De Sleutel Logo

KLIK HIER 
Varen voor het goede doel op 9 september



zondag 09 augustus 2009 00:00

Standpunt De Sleutel rond cannabis

Het cannabisgebruik maakt de laatste jaren een belangrijke evolutie door. Er worden bovendien heel wat tegenstrijdige berichten over het gevaar van cannabis de wereld ingestuurd. Feit is dat een joint minder onschuldig is dan velen denken, zeker voor jongeren. De Sleutel wil hier dan ook duidelijkheid rond helpen creëren. We doen dit vanuit onze positie binnen de hulpverlening, preventie en tewerkstelling van (ex-)verslaafden. Met dit standpunt willen we vooral correcte informatie aanleveren waardoor het maatschappelijk debat beter gevoerd kan worden en het beleid met meer kennis van zaken kan inspelen op het probleem.

HET GEBRUIK VAN CANNABIS NIET BANALISERENist1_796071_cannabis_smoker

Inleiding (voor samenvatting: zie onderaan)

Wie in beperkte mate cannabis (klik hier en ga naar onze productenmatrix) gebruikt, bijvoorbeeld een korte periode of slechts bij enkele gelegenheden op een jaar, zal als gevolg hiervan meestal geen negatieve gevolgen ondervinden. Ook al veroorzaakt dit roesmiddel bij een heleboel mensen weinig of geen problemen, toch oordelen wij vanuit onze ervaring als netwerk in de hulpverlening dat het gebruik toch explicieter ontraden moet worden. Dit is in het bijzonder het geval bij adolescenten omdat zij meer kwetsbaar zijn.


 

Cijfers

Cannabis is vandaag de meest gebruikte illegale drug in Europa[1]. Onderzoek wijst uit dat ten minste 70 miljoen Europeanen (tussen 15 en 64 jaar) of ruim één op vijf ooit in hun leven cannabis gebruikten. Men schat dat meer dan 23 miljoen Europese volwassenen in het afgelopen jaar cannabis hebben geprobeerd, en 13,4 miljoen of 4% in de afgelopen maand. Deze cijfers illustreren dat de aanwezigheid én beschikbaarheid van cannabis niet onderschat mag worden. België is daar geen uitzondering op.

Het is verder heel belangrijk om te wijzen op het verschil in gebruik naargelang de leeftijdscategorie. Het gebruik onder jongeren ligt duidelijk hoger. Dit geldt zowel voor gans Europa, als België afzonderlijk. Zo toont een Gezondheidsenquête uit eigen land aan dat 22,3 % van de jongeren tussen 15 en 24 jaar ooit cannabis gebruikt heeft[2]. Bijna 7 % geeft in dat onderzoek uit 2004 aan ook tijdens de laatste 30 dagen cannabis gebruikt te hebben.

Cannabisgebruik bij de Belgische bevolking (Gezondheidsenquête, 2004 en 2008)

   

2004

2008

15-64 jarigen

Ooit

13%

14,3%

 

Laatste maand

3%

3,1%

15-24 jarigen

Ooit

22,3%

21,2%

 

Laatste maand

6,7%

6,6%

 

 

 

 

 

 

 

Deze cijfers tonen aan dat cannabis relatief sterk aanwezig is, maar toch ook vaak enkel op experimentele basis gebruikt wordt. De meeste gebruikers stoppen dus met hun cannabisgebruik voordat het een problematisch niveau bereikt. Toch zien we op Europees niveau[1] dat bij ongeveer 20 % van de hulpvragen rond drugs, cannabis primair de aanleiding is, om in behandeling te gaan.

In de eigen afdelingen van De Sleutel zien we dat cannabis in 23 % van de aanmeldingen als voornaamste product opgegeven wordt (cijfers uit 2006). Daarmee komt cannabis op de tweede plaats na heroïne en andere opiaten. We krijgen dus heel wat hulpvragen n.a.v. cannabisgebruik.

(Klik hier voor meer cijfers)

Naar Boven

 Vragen over cannabis

Cannabis veroorzaakt als roesmiddel diverse, zogenaamd gewenste effecten. Het gebruik heeft een ontspannend, relaxerend effect. Ten tweede veroorzaakt het een euforiegevoel. Men voelt zich goed in zijn vel, in een goede stemming, ontspannen. Sommigen zeggen ook dat ze onder invloed van cannabis alles anders, scherper waarnemen.

