De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



maandag 15 oktober 2007 00:00

Drugs in gevangenis: niets doen is om nog meer vragen

Bijna een gedetineerde op de drie gebruikt drugs in de gevangenis. Het gaat vooral om cannabis, maar ook om heroïne en psychotrope stoffen. Dat schreven diverse kranten recent. Ze verwijzen hiervoor naar een onderzoek dat in 2006 werd verricht door de vzw Modus Vivendi, de Dienst voor Gezondheidszorg Gevangenissen van de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie en het federaal instituut voor Volksgezondheid. De gevangenen gebruiken drugs om te ontspannen (79 procent), hun problemen te vergeten (52 procent), de verveling tegen te gaan (22 procent), om hun agressiviteit te verminderen (27 procent) of gewoon voor de "fun" (25 procent). Lees hierbij tevens ons opiniestuk afgelopen zomer verschenen in De Morgen en eerder ook in De Standaard.

In de gevangenis van Lantin zijn twee gedetineerden gestorven aan een overdosis drugs. Een eerste gedetineerde werd op maandagochtend 16 juli levenloos aangetroffen in zijn cel. Diezelfde dag omstreeks 16u overleed een andere gedetineerde aan een overdosis cocaïne. Deze laatste zat preventief vast voor drugshandel. Diens medegevangene had blijkbaar ook drugs geconsumeerd. Hij werd door de cipiers ziek aangetroffen in zijn cel.

Eerder vernamen we dat een cipier van de gevangenis van Oudenaarde verdacht wordt van onopzettelijke doding nadat twee gedetineerden begin maart zijn overleden aan een overdosis. Exact twee jaar eerder lanceerde De Sleutel, ook al naar aanleiding van twee drugdoden in de gevangenis, haar geactualiseerd standpunt omtrent drugs in de gevangenis en het steeds stijgend druggebruik. Drugs in de gevangenis : niets doen is om nog meer vragen...

In diverse pers lees ik dezer dagen het zoveelste artikel over drugs in de gevangenis, over het steeds stijgend druggebruik naar aanleiding van twee drugdoden in de gevangenis.
Gevangenen sterven aan coctail van drugs en medicijnen, zo titelde de pers begin maart. Toxicologisch onderzoek moest nog de exacte doodsoorzaak bevestigen. De onderzoeksrechter in Oudenaarde liet intussen (op 25 april) de cipier aanhouden voor onopzettelijke doding en het dealen van verboden middelen.

Herhaalde malen heeft De Sleutel rond dit probleem reeds aan de alarmbel getrokken. Ook laten we niet na te wijzen op proefprojecten die bewijzen dat het ook anders kan. In Gent loopt bijvoorbeeld een succesvol experiment vanuit het parket in samenwerking met de hulpverlening.

Ik heb zelf van dichtbij alle pogingen meegemaakt binnen Justitie en het bestuur der strafinrichtingen om een drugbeleid op te zetten. Ik zeg wel pogingen. De rode draad die ik erin gezien heb is dat men vanuit justitie, door inertie en gebrek aan visie, iedereen binnen of buiten de gevangenis, die de handen aan de ploeg wil slaan systematisch in de kou laat staan Zo blijft er van de aanvankelijke moed en het enthousiasme alleen maar desillusie over .

We kunnen toch niet aanvaarden dat een belangrijk deel van de samenleving, verantwoordelijk voor een heel grote groep druggebruikers en verslaafden, zich machteloos verklaart bij de aanpak van het probleem en zo vele kansen laat liggen voor verslaafden en hun problemen.

Daarom breng ik nu het verhaal van De Sleutel, waarbij we gedurende meer dan 10 jaar het ene initiatief na het andere hebben genomen om uiteindelijk te moeten besluiten dat we de drugverslaafden in de gevangenis niet kunnen helpen omdat Justitie en het bestuur der strafinrichtingen de verslaafde gedetineerden en diegenen die hen willen helpen in de kou laat staan terwijl men zelf verantwoordelijk is voor het al of niet aanpakken van dit probleem. We hebben de verslaafde gedetineerden moeten opgeven omdat we niet mee willen doen met de actuele politiek, die slechts een doekje voor het bloeden geeft en de illusie wekt dat er iets gebeurt.

Ik ben ervan overtuigd dat onze organisatie niet de enige is die tegen de muur van justitie loopt. Ik denk aan de vele gevangenispsychiaters, gevangenisdirecteurs, medewerkers van sociaal psychologische diensten, meerdere cipiers en collega organisaties waarmee we samen vele pogingen hebben ondernomen en die nadien verweesd achterblijven zonder enig blijvend resultaat. Men laat uitschijnen dat er geen oplossingen zijn, men draagt echter de verpletterende verantwoordelijkheid van reeds meer dan 10 jaar de mogelijke oplossingen, die overal ter wereld reeds werden uitgetest en succesvol zijn niet eens een kans te geven. Ook al bestaat er geen 100 % oplossing, er bestaan wel 20 tot 30 % oplossingen, die men niet eens uitprobeert.

