De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



woensdag 27 mei 2015 00:00

Verslavingszorg vermaatschappelijken?

Het zorglandschap voor mensen met een probleem van verslaving aan illegale drugs – doelgroep van De Sleutel, bepaald in de huidige overeenkomsten met RIZIV - zal de komende jaren grondig veranderen omwille van de inkanteling van de categoriale verslavingszorg in Vlaanderen als gevolg van de 6° staatshervorming en de vermaatschappelijking van de zorg (1).

Kansen bij integratie verslavingszorg binnen de geestelijke gezondheidzorg na inkanteling in Vlaanderen

De Sleutel blijft – samen met de andere RIZIV-revalidatieconventies voor verslavingszorg - maximaal tot eind 2017 onder de vleugels van het RIZIV. Per 01-01-2018 moet er duidelijkheid zijn over het beleidskader en de financiering van de Vlaamse gespecialiseerde drughulpverlening. Momenteel leven hierover meer vragen dan antwoorden en dit zowel op het niveau van het Vlaamse beleid (kabinet en administratie) als op niveau van de koepels (Zorgnet Vlaanderen, VAD).

De vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voor volwassenen is in de diverse regio’s waar De Sleutel actief is, vrij goed uitgerold. De inbedding hierin van de verslavingszorg verschilt van regio tot regio. Begin 2014 werd vanuit de Federale Overheidsdienst  Volksgezondheid duidelijk de verwachting geuit t.a.v. een structurele samenwerking tussen de netwerkcomités in het kader van de hervorming van de GGZ én de verslavingszorg. Het is duidelijk dat De Sleutel zich stevig wil inbedden binnen de relevante functies in de diverse art. 107-zorgcircuits. In onderstaande tekst geven we een algemeen kader van waaruit de inkanteling binnen Vlaanderen en de integratie binnen de geestelijke gezondheidzorg kan worden benaderd, met enkele illustraties van hoe we hieraan op vandaag – zelfs binnen de huidige en nog onaangepaste middelenverdeling – tegemoet komen of ons reeds hierop voorbereiden.

Welke opdrachten zien we voor de huidige RIZIV-georganiseerde drughulpverlening in het Vlaamse zorglandschap van de GGZ?

De integratie van de revalidatiecentra verslavingszorg in het ruimere GGZ-netwerk kan best bevorderd worden door de opgebouwde expertise in te zetten op specifieke schakels binnen de keten van GGZ-trajecten. De Sleutel kan bijvoorbeeld binnen de ggz als een Expertisenetwerk Verslaving ter beschikking staan op de volgende domeinen:

1. Aanmelding en diagnostiek/indicatiestelling

Deze specifieke diagnostiek staat in functie van de oriëntatie van cliënten. Dit gebeurt bij voorkeur ambulant, maar kan indien nodig voorzien worden tijdens een korte opname in een crisisinterventiecentrum verslavingszorg of in een andere residentiële GGZ-setting. De doelstelling is om de cliënt goed te oriënteren naar een welbepaald zorgpad (2).  

 IMG 5095 1 border

Voorbeelden van wat er reeds is:

  • Wat betreft regio Gent willen we ernstig de optie openen om alvast in de eigen organisatie als eerste stap te streven naar een optimale coördinatie van de aanmeldingen en oriëntaties waarvoor de expertise binnen één team gebundeld wordt ipv in diverse afdelingen een lokaal aanmeldpunt te voorzien. Op die manier wordt het in een mogelijks tweede fase makkelijker om deze expertise ook in te brengen in regionale ggz-aanmeldingspunten, zoals reeds in regio Brugge het geval is.
  • Er wordt in Noord-West-Vlaanderen samengewerkt binnen “functie 1” waar reeds een concrete afsprakennota wordt gevolgd voor een gemeenschappelijke procedure bij aanmelding en indicatiestelling m.b.t.  alcohol en illegale middelen. Er is tevens ook een maandelijkse participatie aan netwerktafel van het Psychiatrisch ExpertiseTeam (PET): een multidisciplinair overleg in functie van indicatiestelling en aanmeldingen PET met participatie vanuit CGG, CAW, het ambulant centrum De Sleutel, CBJ…).
     