Artsen schrijven cannabis soms voor om de pijn te verlichten (vb. rugpijn verzachten) of omdat het de slaap bevordert (slaapinducerend effect). Cannabis is echter ook - zoals uit de cijfers reeds bleek - een roesmiddel met een verslavend effect. Vaak evolueert experimenteel gebruik naar problematisch gebruik. Volgend overzicht met vragen die binnen de hulpverlening rond deze problematiek gesteld worden, illustreert dit.

  1. Vragen naar informatie16678355_cf771b8824_o

We merken een grote onwetendheid bij wie geconfronteerd wordt met druggebruik in de directe omgeving. Enkele voorbeelden van vragen.

- "Hoe kan ik mijn zoon beter wederwoord geven en informeren over de gevaren van cannabis?"

- "Hoe schadelijk is het gebruik van cannabis?"

- "Wanneer is het strafbaar?"

- "Zijn er ook fysieke gevolgen aan gebruik van cannabis?"

- "Wat doet het met je hersenen op langere termijn?"

  1. Hulpvragen

Hulpvragen (door de gebruikers zelf gesteld) worden veelal pas geuit indien het eigen gebruik als problematisch ervaren wordt, als ze voelen dat ze afhankelijk beginnen te worden.

Enkele uitspraken van gebruikers:

"Weed is mijn beste vriend, en dat klopt niet meer";

"Zonder joint durf ik daar niet binnenstappen";

"Ik doe niets meer, ik ben mijn gebruik beu";

"Cannabis maakt me angstig";

"Ik voel me er meer en meer slecht bij";

"Ik kan niet zelf stoppen";

"Ik kan deze ruzie niet rustig uitpraten zonder joint".

 

Enkele uitspraken van artsen

"Cannabisverslaving leidt naar sociaal isolement, passiviteit";

"Cannabis wordt soms gebruikt als zelfmedicatie om andere onderliggende klachten te verhelpen zoals slaapproblemen, rusteloosheid, ...";

"Een aantal factoren maakt dat mensen kwetsbaarder zijn voor problematisch cannabisgebruik. Vooral als die cannabis een leegte opvult. Voor hen kan dat gebruik de indruk geven een snelle oplossing te zijn voor dingen die normaal tijd nodig hebben";

 

ist1_48665_smoking_jointEnkele uitspraken van hulpverleners

"Men gaat door het gebruik van cannabis de eigen interesses verwaarlozen in plaats van ontwikkelen";

"Sommigen vertonen snel ongewenst gedrag, reageren echt geagiteerd";

"Bij regelmatig gebruik heeft men de neiging om niet meer (of eigenlijk onrealistisch) betrokken te zijn met wat in hun omgeving gebeurd. Zeker bij adolescenten is het verliezen van die band nefast. Ze gebruiken ook op slechte momenten, bij vertrek naar school of werk of gewoon tijdens de middagpauze,...";

"Het gaat niet zo zeer om het aantal joints, maar om het waarom en het wanneer ze gerookt worden: de gewoonte. Al snel wordt het gebruik een doel op zich, men leeft er naar toe";

"Sommigen durven niet meer naar buiten zonder te blowen. Mensen kunnen op den duur geen structuur meer aan, hebben het moeilijk om hun eigen leven en andere dingen te structureren. Ze krijgen moeite om beslissingen te nemen";

Naar Boven

Context

Aan cannabisgebruik zijn steeds een aantal gevolgen verbonden. Door het blowen creëren gebruikers een eigen wereldje waar ze riskeren in vast te geraken. De rest laat hen koud. Ze leven in hun eigen hoofd en verliezen hierdoor de band met de wereld rondom hen. En het is de interactie met die omgeving die zeer belangrijk is in de ontwikkeling. Het gebruik heeft ook een weerslag op het sociaal leven. Dikwijls zoeken gebruikers elkaar op, ze vormen een eigen kliek met specifieke waarden en normen waarbij het gebruik centraal staat. Ze worden asocialer. Hierdoor verminderen andere sociale contacten met niet-gebruikers. Het wordt ook steeds moeilijker om cannabis los te laten en af te bouwen.