Bijna vijftien jaar terug belandde ik op een congres tussen Nederland en Engeland over de samenwerking in het uitbouwen van een drugbeleid in de gevangenis. Nederland organiseerde regelmatig dergelijke kleinschalige congressen voor experts met zijn belangrijkste buren en partners. Zo kon ik dank zij de hulp van enkele Nederlandse collega’s als enige Belg dergelijke uitwisseling op hoog niveau meemaken in de VS, Frankrijk en Engeland. Ooit wensten de Nederlanders dat ook met de Belgen te doen, zelfs op hun eigen kosten, maar die poging is mislukt ondanks mijn bemiddeling bij Volksgezondheid en Justitie. Ik vermoed dat men het politiek niet zag zitten om met de Nederlandse drugpolitiek te worden geassocieerd.

Op dat congres volgde ik alle sessies met betrekking tot drugs in de gevangenis. Tot mijn grote verbazing moest ik toen al vaststellen dat vele landen zoals de VS, Nederland, Oostenrijk, Zweden en Engeland toen al heel wat succesvolle experimenten hadden gevoerd om een drugbeleid uit te bouwen in de gevangenissen. Toen al kon men een aantal guidelines opsommen waaraan een gevangenis moest tegemoet komen om een succesvol drugbeleid te voeren:
1. De directie en de leiding van de gevangenis dient unaniem bereid te zijn deze problematiek breed aan te pakken en hiervoor opleiding te volgen;

2. Het drugbeleid dient een element te zijn van een algemeen gezondheidsbeleid in de gevangenis;

3. er is een degelijk en volgehouden controle en een sanctiesysteem nodig op binnenkomende drugs;

4. drugvrije afdelingen waar vrijwillige urinecontroles de basis van groeiend vertrouwen vormen zijn een voorwaarde;

5. zonder drughulpverlening voor ontwennende drugverslaafden lukt het niet, hiervoor is samenwerking met externe organisaties een noodzaak.

Na dit congres, waarop onder andere werd aangetoond dat het gedeeltelijk drugvrij maken van een gevangenis mogelijk is en bovendien kostenbesparend, zag ik nieuwe mogelijkheden. Onderzoek wees uit dat de kosten daalden in een verhouding van 7 tegen 1 met als voornaamste reden dat samen met het verdwijnen van het druggebruik en het groeien van een gezonde leefbare sfeer ook het medicatiegebruik drastisch daalde samen met het ziekteverzuim van de bewakers. Drugs in een gevangenis creëren een onleefbare sfeer, ongezonde verhoudingen tussen gedetineerden en cipiers, afpersing, bedreigingen en afrekeningen onder de gedetineerden met een spiraal van spanning, medicatie, ziekte en geweld als gevolg ervan. In een dergelijke sfeer zou je tot bezinning moeten komen over wat je maatschappelijk mispeuterde: het is geen vagevuur maar direct de hel.

Gesterkt door de mogelijkheden en resultaten bestudeerden we verder wat we vanuit de hulpverlening in samenwerking met de gevangenissen en Justitie zouden kunnen doen, we zagen veel mogelijkheden. We bezochten een aantal drugvrije gevangenissen in Engeland en Oostenrijk en brachten verslag uit aan het bestuur der strafinrichtingen en aan de gevangenisdirecties waarmee we toen samenwerkten in Gent, Brugge, Brussel, Ruislede, Dendermonde en Leuven. We belegden bezoeken aan diezelfde gevangenissen in Engeland en Oostenrijk zodat gevangenisdirecteurs en het bestuur der strafinrichtingen met eigen ogen de resultaten en de mogelijkheden konden vaststellen. In Oostenrijk konden we participeren aan een internationale persconferentie van de minister van Justitie die de stevige resultaten van het Oostenrijks drugbeleid in de gevangenissen wereldkundig maakte. Iedereen was enthousiast. Het was ook de tijd dat er binnen Justitie een stuurgroep drugbeleid werd opgericht waarin externe experts konden participeren. Ikzelf was er één van. Toen de aanbevelingen van deze stuurgroep wat te pertinent werden, werden externe “pottenkijkers” bedankt voor hun inspanning en de stuurgroep werd een "interne stuurgroep" met de resultaten die we vandaag in de krant kunnen lezen!!

