op ICF gebaseerd instrument t.o.v. bovenstaande beslisboom is, dat de “activiteiten buitenshuis” en de “beschermde omgeving” verder uitgewerkt en benoemd worden. Er wordt dieper gekeken dan alleen naar de expliciete zichtbare activiteiten en/of participatie. Met name bekijkt men evenzeer het kunnen aangaan en onderhouden van relaties en algemene tussenmenselijke interacties, het kunnen verwerven en behouden van woonruimte, huishoudelijke taken, het kunnen uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen, omgaan met stress en andere mentale eisen, het kunnen leren en toepassen van kennis , problemen oplossen, beslissingen nemen, … Er wordt ook verder gekeken dan alleen naar de aanwezigheid van een “theoretisch” ondersteunende omgeving. Die omgeving moet er ook (kunnen) zijn voor de betrokkene.

Het resultaat van de afname van deze interview-module (MATE-ICN) leidt tot één totaalscore voor beperkingen en drie scores, respectievelijk  voor basale beperkingen, voor relationele beperkingen en voor zorg en ondersteuning bij beperkingen. Daarnaast zijn er nog drie scores die bepalend zijn voor de positieve, negatieve externe invloed en tenslotte de zorgbehoefte. Het biedt tevens een glasheldere basis om samen met de betrokkene een best passend en haalbaar traject uit te stippelen.

Het samengaan van de beleidsdomeinen

De nieuwe visie met de participatieladder als referentiekader heeft zich ook vertaald in een samenwerking op beleidsniveau. Overeenkomstig een actuele positionering op de participatieladder en de inschatting van een bereikbaar niveau van participatie, worden trajecten mogelijk gemaakt waarbij personen hetzij tijdelijk een tussentrap nemen alvorens betaald werk al dan niet met ondersteuning aan te kunnen, hetzij maatschappelijk georiënteerd worden naar welzijn en zorg, hetzij naar arbeidsmatige activiteiten onder begeleiding én met welzijns- en zorgondersteuning.

Die ontwikkelingen zullen een grote invloed hebben op onze expliciete keuze in De Sleutel om een arbeidstraject tot een geïntegreerd onderdeel van de begeleiding van volwassen cliënten te maken.  Het wordt dus een hele uitdaging om met een goed instrument dat aansluit op een door de overheid gehanteerd classificatiesysteem in alle afdelingen aan de slag te gaan met het oog op het vinden van het meest gepaste antwoord op de noden van personen ongeacht waar en in welke afdeling men zich aanmeldt.

Veerle Raes

(november 2013)

(1) Een interessante presentatie die ICF en het werken met ICF toelicht is http://prezi.com/kkrhg0794zul/icf-en-daz-9-1-13/

(2) Gerard M. Schippers, e.a. Measurements in the Addictions for Triage and Evaluation (MATE): an instrument based on the World Health Organization family of international classifications, Addiction, 105, 862–871, 2010 

Aanverwante informatie : De participatieladder, een nuttig instrument voor de trajectgeleiding

 Lees ook De R van Rehabilitatie

 

 

Het risico op verslaving aan zware pijnstillers wordt onderschat

Volg ons op Facebook

filmpjeimage

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.