De Sleutel Logo

Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



Een OPNAME en MEERDERJARIG?
Bel 09 3606229
Meer info

 



maandag 15 maart 2010 00:00

Doe ik het goed? Over de zoektocht naar 'de gouden tip' bij familieleden van druggebruikers

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zouden wereldwijd naar schatting 15,3 miljoen personen een probleem hebben met het gebruik van drugs of alcohol. Het aantal familieleden en aanverwante personen die door dit gebruik een negatieve invloed ondervinden, is evenwel veel moeilijker in te schatten. Algemeen wordt aangenomen dat 80 tot 100 miljoen mensen een gezinslid hebben dat drugs misbruikt (WHO, 2004; Orford et al., 2005), maar hoogstwaarschijnlijk zijn het er veel meer. Een zoektocht naar de gouden tip door Veerle Soyez, destijds aan de slag bij de vakgroep Orthopedagogiek van UGent.

De context: stress en overbelasting

Volgens Engelse onderzoekers (Velleman et al., 2003) beïnvloedt iedere druggebruiker op zijn minst twee personen uit zijn omgeving op zo’n een negatieve manier, dat deze personen zelf professionele hulp nodig hebben. Dit maakt meteen duidelijk dat de impact op familieleden heel groot is. Samenleven met iemand die drugs gebruikt leidt immers tot een zeer stressvolle situatie (Collins, Leonard et al. 1990; Orford, Natera et al. 1998; Barnard 2005), die vergeleken kan worden met andere stresserende leefsituaties (bijvoorbeeld: werkloosheid in een gezin, een chronische ziekte, een beperking of een psychiatrische stoornis bij een gezinslid, pesten op het werk of zelfs het leven in een oorlogsgebied) (Orford, 2006). De stress heeft verschillende oorzaken (Andrade, Sarmah et al. 1989; Orford, Natera et al. 1998; Macdonald, Russell et al. 2003; Orford et al., 2005). In de eerste plaats is het zo dat familieleden de druggebruiker als onaangenaam kunnen ervaren om mee samen te leven: de relatie is ernstig verzuurd, vaak is er ook agressie en verbaal en/of fysiek geweld. Daarbij komt dat er regelmatig conflicten zijn over geld, doordat de druggebruiker verwanten onder druk zet om geld te geven of te lenen, of zelfs steelt.

Anderzijds maken familieleden zich ernstige zorgen over de gezondheid en het welzijn van de gebruiker. Ze weten niet waar hij of zij is, wanneer hij of zij naar huis komt of durven hem of haar niet meer alleen te laten. Dit alles zorgt er voor dat het gezinsleven als geheel bepaald wordt door het druggebruik. Het is niet alleen de relatie met de druggebruiker die moeilijk loopt, ook de andere relaties binnen het gezin kunnen te lijden hebben onder het gebruik. Ouders kunnen bijvoorbeeld ruzie krijgen over de aanpak van het probleem, broers of zussen kunnen zich in de steek gelaten voelen omdat alle aandacht gericht is op de druggebruiker, partners voelen zich ‘bedrogen’ ... Onderzoek (Orford et al., 2005) maakt duidelijk dat familieleden zeer diverse emoties kunnen ervaren. Veel beschreven emoties zijn bijvoorbeeld angst, hopeloosheid, depressie, schuldgevoelens, kwaadheid, het gevoel er alleen voor te staan, ...). Het valt op dat verwanten –zeker in het begin- het probleem verborgen willen houden en zich afsluiten van de buitenwereld of de thuissituatie net gaan ontvluchten (door extra hard te werken, zeer veel in een hobby te investeren, ...).

Samenvattend kunnen we zeggen dat het samenleven met een druggebruiker gepaard gaat met een opeenstapeling van stresserende levenservaringen ('primaire stressoren'), die leiden tot nog meer stress, waardoor een opeenvolging van gebeurtenissen in gang gezet wordt ('secundaire stressoren'). Dit kan aanleiding geven tot psychologische en fysieke overbelasting of uitputting (in de literatuur spreekt men dan over 'stress proliferatie' - Aneshensel et al., 1995 ; Pearlin et al., 1997).

Hoe kunnen familieleden met deze situatie omgaan?

