De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



donderdag 30 mei 2013 00:00

Mohamed Ben Haddou: “De botsing met de dominante cultuur is dé oorzaak van verslaving binnen de allochtone gemeenschap"

Is onze drughulpverlening voldoende afgestemd op mensen van andere origine? Zouden we meer allochtonen bereiken mochten we sommige drempels die mensen uit etnisch-culturele minderheden ervaren, beter kunnen wegwerken? Is er genoeg plaats voor religie?  Mohamed Ben Haddou bekeek het onderzoek van De8 en reflecteert hierover vanuit zijn eigen ervaring als hulpverlener binnen De Sleutel. Een interview.

“Toen ik in 2000 bij De Sleutel begon te werken, had ik wellicht te hoge verwachtingen. Ik kwam voor het eerst in een team terecht - toen nog in het crisiscentrum- hoofdzakelijk bestaande uit Vlaamse hulpverleners. Zelf ben ik op mijn 3 jaar van Marokko naar hier gekomen. Mijn droom was om als Marokkaanse moslim met berberse roots mensen van mijn origine in de drughulpverlening te begeleiden. Ik geraakte echter relatief snel gefrustreerd over de manier waarop moslims werden geholpen. Ik begreep de houding van de hulpverleners ten aanzien van culturele en religieuze gevoeligheden niet. Gaandeweg ben ik me beginnen verdiepen in die materie. Ik volgde een diversiteitsopleiding , studeerde voor intercultureel bemiddelaar. Omdat ik ook een psychologisch kader zocht, meer wilde weten over de achtergrond van de persoon in kwestie, ben ik dan gezinswetenschappen gaan studeren aan de HUBrussel”.

Je rondde die studies succesvol af met een eindproef ‘Naar een verbeterde hulpverlening aan allochtone cliënten in de verslaafdenzorg’?
Mohamed:
“Klopt. Ik heb bewust een extra thesisjaar genomen om me daarin te verdiepen en heb samen met mijn promotor Patrick Meurs ook veel onderzoek gedaan. We zijn uiteindelijk samen tot een concept gekomen. En dat werd blijkbaar gesmaakt. Ik haalde daarmee grootste onderscheiding”.

De conclusies uit de Antwerpse studie hebben Mohamed niet echt verrast.web 2005 05180012

“Positief was zeker dat het middenveld van de diverse gemeenschappen er van dichtbij werd betrokken.  Etnische minderheidsgroepen, welzijnswerkers, sleutelfiguren, voorzitters van moskeeën zijn allemaal gehoord geweest. Dat is een grote vooruitgang. Wat haal je als hulpverlener nog uit die studie? “Jammer genoeg wordt echter het religieuze herleid tot een culturele identiteit. Ik heb er  een probleem mee dat men religie - dus ook spiritualiteit - binnen het hedendaagse model van cultuursensitieve hulpverlening  als een cultuurgegeven beschouwt. Voor mij is dat één van de grootste knelpunten in hulpverlening”.

“Een cliënt komt bij ons altijd aankloppen als een persoon met verschillende subidentiteiten. Iemand is Marokkaan, moslim, berber, … vader, echtgenoot.  Begeleiders moeten hier leren rekening mee houden: bv als ze met een moslim in contact komen die tegelijk ook als vader met conflicten worstelt”.  

“Wanneer een cliënt hulp zoekt, moeten hulpverleners zich beter bewust leren worden van de dynamieken achter die deelidentiteiten. In het westen heerst een persoonsgerichte cultuur. Hier wordt van je verwacht dat je verantwoordelijkheid neemt, dat je jezelf ontplooit,  zelfredzaam bent,…  In de zuiderse en oosterse cultuur geldt een meer collectivistische manier van denken, daar ligt de nadruk op groepsharmonie. Die waarden kunnen dan wel botsen, zeker omdat die allochtone cliënt geconfronteerd wordt met een hulpverlening  die verankerd zit in een persoonsgerichte cultuur en verder bouwt op een empoweringsgericht model, met een methodiek die appél doet op de aanwezige kracht van de cliënt. In de praktijk komt het er soms op neer dat iemand de eigen waarden in vraag gaat stellen. Ze gaan hun eigen cultuur immers als oorzaak zien van hun probleem, van hun druggebruik. Dit kan tot gevolg hebben dat ze geïsoleerd raken in de aangeboden  hulpverlening.  Een bijkomend gevolg is dat ze bovendien niet meer aanhaken bij de eigen context, hun eigen omgeving. En zoiets werkt natuurlijk heel averechts”.