Hard of soft?

We stellen vast dat er diverse soorten cannabis op de markt aanwezig zijn met een sterk wisselend THC-gehalte. In België en Nederland worden meer gesofisticeerde teeltprocedures toegepast waardoor het THC-bestanddeel in cannabis vaak aanzienlijk hoger is. Deze cannabissoorten zijn meer verslavend dan veelal wordt aangenomen.

De classificatie (in functie van schadelijkheid) van de soorten drugs wordt momenteel herbekeken. Diverse domeinen bepalen immers waarom een bepaalde drug meer of minder schadelijk is. Het schadelijk effect van een drug wordt niet alleen bepaald door zijn verslavingspotentieel (lichamelijke en psychische afhankelijkheid en kickeffect van de drugs), maar ook door de lichamelijke en psychische effecten (acute en chronische gezondheidsrisico's, intraveneus gebruik van de drug) en de sociale factoren zoals verspreiding van het gebruik, overlast en criminaliteit, kosten voor de maatschappij door school- of werkverzuim, ziekenhuisopnames, ...

Deze moeten mee in rekening worden genomen in de beoordeling of een bepaalde drug schadelijk is of niet. Het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift The Lancet [3] beoordeelt cannabis vanuit dit perspectief als een risicodrug met een schadelijker profiel dan vroeger aangenomen werd. Het feit dat cannabis op relatief grote schaal gebruikt wordt, speelt hier een belangrijke rol in.

Je kunt verslaafd worden aan cannabis

Het verslavend potentieel van cannabis blijkt op het eerste zicht niet alarmerend hoog (= 9 %) in vergelijking met dat van andere middelen (alcohol = 15 %, heroïne = 23 %). Echter, onderzoek wijst uit dat er ontwenningsverschijnselen optreden bij individuen die stoppen na chronisch en hevig cannabisgebruik. Het moment waarop de ontwenningsverschijnselen  uitbreken - 2 tot 3 dagen na het laatste gebruik - en de periode waarin deze verschijnselen zich voordoen, is vergelijkbaar met andere producten (gemiddeld van 1 tot 3 weken). Concreet kan het om volgende symptomen gaan: 'craving', prikkelbaarheid, verlies van eetlust; irritaties, verveling, angst, rusteloosheid, slapeloosheid. Ook koude rillingen, depressie, maagpijn, beven, zweten en gewichtsverlies worden frequent vastgesteld.

Elke verslaving is onlosmakelijk verbonden met craving. Craving is een oncontroleerbare, overweldigende, onweerstaanbare drang om de drug te gebruiken.

Craving is een geconditioneerde toestand waarbij er een hevig verlangen naar de drug ontstaat. Dit veroorzaakt een sterke drang tot gebruik. Dit proces speelt zich ter hoogte van de hersenen af en zowel de psyche, het gedachtenproces als de lichamelijke processen zijn hierbij betrokken. Heel veel herval heeft te maken met dit fenomeen. We kunnen zelfs stellen dat verslaving als ziekte gekenmerkt wordt door craving. Het achtervolgt de verslaafde vaak zijn hele leven lang.

Effecten

Vertrekkend vanuit risico's waarom we gebruik ontraden, bekijken we de effecten.

  1. Ongewenste bijwerkingen

Cannabis kan onmiddellijke ongewenste lichamelijke en psychische bijwerkingen veroorzaken. Sommige effecten zijn relatief onschuldig. Denk aan snellere hartslag en hartkloppingen of het onderdrukken van de ademhaling, wat enkel in combinatie met andere drugs problemen kan opleveren.

Cannabis werkt ook in op de snelheid van reageren: reflexen verminderen, wat soms aanleiding geeft tot verkeersongevallen.

Cannabis gaat zich binden op de hersenreceptoren en beïnvloedt de werking van ons geheugen. We onthouden minder goed, het denkproces wordt bemoeilijkt. Op emotioneel vlak kunnen onaangename gevoelens versterkt worden: angsten, zich down voelen, met hevige paniekaanvallen of zelfmoordneigingen als extreme uitlopers hiervan.