Verwanten laten deze stressvolle gebeurtenissen niet zo maar over zich heen komen: ze zullen verschillende dingen uitproberen om op een zo adequaat mogelijke manier met de situatie om te gaan. In de wetenschappelijke literatuur wordt dan gesproken over 'cping gedrag' Belangrijk bij dit alles is te weten dat er niet één enkel 'juiste' manier van reageren is. Niet iedereen gaat op dezelfde manier om met een situatie en wat helpt voor de ene persoon kan voor een andere persoon een averechts effect hebben (Orford et al., 2005). Mensen gaan ook - over de tijd- verschillende manieren uitproberen om met het probleem om te gaan: soms ervaren ze hierbij een succes, ze hebben het gevoel juist te handelen. Maar vaak overheerst een gevoel van frustratie, hopeloosheid of machteloosheid (Orford et al., 1992), waardoor weer iets anders uit geprobeerd wordt. De meeste mensen gaan dus verschillende 'strategieën' uittesten om op deze manier te evolueren naar de voor hen 'ideale' oplossing. Uit onderzoek (Orford et al., 1998) blijkt dat er algemeen drie 'stijlen' terug te vinden zijn bij familieleden van druggebruikers: men spreekt over 'geëngageerde coping' (bvb. de gebruiker actief ondersteunen om in behandeling te gaan of actief aanspreken van de druggebruiker), 'tolerante coping' (de gebruiker beschermen tegen de negatieve gevolgen van zijn of haar gebruik, bvb. door geld te geven,...) en 'vermijdende coping' (de bron van stress ontwijken, bvb. door tijd te nemen voor jezelf).

En toch, de 'ideale' oplossing is meestal - slechts - een compromis. Dit komt omdat de gebruiker zelf ook weer op een eigen manier reageert op het coping gedrag van een familielid: iedere strategie heeft een bepaald effect op de gebruiker èn op het gezinslid. Zo kan een familielid bijvoorbeeld de gebruiker aanspreken met de bedoeling steun of hulp te bieden, maar wordt dit door de gebruiker als controlerend gezien (Orford et al., 1998).

Gezinsleden beseffen zeer goed dat hun acties meestal compromissen zijn. Ze zijn zich goed bewust van tegenstrijdigheden en contradicties in hun acties (Orford, 1994), waardoor een gevoel ontstaat het niet goed te doen. Goede ondersteuning vanuit de omgeving is dan heel belangrijk, maar is evenwel moeilijk. Familieleden van druggebruikers denken vaak steun van bepaalde personen te kunnen verwachten, maar deze steun blijkt dan niet of onvoldoende helpend (Copello et al. (2005). Zo krijgen familieleden soms te horen dat ze de situatie niet juist aanpakken, wat tot een versterking van de schuldgevoelens kan leiden. Er is dan sprake van secundaire victimisatie: door de situatie die vaak zwaar weegt op het gezin en door de reacties van anderen lijdt men twee keer (Wethington & Kessler, 1986). Het spreekt voor zich dat dit best vermeden wordt.

En de hulpverlening?

Zeker hulpverleners moeten attent zijn om niet in de valkuil van secundaire victimisatie te trappen. In het verleden werden familieleden van druggebruikers - ook in de hulpverlening - op een zeer negatieve manier bekeken; vaak gaf men hen (mee) de schuld van het probleem. De laatste jaren is dit gelukkig veranderd, maar er is nog een hele weg af te leggen. Ook vandaag zijn er nog diensten die noch de vaardigheden, noch de tijd hebben om uitgebreid aandacht te besteden aan verwanten van de cliënten (Velleman et al., 2003; Orford et al, 2009). In heel wat gevallen worden familieleden nog steeds benaderd als ondersteuningsfiguur voor de druggebruiker. Daar is op zich niets mis mee: het is wetenschappelijk aangetoond dat familieleden een belangrijke bron van steun kunnen zijn voor de druggebruiker voor of tijdens een behandeling (Soyez, 2004). Hulpverleners moeten zich er evenwel goed van bewust zijn dat familieleden vanuit een eigen specifieke, stressvolle context mee in het behandelingsproces stappen. Eigen ervaringen en noden kunnen immers in sterke mate mee bepalen op welke manier familieleden steun (willen) verlenen en moeten de variatie in deze manieren van omgaan met het probleem erkennen. Dit impliceert dat men bereid is om verwanten van druggebruikers te gaan zien en erkennen als een groep op zich, met specifieke noden en vragen (Orford et al., 2009).

Veerle Soyez , Gent (19 februari 2010)

Veerle Soyez was - toen ze dit artikel schreef - actief als doctor assistente aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent. Zij schreef een doctoraat (2004) over het belang van sociale steun voor druggebruikers in behandeling in een therapeutische gemeenschap. Nu doet zij (onder andere) onderzoek over familieleden van druggebruikers (ouders, partners, broers en zussen). Vandaag werkt zij bij De Sleutel.

