De Sleutel Logo
donderdag 09 september 2010 00:00

Vroeginterventie: wat, voor wie en hoe?

Written by  Administrator
Rate this item
(0 votes)

Vroegdetectie, vroeginterventie, kortdurende interventies... Het zijn termen die de laatste jaren meer en meer gebruikt worden. Maar wat is het onderscheid tussen deze begrippen: hoe verhouden ze zich tot elkaar, wat houdt een vroeginterventie juist in, voor wie is ze bedoeld, wie kan ze uitvoeren? En via welke indicatoren kan vroeginterventie opgevolgd worden?

Geïndiceerde preventie

Het interventiespectrum dat voorgesteld wordt door Mrazek en Haggerty stelt een indeling voor, gaande van preventie over hulpverlening tot nazorg.

Interventies die zich situeren op het scharnier tussen preventie en hulpverlening noemen zij geïndiceerde preventie en case identificatie. Geïndiceerde preventie richt zich tot individuen die wel al enkele kenmerken van een problematiek vertonen, beginnende klachten hebben echter zonder dat nu alle elementen reeds aanwezig zijn die nodig zijn om de diagnose van afhankelijkheid te mogen stellen.

mrazek__haggerty_1994Interventiespectrum (Mrazek & Haggerty, 1994) ; Overgenomen uit "Handboek Preffi 2.0.: richtlijn voor effectieve gezondheidsbeveordering en preventie. H.Kok, G. Molleman,H. Saan, M. Ploeg. Woerden, NIGZ 2005

 

 

 1. Vroegdetectie

Doel

De eerste vraag is uiteraard: hoe kan je weten of een individu al enkele, meerdere of zelfs alle symptomen ontwikkeld heeft? Dit is niet evident omdat een mogelijke druggebruiker niet noodzakelijk zelf stil staat bij zijn situatie of er eenvoudig weg niet wil bij stilstaan of communiceren. Een systematische en gestandaardiseerde strategie om informatie te verzamelen, te beoordelen en terug te koppelen is daarom aangewezen. Vroegdetectie gaat over het herkennen van signalen die kunnen wijzen op een beginnend of een bestaand verslavingsprobleem. De cliënt heeft zich niet aangemeld in de hulpverlening wegens deze mogelijke verslaving, maar hij heeft een andere klacht, op somatisch, psychisch of sociaal gebied. Vroegdetectie is belangrijk omdat in een vroeg stadium problemen gemakkelijker kunnen verholpen worden.

Expertise in screening

In welke situaties, waar en door wie moet er aan vroegdetectie gedaan worden? Het is belangrijk dat zoveel mogelijk personen die aan de criteria beantwoorden ontdekt worden en dat zo weinig mogelijk personen die niet beantwoorden aan de criteria ten onrechte als mogelijk problematisch gelabeld worden.

 vipardennen_055_vip_drie_jongeren_web

 

 

 

 

 

 

 

 

Sensitiviteit en specificiteit zijn belangrijke criteria in de selectie van een screeningsinstrument ten behoeve van vroegdetectie. Daarnaast moeten de resultaten van de vroegdetectie op constructieve wijze kunnen teruggekoppeld worden naar de gescreende persoon. Als er indicaties gevonden worden die wijzen op problemen, moet het mogelijk zijn een vervolgtraject te realiseren. Hiervoor is het noodzakelijk dat er een goede, persoonlijke band is tussen onderzochte persoon en screener.

Locatie

Daarom kan een dergelijke screening moeilijk in een specialistische omgeving gebeuren. Vroegdetectie kan wel gebeuren op plaatsen, in situaties waarin deze personen zich  kunnen bevinden om andere redenen zoals bijvoorbeeld onderwijs, eerste lijnshulp.  De jongere wordt dan benaderd door hulpverleners en andere professionelen die al vanuit hun professionele activiteiten een band hebben opgebouwd met deze persoon. Deze band maakt het mogelijk om een gesprek aan te knopen, vertrekkende van de resultaten van de screening, een gesprek waarin ook de wenselijkheid van verdere interventies een gespreksthema is. Deze relatie laat ook toe om de uitvoering van de interventies op te volgen en bij eventuele grotere problemen verdergaande interventies voor te stellen.

 

2. Vroeginterventie

Hierbij komen we tot de volgende stappen in het interventieschema van Mrazek en Haggerty: case identificatie en vroeginterventie. Wanneer de signalen die wijzen op riskant gebruik herkend worden door het sociale netwerk en teruggekoppeld worden naar de gescreende personen, rijst onmiddellijk de vraag op: hoe moet het nu verder met deze persoon?

Doelschoolonderzoek_2web

Vroeginterventie is een mogelijk antwoord. Vroeginterventie is niet meer gericht op een groep, maar wel op een concreet individu, met individuele behandeldoelen. De interventie kan wel in een groep gegeven worden.   Het gaat om een interventie die  in een goed afgebakend en beperkt tijdsperspectief uitgevoerd wordt, op een plaats die neutraal en veilig genoeg is voor de deelnemers. De potentiële deelnemer heeft wellicht nog niet alle kenmerken van een afhankelijke persoon, maar stelt wel al risicogedrag.  Het gaat hier dan meestal om de groep van jongere gebruikers.