  1. Chronische longproblemen

Het roken van joints kan longschade veroorzaken. We weten dat langdurig intensief cannabisgebruik chronische longproblemen en chronische bronchitis veroorzaakt.

Een joint bevat 50 % meer teergehalte dan een gewone sigaret. Het roken van 3 joints op één dag komt overeen met het roken van één pakje gewone sigaretten.

  1. Psychiatrische aandoeningen

Cannabisgebruik verhoogt het risico op psychiatrische aandoeningen met meer dan 40 %. Regelmatige gebruikers krijgen in de eerste plaats te maken met het lethargiesyndroom. Ze verliezen interesse in dagdagelijkse zaken en worden apathisch. Ze gaan op een lager niveau functioneren en minder activiteiten ondernemen en hebben minder sociale contacten.

Verder willen we onderstrepen dat depressies vakervoorkomen bij regelmatige cannabisgebruikers.

Het meest frappante zijn echter de diverse studies die erop wijzen dat er een duidelijk verband bestaat tussen cannabis en psychosen. Dat is een ernstige, bedreigende toestand met wanen, paranoia en hallucinaties.

Er zijn verschillende verklaringen waarom cannabis meer geassocieerd is met psychosen, vertrekkende van de zelfmedicatietheorie, waarbij men veronderstelt dat schizofrene patiënten cannabis gebruiken om hun klachten, lijden te verlichten. Een tweede reeks onderzoeken toonde aan dat jongeren met aanleg voor schizofrenie door het gebruik van cannabis die psychosen sneller en intensiever ontwikkelen: gemiddeld een 6-tal jaar vroeger, wat ernstige consequenties heeft op ontwikkelingsvlak, met tevens een evolutie naar chronische en zwaardere vormen van schizofrenie bij die groep kwetsbare jongeren.

Maar ook niet-kwetsbare jongeren hebben meer kans om psychosen te ontwikkelen.

Een recente analyse van het gezaghebbende tijdschrift The Lancet (waarin de resultaten van diverse relevante onderzoeken omtrent het verband tussen cannabis en psychosen naast elkaar worden gelegd) leert dat cannabisgebruikers 41 % meer kans hebben om een psychose te ontwikkelen dan niet-gebruikers. Er bestaat een duidelijk verband tussen de hoeveelheid cannabis en het risico op psychosen. Hoe zwaarder en frequenter het cannabisgebruik, hoe meer kans op psychosen. Ook de beginleeftijd van gebruik verhoogt het risico op psychose: hoe jonger, hoe groter de kans om psychotisch te worden.

  1. Beschadiging van de hersencellen

Het cannabisgebruik heeft ook een neurotoxisch effect: het beschadigt onze hersencellen, zoals alcohol. Dierexperimenteel onderzoek toont aan dat cannabis bepaalde hersensystemen verstoort en voornamelijk schadelijk kan zijn op langere termijn bij adolescenten. Dit heeft te maken met de specifieke ontwikkelingsfase van de hersendelen (prefrontale schors) tijdens de adolescentie. Cannabisgebruik moet dan ook worden ontraden bij jongeren.

Afwijkingen daar worden eveneens in verband gebracht met het ontstaan van psychosen door cannabisgebruik.

  1. Sociale gevolgen

Uit onderzoek blijkt dat cannabisgebruikers gemiddeld minder inkomen hebben en langer zonder werk blijven. Werknemers die cannabis gebruiken zijn meer afwezig en veroorzaken meer ongevallen op het werk.[4] Een verklaring hiervoor kan zijn dat cannabis, vaardigheden zoals aandacht geven, onthouden en leren[5] beïnvloedt. Deze effecten worden tot meer dan 24 uur na het roken van cannabis vastgesteld.[6] Hierdoor gaat het vermogen om complexe problemen op te lossen verloren. Een tweede effect van cannabis is een sterke focus op jezelf: je kijkt naar wat je voelt, wat je zelf denkt, wat je zelf waarneemt,... Andere mensen interesseren je niet meer. Sociale contacten worden minder vlot gelegd. Cannabis maakt je zeker niet sociaal vaardiger.