Extra drempels

Vanuit zijn ervaring kan Mohamed de drempels voor personen uit een etnisch-culturele minderheid uit de studie onderschrijven. Op het thema drugs rust nog altijd een sterk taboe en er bestaan ook mythes.

Mohamed: “Dat maakt de instroom en de behandeling moeilijker. Vaak ontstaat er een moraliteitsconflict met de ouders, de omgeving van de cliënt. Ze vinden het een schande voor de familie, ze verzwijgen vaak dat iemand een programma moet volgen, uit schaamte zeggen ze dat hun zoon op reis is. Er heerst ook een grote onwetendheid. In die cultuur en religie is er nog geen duidelijke visie op verslaving en bestaan vaak nog dogmatische mythes die ervoor zorgen dat een verslaafde als bezeten, als slecht beschouwd wordt.  In de praktijk  beperkt een  imam zich soms tot het reciteren van een aantal koranverzen om die persoon te genezen.  Moslimleiders en imams hebben dus een verantwoordelijkheid. Ze zeggen dat je in zonde (haram) leeft als je drugs blijft gebruiken (verslaafd bent). Verslaving betekent voor hen dat je constant hervalt in die zonde. De islam heeft echter wel een visie over het psychisch welbevinden van de persoon.  En als de islam de wetenschap erkent dat wie na zes maanden verslaving chronisch ziek is, dan moet men ook aanvaarden dat je niet volledig verantwoordelijk kan gesteld worden voor wat je doet ; mensen moeten naast je komen staan en begeleiden en een herstelproces aanbieden: die visie wordt te weinig verkondigd”.

mohamed 084 uitsnedeMohamed: ”Is er ook plaats voor religie in onze hulpverlening?"

Ook klopt het dat onze hulpverlening onvoldoende afgestemd is op mensen met een andere cultuur of taal.

“Gewoon al de info op de buitengevels van onze afdelingen en de communicatie over onze hulpverlening. Bepaalde woorden zouden moeten vertaald worden. Maar soms kan dat gewoon niet. Het woord beroepsgeheim bestaat bijvoorbeeld niet in het Arabisch: in die groepsgerichte cultuur moet alles kunnen gezegd worden. Als je zo’n praktijk niet goed uitlegt, ontstaat er wantrouwen (“Ze zijn met iets bezig”). Zoals de Antwerpse studie zegt, kan het dan helpen om een vertrouwensfiguur uit de eigen gemeenschap de vertaalslag te laten doen, als een soort buffer (een soort buddy).  Vertel als hulpverlener dus nooit zelf wat de islam over iets zegt. Het is veel beter sleutelfiguren met kennis hierover binnen te brengen in de hulpverlening, zodat een team beter geïnformeerd geraakt, bewuster wordt." 

"En zoals gezegd blijft de rechtstreekse confrontatie met de westerse hulpverlening moeilijk.  Want in het verleden zijn er ook fouten gebeurd. Vroeger hebben vooral Mahrebijnen en Turken zich opengesteld voor de drughulpverlening. En de hulpverlening heeft vaak niet het gewenste resultaat opgeleverd.  De identiteit van hun zoon is volledig veranderd. Het vertrouwen van de omgeving is geschonden. Zeker in een groepsgerichte cultuur is dat soms moeilijk te herstellen”.

Een drugprobleem? Naar het leger of trouwen

Mohamed: “Vroeger zocht de lokale allochtone gemeenschap een oplossing  door de sociale omgeving aan te passen in functie van het herstel. Denk aan iemand met een verslavingsprobleem die voor lange tijd naar een andere plaats wordt gestuurd, zogenaamd om inspiratie op te doen, eigenlijk om van die verslaving af te geraken.  Denk bijvoorbeeld aan in het leger gaan in je thuisland, of daar gaan wonen. Een andere oplossing die men zocht is iemand extra verantwoordelijkheid geven bijvoorbeeld door te trouwen...  Die pistes hebben echter meestal niet gewerkt”. 

