De Sleutel Logo

STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



STEUN DE SLEUTEL

klik hier

 



dinsdag 26 november 2013 00:00

Drughulpverlening voor minderjarigen: De Sleutel uitgedaagd

De Sleutel zal ook de komende jaren extra inzetten om de drughulpverlening voor minderjarigen te optimaliseren. We willen tegelijk ons aanbod beter bereikbaar maken voor jongvolwassenen. Er wachten ons heel wat uitdagingen.

SITUERING (voor de meer uitgebreide versie van deze tekst: klik hier of ga naar link onderaan)

De Sleutel wenst zich als netwerk van categoriale hulpverlening voor personen met een drugprobleem uitdrukkelijk méér te richten naar minderjarigen (tot 18 jaar) en jongeren (tot 21 jaar). De organisatie doet dit vanuit de wetenschap dat hoe vroeger iemand start met druggebruik, hoe groter de kans is dat hij of zij later een afhankelijkheid ontwikkelt. De ontwikkelingspsychologie en de neurobiologie leren ons bovendien dat jongeren kwetsbaarder zijn dan volwassenen m.b.t. druggebruik. Druggebruik op jonge leeftijd berokkent schade die onomkeerbaar kan zijn.

Binnen de groep van de voorzieningen van de Broeders van Liefde is het tevens de wens om verder in te gaan op de uitdaging van een toenemende zorgvraag bij kinderen en jongeren. Hierbij is het de bedoeling om te investeren in de verbinding tussen de diverse sectoren van onderwijs, welzijn en geestelijke gezondheidszorg.  Voor wat drughulpverlening betreft: we zien immers jongeren met drugproblemen in scholen, in de groep van jongeren met gedrags- en emotionele stoornissen en in de centra van De Sleutel.

Het zorglandschap in Vlaanderen wordt eveneens grondig hertekend in de komende jaren. De Sleutel wordt hierbij ook uitgedaagd om zich in te schrijven in deze hertekening. We willen vertrekken van de mogelijkheden die zich in deze veranderende context voordoen. We leggen hierbij vooral het accent op samenwerking in zorgtrajecten voor minderjarigen, zoals dit ook voor volwassenen uitgewerkt werd.
Binnen deze dynamische context zien wij tevens heel wat mogelijkheden om – zelfs binnen de huidige budgettaire krapte - de kwaliteit van het aanbod t.a.v. minderjarigen te verhogen, de samenwerking te verbeteren en de efficiëntie van de hulpverlening voor deze doelgroep op een hoger niveau te tillen.

gsm web

WAT DAAGT ONS UIT?

Reeds enkele jaren is er binnen De Sleutel een reflectie gaande over welke uitdagingen we zien in het werken met minderjarigen en jongeren (1).
Uit een interne studie (1998-2004) blijkt dat het gemiddelde aantal jaren drugmisbruik voorafgaand aan een hulpvraag, varieert tussen 3 en de 7 jaar, afhankelijk van het product. Ook was dat gemiddelde overheen de jaren met één jaar opgeschoven, m.a.w. er is een trend om langer te wachten vooraleer beroep te doen op hulpverlening. We weten ook dat, ongeacht de aard van het product, het eerste misbruik zich concentreert tussen het 13-de en 19-de levensjaar, terwijl de eerste hulpvragen zich pas aandienen vanaf de leeftijd van 19 jaar. Voorts stellen we vast dat het aandeel personen dat nà zijn 25ste nog intensief begint te gebruiken, gestaag afneemt om tot 0 te worden herleid (een enkele uitzondering niet te na gesproken) eenmaal de 30 jaar gepasseerd. Van hieruit stellen we ons enkele kritische vragen t.a.v. onze eigen werking én t.a.v. de ruimere context van hertekening van de zorgverlening:

1. Over welke alternatieven beschikken we om jongeren met een probleem van illegale drugs desgewenst toe te leiden naar de hulpverlening?

Middelenmisbruik bij minderjarigen is vaak een gemiste diagnose in de geestelijke gezondheidszorg. Ook in diverse hulpverleningsvormen voor jongeren zien we dat verslaving laattijdig wordt gedetecteerd en/of qua impact wordt onderschat. In het geval van verslaving is het gelijktijdig toepassen van structurerende en ondersteunende interventies een absolute noodzaak. Anderzijds heeft men vanuit de drughulpverlening te weinig oog voor de mogelijkheden die het emancipatorisch model biedt. Het gevolg is dat de drughulpverlening meestal achter de feiten aanholt en dat jongeren therapeutische programma’s aangeboden krijgen die niet passen bij de problematiek (bvb. vroeginterventie, terwijl het gaat om jongeren die al meerdere jaren verslaafd zijn).