Bij een kleine groep van gebruikers veroorzaakt cannabis psychosen. Iemand die een psychose doormaakt wordt compleet verward en onhandelbaar. Cannabis kan dus schade veroorzaken aan het sociaal functioneren en kan ervoor zorgen dat mensen onder hun mogelijkheden presteren.

Een misleidend imago

Onderzoeken naar effectiviteit[7] tonen aan dat normative belief of normovertuiging een component is die in preventieprogramma's moet worden opgenomen. Jongeren die een reële indruk hebben van het aantal leeftijdgenoten of volwassenen die drugs gebruiken, kunnen deze norm vertalen naar hun eigen intentie om te beginnen drinken en sigaretten of cannabis te roken. Die intentie is gebaseerd op hun normovertuiging.

De marketing van organisaties die zaden, grassen, planten en kruiden verkopen speelt in op de normovertuiging van jongeren. Via marketing boodschappen zoals 'Cannabis hoort bij een alternatieve levensstijl, cannabis komt overeen met niet-commerciële waarden en normen en een joint is organisch en ecologisch' wordt cannabis gepromoot. De normovertuiging van jongeren die kiezen voor een alternatieve levensstijl wordt hierdoor beïnvloed. Ze zijn ervan overtuigd dat het bij hun levensstijl past en dat cannabis niet commercieel is. Ze zijn er zich echter niet van bewust dat productontwikkeling en verkoopstechnieken bij cannabis net zo'n grote rol spelen als in de alcohol- of tabakindustrie. De cannabishandel is even commercieel als de auto-industrie. Door jongeren hierover juist te informeren kunnen we een tegengewicht vormen voor de druk, intern of extern, om op jonge leeftijd met drugs te beginnen.

Naar Boven

Medicinaal cannabisgebruik

Er zijn heel wat positieve getuigenissen van patiënten die cannabis roken om hun klachten ten gevolge van lichamelijke aandoeningen te verlichten. Dit gaf aanleiding tot diverse onderzoeken waar de therapeutische mogelijkheden van cannabis bestudeerd werden op het vlak van pijnbestrijding, stimulatie van eetlust, onderdrukking van misselijkheid en braken.

Cannabis werd ook bestudeerd bij de behandeling van tics en spasticiteit en andere aandoeningen. Hiervoor werden farmaceutische producten op basis van cannabinoïden (het actieve bestanddeel in cannabis) gebruikt.

Uit literatuurstudie blijkt dat cannabis voornamelijk aangewend wordt om klachten te verlichten of te bestrijden. Niet om het ziektebeeld op zich oorzakelijk te behandelen.

Het is tot op heden onmogelijk om een meta-analyse te maken van de uitgevoerde studies. De doeltreffendheid en doelmatigheid van cannabis blijft nog steeds een onbeantwoorde vraag bij de meeste klachten.

Het onderzoek naar pijnbestrijding staat het verst en leverde wel gunstige resultaten van medicinaal gebruik op: er wordt een significante reductie van pijnsymptonen vastgesteld, in het bijzonder bij zenuwpijnen.

Verder stelt zich bij medicinaal gebruik van cannabis ook de vraag naar het afwegen van de doeltreffendheid van cannabis versus de schadelijke gevolgen en bijwerkingen van gebruik.

2269549074_c18121ebe7_oBeleid moet gebruik ontraden

De Sleutel oordeelt dat cannabisgebruik een gevaar vormt voor de gezondheid en voor de maatschappij. Cijfers tonen de ernst van de problemen aan, in het bijzonder bij jongeren.

We streven naar een samenleving waarbij iedereen die in de eigen omgeving wordt geconfronteerd met cannabisgebruik over dit gebruik kan spreken en indien nodig de gebruiker kan doorverwijzen naar de hulpverlening.

De Sleutel steunt het depenaliseringsbeleid t.a.v. beperkt cannabisgebruik bij volwassenen. Dit moet geen prioriteit zijn in het vervolgingsbeleid. Tegelijkertijd waarschuwen we echter voor het banaliseren van cannabisgebruik en pleiten we voor een krachtiger ontradingsbeleid, in het bijzonder t.a.v. jongeren.

