De Sleutel Logo

NIEUW PROGRAMMA
Therapeutische Gemeenschap Merelbeke



Paul De Neve

Paul De Neve

Hoe kunnen we onze aanpak nog versterken rekening houdende met nieuwe inzichten en goede praktijken. Hiervoor gingen we op gesprek bij Prof. Dr. Greet Cardon van de faculteit geneeskunde en gezondheids-wetenschappen aan het UGent. Cardon is als expert van bij het begin van ons sportproject - eind 2013 - inhoudelijk betrokken partij. We maken samen een update.

cardon 004web    Prof Dr Cardon leidt de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen en is ook voorzitter van de onderzoeksgroep “fysieke activiteit  en gezondheid”

Welke onderzoeksthema’s rond sport en bewegen staan vandaag in de focus?
Cardon: De onderzoeksgroep “fysieke activiteit  en gezondheid” die ik leid, brengt in kaart hoeveel mensen sporten en bewegen en bekijkt welke de determinanten zijn. Hoe zit het met hun kennis, hun attitude… Wat zijn persoonlijke factoren? Waarom beweegt de ene persoon meer dan de andere. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met  geslacht. We weten dat meisjes minder bewegen. Maar er zijn ook een pak veranderbare factoren die daarin meespelen: welk idee heeft men over bewegen, woont iemand in een uitnodigende omgeving, welk aanbod is beschikbaar, hoe ondersteunt de familie? Op basis van die factoren bekijken we welke interventies we kunnen ontwikkelen voor specifieke doelgroepen, want een interventie die iedereen past is een utopie. Dan gaan we die interventies testen: bv bij peuters, senioren, kinderen met overgewicht, bepaalde risicogroepen,…

Ook kansengroepen?
Cardon
: Zeker, omdat we merken dat we hen niet met een doorsnee interventie bereiken. Ze vragen een specifieke aanpak. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ons project ter preventie van diabetes type 2.  Of aan onderzoek met focus op buurten met een lagere socio-economische status en mensen met een lagere participatie. Bij hen zoeken we samen naar de drempels die ze ervaren, wat zij als voor- of nadelen van bewegen beschouwen. Samen bekijken we de mogelijkheden om te komen tot oplossingen.  We denken na over oplossingen en gaan op zoek naar zaken die aansluiten bij hun interesses of cultuur, hun mogelijkheden.Dat proces verloopt sterk participatief: we betrekken de mensen mee in de ontwikkeling van de interventie. Vroeger werden interventies vaak ontwikkeld en losgelaten op een groep. Maar dan botsten we vaak op drempels die in een theoretisch model niet kunnen voorspeld worden. Het is dus belangrijk om de doelgroep bij het begin mee te nemen. Een andere onderzoekslijn in mijn groep bestudeert welke  omgeving het meest  uitnodigt tot bewegen. Hier is de uitdaging om te komen tot een omgeving die aanspreekt voor verschillende doelgroepen.

cardon 001webWelke belangrijke maatschappelijke trends onderscheidt u?
Cardon:  E(lectronic)-health en M(obile)-health zijn zeker een trend. De technologie biedt heel wat mogelijkheden. Zo zijn er vandaag een heleboel applicaties om mensen meer te doen bewegen. Denk aan de stappenteller op de smartphone. Dit  slaat erg aan bij bepaalde doelgroepen en schept nieuwe mogelijkheden, vb door gamification. Het inbrengen van eenn spelelement werkt vaak stimulerend bij jongeren.  Dat biedt dus opportuniteiten. Binnen ons onderzoeksdomein werken we niet specifiek op jullie doelgroep. Maar veel zaken zijn transfereerbaar. Er liggen daar dus zeker mogelijkheden bv voor jongeren met een verslavingsproblematiek. Verder denk ik aan sociale media.  Zo spelen we in op sociale steun omdat we weten dat dit kan helpen. “Waarom posten mensen over hun loopprestatie?” Die sociale erkenning speelt echt mee. We zien dit nu ook steeds meer bij wie net gestart is, bv met een “start tot run” programma. De bekrachtiging achteraf is dus belangrijk. Verder is het een uitdaging om als sportsector beter in te spelen op het tijdelijk karakter van een engagement. Jongeren zijn minder geneigd om aan te sluiten bij één sportclub. Ze zoeken meer flexibiliteit, meer keuze naar uren maar ook naar sporten:  eigenlijk een soort omnisportclub. De structuren zijn daar echter nog niet klaar voor.