De Sleutel heeft via projecten ter bevordering van expertise-uitwisseling tussen bijzondere jeugdzorg en drughulpverlening in Brugge en Gent in de jaren 2010 – 2012  ervaring opgedaan met het zgn. “outreach” werk, vroegdetectie en -interventie, specifiek naar jongeren die via initiatieven binnen de bijzondere jeugdzorg bereikt worden.

In de Bijzondere Jeugdzorg is al heel wat competentie aanwezig in het werken met minderjarigen. Het is dan ook logisch dat we proberen om zo weinig mogelijk de zorg over te nemen, maar eerder investeren in het ondersteunen en het binnenbrengen van competenties in de bestaande teams. De te verwachten winst ligt vooral in het versterken van bestaande competenties, het helpen detecteren en inschatten van drugproblemen, het (helpen) opstellen en uitvoeren van vroeginterventieprogramma’s voor experimente¬ren¬de jongeren en de wederzijdse beïnvloeding en versterking van de twee sectoren.

Dergelijke projecten leren ons dat we in de toekomst verder moeten inzetten op de volgende alternatieven:

• het trainen in het gebruik van eenvoudige screeningsinstrumenten in diverse voorzieningen en het stimuleren van vroege screening van jongeren (en eventueel hun “gebruikende” context) op het vlak van druggebruik. Niet alle eerstelijnsdiensten, erkende MultiDisciplinaire Teams (MDT’s) … zullen deze expertise in huis kunnen hebben.  Kan een erkende consultfunctie uitgebouwd worden vanuit ambulante centra die expertise hebben in drughulpverlening?

• het maximaal mogelijk maken van informatieve gesprekken met de jongere en hierbij eventueel een begeleider vanuit de jeugdzorg betrekken in de gespecialiseerde drughulpverlening

• het integreren van outreachingsopdrachten vanuit bijvoorbeeld ambulante centra voor drughulpverlening (reeds gestart te Gent en Brugge): omwille van het aanklampend werken. Door steeds opnieuw kansen te geven en op het terrein van de jongere zelf te komen, wordt vertrouwen opgebouwd t.a.v. de jongere. Dit maakt het mogelijk een band te scheppen waardoor jongeren een stap durven zetten naar hulpverlening m.b.t. een drugprobleem

• het organiseren van regelmatig overleg tussen alle betrokkenen (inclusief de jongere en zijn/haar omgeving) om de stappen in de begeleiding gezamenlijk te bepalen en op te volgen. Door deze overlegmomenten groeit de samenwerking waarbij een visie op specifieke aanpak en interventies wordt gevormd, uitgewisseld en uiteindelijk versterkt.

 

web minderjarigen rokenMiddelenmisbruik bij minderjarigen is vaak een gemiste diagnose in de geestelijke gezondheidszorg.

2. Kunnen we de methodieken, die nu in de drughulpverlening gebruikt worden, wijzigen in de richting van een specifieke aanpak t.a.v. minderjarigen?

De categoriale drughulpverlening is nog te veel gericht op het werken met volwassenen. We  pleiten ervoor om bij de overgang naar de Vlaamse Gemeenschap te streven naar een goede regionale spreiding van gespecialiseerde teams die een voldoende hoge capaciteit (kunnen) halen om expertise met minderjarigen op te bouwen en te onderhouden. Dergelijke teams moeten zich modulair kunnen organiseren zodat er vlot heen en weer kan geschakeld worden tussen verschillende hulpverleningsvormen (outreaching, crisisinterventie, vroeginterventie, ambulante, semi- residentiële en residentiële behandeling, contextbegeleiding) . Hierbij moet overwogen worden om bestaande hulpverleningsvormen (zoals bvb. de klassieke ambulante therapie) af te bouwen ten voordele van nieuwe vormen (zoals bvb. outreaching en semi-residentiële behandeling). Interventies moeten gepland en uitgevoerd worden in samenwerking met andere hulpaanbieders (jongerenwelzijn, VAPH, CLB) en met het oog op een onderbouwd evenwicht tussen het principe van de minst ingrijpende maatregel en het bewaken van de fysieke en psychische integriteit van de jongere en zijn context. We pleiten ervoor om deze teams de mogelijkheid te geven om gedurende een welomschreven periode verder te werken na de 18° verjaardag of dat er minstens een goede overgang gewaarborgd is naar de hulpverleningsvormen voor volwassenen. Het spreekt voor zich dat deze teams zich maximaal moeten integreren binnen het systeem van de integrale jeugdhulp.