Reageren op dit artikel kan via: redactie@desleutel.be

 

Referenties

Andrade, C.; Sarmah, P.; Chanaabasavanna, S. (1989). Psychological well-being and morbidity in parents of narcotic dependent males. Indian Journal of Psychiatry; 31, 122-127.

Aneshensel, C.S., Pearlin, L.I., Mullan, J.T., Zarit, S.H. & Whitlatch, C.J. (1995). Profiles in caregiving: The unexpected career. San Diego, CA: Academia Press.

Collins ,R.L.; Leonard, K.; & Searles J. (1990). Alcohol and the family. New York: Guilford Press

Copello, A.; Velleman, R. & Templeton, L. (2005) Family interventions in the treatment of alcohol and drug problems. Drug and Alcohol Review, 24, (4), 369-385.

Macdonald, D.; Russell, P.; Bland, N.; Morrison, A.; De la Cruz C. (2003). Supporting families and carers of drug users: A review. Edinburgh: Centre for Research in Families and Relationships. University of Edinburgh.

Orford J. (1994).Empowering family and friends: A new approach to the secondary prevention of addiction. Drug and Alcohol Review. 13; 417-430.

Orford, J.; Natera, G.; Davies, J.; Nava, A.; Mora, J.; Rigby, K.; et al. (1998). Tolerate, engage or withdraw: A study of the structure of families coping with alcohol and drug problems in South West England and Mexico City. Addiction; 93, 1799-1813.

Orford, J.; Natera, G.; Copello, A.; Atkinson, C.; Tiburcio, M.; Velleman, R.; Crundall, I.; Mora, J.; Templeton, L. & Walley, G. (2005). Coping with Alcohol and Drug Problems: The Experiences of Family Members in Three Contrasting Cultures. London: Taylor and Francis.

Orford, J.; Rigby, K.; Miller, T.; Tod, A.; Bennett, G. & Velleman, R. (1992). Ways of coping with excessive drug use in the family: A provisional typology based on the accounts of 50 close relatives. Journal of Community & Applied Social Psychology, 2 (3), pp. 163-183.

Orford, J.; Templeton, L.; Copello, A.; Velleman, R.; Ibanga, A. & Binnie, C. (2009). Increasing the involvement of family members in alcohol and drug treatment services: The results of an action research project in two specialist agencies. Drugs: Education, Prevention and Policy; 16(5); 379-408.

Pearlin, L.I.; Aneshensel, C.S. & LeBlanc, A.J. (1997). The forms and mechanisms of stress proliferation: the case of AIDS caregivers. Journal of health and social behavior, 38, 223-236.

Soyez, V. (2004). The influence of social networks on retention in and success after therapeutic community treatment. Academia Press: Gent.

Velleman, R.; Templeton, L.; et al. (2003). Alcohol, Drugs and the Family: Results from a long-running research programme within the UK. European Addiction Research, 9 (3), pp. 103-112.

Wethington, E. & Kessler, R.C. (1986). Perceived Support, Received Support, and Adjustment to Stressful Life Events. Journal of Health and Social Behavior; 27, 78-89.

WHO (2004). The World Health Report 2004 – Changing History. Geneva: World Health Organization.

 

 

 

 

 

filmpjeimage

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Gelieve akkoord te gaan met onze privacy overeenkomst.
Bekijk de privacy voorwaarden.

Agenda

December
  • 18
    19:30 Recoverygroep Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:?
    Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen

    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 18/12 en op 15/1, 29/1, 12/2, 26/2, 11/3, 25/3, 8/4, 22/4, 6/5, 20/5, 3/6, 17/6, 1/7, 15/7, 29/7, 12/7, 26/7, 9/9, 23/9, 7/10, 21/10, 4/11, 18/11, 2/12, 16/12, 30/12

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info

Januari
  • 15
    19:30 Recoverygroep in Mechelen

    Groepswerking voor mensen met een verslavingsproblematiek die tijdens en/of na hun behandelperiode graag contact willen hebben/houden met lotgenoten.

    Waar:? Dagcentrum De Sleutel, F. De Merodestraat 20 te Mechelen 

    Wanneer? op woensdagen telkens om 19u30.  Er is een sessie op woensdag 15/1, 29/1, 12/2, 26/2, 11/3, 25/3, 8/4, 22/4, 6/5, 20/5, 3/6, 17/6, 1/7, 15/7, 29/7, 12/7, 26/7, 9/9, 23/9, 7/10, 21/10, 4/11, 18/11, 2/12, 16/12, 30/12

     

    Kostprijs per sessie : 2 euro (drankje inbegrepen)

    Meer info

  • Volledige agenda