De Sleutel zet ruim 3 jaar extra in op sport en bewegen. We hebben een enthousiaste doelgroep, er is een intermediare sportclub. Maar de barrière om effectief te gaan sporten in de vrije tijd blijft groot: hoe blijven we hen motiveren?
Cardon: Om te motiveren hanteren we de principes van de zelfdeterminatietheorie. Dan heb ik het over het voorzien van meer autonomie, betrokkenheid en competentie-ondersteuning. Mensen bijvoorbeeld keuzes geven… Als je zo tewerk gaat, kan je echt het verschil maken. Uit diverse lopende onderzoeken (o.m. bij sportlessen tijdens vrije tijd of lessen lichamelijke opvoeding) leren we trouwens dat er daar nog heel veel groeimarge is. Begeleiders en coaches kunnen nog veel meer doen. Gewoon al door positiever ingesteld te zijn, hun sterktes naar voor te doen komen en te vertrekken vanuit die enthousiaste doelgroep. Betrek hen in de keuzes, in de planning. Speel tijdens sportsessies in op hun vragen en laat die aspecten aan bod komen, ga in gesprek om te weten te komen wat ze graag zouden doen.  Of vorm een werkgroep rond het thema “meer bewegen?”,… Het feit dat ze zich gehoord voelen, dat ze als doelgroep betrokken worden, maakt verschil. Soms zijn er barrières waar je zelf minder zicht op hebt, bv als ze cultureel bepaald zijn. Uit focusgroepen horen we soms dat moeders aangeven dat ze niet sporten omdat er geen aanbod is met sessies enkel voor vrouwen of voor culturele minderheden. Als ze daarop afhaken, moet je daar begrip voor hebben. Verder pleit ik ook voor samenwerking, Er is een groot aanbod bv via Buurtsport. Het is ook een uitdaging om gewone sportclubs mee te krijgen in je verhaal. Onbekend is onbemind.  Vaak speelt bij gewone sportclubs  het competitieve nog héél sterk mee… Minder getalenteerde sporters of zij die al heel lang niet meer gesport heeft, en niet fit zijn… worden niet altijd met open armen ontvangen".

BOV-coach

cardon 007webProf. Cardon: “Dé sleutel tot succes is het vinden van een beweegactiviteit die ze echt leuk vinden”              

"Iets wat zeker ook ondersteunend kan werken is “Bewegen op verwijzing” (BOV). Dit is een initiatief  vanuit volksgezondheid (minister Vandeurzen).  Dat concept laat toe om na verwijzing via de huisarts te genieten van een aantal sessies met een BOV-coach. Deze coach gaat met de persoon in gesprek en bekijkt mogelijkheden en bewegingsniveau. Samen gaan ze op zoek naar mogelijkheden om dat op te krikken. De BOV-coach bekijkt hoe de toeleiding gefaciliteerd kan worden, wat er in de buurt voorhanden is. Eventueel gaat die ook zelf mee om de overstap te maken. Er wordt gewerkt met een beweegboekje en er is ook een terugkoppeling naar de huisarts Het is ook belangrijk om erover te waken dat de overstap naar een sportclub geen negatieve ervaring wordt.  Als je die transfer naar de sportclub niet faciliteert, kan heel veel inspanning voor niets geweest zijn. En dat kan bv zoals jullie proberen via een soort buddysysteem, door ook vooraf bij die club een aantal zaken te checken…