We beseffen dat druggebruik niet alleen via wetgeving kan bestreden worden. Dit zal vooral moeten gebeuren via een gerichte preventie en een maatschappelijke responsabilisering, vooral in een pedagogische context. Een groter maatschappelijk draagvlak is hiervoor noodzakelijk.

We pleiten tot slot dan ook voor het blijven investeren in de verdere uitbouw van de drughulpverlening en preventie, in het bijzonder in vroegdetectie en vroeginterventie.

Jongeren met cannabisproblemen kunnen op die manier snel en adequaat geholpen worden.

20092291_d4c74cba15_o

 

 

 

 

 

 

Naar Boven

Preventie van cannabisgebruik

Preventie kan zich op verschillende niveaus richten. Zo kan preventie gericht zijn naar het gezin, naar de schoolomgeving of naar de bredere samenleving. De Sleutel pleit er voor om de interventies in alle segmenten uit te bouwen. We geven daarin bijzondere aandacht aan kwetsbare groepen en personen En over heel de lijn vinden we het belangrijk dat er:

(1) een duidelijke ontradingsboodschap gegeven wordt en dat de

(2) sociale invloed op druggebruik centraal staat in de programma's.

Sociale beïnvloedingsprogramma's op school

Vroeg beginnen met sigaretten, alcohol, cannabis of andere drugs is een voorspeller voor problematisch gebruik op latere leeftijd. Sociale beïnvloedingsprogramma's kunnen dat vroeg beginnen met de helft verminderen. De meeste van zulke programma's zijn gericht op de eerste jaren van het middelbaar onderwijs. Programma-effecten kunnen twee tot zeven jaar blijven duren, afhankelijk van voortzetting van preventieprogramma's in de hogere graden[8].

De recentste publicaties en onderzoeken erkennen dat drugsgebruik voor veel adolescenten een deel is van een lifestyle. Dat houdt in dat er een belangrijke sociale invloed is op het gebruik van tabak, alcohol of andere drugs. Nieuwe preventiestrategieën gebruiken trainingsprogramma’s in sociale beïnvloeding die gedrag aanleren en inoefenen. Dat versterkt houdingen en vaardigheden die helpen weerstaan aan druk om drugs te gebruiken. Het doel van deze programma's is adolescenten uit te rusten met de vaardigheden en bagage die ze nodig hebben om aan sociale beïnvloeding te weerstaan[9] en om hun kennis over drugs en de gevolgen ervan op de gezondheid te ondersteunen. Maar de sociale beïnvloeding zit ook in deze programma's als beschermingsfactor, om drugsgebruik te voorkomen. De interactieve methoden focussen op het belang van relatievaardigheden en van sterke sociale netwerken in drugspreventie. De bekendste lifeskillsprogramma's kaderen net als de preventieprogramma's van De Sleutel in de benadering van de comprehensive social influence.

Preventieve tussenkomsten door ouders

Ouders trekken vaak de verkeerde wapens als ze met druggebruik van hun kinderen geconfronteerd worden. Wegkijken en niet reageren als een corrigerende of ondersteunende tussenkomst nodig is, bijvoorbeeld. Of het omgekeerde: een zo sterke confrontatie met de eigen waarden en normen dat het gesprek verder onmogelijk wordt. Om het druggebruik van kinderen bespreekbaar te maken moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:

  1. De ouders moeten op de hoogte zijn van legale en illegale drugs om zo een eigen mening te kunnen vormen.
  2. Er moet een relatie en een klimaat zijn waarin er kan gepraat worden over drugs in een vroeg stadium: het preventieve gesprek is praten vóór er crisis is.

Ouders denken wel eens dat ze geen invloed op hun kinderen hebben als het om roken, drinken en drugs gaat. Maar onderzoek toont het omgekeerde aan: schoolgaande jongeren die ervan overtuigd zijn dat hun ouders gebruik van cannabis afkeuren maken minder kans om die drug ook te gebruiken. Voor drinken, roken en medicijnen gebruiken zonder voorschrift is die invloed zelfs nog sterker. Het gaat wel om de perceptie van afkeuring, dat betekent dus niet dat je het per sé hard hoeft te roepen. De belangrijkste boodschap hierin is dat ouders wél invloed kunnen uitoefenen op het druggebruik van hun kinderen.