Competenties van de hulpverlener

De uitvoerder van de vroeginterventie bezit daarom specifieke competenties die meestal geassocieerd zijn met hulpverlening, maar die eventueel wel in een ander kader toegepast kunnen worden. Maar het gaat wel om gespecialiseerde hulpverlening.

De inhoud van de vroeginterventie heeft onder andere een psycho-educatief karakter. Er wordt individueel of in groep informatie gegeven over effecten en risico’s van gebruik op de verschillende levensterreinen. Via deze informatie wordt getracht om een reflectie van de jongere te stimuleren omtrent het eigen gebruikspatroon en omtrent de motieven om te gebruiken. Dat kan via een groepsdiscussie, maar er kan uiteraard ook individueel gewerkt worden. Ook tips om te stoppen of om het gebruik alleszins te verminderen worden uitgewisseld. Voorwaarde om vroeginterventie te kunnen uitvoeren is dat de jongere bereid is om te praten en dat hij zich aan de groepsnormen kan houden indien de interventie in een cursus wordt gebracht. Van de hulpverlener wordt verwacht dat hij in staat is om via het aangebrachte materiaal de jongere aan het denken te brengen betreffende zijn persoonlijke situatie. Met andere woorden: de hulpverlener moet de verschillende interventies inzake de motivatie ontwikkeling goed onder de knie hebben.

De sociale context betrekken

Een mens leeft niet alleen, maar in een sociale context. Een vraag die gesteld wordt is in welke mate de sociale context van een deelnemer betrokken moet worden bij de vroeginterventie? Moeten bijvoorbeeld ouders al dan niet op de hoogte gesteld worden van de deelname van hun kind aan een cursus vroeginterventie? Indien wel, op welke wijze moet dit het best gebeuren? Moeten zij zelf al dan niet actief deelnemen?

Het is geweten dat interventies waarin de omgeving betrokken wordt een groter rendement hebben. Maar voor een aantal jongeren kan betrokkenheid van de omgeving juist een reden zijn om geen vroeginterventie te volgen! In elk geval zal tijdens de vroeginterventie aandacht moeten gegeven worden aan de interactie tussen de eventuele problemen van de deelnemer en de sociale omgeving en over hoe daar kan worden op ingegaan.

Wat na de vroeginterventie? Uitstroom of doorstroom?

Voor een grote groep gebruikers zal vroeginterventie volstaan. De interventies zullen hen aan het denken gezet hebben. Bewuster geworden, zullen ze in staat zijn om die keuzes te maken die hen toelaten om hun persoonlijke levensdoelen te realiseren. Middelengebruik zal voor hen geen obstakel worden in hun persoonlijke ontwikkeling. Vroeginterventie heeft in deze gevallen een preventieve rol vervuld ten aanzien van mogelijke, latere negatieve ontwikkelingen.

Maar voor anderen zal dit niet lukken. Zij zullen er bijvoorbeeld niet in lukken om regelmatig deel te nemen aan de activiteiten. Mogelijk is de ontwikkeling van de symptomen al ver gevorderd, misschien vertonen ze zelfs al een chronisch karakter, zodat enkel bewustwording en beslissingen nemen onvoldoende zijn. Vroeginterventie is in deze gevallen mogelijk een stap in de ontwikkeling van motivatie voor verdere hulpverlening.

Indicatoren voor een goede praktijk.

Via het opvolgen van een aantal indicatoren kan op transparante wijze gevolgd worden in welke mate de uitvoering van een interventie beantwoord aan de verwachtingen en een goede praktijk is.

Wat is een indicator? Een goede indicator is een samenvattende maat die relevant is, met andere woorden toelaat om iets te zeggen over het bereiken van de doelstellingen en  gevoed wordt met valide data.

Elke indicator meet slechts één aspect van een werkelijkheid. Het is daarom essentieel dat er een korf is van indicatoren die alle belangrijke  aspecten van een realiteit omvatten ( en geen set van indicatoren die allemaal over één aspect gaan).  Wat  zouden goede uitkomst- en procesindicatoren van vroeginterventie kunnen zijn? We laten de structuurindicatoren in deze tekst terzijde.

Uitkomst indicatoren geven informatie over de uitkomst van de vroeginterventie.

  • Caseload vroeginterventie: een percentage uitgedrukt door de verhouding van de gerealiseerde interventies op het maximaal aantal verwachte interventies.
  • Positieve afronding vroeginterventie:
    • wegens bereiken van het doel: intrinsieke motivatie voor abstinentie
    • wegens goede verwijzing (cliënt heeft een eerste gesprek gehad in de hulpverlening naar waar verwezen werd): Dit is telkens de verhouding van het aantal positieve afgeronde of goed verwezen deelnemers op het totaal aantal unieke personen dat gestart is.