Gezichtsverlies blijkt onze grootste drempel vooraf. Onze doelgroep heeft schrik om de stap te zetten naar een gewone sportclub. “Ga ik dat aankunnen?” vragen ze zich af. Dat verbetert echter gauw van zodra ze in een bepaald traject zitten.
Cardon:  Heel herkenbaar. Naast attitude en kennis is er inderdaad nog een derde determinant voor bewegen: de “eigen effectiviteit” (*). Ik herinner me een vorig project met De Sleutel waar we op dat vlak heel snel resultaat konden boeken; via muurklimmen. We zien dat thema ook sterk bv bij kinderen met overgewicht. Ze vrezen om niet geaccepteerd te worden, om voor de zoveelste keer als laatste over de meet te komen, als eerste aangetikt of uitgelachen te worden. Als begeleider hieraan werken is superbelangrijk, zodat ze wel sterk in hun schoenen staan. Een lesgever kan hier bv perfect op inspelen door te differentiëren.  Ook wie eigenlijk nog niet veel kan, moet na een sport- of beweegsessie  met een goed gevoel kunnen afsluiten. Pak het zodanig aan dat het voor iedereen een succesbeleving oplevert.  Geef de coach echt die motiverende rol. Maar ik weet dat er nog een grote weg af te leggen valt. Denk aan de kinderen die vaak op de bank zitten vb tijdens de  voetbalmatch. Hoe meer tegenslagen iemand gekend heeft, hoe meer de eigen effectiviteit van die persoon een werkpunt zal zijn.
IMG 20170207 172158 web
Wat is de rol van de context van een kansengroep om hen te stimuleren om voldoende te bewegen? Is er ervaring met betrekken van familie en bredere context bij sportprojecten?
Cardon: De omgeving is heel belangrijk, maar verandert naargelang de doelgroep. Bij kinderen speelt het gezin de grootste rol. Bij jongeren moet je vooral de “peers” meekrijgen in je verhaal. De familie blijft bij adolescenten wel belangrijk.  We weten dat het succes van naschools sporten met peers een belangrijke impact heeft. Het werkt versterkend. Hetzelfde geldt indien het gaat om mensen die kampen met een gelijkaardige problematiek.  Ze voelen zich door hun lotgenoten anders gesteund, meer begrepen. Je moet natuurlijk inspelen op de buurt,  de gemeenschap waar ze leven en op daarmee samenhangende barrières:  drempels als lidgeld, uitrusting, mobiliteit. Dé sleutel tot succes is mijns inziens echter zoeken naar iets dat ze echt leuk vinden. En ook komen tot iets realistisch, in de buurt. Je kan hierop inspelen door samen te werken met een sportclub die specifiek aandacht heeft voor die noden. Vaak is de stap te groot om meteen naar een reguliere sportclub te gaan. We stelden vast dat het met de basisfitheid van onze doelgroep – vooral in de werkplaats - heel pover gesteld is.

Wat is de norm voor een goede basisfitheid? Is het zinvol om te trainen om deze norm te behalen zodat ze kunnen gaan werken.
Cardon: De beweegnorm is gelinkt aan gezondheid. We weten dat mensen die 30 minuten per dag bewegen, gezonder zijn. Als je echter op fitheid wil werken is er meer nodig: concreet drie maal per week een intensieve activiteit doen van 20 tot 30 minuten. De combinatie - elke dag een activiteit en een paar keer in de week echt sporten - is optimaal. Het voordeel bij jongeren met een lage fitheid, is hun grote groeipotentieel. Op een aantal weken zullen ze zich fitter voelen. Ideaal is eenmaal naar de sportclub gaan en dan nog twee momenten met peers, of met ondersteuning van een applicatie of een programma. En bij volwassenen met minder conditie is heel rustig opbouwen de boodschap.

cardon 003webIn de sociale werkplaats stellen we vast dat sommigen fysiek onvoldoende paraat bijvoorbeeld zijn om in de groendienst mee te draaien. We volgen de fitheid op o.m. via een Eurofit-test, die we na 6 weken  herhalen. Tijdens een feedbackgesprek gaan we dan samen op zoek naar mogelijkheden in functie van werk.
Cardon: We zijn minder geneigd om fitheidstesten te doen, omdat dit confronterend en soms demotiverend is. Het zijn ook meestal enkel de fitte personen die zich spontaan aanmelden.  Een fitheidstest afnemen zal geen gedragsverandering teweegbrengen. Knowing is not wanting is not doing. Daar zitten nog heel veel stappen tussen. Het is niet omdat je weet dat je niet fit bent, dat je je gedrag bijstelt. Zo’n test kan zinvol zijn als het meegenomen wordt in een uitgestippeld traject. Ga met die persoon in gesprek, bekijk wat kan verbeteren. Op die manier wordt het een positief verhaal. Je weet dat bij die doelgroep die eigen effectiviteit heel belangrijk is. Het is beter om positieve aansluitingspunten te vinden zodat je kan werken aan gedragsverandering. Ik denk toch dat 6 weken vrij snel is. Vaak ga je slechts een beetje effect hebben. Verder zou ik adviseren om vooral op te volgen of het gedrag verandert. Ook al zal dat misschien nog geen invloed hebben op die fitheid. gedrag is veranderbaar.  Hou er echter rekening mee dat er bij fitheid ook een genetische component speelt, waar je niet zo veel kan aan doen.