Cannabis is, dat is duidelijk uit de voorgaande argumentatie in deze tekst, een schadelijke drug waar tienerkinderen, studerende of werkende kinderen (tot 25 jaar!) meer risico's te lopen dan ze dachten. Het hoort bij de beschermende taak van een ouder om daarvoor te waarschuwen en ze erop voor te bereiden. Dat heeft maar zin en het lukt maar als het gelijk loopt met een waarschuwende en opvoedende benadering van roken, drinken en psychoactieve medicijnen (en natuurlijk van andere illegale drugs).

Ouders moeten op een eigen manier, maar met open vizier praten over roken, drinken en drugs gebruiken. Open wordt soms verward met tolerant of permissief, maar dat is helemaal niet hetzelfde: ook als je iets afkeurt, verbiedt of bestraft moet je in staat zijn om naar de beweegredenen en ideeën van je kind te luisteren. Om die moeilijke kunst onder de knie te krijgen zijn dezelfde sociale vaardigheden nodig die de leerkracht in de klas met je kinderen doet: over actief luisteren[10] bijvoorbeeld, of over een ik-boodschap[11].

Lees ook de samenvatting van ons standpunt (klik hier), de bijdrage verschenen in Neuron of het dossier in Van Harte.

Ga hier naar onze FAQ (vraag : Heeft het gebruik van cannabis invloed op iemands intelligentie?)

Bronnen en voetnoten

[1] Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugverslaving (2007). Jaarverslag 2007: Stand van de drugsproblematiek in Europa. Luxemburg: Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen.

[2] Bayingana K., Demarest S., Gisle L., Hesse E., Miermans P.J., Tafforeau J., Van der Heyden J. (2006). Gezondheidsenquête België 2004. Brussel: Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.

[3] The Lancet, 2007, vol. 369: 1047-1053.

[4] Zwerling C, Ryan J, Orav EJ. The efficacy of pre-employment drug screening for marijuana and cocaine in predicting employment outcome. JAMA 264(20):2639–2643, 1990.

[5] Lynskey M, Hall W. The effects of adolescent cannabis use on educational attainment: A review. Addiction 95(11):1621 630, 2000.

[6] Block RI, Ghoneim MM. Effects of chronic marijuana use on human cognition. Psychopharmacology 100(1–2):219–228, 1993

[7] Sussman, S., Dent, C. W., Burton, D., Stacy, A. W., Flay, B. R. (1995). Developing school-based tobacco use prevention and cessation programs. Thousand Oaks, CA: Sage Publications, Inc.

[8] Resnicow and Botvin, (1993), School-based substance use prevention programs: why do effects decay?, Child and Adolescent Health Research, American Health Foundation, New York, New York 10017.

Skara and Sussman (2003), A review of 25 long-term adolescent tobacco and other drug use prevention program evaluations, University of Southern California, Keck School of Medicine, Alhambra, CA 91803, USA.

[9] Evans RI, Rozelle RM, Mittelmark M, Hansen WB, Bane AL, Havis J (1978). Deterring the onset of smoking in children: knowledge on immediate psychological effects and coping with peer pressure, media pressure, and parents modelling. Journal of Applied Social Psychology 8: 126-135.

McAlister AL, Perry C, Killen J, Slinkard LA and Maccoby N (1980). Pilot study of smoking, alcohol and drug abuse prevention. American Journal of Public Health 70: 719-721.

Perry CL, Killen J, Telch M, Slinkard LA and Danaher BG (1980). Modifying smoking behavior of teenagers: a school based intervention. American Journal of Public Health 70: 722-725.

[10] Actief luisteren is niet alleen goed luisteren, maar ook nog eens laten merken dat je luistert, met drie A’s: Aankijken, Aanmoedigen en Aandacht.

[11] Een goede ik-boodschap over gevoelens heeft drie ingrediënten: 1) Wat is het gevoel dat ik krijg? 2) Wat doe of zeg jij dat het gevoel teweegbrengt? 3) Wat is het verband tussen de twee?

Naar Boven

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

September
  • 9
    10:00 Zee-zeildag 2018

    Meer info over de "varen voor het goede doel" editie 2018 mag u hier binnenkort verwachten.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • Volledige agenda