“Het feit is dat allochtonen hier leven en wonen. Dat betekent dat ook mensen uit etnisch-culturele minderheden binnen de reguliere hulpverlening hun gading moeten vinden als ze hulp zoeken voor een drugprobleem. We moeten dat niet apart willen organiseren. Onze maatschappij is heel divers, heel multicultureel. We moeten daar onze verantwoordelijkheid opnemen. Maar de realiteit leert dat de hulpverlening zich nog niet zo goed bewust is van die gevoeligheden binnen die vreemde cultuur en ook onvoldoende gewapend is om rond religie te werken”. 

Volgens Mohamed werken onze bestaande methodes  vooral op korte termijn. De hulpverlening is niet afgestemd op die specifieke problematiek. Hetzelfde ziet hij trouwens bij alternatieve programma’s in de eigen gemeenschap. “Zo zijn er initiatieven die inspelen op religie. Bijvoorbeeld vier maanden op tocht gaan van moskee naar moskee. Dat werkt, maar ook enkel op korte termijn. Daarna ondervindt de druggebruiker ook daar het probleem van verbinding, integratie. Dan blokkeren ze weer”.

Doet De Sleutel voldoende om allochtonen een plek te geven?

Mohamed: “De Sleutel zet hier zeker op in. Eind vorig jaar organiseerden we op netwerkniveau een interne studiedag rond ‘Veelkleurige zorg en diversiteitsdenken in de drughulpverlening’. Met de aanbevelingen daar o.m. rond interculturele competenties, zijn we nu aan de slag. En er bestaat binnen de Therapeutische Gemeenschap te Merelbeke , de afdeling waar ik vandaag werk, een mooi theoretisch kader rond sociale inclusie. Binnen een speciale werkgroep zijn we nu aan het bekijken hoe we onze allochtonenwerking kunnen aanpassen waardoor onze methodiek beter afgestemd geraakt op specifieke gevoeligheden waar mensen tegen botsen verband houdend met cultuur/religie”.

“Een cliënt mag zich niet afvragen als hij of zij binnenkomt: zal ik hier kunnen bidden, ga ik hier halal voeding krijgen. Daar mag hij of zij geen energie mee verliezen. Dat zijn basisrechten waar we het niet meer over mogen hebben”.

“De realiteit is dat (secularistisch) Vlaanderen niet meer zo diepgelovig is. Dat betekent niet dat Vlamingen niet meer deelnemen aan bepaalde culturele rituelen die religieus getint zijn, zoals een doopfeest een communie. Bij moslims is dit helemaal anders.. Daar zijn religie en cultuur echt nog een aparte dimensie. En die twee komen soms met elkaar in conflict. Daar moeten hulpverleners beter leren mee omgaan. Tegelijkertijd werken  relatief weinig allochtone werknemers in de hulpverlening.“

“We moeten beseffen dat de grootste oorzaak van verslaving binnen de allochtone gemeenschap te maken heeft met de botsing van de dominante, heersende cultuur met de eigen minderheidscultuur. Als allochtone druggebruikers dan met die problemen terechtkomen in de hulpverlening en dan nog eens hetzelfde ervaren, dan lopen ze het risico op een secundaire traumatische ervaring. Dat moeten we leren hanteren. Anders loopt het meestal verkeerd af”.

Conclusie: hulpverleners moeten meer cultuursensitief te werk leren gaan, meer zaken bij die doelgroep rond cultuur herkennen en erkennen. "Op onze studiedag zijn we daar ook dieper op ingegaan. Naast een intrapersoonlijke (met zichzelf) en interpersoonlijke (met medemens) conflicten zijn er ook transpersoonlijke conflicten mogelijk (met God).  Cliënten worden vandaag nog te weinig erkend in die spirituele beleving. Die toegangspoort wordt te weinig gebruikt. Mijn boodschap is  integreer  die interculturele competenties zoals nieuwsgierig worden, de juiste houding ontwikkelen en vaardigheden leren, je inzicht uitbreiden, bewust worden …Zo zorg je ervoor dat - hulpverleners in teams allemaal een goede basishouding aannemen. Hierdoor kan je beter  omgaan met diversiteit".

 

Paul De Neve en Robrecht Keymeulen (juni 2013)

 

Lees hier een getuigenis van een doelgroepmedewerker van de sociale werkplaats

Lees hier meer over een onderzoek van het Antwerpse Integratiecentrum de8 vzw (Welke drempels ervaart de allochtone druggebruiker binnen de hulpverlening?)

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.