Er is nu een nieuwe gezondheidsnorm.  Is het ok als men enkel in het weekend sport?
Cardon:  De WHO houdt het op 150 minuten bewegen, idealiter gespreid over de week. Dat is beter dan enkel één keer op zaterdag uitgebreid sporten. Maar er was inderdaad wat discussie over de manier waarop je die boodschap overbrengt. Nu opteert men voor een verteerbare eenvoudige boodschap: het is goed om elke dag 30 minuten te bewegen. En die norm is ook wetenschappelijk gefundeerd.

cardon 006webHoe integreer je een beweegcultuur in je organisatie? Heeft u tips waardoor we de impact naar doelgroep kunnen versterken?
Cardon: Enerzijds moet je een goed draagvlak creëren. Een programma opleggen, werkt niet.  Zorg er ook voor dat leidinggevenden een rol opnemen, door het goede voorbeeld te geven. Als ik denk aan het aanpakken van sedentair gedrag… Wat gaat mijn baas denken als ik aan het rondlopen ben? Anderzijds moet je participatief werken: wat zijn de ideeën uit de groep, wie zou kunnen helpen begeleiden, staat de organisatie open voor een ludieke middagactiviteit? Tegelijk zorg je best ook voor een omgeving die aanzet tot bewegen: een douche zal mensen vlugger aanzetten om met de fiets naar het werk te komen, om onder de middagpauze te joggen. Op die manier ontwikkel je een positieve attitude tov bewegen. Zorg er ook voor dat elkeen aan zo’n activiteit een goed gevoel overhoudt. Voorkom negatieve ervaringen.  Creëer de attitude waarbij men bewegen leuk vindt. Bewegen moet onderdeel uitmaken van cultuur om impact te hebben.  Als men vindt dat dit enkel de verantwoordelijkheid van de sportbegeleider is, dan ga je nooit die impact hebben.  Probeer begeleiders te doen inzien dat ze via sport veel makkelijker toegang krijgen tot bewoners. Hoe is het geweest met het lopen? Zo’n sfeer creëren, versterkt.

Onze perceptie is dat je meer op gelijke voet staat als je met elkaar sport.  Tijdens het sporten zijn cliënten heel open. Zonder die activiteit zouden bepaalde zaken wellicht niet uitgesproken worden.  Cardon: Dat is zoeken. Niet iedere begeleider zal daar voor open staan Welke rol speelt de professionele begeleider? Is het slim om bepaalde zaken op te leggen?
Cardon: Neen.  Ik zou geen drang hanteren en ook niet aanklampend werken. Motiveren is mijn boodschap. Het zal natuurlijk afhankelijk zijn van het aanbod. Maar plezier beleven aan iets is nog altijd één van de belangrijkste factoren die motiveert. Het feit dat een activiteit resulteert in een succeservaring, is belangrijker dan de wetenschap dat bewegen ook goed is voor hun gezondheid of dat ze meer kans maken op de werkvloer.

 

Paul De Neve & Sander Van den Hende (februari 2017)

 

(*) eigen effectiviteit : de verwachting van mensen over de mate waarin ze in staat zijn uit te voeren wat ze zich voornemen

Kurt (*) is sinds 13 april 2016 in opname bij de Therapeutische Gemeenschap voor Dubbeldiagnose te Gent (TGG). Hij vertelt heel open over zijn verslaving en legt uit wat het programma voor hem betekent.

In Antwerpen organiseren we, net zoals in Gent, een Activerende Werkvloer waar mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden getraind en gecoacht in een traject naar duurzame tewerkstelling. Afgelopen zomer kregen we het bericht dat het systeem van convenanten werd stopgezet en dat ook ons project via een aanbesteding of tender  in de markt zou worden gezet.

vrijdag, 17 februari 2017 00:00

Werkplaats ruilt Van Trier voor De Brug

Sociale Werkplaats Antwerpen verhuist van de Van Trierstraat naar Mortsel. De gekozen site De Brug is perfect bereikbaar en is bovendien gelegen vlakbij belangrijke klanten.

vrijdag, 17 februari 2017 00:00

Sociale Werkplaats Gent verhuist naar UCO-site

Midden maart verhuist verhuisde Sociale Werkplaats De Sleutel naar de UCO site in de Maïsstraat te Gent.

Een nieuwe leermethode rond sociale vaardigheden opstarten in een drukke klas... Als kleuterjuf is dat niet meteen een droomscenario voor een nieuw schooljaar. Toch zijn er diverse mogelijkheden om zo’n methodiek goed geïntegreerd te krijgen. In de gemeentelijke basisschool in Evergem opteerden ze ervoor om de zorgjuf de introductie in alle klassen te laten doen. Het bleek een goede voorzet waarmee de juffen van de kleuterklassen nadien zelf enthousiast aan de slag gingen.