  • Het delen van functies zoals de psychiaterfunctie tussen GGZ en verslavingszorg draagt uiteraard ook substantieel bij tot verdere integratie en efficiënte samenwerking ten bate van het traject van de cliënt. In Antwerpen hebben we een ‘liasonpsycholoog’ die zowel voor de ambulante setting van de Sleutel werkt als voor CGGZ Vagga als voor de sociale werkplaats. Wij zijn in Antwerpen zeker ook vragende partij om een gezamelijke psychiater te hebben op wie wij een beroep kunnen doen voor diagnostiek en indicatiestelling, maar ook verdere opvolging van cliënten.

  • In Mechelen worden er intensievere samenwerkingsmogelijkheden tussen de ambulante setting van de Sleutel en OOOC Ter Heide verkend. Ook samenwerkingsmogelijkheden tussen de Sleutel en het nieuwe project van de Stad Mechelen rond vroegdetectie/vroeginterventie in scholen zijn onderwerp van overleg.

2. Intensieve hulpverlening

Conform de visie van getrapte zorg streven we maximaal naar intensieve ambulante hulpverlening in de verslavingsdynamiek:

We willen specifiek aandacht blijven geven aan ambulante groepswerking en individuele begeleiding van mensen met een verslaving én hun omgeving hierin maximaal betrekken. Trajectwerking waarbij diverse partners hun expertise binnenbrengen staat voorop waarbij we tevens een regierol kunnen opnemen indien wenselijk. Vooral outreachend kunnen werken, begrepen als een actieve interventiestrategie ín de leefwereld/context van de betrokken cliënt vanuit een expertiseteam, is een absolute meerwaarde voor de toekomst. Tenslotte is een zogenaamde liaisonfunctie een bijdrage aan een traject door behandeladvies te geven aan andere teams die als actor in een bepaald traject zijn betrokken.

Lucifers1web

Voorbeelden van wat er reeds is:

  • Vanuit de Gentse ambulante setting van De Sleutel worden regelmatig cliënten doorverwezen naar het CGG, meer bepaald wanneer er sprake is van een alcoholproblematiek (CAT), voor de oudergroep (CAT) of de groep voor agressiebeheersing (Oudenaarde). Ook minderjarigen met een persoonlijkheidsproblematiek worden soms doorverwezen. Van een echt traject waarin ieders expertise wordt ingezet en geregisseerd door bijvoorbeeld een hoofdbehandelaar is nog niet echt sprake. Hier ligt wel reeds de kiem voor een geïntegreerd zorgpad. Casemanagement is immers reeds een goed gekende werkvorm in de regio.

  • Het ambulant centrum De Sleutel te Brugge neemt maandelijks deel aan het teamoverleg van het “Mobiel Team Vroeginterventie Psychose”. Er zijn systematisch wederzijdse doorverwijzingen tussen het ambulant centrum De Sleutel, het CGGZ, de mobiele crisis-en behandelteams in functie van voor- en nazorg en bij parallelle behandeltrajecten.

  • In Antwerpen bestaat er reeds een vruchtbare samenwerking tussen de ambulante setting van de Sleutel en de mobiele teams: het betreft niet alleen doorverwijzing op casusniveau, maar we kunnen spreken van echte samenwerking met merkbaar effect. Het voorbije jaar werden zo een tiental cliënten geïntegreerd geholpen.
  • De door de stad Antwerpen via een convenant gesubsidieerde outreachfunctie binnen de Sleutel creëert eveneens mogelijkheden om rond eenzelfde cliënt samen te werken met OCMW, justitie, VDAB, buurtsport, etc.
    De door het netwerk SARA (art 107) in het leven geroepen ‘versnelde doorstroom’ procedure voor het bekomen van een sociale woning, waarbij een beperkt aantal wooneenheden ter beschikking gesteld worden van mensen met een middelenhistoriek/-problematiek, vereist eveneens overleg en samenwerking tussen de verschillende drughulpverlenende instanties en dit zowel op vlak van selectie als verdere opvolging
    .

