De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



donderdag 08 december 2011 09:35

Zullen we de drugs dan maar legaliseren?

Recent bracht professor De Grauwe (1)o.m. in zijn column in De Morgen en in de Humo van 14 juni 2011) een opmerkelijk pleidooi voor het legaliseren van drugs. Het VN rapport van de 'Global Commission on Drugs Policy' stelde eerder vast dat het huidige drugsbeleid op wereldniveau faalt. De kosten van de ‘war on drugs’ zijn overweldigend groot en de resultaten miniem. Op deze basis wil De Grauwe de productie, de verkoop, het bezit en gebruik van cannabis, cocaïne, heroïne, XTC, … toelaten. Onze algemeen directeur, dhr Damien Versele, vertolkt ons standpunt.

Ik begrijp de bezorgdheid van prof. De Grauwe maar blijf met een aantal vragen zitten. 

Repressie lijkt te falen, maar weten we ook waarom?  Worden de middelen voorzien in de strijd tegen drugs efficiënt genoeg ingezet?  Is er voldoende coördinatie tussen alle diensten die internationaal instaan voor de bestrijding van de drugshandel?  Onlangs vernam ik dat de haven van Antwerpen steeds betere cijfers van inbeslagname van illegale drugs voorlegt.  Ook het jaarlijks aantal opgerolde cannabisplantages is de laatste 10 jaar bijzonder sterk gestegen.  Dan zijn we op goede weg, toch?  Dringt een stevige evaluatie van de drugsrepressie zich niet op vooraleer te stellen dat het faalt en meteen te pleiten voor een legalisering?  

En in de veronderstelling dat het repressiebeleid effectief mislukt, is legalisering dan dé oplossing die ervoor zal zorgen dat het ultieme doel, nl. geen drugsgebruik, wordt gehaald? 

We hebben het hier over gevaarlijke producten met een aanzienlijk verslavingspotentieel die het leven van gebruikers en hun omgeving verstoort en ruïneert.  Het debat wordt dus best grondig gevoerd vanuit een economisch én een gezondheidsperspectief.  

Het huidige drugsbeleid beoogt eerst en vooral de volksgezondheid.  Het stoelt op 3 soorten aanpak die best geïntegreerd verlopen : preventie vooral voor jongeren die nog niet in contact gekomen zijn met drugs, hulpverlening aan problematische gebruikers en repressie voor mensen die gewin halen bij het gebruik van anderen.

Momenteel investeert de overheid verreweg het meeste in repressie.  De investering lijkt niet te lonen en de economische reflex bestaat er dan in om de investering, d.w.z. de bestrijding stop te zetten: we vervolgen niet langer.  Gevolg : we laten drugs toe, iedereen kan produceren, verkopen, en de concurrentie gaat zijn gang.  De prijzen dalen en het gewin is dermate klein dat maffiosi en drugsbaronnen niet meer meedoen.  Doen ze het toch, dan zijn ze niet langer crimineel want hun praktijk is toegelaten.  We besparen dus op repressie.  Een grotere beschikbaarheid van drugs wordt gecounterd door het voorstel van ‘staatswinkels’, die enigszins regulerend werken (o.a. via controles op leeftijd).  Iedereen vaart er wel bij, ook de drugsverslaafde, die niet langer als crimineel beschouwd wordt maar wel als een zieke die makkelijker behandeld wordt.  Probleem opgelost, zo lijkt het wel. 

Vooreerst ga ik ervan uit dat de belangen van malafide organisaties dermate groot zijn dat de misdadige bedrijvigheid zich zal verleggen.  Staatswinkels zullen de zwarte markt niet kunnen uitsluiten.  Misschien wel in het goed georganiseerde Westen, maar zeker niet daarbuiten.   Een degelijk controle-apparaat zal heel duur zijn.  Voeg daarbij de meerkost als gevolg van de toegenomen hulpvraag en de bovenvermelde besparing verdwijnt snel. 

Immers, de toegenomen beschikbaarheid van drugs zal leiden tot meer drugsgebruik en verslaving.  De slachtoffers van de legalisering zijn de vele kwetsbare mensen, waaronder jongeren, die onvoldoende de gevaren van drugs kunnen inschatten en toch heel makkelijk en op een maatschappelijk aanvaarde wijze aan drugs raken.  Er zijn de ouders die een belangrijk argument ontberen om het experimenteren van zoon of dochter te ontraden.  Er is de problematische gebruiker die ongehinderd aan zijn spul raakt en geen last meer heeft van justitie, die niet meer kan tussenkomen waardoor de gebruiker verstoken blijft van hulp.  

De rol van justitie is immers van ontzettend groot belang.   Het is níet zo dat de meeste mensen zelf van hun verslaving af willen.  De justitiële stok achter de deur is een belangrijke hefboom naar hulpverlening en dit op elk echelon van de justitiële keten : politie, parket, rechtbank, gevangenis.  Het inzicht dat gebruikers van illegale drugs niet gestraft doch wel geholpen horen te worden, is verworven binnen de justitiële wereld en een aantal gerechtelijke arrondissementen zijn voorloper in het uitbouwen van een strak net rond de gebruiker in samenspraak met de drughulpverlening.  Ik schrijf me volledig in in deze trend naar depenalisering.  Een drugsverslaafde hoort inderdaad thuis in de hulpverlening en niet in de gevangenis. 

Tot slot verbieden een aantal internationale verdragen het legaliseren van drugs.

Vooraleer een internationale consensus te zoeken om deze verdragen aan te passen lijkt het mij  aangewezen het internationaal drugsprobleem bij de wortel aan te pakken.  Laat ons als internationale gemeenschap de armoede in het zuidelijk halfrond aanpakken.   Laat ons die economieën ondersteunen in hun inspanningen om lokale boeren de overstap te laten maken van het telen van coca, opium naar voedingsproducten waarmee de bevolking zichzelf kan voeden.  Laat ons investeren in het ‘empoweren’ van de lokale gemeenschappen.  Zo kunnen die zich losmaken van de machtige drugskartels.  Laat ons de steun stopzetten aan de corrupte regimes en lokale besturen die garen spinnen uit de verdrukking van de eigen bevolking en grof geld verdienen aan de productie en export van de drugs.  Dáár ligt het echte werk.  In eigen land moet de preventie structureel verankerd, de hulpverlening verder uitgebouwd en de drugsbestrijding beter georganiseerd worden.

Welk signaal geef je als overheid indien je een fenomeen dat je als ongezond en gevaarlijk kwalificeert toch toelaat omdat je het niet kan bestrijden?  

Laat ons het debat voeren.

Damien Versele, algemeen directeur

Link naar VN-Rapport

Link naar cannabis-standpunt

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Klik hier voor meer info 

  • Volledige agenda