Niet roken, niet drinken… jongeren doen het!

Snakt onze jeugd naar een sigaretje of vinden ze het vooral vies? Is het drankgebruik van 14-jarigen echt dramatisch of juist onbestaand? Zijn de rokers veranderd in gamers? En wat met gokken? Energydrinks en smartphones?

Snakt onze jeugd naar een sigaretje of vinden ze het vooral vies? Is het drankgebruik van 14-jarigen echt dramatisch of juist onbestaand? Zijn de rokers veranderd in gamers? En wat met gokken? Energydrinks en smartphones?

Op maandag 20 maart kan u naar een studiedag rond "seksueel trauma en middelenafhankelijkheid" te Leuven. Overleven met een olifant in huis? Tijdens deze studiedag zullen Dr. Nelleke Nicolai, Kurt Renders, Luca Littera en Hanneke Sauren het als spreker hebben over de impact van vroegkinderlijk trauma op de ontwikkeling van het brein en over seksueel misbruik bij mannen. Ook traumaverwerking, lichaamswerk en gezinstherapie komt als onmisbare schakel bij seksueel misbruik aan bod. 
Hier bundelen we informatie van de Expertisegroep Ouders Onder Invloed. Doel van de Expertisegroep Ouders Onder Invloed is deskundigheidsbevordering rond het werken met gezinnen waarbij één of beide ouders kampen met een afhankelijkheidsproblematiek. Bekijk hierna enkele van hun filmpjes bruikbaar om het thema ouderschap en druggebruik bespreekbaar te maken en de veerkracht van deze kinderen te vergroten.
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ... Volgende > Einde >>
Pagina 1 van 46

Traject van een cliënt

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

Februari
  • 22
    09:00 Praktijkseminarie: sport als middel tot inclusie ter competentie-ontwikkeling

    De Sleutel kan zich dankzij een ESF-project 18 maanden focussen op de uitwerking van een geschikte methodiek om sport te hanteren in activeringstrajecten. Voor veel kansengroepen is de afstand tot de arbeidsmarkt te groot. Hierdoor vinden ze moeilijk of geen werk. Kan een individu via sport competenties verwerven waardoor zijn kansen op de arbeidsmarkt vergroten? Tijdens deze interactieve workshop combineren we theoretische en praktische inzichten met de reeds opgedane ervaringen van het ESF-project. Via stellingen discussiëren we over de zinvolheid en de waarde van sport als middel binnen deze werkcontext. We sluiten af met een case, waarbij we de inzichten direct proberen toe te passen.

    We richten ons naar begeleiders en verantwoordelijken die werken rond activeringstrajecten én die op zoek zijn naar vernieuwende methodieken om competenties te trainen en te observeren.

    Plaats: Uitgeverij Politeia, Keizerslaan 34, 1000 Brussel. (Op 5 minuten wandelen van station Brussel-Centraal).

    Meer info

Maart
  • 7
    08:45 Trainingsdag Unplugged (eerste graad) te Leuven

    Open Trainingsdag op 7 maart (aanvang 8u45) te Leuven met follow-up dag op 13 juni 2017

    Inschrijven of vragen? mail naar preventie@desleutel.be

    Kostprijs: 95 euro

    Lees meer

     

  • 20
    09:30 Studiedag: Overleven met een olifant in huis
    STUDIEDAG SEKSUEEL TRAUMA EN MIDDELENAFHANKELIJKHEID
     
    Plaats: PROVINCIEHUIS LEUVEN
     
    Tijdens deze studiedag zullen een aantal sprekers het hebben over de impact van vroegkinderlijk trauma op de ontwikkeling van het brein, seksueel misbruik bij mannen, trauma verwerking en lichaamswerk en gezinstherapie als onmisbare schakel bij seksueel misbruik. 
    Sprekers:  Dr. Nelleke Nicolai, Kurt Renders, Luca Littera en Hanneke Sauren. 
     
     
    INSCHRIJVINGEN VIA: www.dekiem.be
    Voor meer info: Daisy De Thaey, tel 09-389 66 66
    of Güler Bingöl, tel 016-46 10 18
     
    Klik hier voor meer info
     
    Een organisatie van De Kiem, De Sleutel, De Spiegel, Katarsis en de Provincie Vlaams-Brabant
     
  • Volledige agenda