Ook residentiële behandelsettings blijven essentieel. Het verloop van een behandeltraject verslavingszorg is immers vaak grillig. Stabiele periodes wisselen af met minder stabiele periodes waarin bijvoorbeeld een crisisopname moet kunnen gebeuren. Kortverblijf met het oog op stabilisatie en ontwenning blijft complementair op het ambulante aanbod. Een ambulante voor- en nazorg versterkt de behandeling in een therapeutische gemeenschap, gericht op opleiding en werk, ook voor mensen met een dubbele diagnose (verslaving/psychiatrische problematiek).

3. Voorkeur voor trajecten van activering in het werken met (jong-)volwassenen

Participatie aan de maatschappij als volwaardige burger staat voorop in onze behandelprogramma’s. Daarom krijgt activering in de ruime zin – versterken van opleiding, toeleiding naar werk én zinvolle tijdsbesteding – prioritaire aandacht als een geïntegreerd onderdeel van de behandeling van elke volwassen cliënt. Ook vanuit de intensieve residentiële behandelprogramma’s wordt verbinding gemaakt met opleiding en stagemogelijkheden in specifiek begeleide arbeidsomgevingen.

RijMensenweb

Voorbeelden van wat er reeds is:

  • In Brugge werkt het ambulant centrum samen met het centrum voor psychische revalidatie “Inghelburch” in de voor- en nazorg.

  • Tussen de therapeutische gemeenschappen en de activerende werkvloer van de Sociale werkplaats te Gent groeit een sterkere samenwerking waarbij in specifieke fasen van het behandelprogramma rond basiseducatie en arbeidsvaardigheden op eenzelfde wijze groei in competenties wordt gestimuleerd en gezamenlijk wordt geëvalueerd.

  • Eveneens binnen het eigen netwerk staat er een samenwerking in de steigers tussen de ambulante setting van de Sleutel en de Sociale Werkplaats (SWP) om cliënten die in de SWP wensen in te stromen hun oriëntatiefase te laten volgen binnen de ambulante setting, wat vervolgens indien aangewezen ook kan resulteren in verdere individuele begeleiding van de drugproblematiek om de slaagkansen op de werkvloer te optimaliseren.

4. Onderlinge competentieversterking

Kennis en kunde versterken in het werken met mensen met een afhankelijkheid aan illegale drugs binnen de zorg is een noodzakelijke voorwaarde voor verdere integratie. We denken hierbij aan het versterken van de eerstelijnsactoren zoals huisartsen, wijkgezondheidscentra, mobiele teams. Ook t.a.v. andere zorgverstrekkers hebben projecten van wederzijdse versterking hun nut bewezen, o.a. samenwerking met psychiatrische ziekenhuizen of initiatieven van beschut wonen, voorzieningen van de jeugdzorg, t.a.v. begeleiding van mensen met een mentale beperking. Actoren binnen justitie en politie vragen om expertise te delen. Eveneens zijn scholen en groepen leerkrachten vragende partij om kennis te delen omtrent omgaan met jongeren met een middelenprobleem. Ervaring vanuit eerdere projecten i.s.m. bijzondere jeugdzorg (VDIP/Stuff/Keep it clean) leert dat het wederzijds trainen van teams (ttz teams verslavingszorg en teams binnen voorzieningen bijzondere jeugdzorg) verschil maakt in het ontwikkelen van effectieve hulpverleningstrajecten en dus ook van de behandeling van jongeren.

Voorbeelden van wat er reeds is:  

  • Het ambulant centrum te Gent wordt gevraagd vorming m.b.t. middelengebruik en omgaan met  gebruikers te voorzien ten behoeve van de mobiele equipes in de regio Gent.

  • In het ambulant centrum te Brugge zijn de klinische coördinator en de onthaalmedewerker beschikbaar  binnen een consultfunctie voor medewerkers van MCT en MBT.  