Op deze stuurgroep konden we de Engelse gevangenisdirecteur uitnodigen, die zijn volledige gevangenis van 400 gedetineerden drugvrij had gekregen. Hij zette zijn systeem en de voorwaarden om daartoe te komen uiteen. Hij bood samen met zijn Oostenrijkse collega een opleidingsprogramma aan voor Belgische directieteams van gevangenissen, die stappen wilden zetten in de richting van een drugbeleid binnen een breed gezondheidsbeleid. Ondanks het feit dat hiervoor, mits een handtekening van de minister van Justitie, zelfs Europese subsidies konden worden aangewend kwam er niets van in huis. De Sleutel investeerde in studiereizen, bezoeken, vergaderingen en projectvoorstellen met veel steun vanuit Nederland. Droeg haalbare oplossingen aan en bleef met de kosten en de ontgoocheling achter. Justitie, maar in het bijzonder gevangenissen zijn onneembare burchten.

We hebben nooit geweten, laat staan begrepen, waarom België niet minstens een poging doet om gevangenissen of gedeelten ervan drugvrij te maken. Het is hemeltergend wanneer één van onze cliënten, die tijdens zijn behandeling toch nog een straf moet gaan uitzitten voor vroegere feiten, niet eens in een drugvrije cel terecht kan en omwille van eigen veiligheid dan maar weer meedoet.
Waarom leert men niet uit eerdere experimenten zoals bijvoorbeeld de drugvrije afdeling in de gevangenis van Dendermonde (GIS afdeling).
Op een behandelingsproject na in de gevangenis van Ruislede en het continueren van de methadonbehandeling die reeds buiten de gevangenis was opgestart gebeurt er nergens iets substantieels voor de drugverslaafde in de gevangenis.

Het besluit van Minister Onckelinckx enkele jaren terug om twee coördinatoren aan te stellen die een plan moeten opmaken om te zorgen dat er geen drugs meer binnengesmokkeld worden legde al van bij het begin een verkeerd accent. Het maakt duidelijk dat politici en hun adviseurs leken zijn in dit zeer gespecialiseerde veld. Ze moeten het warm water niet uitvinden. De haalbare oplossingen zijn bekend, begin daarmee. De controle moet van binnenuit groeien door een steeds grotere groep gedetineerden en cipiers die omwille van goede kwaliteit van leven zelf de drugs buiten de gevangenis willen houden en niet moeten bezwijken onder de terreur van de verslaafden omdat ze binnenin de gevangenis niet gesteund worden.

Vrijwillige urinecontroles waren echter wel één van de pijlers van een drugbeleid in een gevangenis. Een drugvrije afdeling kan makkelijk groeien in een gevangenis die een duidelijk drugbeleid voert en er "echt" werk wil van maken. Men start met een vleugel van enkele cellen waarbij de gedetineerden die hiervoor kiezen bereid zijn om op onaangekondigde momenten urine af te geven voor controle en daar eventueel zelfs ook de kosten voor betalen. Een dergelijke afdeling start meestal met mensen die geen problemen hebben met drugs en uit het drugwereldje met al zijn negatief gedoe wensen te ontsnappen. Een rapport wijst uit dat deze groep, 1/3 van de niet gebruikende gevangenispopulatie, zegt lastig gevallen te worden door drugverslaafden en dealers. In een drugvrije vleugel vinden ze al minstens rust en onderlinge steun. Na een tijd beginnen zich druggebruikers en ook verslaafden aan te melden die van het druggebruik in de gevangenis af willen. Dat is een volgende fase omdat men hier op de drugvrije afdeling rekening zal moeten houden met herval. Hiervoor is een duidelijk beleid en procedure nodig en worden begeleiding en behandeling onmisbaar. Een ander probleem voor het succesvol groeien van een drugvrije afdeling is het feit dat de groep, die niet op de afdeling wil, steeds kleiner wordt maar ook verhoudingsgewijs steeds meer en hardnekkiger gebruikers en verslaafden kent. De problemen zijn daar dan meer geconcentreerd.

Technisch kost het nagenoeg niets, bovendien is bewezen dat elke kost snel gerecupereerd wordt. Het betekent een hele inspanning omdat men vanuit een duidelijke visie en overtuiging een beleid moet uitwerken en uitvoeren, welke problemen men ook tegen komt. Ik vind dat het tijd wordt dat we deze inspanning eisen van Justitie en het bestuur der strafinrichtingen. Ik heb er genoeg van om meerdere keren per jaar en met stijgende frequentie dezelfde vaststellingen in de krant te moeten lezen: 30 procent gebruikt hasj, 13 % heroïne, 12 % benzo’s. Eén op tien komt voor het eerst in de gevangenis met druggebruik in contact, dat zijn er dus enkele honderden waarvan velen nog zullen verslaafd geraken. Deze situatie sleept al aan van begin de jaren ’90 wanneer gevangenispsychiater Jan Bleys voor het eerst deze alarmerende cijfers naar buiten bracht voor de gevangenis van Antwerpen. Onze maatschappij investeert in hulpverlening. Nog altijd veel te weinig zoals de witte woede terecht onderlijnd. Het is echter wel dweilen met de kraan open wanneer de gevangenissen kweekbodems zijn geworden voor verslaving.