3. Het motiveren van jongeren met een verslavingsprobleem stelt heel wat uitdagingen

De minderjarige ondervindt meestal minder last en meer voordelen van zijn gebruik dan de volwassenen gebruiker. Er is dan ook vaak externe druk nodig vooraleer de jongere kan gemotiveerd worden om actief te participeren aan een intensiever hulpaanbod. Deze problematiek vereist een nauwe samenwerking tussen de hulpaanbieder en het jeugdparket en de -rechtbank. Samenwerking tussen justitie en hulpverlening vormt echter steeds een voortdurende uitdaging om een gezond evenwicht te vinden tussen belangrijke principes zoals het beroepsgeheim, de rechtszekerheid en het respect voor de participatie en de wilsbekwaamheid van de jongere, het optreden in verontrustende situaties, de veiligheid en de rechtsorde in de samenleving enz… De wet op de jeugdbescherming voorziet in de mogelijkheid tot gedwongen behandeling (ambulant of residentieel) maar tot op heden is dit dode letter gebleven. Wij geloven niet in gedwongen opnames ‘tout court’, maar denken wel dat –mits goede afspraken en een goede organisatie- meer mogelijkheden kunnen gecreëerd worden om jongeren “extern te motiveren” om hulp te aanvaarden. Hulpverlening “met de stok achter de deur” helpt bij minderjarigen met een verslavingsprobleem wel degelijk, en in onze ervaring vaak zelfs beter dan puur vrijwillige hulpverlening (o.a. omdat de jongeren minder snel opgeven).

4. Vastgestelde leemtes in het hulpaanbod vanuit onze ervaring

Vanuit onze werking zijn wij regelmatig getuige van situaties die eigenlijk onaanvaardbaar zijn voor een welvarende maatschappij als de onze. Er zijn heel weinig mogelijkheden om jongeren op een professionele wijze te omkaderen bij hun ontwenning in een voor jongeren aangepaste setting.Dit heeft tot gevolg dat jongeren ontwennen zonder aangepaste begeleiding of dat ze worden opgenomen met volwassenen en zo in contact komen met ongewenste situaties of personen. Er zou o.i. dringend werk moeten gemaakt worden van de organisatie van een netwerk voor aangepaste crisisopvang met detoxificatie-mogelijkheid voor deze doelgroep.

Een tweede belangrijke hiaat is de gesloten residentiële behandeling. Wij worden regelmatig geconfronteerd met jongeren die niet of onvoldoende kunnen opgevangen worden in het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma (RKJ) van De Sleutel te Eeklo. Het gaat om jongeren met een zeer destructief gebruik, jongeren die slachtoffer zijn van seksueel misbruik en prostitutie,  jongeren met een suïcideproblematiek of jongeren van wie de psychische labiliteit dermate groot is dat ze niet kunnen functioneren in een groepsprogramma. In dergelijke situaties ziet men vaak geen andere mogelijkheid dan deze jongeren door te verwijzen naar de gemeenschapsinstellingen. Een maatregel die uiteraard geen fundamentele oplossing biedt, handenvol geld kost en het probleem alleen maar voor zich uit schuift.  Een gesloten setting die het accent legt op behandeling en zorg kan hier een oplossing bieden.

BESLUIT

De huidige evoluties stellen ons voor heel wat uitdagingen, maar vooral voor een perspectief en nieuwe mogelijkheden om het aanbod voor jongeren met een verslavingsprobleem te verbeteren. Hierbij wijzen we op 3 aandachtspunten:

1. Voldoende erkenning voor de specificiteit van de doelgroep van minderjarigen met een probleem van illegale drugs en drughulpverlening. Dit zal wellicht leiden tot bijkomende modules in het hulpaanbod.

2. Voldoende aandacht voor de vroegtijdige detectie en een correcte inschatting van drugproblemen.

3. Voldoende aandacht voor levensbedreigende situaties die kunnen ontstaan bij middelenmisbruik en de daaruit volgende noodzaak aan snelheid bij het behandelen van een dossier én de noodzaak aan crisisopvang, ook eens een jongere is opgenomen in een voorziening voor personen met een handicap of een voorziening binnen bijzondere jeugdzorg.

 

Koen Dhoore (november 2014)

De uitgebreide versie van deze tekst vindt u hierbij

(1) Zie visietekst “Werken met minderjarigen met een drugprobleem in het netwerk van De Sleutel”
(2) De Sleutel magazine, nr. 26, april-juni 2011
(3) Zgn projecten minister Heeren ”projecten ter bevordering van expertise-uitwisseling bijzondere jeugdzorg en drughulpverlening”

 

 

 

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

Oktober
  • 7
    19:30 Dagcentrum Mechelen viert 25 jarig bestaan met Filmavond

    Dagcentrum Mechelen viert op maandag 7 oktober zijn 25-jarig bestaan met een filmavond. De viering wordt georganiseerd i.s.m. met het Filmhuis. Samen zetten we een parel van Gus Van Sant in de kijker: ‘Don’t Worry He Won’t Get Far On Foot.’ Een film die een mooi beeld schetst van een man in herstel. Hij maakt er het beste van, ondanks zijn beperkingen. Vooraf is er een receptie en om 20u30 vangt de film aan. Klik hier voor meer info 

  • Volledige agenda