  • In Antwerpen en Mechelen geven we therapeutisch advies en werken we samen met politiediensten en  parket voor zowel specifieke vorming als voor specifieke verwijzingen van mensen. Eveneens zijn  scholen en groepen leerkrachten vragende partij om kennis te delen omtrent omgaan met jongeren  met een middelenprobleem.  
  • In Mechelen worden de mogelijkheden onderzocht om een geïntegreerd aanbod ‘hervalpreventie’ aan  te bieden in de vorm van een samenwerkingsverband van De Sleutel en CGGZ De Pont. 

Via het overlegplatform drugs Antwerpen (Vagga, Free clinic, Adic, De Sleutel en de Stad) wordt er maandelijks rond de tafel gezeten om op metaniveau de samenwerking tussen de drughulpverlenende instanties in Antwerpen te verbeteren.

  • Het in de schoot van netwerk SARA op regelmatige basis organiseren van overlegmomenten binnen de diverse functies geeft voortdurend bijkomende impulsen. Er is op het samenwerkingsniveau tussen  drughulpverlenende instanties en de overige reguliere gezondheidszorg echter nog werk aan de winkel.  Tijdens een focusgroep in november 2014 bleek dat het probleem momenteel is dat de verslavingszorg  niet erg betrokken is doordat middelenmisbruik vaak een exclusiecriterium is bij de reguliere  zorgverstrekkers.

Nog een weg te gaan

We menen dat we reeds op de goede weg zijn.. Hier en daar zijn het al flinke en vastberaden stappen die echt samen gezet worden vanuit de ervaring dat de outcome t.a.v. de cliënt maar kan bereikt worden via een intensieve samenwerking die een aparte setting op zijn eentje niet kan bereiken. Soms zijn het eerder schuchtere aanzetten gezien het huidige “oude” systeem niet mee kan buigen naar een nieuwe richting. Het verhaal van het flexibeler kunnen inzetten van middelen (bijvoorbeeld los van de huidige RIZIV-caseloadnormen van 94 %) moet hier echt verder worden geschreven. Dit vormt vanuit de revalidatiecentra verslavingszorg een voorwaarde om tot betere en efficiëntere GGZ te komen. Een gelijktijdige gespecialiseerde begeleiding ambulant (bv in kader van voorbereiding nazorgtraject) is momenteel niet combineerbaar met een residentieel verblijf in een GGZ-voorziening, noch met een ander ambulant aanbod. Het gedeeld inzetten van personeelsmiddelen is evenmin mogelijk.
Een gedeelde visie op welke zorgpaden precies nodig zijn voor welke doelgroep is eveneens een voorwaarde die als noodzakelijk ervaren wordt. Zorgpaden lopen soms dwars door voorzieningen heen en hierop is het geheel van mandaten, zowel inhoudelijk als naar middelen nog helemaal niet aangepast. Bepaalde aspecten van de behandeling van voor af aan opnieuw beginnen met de cliënt en soms ook met zijn of haar context, spreekt jammer genoeg de idee van een naadloos traject in de praktijk te vaak tegen. De kansen die er wél zijn om tot een goede integratie en vooral complementariteit van zorgverlening te komen, nemen we met beide handen aan en bepleiten we om bestaande obstakels in financiering en structuren weg te werken.

Dit alles betreft dus vooral het verder schrijven van een verhaal van intensievere samenwerking, het vormen van netwerken die hulpverleners meer voorzieningsoverstijgend kunnen helpen denken en werken in het belang van zinvolle cliënttrajecten. In welke mate de samenleving (de buurt, de media, de politiek) klaar is om met mensen met een verslaving om te gaan, is een thema dat echter vaak onderbelicht blijft doch sterk bovenstaande ontwikkelingen mee beïnvloedt.

Koen Dhoore  (mei 2015)

(1) Cfr het veel vernoemde art. 107 van de ziekenhuiswet, zie bijdrage van Veerle Raes, Vermaatschappelijking van de zorg, De Sleutel magazine nr 34, juni 2013.

(2) Ter inspiratie lees ook Behandeling van verslaving en co-morbiditeit: De Noord-Nederlandse ervaring; zie De Sleutel magazine nr 40, p 16-17.

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

September
  • 8
    10:00 Zee-zeildag 2019

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2019 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

Oktober
  • 7
    00:00 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Meer nieuws volgt!

  • Volledige agenda