Teleurgesteld in onze samenwerking wat betreft drugs met het gevangeniswezen beperken we ons tot het participeren aan centrale aanmeldingspunten voor drugverslaafden in de gevangenis, die bij invrijheidstelling steun en behandeling zoeken. In enkele gevangenissen organiseren we nog groepsgesprekken voor gedetineerden, het eerder genoemde doekje voor het bloeden. Telkens als Justitie een offerte uitschrijft voor hulpverlening in de gevangenis stellen we dat we daar enkel willen op in gaan als het project deel uit maakt van een plan om deze hulpverlening structureel en intensief uit bouwen zodat resultaten mogelijk worden. We doen niet meer mee aan het gezichtsbedrog waaruit moet blijken dat Justitie toch wel "iets" doet. We beklagen de nieuwe justitiecoördinator drugs, die met veel enthousiasme, waarschijnlijk op zijn eentje, dagelijks moet ondervinden dat je geen beleid kan uitvoeren als er geen is. Het beleid moet echter door de minister en het bestuur der strafinrichtingen gemaakt worden ook de gevangenisdirecteuren zouden hier heel wat meer druk kunnen zetten.

Ik wil besluiten met te stellen dat het mijn mening is, de mening van de 200 medewerkers van De Sleutel en van het merendeel van onze 3000 cliënten per jaar, dat alle verantwoordelijken binnen Justitie, de minister voorop, gevolgd door het bestuur der strafinrichtingen, gevolgd door de gevangenisdirecteuren hier samen een zware verantwoordelijkheid dragen.
Zij moeten begrijpen dat het niet langer opgaat zich te beroepen op machteloosheid. Druggebruik is altijd en overal een symptoom van ruimere problemen in de samenleving, waar we blijvend werk moeten van maken, zo ook in de gevangenis. Het feit dat daar verhoudingsgewijs meer verslaafden zitten dan in de samenleving is op zich al weer een symptoom van het bovenstaande. Dat het de aanpak bemoeilijkt kunnen we volmondig onderschrijven, maar enkel als reden te meer om er grotere inspanningen voor te leveren. Het huidige beleid oogluikend toe te laten dat gedetineerden zichzelf op grote schaal verdoven, geeft daardoor toe dat het leven in de gevangenis geen leven is. Natuurlijk mogen de controles op het binnensmokkelen van drugs dan niet sluitend zijn of er komt revolutie in de gevangenissen. Zonder verdoving hou je het daar niet uit! Men vergist zich echter grondig in verdoving met illegale en legale drugs als oplossing. Het is een spiraal die niet stopt. Meer drugs brengen meer criminaliteit en meer spanning met zich mee en vragen steeds naar meer en frequenter gebruik.

In plaats van met een dubbel gezicht druggebruik langs de ene kant te laten betijen omwille van de rust en langs de andere kant de inspanningen op te voeren om drugs buiten te houden, wordt het hoog tijd om vanuit een gezondheidsbeleid de problemen van binnenuit aan te pakken .De gedetineerden, die klaar en gemotiveerd zijn om er zelf iets aan te doen kunnen we in goede samenwerking met de hulpverlening, de nodige steun bieden om dat te realiseren. Men vergeet dat de meest belanghebbenden bij een doortastend beleid de gedetineerden zelf zijn. Zij zullen er bij succesvol beleid de dragers van zijn.

Ik zal niet nalaten om telkens opnieuw een gelijkaardige reactie te geven wanneer weer eens enkele verslaafden aan een overdosis sterven zoals recent in de gevangenis van Oudenaarde. Het is telkens een klap in het gezicht van elke burger, die in eer en geweten het drugprobleem op een realistische wijze en met besef van complexiteit en moeilijkheid wil blijven aanpakken.

Het is niet mijn bedoeling om de vele mensen, die dagelijks inspanningen leveren op vele verschillende vlakken om de leefwereld in gevangenissen te verbeteren, te kwetsen. Integendeel: zonder een duidelijke visie, beleid, daadwerkelijke uitvoeringsstrategieën en de nodige middelen daarvoor blijven we met zijn allen ondanks al onze inspanningen alleen maar zien dat het steeds erger wordt. Geef het gevangenispersoneel en de gedetineerden de steun die ze nodig hebben om drugs van binnenuit een grens te geven.

mei 2007

Johan Maertens
Algemeen directeur De Sleutel

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.