Individuele keuze:
Hoewel de individuele keuze om een jointje te roken steeds beïnvloed wordt door de omgeving van gezin, vrienden, school, media en andere elementen van de samenleving, blijft het een individuele keuze. Preventief is het de plicht van de school of de volwassenen in het gezin om alle mogelijke invloedsfactoren aan te wenden zodat die keuze een gezonde en juiste keuze is. Om dat goed te laten werken volstaat, dat weten we ondertussen al geruime tijd, een eenduidige boodschap (gewoon neen zeggen) niét. Goede preventie op school of in het gezin is een pedagogische zaak, waarin je informatie met modelgedrag, houding, klimaat en vooral veel discussie een plaats geeft.
Controle:
Controle uitoefenen is een andere zaak, en waar het alcohol, sigaretten of andere drugs betreft, een heel voorname. Leerkrachten, studiemeesters, jeugdleiders en ouders hebben in de loop van de jaren heel wat kneepjes leren kennen om de controle op sigaretten roken of op stiekem alcohol drinken adequaat uit te oefenen. Terwijl twintig jaar geleden controle op blowen aan specialisten moest worden toevertrouwd, hebben onze middelbare scholen, scoutsgroepen en gezinnen ook dié kneepjes van het vak leren kennen. Het hoort spijtig genoeg ook tot de vakkennis van een goede schoolreisbegeleider om de wetten inzake alcohol én cannabis in de tassen duidelijk te stellen. En op het juiste moment in te schatten wie je extra controleert. Leerkrachten moeten nu eenmaal meer surveilleren als ze een risico verwachten dat er fietsen gestolen worden. Zo moeten ze ook meer surveilleren als ze het risico verwachten op jointjes rollen of dealen op de rand van het schoolterrein.
Drugbeleid:
Wie te verwittigen als de leraar iemand betrapt? Of wanneer de leerkracht een sterk vermoeden heeft? Dat werd in heel veel scholen al vastgelegd in een drugbeleid. Met gradaties, met voorbeeld van een contract, met richtlijnen voor begeleiding. Daar heeft de VAD, overigens met intensieve medewerking van De Sleutel, jaren voor de kar getrokken. En zo hoort het ook: regels en de daarbij horende controle moeten in eerste instantie door de natuurlijke omgeving van de jongeren uitgeoefend worden. Controle heeft maar zin als ze streng is. Het is maar als de feiten door de school niet meer grijpbaar worden en als alle andere controle-instrumenten ontoereikend zijn dat de school de politie in deze controle moet betrekken.
Politie:
De school moet een goed contact met de politie en het parket onderhouden, tijdig advies inwinnen en in sommige gevallen samen individuele gevallen opvolgen. Maar expliciete controles op drugs door de politie op school kunnen slechts in laatste instantie door de school worden gevraagd. Het gaat dan duidelijk om assistentie door de politie van de controle die door de school moet uitgevoerd worden. De school kan vanuit pedagogisch oogpunt de politie niet als afschrikwekkend onderdeel van een sensibiliserende drugpreventie-aanpak inschakelen. Controle en preventie zijn in deze context twee zaken die ook voor de leerlingen duidelijk gescheiden moeten worden.
De politie zou zich voor deze oneigenlijke toepassing (politiecontrole als afschrikmiddel in de preventie op school) niet mogen lenen. Dit standpunt van De Sleutel is er een vanuit pedagogische hoek, gekaderd in de strategie van gezondheidszorg. Juridisch kunnen er heel andere argumenten aangevoerd worden. Dat is een ander discours: repressie is de derde pijler van het drugbeleid. Het bewaken van de wettelijke norm is een taak voor de politie. Eerder dan in de pedagogische preventie tussen te komen zou het korps zich tot deze repressieve taak moeten richten.
Drug-screenings thuis of op school:
In de marge van de vragen die De Sleutel krijgt over het nut van politiecontroles op het schoolterrein komen er ook vragen over drug-screenings thuis of op school. Het gaat dan om relatief eenvoudig hanteerbare urinetesten waarmee ouders of schoolleiding bijvoorbeeld sporen van cannabis kunnen traceren.
De hulpverleners van De Sleutel hanteren heel vaak het middel van drugtesten in de begeleiding of behandeling van jonge verslaafden en probleemgebruikers. Dit middel wordt gebruikt in de therapeutische relatie met de jongere. Dat drugtesten adequaat werken in deze setting betekent helemaal niet dat het ook een adequaat instrument zou zijn in een pedagogisch kader. Er bestaat een reëel gevaar dat de beschikbaarheid en de promotie voor deze fysieke testen de andere controlemiddelen in de pedagogische relatie ouder-kind of school-leerling in het gedrang brengen.
Drugtesten kunnen dan grotere zekerheid geven over het waarheidsgehalte van wat de kinderen zeggen, maar als ouder wend je je toch ook niet tot vingerafdrukken bij discussie over wie er 20 euro heeft gepakt of tot een bewegingsdetector om zeker te zijn hoe laat dochter- of zoonlief thuis was? Ouders, onderwijsmensen en jeugdleiders hebben andere instrumenten in hun mars. Die moeten ook kunnen functioneren bij discussies over alcohol- of ander druggebruik.
Punt uit:
Met deze standpunten, die politiecontroles op school in een preventief kader afraden, of fysieke drugtesten thuis en op school afraden, wil De Sleutel niet de indruk geven dat scholen, jeugdverenigingen en gezinnen toleranter moeten zijn ten aanzien van drugs. Drugs horen niet thuis op school en in de jeugdwerking. Gezinnen maken natuurlijk zelf uit wat ze vinden, maar ouders horen drugs af te raden bij hun kinderen. Punt uit. Om dit op een goede manier te kunnen doen moeten ze soortgelijke middelen hanteren als bij ander tienergedrag.
Peer van der Kreeft,
Hoofd preventie, De Sleutel (mei 2003)