Retentie: de gemiddelde tijd in vroeginterventie ( periode tussen start- en einddatum) van diegenen die afgerond werden in de referentieperiode (bijvoorbeeld een kwartaal).

Proces indicatoren = geven informatie over het verloop van de vroeginterventie.

  • Bereikte aanmeldingen: het aantal reële eerste gesprekken door de vroeginterventie hulpverlener op het totaal aantal via de vroegdetectie gemaakte afspraken voor een eerste gesprek.
  • Bereik van de doelgroep van vroeginterventie: absoluut aantal nieuwe unieke personen met een riskant druggebruik dat per referentieperiode bereikt wordt.
  • Intensiteit van de vroeginterventie: gemiddeld aantal contactdagen (optelsom van alle mogelijkheden zoals ze in een beleidstekst beschreven staan) per unieke cliënt.

                       De veranderingscirkel van Prochaska en DiClemente

 webstadia_van_verandering_naar_Prochaska__Di_Clemente_1984

 

3. Kortdurende interventies.

We komen dan aan bij de kortdurende interventies. Dit zijn meer directieve interventies, uiteraard eveneens beperkt in aantal en in de tijd en die het oplossen van een concreet en duidelijk te omschrijven probleem beogen. Vooral dit laatste is een verschil met vroeginterventie. Bij kortdurende interventie heeft de cliënt een duidelijk te verwoorden probleembesef, bij vroeginterventie zal het doel dikwijls zijn om dergelijk probleembesef te bekomen. Als we de veranderingscirkel van Prochaska en DiClemente hanteren als een verhelderend kader, dan kunnen we vroeginterventie onderbrengen bij de motivatiefasen en kortdurende interventie bij de actiefase. Het is een taakgerichte vorm van therapie, zeer gestructureerd, uitsluitend gefocused op het oplossen van de klacht waarvoor de cliënt hulp zoekt. Bij elke sessie wordt expliciet nagegaan in welke mate ze een bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van het therapiedoel. Men verwacht het uiteindelijke doel in 5 tot 10 sessies te kunnen bereiken.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat kortdurende interventies zeer effectief zijn. Maar we mogen hierbij niet vergeten dat het gaat over een duidelijk omschreven probleem, over duidelijke SMART geformuleerde doelen en om situaties waarbij er tussen cliënt en hulpverlener een consensus is over de wijze waarop het doel kan bereikt worden. De realisatie van deze voorwaarden zal in vele gevallen heel wat therapeutisch werk vragen en niet evident zijn!

Besluit

Vroegdetectie, vroeginterventie en kortdurende interventie zijn dus duidelijk van elkaar te onderscheiden activiteiten. Maar ze kunnen wel op elkaar aansluiten! Het is denkbaar dat vroegdetectie leidt tot een verwijzing naar een programma voor vroeginterventie. En het is denkbaar dat het resultaat van deze interventie bij sommige personen zal zijn dat ze een duidelijker probleembesef hebben en zich van daaruit engageren om via enkele weloverwogen therapeutische contacten hun doel te realiseren.

Robrecht Keymeulen, mei 2010

Lees meer

Maak kennis met aanbod Brugge

Last modified on vrijdag 18 juli 2014 14:16
More in this category: Aanbod Vroeginterventie »

Bekijk training Unplugged

Inschrijven E-zine

Invalid Input

Agenda

September
  • 14
    10:00 Zee-zeildag 2014

    Op zondag 14 september kan u opnieuw deelnemen aan de Zee-zeildag ten voordele van De Sleutel.

    Lees meer

    Link naar website o.m. met reacties van deelnemers van vorige edities.

  • 22
    18:00 Nieuwe reeks opvoedingsondersteuning in dagcentrum Gent

    Start nieuwe reeks opvoedingsondersteuning voor (ex)drugs gebruikende ouders met jonge kinderen ism Reddie Teddy

    Telkens op maandagavond

    Plaats: dagcentrum Gent, Stropkaai 38, 9000 Gent

    Contact: 09 234 38 33 of via mail dcg.info@fracarita.org

    Lees meer

     

  • 24
    19:30 Colloquium rond 'Recovery.... genezen van verslaving'

    Colloquium nav 40 jaar De Sleutel

    Plaats: Vormingscentrum Guislain

    Thema: "Recovery … genezen van verslaving?"

    Wat recovery in de praktijk betekent voor artsen en hulpverleners.
    Over het aanvaarden van beperkingen en het ontdekken van nieuwe mogelijkheden.

    Sprekers

    Prof. dr. Cor De Jong
    thema: De therapeutische relatie en recovery: wat doet de professional daar nu mee?

    Prof. dr. Geert Dom
    thema: Herstelgerichte zorg ook voor dubbel diagnose patiënten

    Doelgroep
    artsen
    medewerkers van De Sleutel 

  • Volledige agenda